Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Paul Giesen Marianne Dees
22 januari 2020 12 minuten leestijd
ethiek

In het strafbankje na euthanasie

Overwegingen bij een complexe casus en de rol daarin van de RTE

5 reacties
Getty Images
Getty Images

Huisartsen Paul Giesen en Marianne Dees willen bijdragen aan de discussie over euthanasie, op een manier die lering en steun biedt voor alle betrokkenen. Eerstgenoemde beschrijft een waargebeurde casus, en samen formuleren ze aandachtspunten voor dit complexe proces.

In de loop van mijn 35-jarige carrière als huisarts had ik steeds vaker openlijke gesprekken met patiënten over vragen rond euthanasie. Patiënten konden hun wensen steeds beter kenbaar maken en waren beter geïnformeerd; procedures en afspraken rond euthanasie werden nauwkeuriger vastgelegd. Gesprekken met collega’s, de SCEN-arts en de zes zorgvuldigheidscriteria in de euthanasiewet waren hierbij een belangrijke steun voor mij.

In de loop der jaren zag ik het aantal euthanasiewensen toenemen, maar bij slechts een derde deel kwam het ook werkelijk tot euthanasie. In de overige gevallen voldeed bijvoorbeeld de situatie niet aan de zorgvuldigheidscriteria, was alsnog sprake van natuurlijk overlijden of van afstel van de euthanasie wegens voldoende comfort in de laatste levensfase.
Ik heb daarbij ervaren dat een natuurlijke dood voor de patiënt vaak een beter proces is dan euthanasie. Zelf was ik altijd opgelucht als een euthanasie niet doorging, want het was een emotioneel zwaar en tijdrovend gebeuren. Bijna altijd vonden frequente, intensieve en openhartige gesprekken plaats met patiënt en naasten. Zoals gebruikelijk is voor veel huisartsen was ik in de allerlaatste levensfase continu bereikbaar via mijn 06-nummer en ik ging ’s avonds en in het weekend nog eens bij de patiënt langs. Dan was er vaak even wat meer tijd voor emoties en om wensen rond het levenseinde te bespreken. Ook kwamen dan de procedures, de technische uitvoering en de alternatieven van euthanasie aan bod. Die frequente gesprekken zorgden ervoor dat de patiënt, naasten en ook ik als huisarts toegroeiden naar een acceptatie van de aanstaande dood en eventueel euthanasie. Euthanasie werd nooit routine, en dat is maar goed ook.

Casus

De casus die ik graag wil beschrijven betreft een 72-jarige vrouw, van wie ik al meer dan dertig jaar de huisarts ben.

‘Precies zoals ik het ook wil’

De laatste jaren zag ik haar vooral bij haar vriendin met kanker die half comateus en met veel complicaties aan haar einde kwam. Dan zei ze: ‘Ik wil niet zo zinloos wegkwijnen, maar waardig sterven met euthanasie.’

Vlak daarop kreeg haar man een niet te behandelen kanker. Tijdens meerdere huisbezoeken spraken we over zijn, maar ook haar levenseinde. Zij lieten beiden eenzelfde euthanasieverklaring zien. Ik gaf enkele adviezen voor bijstelling, adviseerde hen hun levenseindewensen met hun kinderen te delen, de definitieve versie te ondertekenen, en een kopie af te geven op mijn praktijk.

De toestand van haar man verslechterde steeds verder en met haar ging het ook niet goed vanwege buikklachten. Daarnaast speelde nog het feit dat ze moesten verhuizen, omdat hun appartement was verkocht. Ze konden gelukkig tijdelijk bij hun zoon intrekken. Voordeel hiervan was dat zo, met hulp van hun continu aanwezige dochter met verpleegkundige achtergrond, de zorg optimaal geregeld kon worden. Uiteindelijk verleende ik haar man de gevraagde euthanasie en zij en haar kinderen waren opgelucht dat zijn sterven vredig en harmonieus verliep. ‘Dit is precies zoals ik het ook wil’, zei ze dan.

Meer dan tien gesprekken

Enkele weken na het overlijden van haar man kreeg zij de uitslag van het internistisch onderzoek waarbij een inoperabel gemetastaseerd pancreaskopcarcinoom werd vastgesteld. De schok en het verdriet bij haar en de familie waren groot. Gelukkig kon zij bij haar zoon blijven wonen en werd zij optimaal verzorgd door onder anderen haar dochter, die inmiddels ook tijdelijk was ingetrokken bij haar broer.

Mevrouw ging snel achteruit, was ernstig vermoeid, vermagerde en lag steeds meer op bed. Ondanks uitgebreide pijnmedicatie en zenuwblokkades had ze veel buik- en rugpijn.

Er vonden vele huisbezoeken plaats, om haar en haar familie te begeleiden bij het stervens- en rouwproces. Ik voerde meer dan tien gesprekken over haar euthanasiewens. Steeds was die vrijwillig en consistent: ‘In geval van coma, onbeheersbare pijn, benauwdheid of bedlegerigheid wil ik euthanasie, precies zoals mijn man.’ Andere opties zoals palliatieve sedatie wees zij af.

Haar lijden nam toe en haar euthanasiewens werd voor mij steeds meer invoelbaar. Ik had haar en haar familie weinig anders te bieden dan troost, steun en een luisterend oor. Tijdens de laatste bezoeken vertelde ze dat haar einde nabij was. Ze
voelde zich futloos, had een onbehandelbare buikpijn, braakte en was toenemend bedlegerig en zorgafhankelijk. ‘Ik kan niet meer, ik wil op korte termijn overlijden’, zei ze. Samen met haar besloot ik de SCEN-arts in te schakelen voor een onafhankelijke beoordeling.

Verlaagd bewustzijn

Een dag later belde haar dochter de praktijk voor een spoedvisite: ze had haar moeder op de grond gevonden en mogelijk had ze een CVA. Bij aankomst constateerde ik een verlaagd bewustzijn en het beeld paste inderdaad bij een (bloedig) CVA. De patiënte reageerde wel op aanspreken en pijnprikkels. Ik vroeg of ze euthanasie wilde en ze reageerde bevestigend met een kreunend ‘ja’, hoofdknikken en handknijpen bij herhaling van de vraag. Vanwege de pijn verhoogde ik de dosering morfine. Tot haar dood wisselde haar bewustzijn met een EMV-comascore tussen 7 en 12, waarbij volgens de KNMG-richtlijn haar euthanasiewens uitgevoerd mag worden.1 Ik ging de dagen tot haar overlijden meermaals op huisbezoek en telkens bevestigde ze haar euthanasiewens. Ik stelde de SCEN-arts op de hoogte van de situatie en deze deed een beoordeling. Helaas was de vrouw op het moment van beoordeling (mogelijk door de morfine) te weinig aanspreekbaar om goed over haar euthanasieverzoek te kunnen communiceren. De SCEN-arts twijfelde, maar na gesprekken met mijn collega uit de praktijk die goed op de hoogte was, haar familie, en mijzelf, en na dossierinzage, kwam deze tot de conclusie dat aan de wettelijke zorgvuldigheidscriteria was voldaan.


Verklaring verdwenen

Aangezien ik verwachtte dat de dood binnen enkele dagen zou intreden, bedacht ik nog om terughoudend te zijn en haar eerst te sederen. Van de andere kant voelde dat als oneerlijk en laf, want ze leed nu ondraaglijk en wenste niet te leven in een afhankelijke, halfcomateuze toestand. Patiënte, gesteund door haar familie, gaf (non-verbaal en gebrekkig verbaal) wederom aan euthanasie te willen. Die heb ik aan het einde van de dag op de gebruikelijke wijze uitgevoerd.

Na haar overlijden overhandigde ik mijn verslag en alle andere relevante documenten aan de gemeentelijke lijkschouwer, en na toestemming van de officier van justitie werd ‘het lijk vrijgegeven’. Alle documenten werden doorgestuurd naar de Regionale Toetsingscommissies (RTE). Enkele weken later werd de praktijk door de RTE gebeld met de vraag om haar euthanasieverklaring alsnog op te sturen, want deze zat niet bij de papieren. Tot mijn verbazing zat deze niet in haar dossier. De kinderen werden gebeld. Ja, deze hadden ze allemaal gezien en besproken, maar haar huis was uitgeruimd en de verklaring bleek verdwenen.

Negatieve teneur RTE

Ik werd na twee maanden voor het eerst in mijn carrière opgeroepen om bij de RTE te verschijnen. Ik sprak openhartig, want voor mijn gevoel had ik naar eer en geweten gehandeld en bovendien was deze complexe casus leerzaam genoeg om te delen. Tja, stom van die zoekgeraakte verklaring, maar dat voelde als pech en overmacht en bovendien is deze verklaring wettelijk niet noodzakelijk.

Het gesprek met de RTE ging over de zoekgeraakte verklaring, de discrepantie tussen de bevindingen van de SCEN-arts die een patiënt met een dieper coma aantrof dan ik als behandelend arts vaststelde. De commissie vond dat ik niet tot de overtuiging had kunnen komen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van patiënte. Bovendien was naar hun idee door haar toestand en de gebrekkige communicatie niet vast te stellen of zij ondraaglijk leed en een actueel verzoek had. De RTE zette vraagtekens bij de wijze van communicatie (met handen knijpen en hoofdschudden) omdat dit niet tevoren was afgesproken (!). Dit alles bij de ontbrekende eigen verklaring.

Ik was verrast door de negatieve teneur van het RTE-verslag. Bovendien had ik het gevoel dat de RTE niet deskundig oordeelde over haar bewustzijnsniveau, mijn professionele handelen en geen rekening hield met de context en de complexiteit van de casus. Ten slotte bleek er geen mogelijkheid voor hoger beroep te bestaan. Het gemaakte verslag werd doorgezonden naar het College van procureurs-generaal en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). En daar rolde het balletje verder.

Plots een verdachte

Toen gebeurde er iets merkwaardigs: uit de krant vernam ik dat er vijf euthanasiedossiers door het OM waren uitgelicht waarbij de arts niet voldeed aan de zorgvuldigheidseisen. Deze artsen werden mogelijk strafrechtelijk vervolgd en zouden worden gehoord door de politie.

Wie schetst mijn verbijstering? Ik was een van hen! Hoe kon dat nou? Ik was plots een verdachte! Ik werd door twee rechercheurs drie uur lang verhoord op het politiebureau. Ook de SCEN-arts, de oncoloog en drie familieleden werden gehoord. Het gesprek met mij ging met name over het wisselende bewustzijn, of ze nu wel of niet leed en of ze nu wel of geen euthanasiewens had in de situatie van verlaagd bewustzijn.

Daarnaast werd ik gehoord door drie verschillende IGJ-inspecteurs. IGJ kwam ten slotte tot de conclusie dat ik de euthanasiecode had gevolgd en onderschreef dat een schriftelijke euthanasieverklaring niet nodig was. Zaak gesloten.

Maanden later werd ik door het Openbaar Ministerie opgeroepen voor een gesprek. Mijn dossier was door het College van procureurs-generaal bestudeerd en onafhankelijk en unaniem kwamen ze tot de uitspraak: onschuldig. Alle getuigenissen waren sluitend, alle bezwaren van de RTE waren verworpen en de euthanasiecode was gevolgd. In de toelichting kreeg ik complimenten voor mijn professionaliteit en betrokkenheid.

Getty Images
Getty Images


Naïef

Natuurlijk was ik opgelucht en deelde mijn vreugde met ingewijden. Achteraf was ik misschien te naïef en te vol van vertrouwen dat het recht zou zegevieren. Ik wilde geen advocaat. Neen, gewoon oprecht en eerlijk spreken vanuit mijn eigen professionele ervaring.

Ik heb achteraf meermaals met de familie van patiënte gesproken. Ik gaf hen complimenten voor de warme zorg voor hun moeder en hun eerlijkheid en openheid daarbij. Het rouwproces was zwaar door het vlak achter elkaar overlijden van zowel hun vader als hun moeder, en werd ook nog eens wreed verstoord doordat ze werden meegezogen in het
justitieel onderzoek en de in hun ogen volkomen onterechte klacht jegens mij.

Nog steeds ben ik trots op de euthanasiepraktijk in Nederland: de openheid, duidelijkheid en toetsbaarheid. Dat mijn eigen handelen tegen het wettelijke licht gehouden werd, is daarbij inherent aan het doktersbestaan.

Toch heb ik sinds de berichtgeving over mijzelf, de andere vier strafzaken en de zaak-Tuitjenhorn en de recente rechtszaak rond euthanasie bij een demente vrouw, het gevoel dat de euthanasiepraktijk begint door te schieten in juridificering en wantrouwen jegens medische
professionals. Dat is een zorgelijke ontwikkeling en geeft risico’s op afbreuk van hetgeen we met z’n allen zo zorgvuldig hebben opgebouwd. Ik zie collega’s bij euthanasievragen vaker pijnlijk
terughoudend zijn, vaker overgaan op palliatieve sedatie en gemakkelijker verwijzen naar de Levenseindekliniek (nu: Expertisecentrum Euthanasie). Dat kan en mag toch niet de bedoeling zijn!

Aandachtspunten

Halverwege de ongeveer twee jaar durende procedure zocht ik steun bij expert-huisarts Marianne Dees. Zij doorliep met mij het traject. Ze hielp me om trouw te blijven aan mijn professionaliteit, niet in de verdediging te schieten en niet te juridificeren.

Haar emotionele en technische ondersteuning was weldadig. Samen formuleerden wij tien aandachtspunten voor professionals en andere betrokkenen:

1. Wils- en euthanasieverklaringen zijn geen doel op zich, maar een ‘praatpapier en instrument’ in het traject van gezamenlijke en zorgvuldige besluitvorming bij advance care planning.

2. De aanwezigheid van een euthanasieverklaring is geen zorgvuldigheidscriterium. Het kan een actueel verzoek vervangen en een rol spelen bij de beoordeling van de behoedzaamheid van het traject.

3. Zorgvuldig gedocumenteerde gesprekken, getuigenissen van naasten, interviews en beeldmateriaal zijn waardevol bij het toetsen van de wettelijke zorgvuldigheidscriteria.

4. Professionaliteit, kennis van de voorgeschiedenis en context van de patiënt, zorgvuldigheid, empathie en respect zijn de kern van het handelen van de arts in de context van euthanasie. Bij toetsing is het essentieel dit handelen primair langs de vigerende professionele richtlijnen te leggen.

5. Voor de arts is het essentieel om tijdens het emotioneel belastende toetsingstraject een beroep te kunnen doen op een inhoudsdeskundige collega. Professionele toetsing is gebaat bij diepgaande kennis van de dagelijkse euthanasiepraktijk.

6. Als beroepsgroep moeten wij zorgen voor georganiseerde beschikbaarheid van inhoudelijke en emotionele ondersteuning aan artsen bij complexe euthanasiecases, bij door de RTE als onzorgvuldig beoordeelde cases en bij onderzoek door de IGJ of verhoren in het kader van onderzoek door het Openbaar Ministerie.

7. Kennis over de dagelijkse euthanasiepraktijk is bij de beoordelende instanties niet vanzelfsprekend. Input van de arts als expert wat betreft de aspecten van de specifieke casus en input van de inhoudsdeskundige kunnen hen helpen om tot een juist beeld en een gewogen oordeel te komen. Te veel inzetten van het juridische perspectief kan daarbij het beeld vertroebelen en dient vermeden te worden.

8. Het is belangrijk te zorgen voor transparantie en zelfreiniging: wat leert de RTE over het eigen functioneren aan de hand van deze en andere door hen als onzorgvuldig beoordeelde cases?

9. Overweeg als RTE om bij complexe cases naast dossieronderzoek en bevragen van de professional gebruik te maken van andere informatiebronnen, zoals gesprekken met de SCEN-arts, de familie of bandopnames.

10. De nazorg door de RTE aan artsen kan verbeterd worden door na de afronding van als onzorgvuldig beoordeelde cases de betrokken arts een gesprek aan te bieden.

De familie aan het woord

We kennen Paul Giesen, de huisarts van onze ouders, al jaren en we hebben hem ervaren als een kundige en meelevende arts. Hij gaf aandacht aan iedereen die betrokken was in de processen van euthanasie. De patiënt kreeg als eerste alle aandacht van hem, zoals het hoort, maar daarna had hij vaak even tijd om de familieleden die aanwezig waren, te vragen hoe het met hen ging.

De euthanasie van onze vader verliep voor ons vlekkeloos. Mooi en rustig zoals hij wegzakte uit het leven. We hebben bewondering voor de manier van opereren van deze zeer ervaren arts en ook voor zijn kennis op het gebied van euthanasievraagstukken. Uiteindelijk maak je toch een einde aan iemands leven.

Het medeleven dat Paul Giesen betuigde tijdens het ziekteproces van onze moeder was intens, maar ook professioneel. Hij hield ons voor wat er mogelijk zou gebeuren en globaal op welke termijn onze moeder mogelijk kwam te overlijden. Bijzonder was de geplande afspraak op de dag dat mijn moeder een zware CVA kreeg. ’s Middags zou Paul Giesen de euthanasieprocedure en de planning komen bespreken. Na deze CVA leed onze moeder nog meer. Ze wilde kwaliteit van leven met goede communicatie en niet wegvegeteren, zoals ze daar de laatste twee dagen lag. Dat was wat ze absoluut niet wilde, bovendien had ze continu pijn. Dat zagen we aan haar grimassen en soms kreunde ze.

Onze moeder heeft haar hele leven gestaan voor kwaliteit van leven. Ze had naast de uitbehandelde kanker al jaren ernstige reuma, maar ze hield vast aan kwaliteit. Ze wilde van niemand afhankelijk worden. Haar grootste wens was waardig sterven.

Paul Giesen maakte zich sterk voor mijn ouders en respecteerde hun doodwens in alle opzichten. Hij beloofde hen te doen wat ze bespraken en hij kwam zijn belofte na. Hierbij is nooit gekeken naar papieren of aperte regels. In beide euthanasiegevallen handelde de professionele huisarts en mens. Dat we later nog moesten zoeken naar de euthanasieverklaring, deed ons pijn. Hij was er, maar waarschijnlijk door de verhuizing zoekgeraakt. Wij hebben gezorgd voor onze ouders en niet in deze zware periode gekeken naar een vel papier.

Door wat Paul Giesen en ons is overkomen door de Regionale Toetsingscommissies en het Openbaar Ministerie zijn wij diep geraakt. Na de dood van mijn moeder zijn we heel lang in het ongewisse gebleven over of er goed gehandeld was. Voor ons was dat een slopende situatie en als kinderen konden we pas na de uitspraak van de officier van justitie de rust vinden om te rouwen. We vragen ons nog steeds af: had dit niet anders gekund?

Hieraan kunnen we slechts toevoegen dat Paul Giesen na alles wat er is gebeurd, uitgebreid met ons als familie heeft gesproken, en dat we samen hebben kunnen terugkijken. Dat heeft ons allemaal goed gedaan. Het bevestigde ons in ons standpunt dat mijn moeder is overleden zoals ze uiteindelijke wenste. Paul Giesen is een huisarts die je iedereen toewenst.


Download dit artikel (PDF)


Auteurs

dr. Paul Giesen, huisarts en SCEN-arts in Nijmegen

dr. Marianne Dees, huisarts en SCEN-arts in Nijmegen

Contact

paul.giesen@radboudumc.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Voetnoten

1. KNMG richtlijn euthanasie en bewustzijnsdaling.

2. Artikel 293 Wetboek van Strafrecht en artikel 2 Wti.

euthanasie ethiek wilsverklaring
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Peter van Hengel, Longarts, Almere 30-01-2020 21:34

    "Collega Giesen beschrijft de intensieve gang die hem overkomt na uitvoer van een euthanasieverzoek ondanks nauwgezette voorbereiding. De regionale toetsings-commissie (RTE) doet haar werk en wat volgt is een gang langs de RTE, IGJ en het OM. Uiteindelijk volgt vrijspraak maar dat heeft wel wat gekost: een zware periode voor een collega en naast betrokkenen. Gelukkig hebben we nu wetgeving en kunnen we toetsen lees ik regelmatig. Collega Giesen vraagt zich terecht af of de mate van juridificering (deze casus) zijn doel daarbij niet voorbijschiet. Wat hier ontbeert is de vraag of ook in morele zin recht is gedaan. Het recht staat namelijk niet gelijk aan het moreel recht doen aan de ander: De arts kan voor moord worden veroordeeld maar moreel juist hebben gehandeld. Het recht is niet in staat de morele complexiteit van de euthanasie in haar oordeel te betrekken, dus volgt veroordeling of vrijspraak. Morele afwegingen bij euthanasie zijn niet eenvoudig gezien de botsende beginselen als recht op leven, op waardig sterven maar ook op betrouwbare geneeskunde en geen toevoegen van onnodig lijden. Morele toetsing zou moresprudentie opleveren in aanvulling op jurisprudentie. Daarbij geldt dat de handeling moreel te rechtvaardigen is indien voldoende rekening gehouden wordt met de rechten, belangen en wensen van alle betrokkenen. Dus voor de patiënt die in een onmogelijke situatie terecht komt, zich niet meer kan uiten waar het recht dat toch verlangd. Ook voor de huisarts die toch nauwelijks een tekort aan moreel handelen kan worden verweten, maar ook voor de RTE, IGJ en het OM die vooral of alleen juridisch kunnen of mogen toetsen. Zorgprofessionals en hun controlerende organen staan vaak voor moeilijke keuzes en besluiten. Het toevoegen van een morele weging bij beoordeling van hun handelen kan bijdragen aan het verminderen van morele nood, morele schade en voorkomt onnodige juridificering. De invulling hiervan vormt nog een ware uitdaging op alle plekken in de zorg. "

  • M. Rikmenspoel, Geestelijk Verzorger, opgeleid jurist, Deventer 29-01-2020 14:28

    "Vanuit mijn kennis en ervaring ondersteun ik zeker genoemd punt 1 en 2: de wilsverklaring is lang niet altijd relevant en inderdaad geen standaard formeel vereiste, maar (b)lijkt in de praktijk wel als zodanig te worden ervaren. Het is jammer dat dit ook breed leeft bij 'het gewone publiek'.

    NB De titel van een artikel wordt meestal door de redactie gekozen, dus wellicht is dit hier ook gebeurd, al ik lees de kop als een adequate samenvatting van het gevoel van de betrokken arts."

  • Peter van Rijn, huisarts n.p., Rheden 26-01-2020 16:31

    "Beste Paul,
    De titel van jullie aangrijpende artikel geeft de teneur aan van jouw ervaring met de beschreven euthanasiecasus. Maar `In het strafbankje` is op zijn minst tendentieus en staat buiten de realiteit .De kernvraag in jullie verhaal is :Was patiënte helder en wilsbekwaam genoeg om op het moment sûpreme tot euthanasie te kunnen besluiten ?Als de RTE tot de conclusie komt dat er mogelijk van een vrijwillig en weloverwogen verzoek geen sprake was dan is het haar plicht om dit nader te onderzoeken .Want bij de minste twijfel geldt voor ons artsen immers : in dubio abstineo .Dat er een discussie is ontstaan over de diepte van het beschreven coma is alleen maar goed om te blijven beseffen hoe vaag de grens kan zijn die bepaalt of een euthanasie terecht is of niet .De arts heeft van de WTL de macht gekregen om als enige euthanasie uit te voeren en moet zich daarom beschikbaar stellen voor controle om machtsmisbruik te voorkomen .Heel vervelend, maar uiteindelijk heb je juridisch goed gehandeld en ben jij vrijgesproken .Maar de wens van patiënte dat zij in het geval van coma euthanasie wilde en palliatieve sedatie afwees had vroegtijdig gepareerd moeten worden. Immers ,de beslissing tot euthanasie bij een comateuze patiënt is ,zoals is gebleken , dubieus. En het bij voorbaat weigeren van palliatie kan de patiënt ,én de arts ,in een onvoorziene situatie nodeloos schaden. Want, omdat patiënte [ mogelijk door morfine ]immers al comateus was en het toepassen van euthanasie hierdoor dubieus was zou palliatieve sedatie een voor de hand liggend alternatief zijn geweest. Tenslotte : het doorschieten in juridificering en het wantrouwen tegen medische professionals ligt vooral aan de medische professionals zelf,.Zij dienen zich aan hun morele en professionele norm te houden , maar binnen de wet. Bedankt voor dit buitengewoon leerzame artikel. Groet,Peter"

  • Jim Dibbets, arts Expertisecentrum Euthanasie, HAARLEM 24-01-2020 17:15

    "Beste Paul ,

    Na lezing van jouw artikel viel ik verbluft achterover in mijn stoel!
    Hoe zorgvuldig en liefdevol heb je deze casus begeleid en beschreven! En niet alleen deze patiënte, maar ook haar echtgenoot eerder. En natuurlijk de begeleiding van de familie. Chapeau! daar voor! Zo hoort het en moet het ook. Je hebt de ernst van de casus goed geïnterpreteerd en geduid. Er ontstond een noodtoestand bij een reeds ernstig zieke patiënt.
    Na alle voorbereidende gesprekken en de dringend geuite wens van patiënt, behoort de dokter resoluut te handelen naar de geest van de patiënt wanneer deze plots minder adequaat kan communiceren, Daarom heeft zij jou ook als huisarts gekozen.
    Die taak heb je als behandelend arts naar eer en geweten op je genomen.
    Dat behoort in feite de RTE ook te doen! Proberen in de huid van de behandelend arts te kruipen, je in de situatie in te leven. En dus niet verzanden in het beoordelen van het bewustzijnsniveau.
    Inderdaad ligt de nadruk teveel op juridisch geneuzel en te weinig op met empathie de casus toetsen.
    Met veel ervaring bij het uitvoeren van euthanasie verwacht ik dit ook van de RTE.. En ja, in de regel ervaar ik dit ook.
    Daarom viel ik van verbazing van mijn stoel bij dit oordeel van de RTE.
    Houd je haaks en groet,
    Jim Dibbets, arts Expertisecentrum Euthanasie."

  • Herman L. Hoekstra, Huisdokter, niet praktiserend, Appelscha 24-01-2020 12:46

    "Boeiend verhaal. Wat fantastisch dat Paul Giesen een ervaren coach op dit gebied naast zich had en heeft staan. Van de aandachtspunten vind ik de punten 8,9 en 10 erg belangrijk. Hoe kom je er achter dat de RTE's hier iets mee doen. Hoe transparant zijn zij in het delen van de resultaten van hun zelfreflectie. Ik ben benieuwd, misschien zien we van hen nog een keer een document tegemoet. Maar het kan en mag natuurlijk ook in hun jaarverslag.
    Het is jammer dat Paul Giesen en de betreffende familie zo lang met de afwikkeling van de zaak hebben moeten dealen."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.