Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
A. Stoop; M. Berg
15 oktober 2002 7 minuten leestijd

Informatie over wachttijden

Plaats een reactie

De bruikbaarheid van gegevens in de praktijk



Nu het kabinet de wachtlijsten gaat aanpakken, is informatie over de wachttijden essentieel. Wat doen huisartsen, patiënten, zorgverzekeraars en ziekenhuizen met de gegevens? Lukt het om met de informatie de efficiency in de medische sector te verhogen?

Sinds 2001 zijn ziekenhuizen in Nederland verplicht om wachttijdgegevens van dagbehandeling en (poli)kliniek te genereren en door te geven aan Prismant. Deze organisatie beheert voor de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) de internetsite waarop men de wachttijden kan raadplegen.


Publicatie zou voor huisartsen en patiënten gelegenheid bieden te kiezen voor het ziekenhuis met de kortste wachttijd. Dit zou kunnen leiden tot nivellering en terugdringing van - extreem lange - wachttijden.


Het beoogde gebruik van elektronisch gepubliceerde wachttijdgegevens door huisartsen en patiënten is echter vooralsnog klein. Toch blijkt de impact van publicatie niet gering. Het gevaar bestaat dat wachttijdgegevens worden gebruikt voor vergelijkingen tussen ziekenhuizen.


Nog voordat de overheid ziekenhuizen verplichtte tot het bekendmaken van wachttijden hebben wij in het kader van het Programma Verdelingsvraagstukken van ZonMw een procesevaluatie gedaan naar de manier waarop vijf regio’s1 in Nederland wachttijdgegevens hebben gegenereerd, geïnterpreteerd en gebruikt.2 Bij deze regionale initiatieven waren ziekenhuizen, patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars en - in mindere mate - huisartsen betrokken. Bij ons onderzoek hebben we gebruikgemaakt van interviews en documentanalyse van vergaderverslagen.

Huisartsen


In het contact tussen huisartsen en patiënten komen de meeste verwijzingen naar het ziekenhuis tot stand. Van hen wordt dus verwacht dat zij wachttijdgegevens gebruiken. Zij raadplegen de wachttijdgegevens echter vooral om een algemene indruk van de wachttijden te krijgen en niet om patiënten te verwijzen naar het ziekenhuis met de kortste wachttijd.3 De achtergrond is dat huisartsen onder andere geen vergoeding voor deze extra service ontvangen, terwijl het wel tijd kost.


Ook ervaren huisartsen dat ziekenhuizen wachttijden op een strategische manier inzetten. Gevolg: zij twijfelen aan de betrouwbaarheid ervan. Belangrijker is dat het beperkte gebruik van wachttijdgegevens is gerelateerd aan de betekenis die zij eraan toekennen. Allereerst geven huisartsen aan dat wachttijden vragen oproepen over de oorzaken. Zolang deze niet bekend zijn, vormen wachttijden geen aanleiding voor een ander verwijsbeleid. Een lange wachtlijst kan te maken hebben met tijdelijke uitval van een specialist, maar ook met organisatorische problemen, samenwerkingsproblemen tussen specialisten, populariteit van een specialist of de strategie van het ziekenhuis om patiënten te weren.

Patiënten


Ook voor patiënten geldt dat de keuze voor een ziekenhuis door meer factoren wordt bepaald dan alleen de wachttijden. Zo spelen afstand tot het ziekenhuis, mogelijkheid tot het ontvangen van bezoek, vertrouwen in de verwijzing van de huisarts en bekendheid met de specialist een belangrijke rol. Voor patiënten is het traject in het ziekenhuis, zoals onderzoeken, duur van het verblijf, nazorg, vaak niet duidelijk.


Als patiënten besluiten naar een ander ziekenhuis te gaan, blijken zij regelmatig weerstand te ondervinden van de specialist die hen behandelt of van de specialist bij wie de patiënt eerder terechtkan. Ook ziekenhuizen accepteren niet altijd dat patiënten naar een ander ziekenhuis willen. Gederfde inkomsten en het verlenen van voorrang aan eigen patiënten spelen hierbij een rol. Bovendien vertrouwen patiënten op de verwijzing van de huisarts. Daarnaast is het voor patiënten niet altijd duidelijk hoe zij moeten handelen als zij voor een ander ziekenhuis kiezen.

Zorgverzekeraars


Zorgverzekeraars zijn op verschillende manieren betrokken bij de problematiek rond de wachttijden. Binnen de door de overheid vastgestelde financiële kaders dienen zij productieafspraken met de zorginstellingen te maken. Tegelijkertijd hebben zij met patiënten van doen die worden geconfronteerd met wachtlijsten. Evenals patiënten en huisartsen zijn de zorgverzekeraars beperkt op de hoogte van de specifieke context waarbinnen de wachttijdgegevens worden gegenereerd en dus van de precieze betekenis van bepaalde wachttijdgegevens.


Hierdoor valt het niet mee vergelijkingen te maken tussen instellingen of harde uitspraken te doen over het al dan niet acceptabel zijn van een gerapporteerde wachttijd. Zo maakt het veel verschil of een wachttijd wordt veroorzaakt door een zeer populaire specialist, tijdelijke onderbezetting of een slechte organisatie van de zorg.


Toch blijken wachttijdgegevens voor zorgverzekeraars relevant. Ze gebruiken de informatie voor het maken van productieafspraken met ziekenhuizen. Eén van de criteria die zij hanteren, zijn de Treek-normen. Deze normen zijn begin 2000 opgesteld door vertegenwoordigers van verschillende zorgaanbieders en de verzekeraars en houden in dat patiënten voor verschillende typen zorg - polikliniek, ziekenhuisopname - niet langer dan een bepaald aantal weken zouden moeten wachten. Om deze ‘garantie’ waar te maken gebruiken zorgverzekeraars de wachttijden als instrument voor onderhandelingen met de ziekenhuizen over de benodigde capaciteit. Zorgverzekeraars zien wachtlijsten tevens als graadmeter voor het functioneren van zorginstellingen. Hoewel zij aangeven hierbij niet te kijken naar wat er precies in deze black box gebeurt, gaan zij op het moment dat wachttijden te sterk oplopen met de zorginstellingen in discussie over de mogelijke oorzaken en oplossingen.

Ziekenhuizen
In tegenstelling tot patiënten, huisartsen en zorgverzekeraars zijn ziekenhuizen wél op de hoogte van de manier waarop wachttijdgegevens worden gegenereerd en de context waarbinnen dit gebeurt. Dit verklaart waarom ziekenhuizen wachttijdgegevens specifiek voor interne en externe doeleinden kunnen inzetten. Zo gebruiken ziekenhuizen wachttijdgegevens voor het intern afstemmen van de capaciteit. Sommige zien wachttijdgegevens als grove indicatie. Andere stemmen het aantal opnamen en bedden, de dagbehandeling, de zorgzwaarte en de verdeling van operatiekamers erop af. Ook benutten zij de gegevens voor het identificeren en analyseren van knelpunten en het opzetten van procesverbeteringen binnen de eigen instelling. Zo gebruiken ziekenhuizen wachttijdgegevens tevens voor het analyseren van de doorstroom van groepen patiënten. Op basis daarvan kan bijvoorbeeld de capaciteit van de operatiekamer worden herverdeeld. Ten slotte raadplegen ziekenhuizen wachttijdgegevens bij onderhandelingen over productieafspraken met de zorgverzekeraar. Wachttijdgegevens fungeren kortom ter controle, verantwoording én als onderhandelingsinstrument.

Indicator


Voor de diverse actoren in de gezondheidszorg hebben wachttijdgegevens niet dezelfde betekenis. Ze worden dan ook op verschillende wijzen gebruikt. Zo hanteren ziekenhuizen wachttijdgegevens voor interne sturing en analyse van de oorzaken van wachttijden. Als interne indicator4 van de kwaliteit van zorg blijken wachttijdregistraties dan ook nuttig. Registratie van wachttijden levert informatie die het verbeteren van kwaliteit binnen de instelling bevordert. Daarnaast gebruiken ziekenhuizen wachttijdgegevens voor onderhandelingen over de inzet van extra capaciteit, dus als externe indicator van de efficiëntie van zorg.


Voor huisartsen en patiënten blijken wachttijdgegevens als indicator minder succesvol. Zij kennen de specifieke achtergronden van de gegevens niet. Bovendien zijn ze vaak niet relevant voor de beslissingen die zij nemen. Volgens Berg en Schellekens5 is het een veel voorkomend misverstand dat indicatoren die geschikt zijn (gemaakt) voor interne doeleinden tegelijk bruikbaar zijn als indicatoren voor externe doeleinden, zoals het informeren van patiënten en huisartsen. Het gaat om verschillende doeleinden en vraagstellingen. Deze misvatting is vermoedelijk de oorzaak van het geringe gebruik van wachttijdgegevens door patiënten en huisartsen.3 Er is geen rekening gehouden met hun motieven bij de (verwijs)beslissingen en welke informatie zij nodig hebben.6 7


Zorgverzekeraars gebruiken de wachttijden niet om scherpe vergelijkingen te maken tussen zorginstellingen of om precieze afspraken over kwaliteit te toetsen. Ook hiervoor zijn wachttijdgegevens als indicator niet geschikt. Desondanks gebruiken de zorgverzekeraars de gegevens wel. In plaats van scherpe vergelijkingen te maken, zien zij de indicatoren als signaal om met een ziekenhuis te onderzoeken wat er aan de hand is. Voor hen is het geen precies criterium, maar een grove maat om - in samenhang met een al even grove maat: de Treek-normen - beleid te maken.

Publicatie


Van de huidige opzet is niet veel effect te verwachten als het doel van publicatie is: het nivelleren van verschillen tussen wachttijden en het terugdringen van - extreem lange - wachttijden door patiënten en huisartsen te stimuleren tot andere (verwijs)beslissingen. Er zijn weinig patiënten die na het raadplegen van wachttijdgegevens besluiten naar een ander ziekenhuis te gaan. Hiervoor is meer praktische informatie nodig dan het louter publiceren van wachttijden, zoals over wachttijden voor het totale traject dat een patiënt doorloopt (polikliniek, diagnostisch onderzoek, ingreep en nazorg), welke voorbereidingen en procedures van toepassing zijn op onderzoeken en over de vraag hoe een patiënt naar een ander ziekenhuis kan gaan zonder dat dit problemen oplevert: irritatie of weigering door een ziekenhuis/hulpverlener, slechte overdracht tussen hulpverleners en onderzoeken die over moeten worden gedaan.


Extra informatie alléén is niet het sleutelwoord. Er moet ook vertrouwen bestaan tussen hulpverleners in de geboden zorg. Tevens moet er een incentive zijn voor huisartsen én patiënten om wachttijdgegevens te gebruiken.

Impact


De conclusie is dat de impact van publicatie groot is. Het publiceren van wachttijdgegevens heeft onder andere discussies uitgelokt over de betekenis van wachttijdgegevens8, de achtergronden van wachtlijsten9 10 en de kosten van wachtlijsten.11 Daarnaast blijkt uit de registratie van wachttijden dat ziekenhuizen zich doorgaans niet houden aan de Treek-normen.


Als de verwachting bestaat dat een centrale registratie van wachttijden een objectieve basis vormt voor het vergelijken en straffen van instellingen - bijvoorbeeld bij het overschrijden van de Treek-normen - is voorzichtigheid geboden. De impact van deze gegevens heeft weinig te maken met hun representativiteit of precisie. Het zijn grove signalen waarvan alleen na veel interpretatie-onderzoek is vast te stellen of het om vals alarm of om een werkelijk probleem gaat. Wat het probleem is, hoe groot het is en hoe de gemeten wachttijd van ziekenhuis A zich voor een specifieke patiënt verhoudt tot ziekenhuis B valt hieruit nauwelijks op te maken. Dit wordt niet opgelost door wachttijden preciezer te registreren. De hoeveelheid administratieve rompslomp die hiermee gepaard gaat, neemt exponentieel toe. De uiteenlopende belangen die aan hoge of lage wachttijden verbonden zijn, garanderen dan een strategische registratie van dit type gegevens. En daarmee neemt de praktische bruikbaarheid alleen maar verder af.12

drs. A.P. Stoop,


gezondheidswetenschapper


prof. dr. M. Berg,


hoogleraar sociaal-medische wetenschappen

Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg,
Erasmus Medisch Centrum Rotterdam

Correspondentieadres: e-mail: stoop@bmg.eur.nl

SAMENVATTING

l Sinds 2001 zijn Nederlandse ziekenhuizen verplicht wachttijdgegevens van dagbehandeling en (poli)kliniek te genereren en te


publiceren.


l Publicatie zou voor huisartsen en patiënten gelegenheid bieden te kiezen voor het ziekenhuis met de kortste wachttijd. Wachttijdgegevens blijken voor hen echter lastig te interpreteren en tevens slechts een van de motieven te zijn om voor een ziekenhuis te kiezen.


l Voor zorgverzekeraars en ziekenhuizen zijn wachttijdgegevens


relevanter. Zo onderhandelen zij op basis van wachttijdgegevens over


productieafspraken en het naleven van de Treek-normen.


l Ziekenhuizen gebruiken wachttijdgegevens hiernaast voor het afstemmen van capaciteit binnen de instelling en het opzetten van kwaliteitsverbeteringsprocessen.


l Als andere partijen, zoals de overheid, wachttijden van ziekenhuizen gaan vergelijken en ziekenhuizen hierop gaan beoordelen, is voorzichtigheid geboden. Op dat moment wordt het risico voor ‘strategische’ registratie alleen maar groter.

www.wachtlijst.nl


Organisaties

Krantenartikelen


Onbetrouwbaarheid troef, Algemeen Dagblad 


Snelle zorg onbekend bij patiënt, Algemeen Dagblad


Wegblijvers maken wachtlijst langer, Algemeen Dagblad


 

print dit artikel
zorgverzekeraars ziekenhuizen
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.