Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Michiel Hengeveld Ronald van den Berg
17 maart 2020 8 minuten leestijd
opinie

Inspectie kan meer doen tegen psychokwakzalvers

Schadelijke praktijken gaan te gemakkelijk hun gang

6 reacties
Getty Images
Getty Images

Mensen met psychische klachten krijgen nogal eens niet-reguliere behandelingen aangeboden. De auteurs noemen dit psycho­kwakzalverij, waarvan zij vier, allerminst onschuldige, voorbeelden laten zien. Meer toezicht door de IGJ vinden zij dan ook hard nodig.

De meeste niet-reguliere ‘therapeuten’ zijn geen BIG-geregistreerde psychologen of psychiaters – ernstig genoeg soms ook wel – maar mensen die zelf een psychiatrische stoornis of een burn-out (gehad) hebben. Vaak ondergingen ze een alternatieve behandeling of zagen ze spontaan het licht. Vervolgens werden ze aanhanger van hun alternatieve therapeut of ontwikkelden een eigen behandeling en verzamelden zelf volgelingen. En al zijn hun behandelingen niet aangetoond werkzaam, soms lijken ze te helpen. Er is dan doorgaans sprake van spontane remissie, cyclisch beloop van veel psychische klachten, regressie naar het gemiddelde of een placebo-effect. Maar psychokwakzalverij is lang niet altijd onschuldig, en kan zeker schadelijk zijn. Bijvoorbeeld als valse herinneringen worden aangepraat of waandenkbeelden versterkt. Of wanneer reguliere psychiatrische diagnostiek en behandeling worden stopgezet of uitgesteld. Ook kunnen niet-reguliere middelen bijwerkingen of complicaties geven of slecht interfereren met psycho­farmaca.

De kans op dergelijke schade is nog eens groter omdat psychiatrische patiënten gevoelig kunnen zijn voor hoopvolle suggesties of misleiding, en niet zelden hun psychiatrische ziekte ontkennen. Soms ook hebben ze weerstand tegen psychiatrische hulp of bezwaren tegen psychofarmaca (‘chemische troep’), omdat zij door media of hun alternatieve behandelaar aan het twijfelen zijn gebracht over de werkzaamheid ervan.

Inspectie

Sinds de invoering van de Wet klachten, kwaliteit en geschillen zorg (Wkkgz) op 1 januari 2016 heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) de taak om ook toe te zien op alternatieve zorg.1 Sindsdien moeten ook niet-reguliere behandelaars dus goede zorg verlenen ‘die niet leidt tot schade of een aanmerkelijke kans op schade voor de gezondheid van de cliënt’. Daarmee heeft de IGJ er een schier onmogelijke taak bij gekregen: naast het toezicht op de BIG-geregistreerden moet nu ook toezicht worden gehouden op vele duizenden extra ‘genezers’ die zonder een reguliere opleiding behandelingen verrichten.

Eveneens in januari 2016 werd artikel 96 van de wet BIG, dat ook geldt voor niet-BIG-geregistreerde behandelaars, herzien. Sindsdien hoeft na aangifte bij het Openbaar Ministerie door IGJ of betrokkenen bij een strafrechtsgang geen schade meer aangetoond te worden. ‘Benadeling of een aanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid’ is nu namelijk voldoende.2

Voor zover ons bekend hebben deze twee wettelijke mogelijk­heden tot nu toe nog niet geleid tot maatregelen. De laatste tijd is echter bij de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) een viertal meldingen gedaan door familieleden van patiënten over schadelijke psychokwakzalverij. Het lijkt ons van belang om deze vier casussen hier te presenteren. Ze laten schadelijke behandelingen zien van patiënten met psychische klachten of ernstige psychia­trische aandoeningen, door behandelaars zonder reguliere opleiding tot een erkend BIG-beroep in de ggz. Hoe vaak dit voorkomt is door ons niet vast te stellen. Maar deze casussen staan waarschijnlijk niet op zichzelf, want er zijn heel veel vergelijkbare alternatieve aanbieders. Om de schade die zij aanrichten te voorkomen of te bestrijden zou de IGJ meer kunnen en moeten doen.

Hij was tien jaar in behandeling bij een mevrouw met een midden­standsdiploma

Casus A

De heer A, 35 jaar, maakte een eind aan zijn leven. Al eerder had hij serieuze suïcidepogingen gedaan. Kort voor zijn zelfdoding kwam hij bij een psychiater in behandeling. Daarvóór was hij tien jaar in behandeling geweest bij mevrouw Z uit Veenendaal. Z is niet BIG-geregistreerd maar heeft een middenstandsdiploma, werkte jaren als verkoopster in een herenmodezaak en daarna drie jaar bij de Hema. Zij volgde enkele korte cursussen bij het Van Praag Instituut over het ‘helen van het menselijk energieveld’ en is gespecialiseerd in ‘hervonden herinneringen’ (over het algemeen zijn dit valse herinneringen). A zocht hulp bij Z voor stotteren, maar die hulp mondde uit in ‘traumaverwerking bij zijn seksueel misbruikte innerlijke kind’. A zou zeer traumatische herinneringen aan zijn kindertijd hebben gehad, die echter door niemand in zijn gezin gedeeld werden.

Al in 2004 deden drie ex-cliënten van Z melding bij de Inspectie Gezondheidszorg vanwege het opwekken van valse herinneringen. Die gaf toen aan niets te kunnen doen, omdat de taakstelling destijds beperkt was tot BIG-geregistreerden.

Gezien de wetswijzigingen van 2016 adviseerden wij de familie van A melding te doen bij de IGJ. Dat is onlangs gebeurd. De familie meldde ons ‘dat de inspectie niks gaat doen omdat wij niet kunnen bewijzen dat Z hem niet heeft doorverwezen naar iemand die echt hulp kon bieden’.

Casus B

De moeder van de heer B meldde ons dat haar zoon wegens nek- en rugklachten onder behandeling kwam van ‘kinesioloog’ de heer Y te Heemstede. Tijdens de ‘kinesiologische behandeling’ zou B aan Y hebben verteld beelden te zien van vele malen seksueel misbruik door zijn moeder. Daarna schakelde Y over op een speciale vraagtechniek, ‘progressive mental alignment’. B beschuldigde daarna ook een kennis van de familie van seksueel misbruik en wil niet meer met zijn familie spreken. Toen zijn moeder hiervan melding deed bij de IGJ, liet deze haar telefonisch weten daar niet op in te kunnen gaan, omdat haar zoon meerder­jarig is en zelf mag beslissen bij wie hij in behandeling wil zijn.

De IGJ zou een behandelaar met met waanideeën over buitenaardsen moeten stoppen

Casus C

De heer C, een jonge man, maakte in februari 2018 een eind aan zijn leven. Hij meende ‘op spiritueel, emotioneel en geestelijk niveau gemanipuleerd te worden door aliens’. Naast zijn reguliere psychiatrische behandeling had hij ook een aantal contacten met de heer X, een Israëliër die zich in 2015 in Nederland vestigde als healer, coach en trainer. Oorspronkelijk was X ambulancebroeder. Hij praktiseert in Eindhoven, Utrecht, Amersfoort en Breda. Op zijn website stond destijds: ‘X is de meest bekende ET-healer ter wereld. Sinds 2000 werkt hij nauw samen met een team van liefdevolle buitenaardsen.’

Na melding bij de IGJ door de moeder werd deze aanvankelijk verwezen naar de geschillencommissie van X. Die commissie vond de casus te zwaar, waarna IGJ toch in actie kwam. X werd niet verhoord, maar de ouders werden door de IGJ, samen met het Openbaar Ministerie urenlang bevraagd. Het OM was daarna van oordeel dat een verband tussen de suïcide van C en de behandeling door X niet bewezen was. Bovendien zou X weliswaar de psychose van C niet hebben onderkend, maar niet hebben geadviseerd om de antipsychotische medicatie te stoppen. De IGJ bezocht X en concludeerde dat deze niet aan diagnostiek doet, maar dat zijn therapie niet evident schadelijk zou zijn en dat hij van deze casus zou hebben geleerd.

Casus D

Mevrouw D, 36 jaar, pleegde zelfdoding en liet een man en drie jonge kinderen achter. Zij had sinds haar laatste partus een depressieve stoornis, die met antidepressiva de laatste drie, vier jaar goed onder controle was. Vier maanden voor haar zelfdoding ging ze vanwege ischiasklachten naar het natuurgeneeskundig centrum van de heer W. Deze is opgeleid als acupuncturist en in traditionele Chinese geneeskunde. Hij is werkzaam als ‘natuur­geneeskundig therapeut’. Hij heeft ook andere energetische disciplines ‘mogen ervaren’ (cosmetica-acupunctuur, schedelacupunctuur, reiki, chakratherapie) en stelt: ‘Mijn kracht ligt in het helder aanvoelen van de persoon in zijn totaliteit.’

Volgens de familie had W verteld dat natuurlijke druppels haar ‘chemische pillen’ prima zouden kunnen vervangen. Buiten medeweten van haar arts en haar familie heeft D haar antidepressiva afgebouwd. Na vijf weken ging het bergafwaarts met haar en is ze via haar huisarts weer snel aan het antidepressivum begonnen. Drie weken later maakte ze een eind aan haar leven.

Na melding door de familie nam de IGJ schriftelijk contact op met W. Deze schreef dat hij haar had aangeraden het middel ‘Zenuwen’ te gebruiken ter ondersteuning van de pijnbehandeling en had aangegeven dat afbouwen van haar antidepressivum haar energieniveau zou doen vooruitgaan. Ook zou hij haar geadviseerd hebben dat met haar man en haar huisarts te bespreken. Hij schreef het zeer te betreuren dat D niet duidelijk heeft kunnen maken ‘hoe diep ze in haar worsteling zat’, waardoor er geen extra hulp voor haar ter beschikking stond (een kras voorbeeld van blaming the victim). De IGJ zag geen aanleiding voor nader onderzoek omdat er ‘geen reden was te veronderstellen dat D haar medicatie tegen depressiviteit van de therapeut “moest” stoppen en te veronder­stellen dat er een causaal verband is tussen het handelen van de therapeut en haar, voor iedereen onvoorzien, overlijden’. Ten slotte schreef de IGJ aan de familie: ‘Uit de reactie van de thera­peut maakt de inspectie op dat hij zich bewust is van de grenzen van zijn handelen.’


*Artikel gaat verder onder het kader.

Reactie van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

In Nederland mag men zelf kiezen welke soort zorg men wil. Dat betekent dat naast de reguliere zorg ook alternatieve geneeswijzen zijn toegestaan. Om patiënten te beschermen zijn daarbij wel grenzen aangegeven. Bijvoorbeeld in voorbehouden handelingen (handelingen die alleen door een BIG-geregistreerde mogen worden uitgevoerd). Ook mogen mensen elkaar geen schade toebrengen. Wij zien erop toe dat alternatieve zorgverleners die grenzen niet overschrijden.

In het algemeen baseren wij ons toezicht op veldstandaarden die door beroepsorganisaties zijn opgesteld. Voor het zeer diverse veld van de alternatieve behandelaars zijn algemeen aanvaarde inhoudelijke veldstandaarden niet beschikbaar. Het principe van ‘alternatieve of complementaire zorg’ is nu juist dat de wetenschappelijke onderbouwing voor werkzaamheid en effectiviteit van die zorg ontbreekt en veelal wordt gebaseerd op individuele ervaringen.

Wij hebben daarom voor het toezicht op de alternatieve zorg de wettelijke regel ‘de geleverde zorg mag niet leiden tot (aanmerkelijke kans op) schade voor de gezondheid van de cliënt’ als basis. Wij hebben dus geen inhoudelijk oordeel over de werkzaamheid van een alternatieve therapie, tenzij deze evident gevaarlijk is.

Ook wij vinden het aanpraten van valse herinneringen, het versterken van waanideeën en het ontmoedigen van het gebruik van reguliere medicatie ernstige zaken waarbij sprake kan zijn van (een aanmerkelijke kans op) schade. Daarom hebben we in de beschreven genoemde casuïstiek (oriënterend) onderzoek verricht. Met de wettelijke mogelijkheden in de hand zijn we tot de door de auteurs beschreven conclusies gekomen.

Het aanpraten of stellen van diagnoses bij patiënten en deze vervolgens met ’eigen‘ behandelmethodes behandelen, gebeurt in de alternatieve sector op grote schaal en staat de wetgever in de Wet BIG toe. Ook als dit afwijkt van de gangbare richtlijnen van de reguliere (ggz-)zorg. De wetgever heeft ook bepaald dat artikel 85a (het opleggen van een last tot onmiddellijke onthouding van beroepsactiviteiten) alleen geldt voor BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaren. Daarnaast staat altijd de mogelijkheid tot aangifte bij het Openbaar Ministerie open.

Geen actie

We begrijpen dat het moeilijk is om het verband tussen een behandeling en een daaropvolgende suïcide juridisch te bewijzen. Ook van een alternatieve behandelaar mag overigens in zo’n situatie verwacht worden dat hij een dergelijke calamiteit meldt bij de IGJ. Maar, los daarvan, kunnen het aanpraten van valse herinneringen (casus A en B), het versterken van de waanideeën van een psychotische patiënt (casus C) en het ontmoedigen van het gebruik van reguliere medicatie (casus D) volgens ons beschouwd worden als behandelingen die leiden tot ‘schade of een aanmerkelijke kans op schade voor de gezondheid’ (Wkkgz), of op zijn minst tot ‘benadeling of aanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid’ (wet BIG). Valse herinneringen oproepen bij cliënten wordt in de reguliere ggz allang als een schadelijke kunstfout beschouwd. Wij begrijpen daarom niet dat de IGJ geen actie onderneemt tegen deze alternatieve behandelaars. Wij begrijpen evenmin dat de IGJ een behandelaar met waanideeën over buitenaardsen niet opdraagt zijn praktijk te stoppen, terwijl artikel 85a van de Wet BIG de mogelijkheid biedt een behandelaar te gelasten tot onmiddellijke onthouding van beroepsactiviteiten bij ‘gedragingen die blijk geven van persoonlijkheid die zich niet verdraagt met uit­geoefende beroep’. En ten slotte begrijpen we niet dat de IGJ een calamiteit als een suïcide tijdens een alternatieve behandeling afdoet met een briefwisseling met de betrokken behandelaar, zonder nader onderzoek te doen.


Auteurs

em. prof. dr. Michiel Hengeveld, zelfstandig gevestigd psychiater te Leiden, bestuurslid van de Vereniging tegen de Kwakzalverij

Ronald van den Berg, psychiater niet-praktiserend, Amsterdam, bestuurslid van de Vereniging tegen de Kwakzalverij

Contact

m.w.hengeveld@ziggo.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Voetnoten

[1] https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/kwaliteit-van-de-zorg/wet-kwaliteit-klachten-en-geschillen-zorg

[2] https://maxius.nl/wet-op-de-beroepen-in-de-individuele-gezondheidszorg/artikel96


Download dit artikel (PDF)

opinie inspectie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Michiel W. Hengeveld, Psychiater, Leiden 15-03-2020 14:24

    "Dank aan De Jong, Vogelenzang, Eens en Bonte voor de ondersteunende reacties. Collega Vogelkenzang wijst terecht op het gebrek aan medische expertise binnen de volledig gejuridiseerde IGJ. Collega Keuter denkt ten onrechte dat het OM iets zou kunnen doen. Uit casus C blijkt al dat daar geen mogelijkheid ligt. Sinds de wet BIG kan iedere kwakzalver zijn gang gaan, zolang hij/zij geen voorbehouden handelingen pleegt of ten onrechte een BIG-titel hanteert. Volgens mij legt de IGJ - zonder in te gaan op onze vraag of zij zelf niet meer had kunnen en moeten doen - de bal bij de wetgever. Laten we hopen dat de Tweede Kamer en het Kabinet, zelfs in deze Coronacrisistijd, deze bal oppakken. "

  • Emile Keuter, Neuroloog, Aruba 14-03-2020 21:06

    "De inspectie legt het toch heel duidelijk uit en suggereert zelfs een oplossing. U bent aan het verkeerde adres. Een proefproces via het OM is een overweging. Mogen deze genezers zonder ruggespraak met de (huis)arts van de patiënt zich presenteren als iemand die bevoegd en bekwaam is om een medische beslissing te nemen? Lijkt me niet. Dat is ook niet complementair. Ik vermoed dat het verboden is"

  • GJ Bonte, Neuroloog, Dalfsen 14-03-2020 13:37

    "De Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd vindt het wel hèèl belangrijk dat wij als dokters allemaal een lange witte jas dragen. Tot boven de knie en met alle knoopjes dicht tot aan het boordeknoopje. En o wee, als er kleding onder de korte witte mouw uitkomt. Dan zwaait er op wat van de IGJ.

    Daar ziet de IGJ dan ook hèèl nauwkeurig op toe. Dat is ook wel zo'n beetje het maximale niveau wat van dit bureaucratische nijlpaard te verwachten is. Nijlpaarden slapen 23 van de 24 uur, gapen dan een uur waarbij ze de bek heel ver open kunnen doen, en gaan daarna weer verder met slapen. Zie u de overeenkomsten?

    Ik ben eigenlijk wel benieuwd of deze kwakzalvers ook verplicht worden een witte jas te dragen. En of daar wel nauwkeurig op toe wordt gezien. Want dat is hèèl belangrijk."

  • Enes, algemeen betweter, Rotterdam 14-03-2020 13:26

    "Bureacratie is vooral een manier om verantwoordelijkheid te ontlopen lijkt het. Wat het nog krommer maakt is het contrast in grondigheid waarmee de BIG-geregistreerden wel gesurveillieerd worden. De bureaucratie leent zich er namelijk uitstekend voor om de professionals die wel in de pas lopen aan te pakken. Een reguliere arts is onderworpen aan allerlei keurmerk, registratie, accreditatie, certificatie, nascolings- en zelfs vaccinatie-eisen en loopt, zonder kwaadaardige bedoelingen, (op een zelfs systematische wijze!) een veel grotere kans aangepakt te worden door de instanties. De oplossing lijkt me simpel: Ben je niet BIG-geregistreerd dan ben je niet toetsbaar. Dan mag je geen diagnoses stellen en geen behandelingen uitvoeren tegen betaling door zorgverzekeraars of patienten zelf. Uitgezonderd verlengde arm. Deze individuen dragen niets bij aan de maatschappij. Misschien zelfs niet aan de heilige economische koe."

  • Rogier Vogelenzang, huisarts n.p., Amsterdam 14-03-2020 11:31

    "De reactie van de IGJ op het heldere en alarmerende artikel van Hengeveld en Van den Berg is verbijsterend. In de casuïstiek gaat het over het inprenten van valse traumatische herinneringen, behandelingen met behulp van buitenaardse wezens, sterke verdenking op negatieve beïnvloeding van regulier medicatiegebruik en tot slot over een beschamend voorbeeld van victim blaming. Natuurlijk is hier sprake van schadelijke behandelingen. Misschien niet in die zin evident omdat niet te bewijzen valt dat de suïcides niet hadden plaatsgevonden als de patiënten niet door de desbetreffende kwakzalvers waren behandeld. Maar wel schadelijk omdat het behandelproces op zich al schadelijk is aangezien het ernstig misbruik maakt van het geloof en vertrouwen van de naïeve en vaak wanhopige patiënt. Als artsen met behandelervaring weten we allemaal hoe sterk het vertrouwen kan zijn dat in ons gesteld is en dat dat van ons vereist dat wij heel goed weten wat wij doen, op basis van wetenschappelijke kennis en klinisch-wetenschappelijk denken. De IGJ blijkt niet in staat om patiënten te beschermen tegen dit soort misbruik. Dat komt omdat zij, beteugeld door wetgeving en gevangen in het eigen bureaucratische en rechtlijnige denken, niet in staat is zich in te leven waaróm een patiënt een kwakzalver bezoekt, en hoezeer het lijden van de patiënt hem zo kwetsbaar maakt ten opzichte van kwakzalvers. Wat zijn dat toch voor inspecteurs die bij deze casussen onderzoek hebben gedaan? Zijn het wel artsen? Hebben ze wel klinische ervaring? In casus C concludeerde de IGJ dat de evident psychotische ET-healer van deze casus zou hebben geleerd, in casus D dat de therapeut zich bewust was van zijn grenzen. Wat een naïviteit! En wat een gebrek aan doortastendheid!"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.