Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Frans Meulenberg
03 november 2004 3 minuten leestijd
Ziektebeelden

In coma

Plaats een reactie

Ieder mens wíl zoveel. Veel meer dan ervan terechtkomt. Al die plannen en voornemens hebben een functie. Zij bieden uitzicht op een oplossing voor uiteenlopende problemen, van privé tot zakelijk. Willen is soms troostdenken: ‘Vanaf morgen zal ik ...’ ,  ‘Ik zal eens laten zien dat ik ...’ , ‘Als ik nu eens ....’ De menselijke wil heeft een sterk emotionele lading met een al even krachtige pendant: de angst voor willoosheid. Het is die angst die coma tot een waar schrikbeeld maakt.

Dat vooral thrillerauteurs die angst exploiteren, is niet verbazingwekkend. Cultureel ijkpunt in dezen is de roman Coma van de Amerikaanse arts-schrijver Robin Cook. Booswichtartsen brengen patiënten moedwillig in comateuze toestand om hen vervolgens te ontdoen van hun organen, die ze voor goed geld verkopen. Robin Cook voedt de oerangst voor coma moedwillig door in het nawoord van de eerste druk te schrijven: ‘Deze thriller werd als ontspanningslectuur geschreven, maar is géén science-fiction. De implicaties ervan zijn angst-aanjagend, omdat zij mogelijk zijn; misschien zelfs wel waarschijnlijk.’ Zijn boodschap is duidelijk: werkelijkheid en fictie zijn inwisselbaar.
Ook in recente thrillers is coma een belangrijk motief, zoals in De eetclub van Saskia Noort en Verraad van Karin Alvtegen (een tergend kwellende psychologische thriller).

Geen thriller, maar wel het meest opvallende boek is het vorige maand verschenen In coma van Alex Garland. Het boek is meteen al mysterieus door het uiterlijk: de pagina’s zijn ongenummerd en het is overdadig geïllustreerd met houtsneden (gemaakt door de vader van de auteur).


Het is het verhaal van Carl, verteld door hemzelf. Na een lange dag op zijn werk haalt hij net de laatste trein. Op een lezend meisje na is de coupé leeg. Totdat vier opgeschoten jongeren binnenkomen en het meisje lastig-vallen. Carl wil haar helpen, met als resultaat dat hij in elkaar wordt geslagen. Het zinloos geweld doet hem in coma raken. ‘Nog steeds als een toeschouwer op afstand bleef ik in de buurt van mijn bewusteloze lichaam. Ik observeerde het niet constant - ik zag mezelf in een trage opeenvolging van momentopnamen, met tussenpozen van verscheidene uren of misschien wel dagen.’ Tot die ‘beelden’ behoort een verpleger die tegen hem spreekt. Carl kan de woorden ‘niet verstaan’ maar ‘uit zijn houding en gelaatsuitdrukking begreep ik dat hij me wakker probeerde te maken. De verpleger was nog bij me toen ik eindelijk inderdaad wakker werd. Ik was terug in mijn lichaam’.


Zowel de agenten als de dokter kan hij weinig meedelen. De dokter is voorzichtig in zijn voorspellingen: ‘U bent aan de beterende hand.’ Uiteindelijk mag hij naar huis - in een taxi, gekleed in zijn pyjama. Dat laatste is het eerste moment waarop de lezer denkt: is dat de realiteit? Als Carl thuis voor de spiegel staat, ziet hij dat zijn lijf omzwachteld is en dat de zwachtels bloedrood gekleurd zijn. ‘Ik moet zonder het te merken verscheidene wonden hebben opengehaald - wonden waarvan ik niet eens wist dat ik ze had.’ In zijn hoofd duiken beelden uit zijn kindertijd op: een ongeluk met een schommel.


 


Hallucinaties? Droom? Werkelijkheid? Carl gaat van de ene plek naar de andere, zonder dat hij weet hoe hij daar gekomen is. Zijn vrienden doen afstandelijk. Zijn geheugen is hij grotendeels kwijt. De roman stapelt - in nauwgezet proza - droomscène op droomscène, zo lijkt het. Dan stelt Carl de vraag die de lezer zich al langer stelt: is hij inderdaad ontwaakt of zijn de gebeurtenissen louter beelden die hij ervaart tijdens de coma? Carl onderkent: ‘Als ik het verschil niet wist tussen hallucinatie en realiteit was het moeilijk om iets te bedenken waaraan ik mijn identiteit kon ontlenen.’


Hij raakt in paniek. Als hij besluit de artsen te consulteren brengt de bekende verpleger hem rechtstreeks naar de coma-afdeling. Daar liggen een man en een vrouw. In tegenstelling tot de vrouw kijkt de man doelloos in de rondte, alsof zijn ogen zich nergens op instellen. De verpleger legt hem uit: ‘Op een scan zul je geen hersenactiviteit zien. Dat is het grote verschil tussen hem en haar (...) En jou.’ Zo blijft in het midden of Carl nog in coma is of is ontwaakt. Want de verpleger wijst hem zijn plek: ‘Je ligt daar.’

In coma is een roman over bewustzijn. Met geen mogelijkheid zal Carl achterhalen of hij werkelijk is ontwaakt of dat hij de dromen van de coma droomt. Hoezeer hij ook op zoek is naar houvast. Het is een medisch-filosofische roman, waarin Garland een comapatiënt stem geeft. Een beetje op de manier waarop J. Bernlef in Hersenschimmen de belevingswereld van een dementerende van binnenuit wil tonen. Beide boeken zijn dan ook literaire gedachte-experimenten. Er is ook een groot verschil: de versnippering van de geest in Hersenschimmen is geprojecteerd tegen de werkelijkheid van alledag. Dat maakt de roman zo schrijnend. In In coma ontbreekt ieder aangrijpingspunt naar de werkelijkheid. Het resultaat is intrigerend en mysterieus.

Frans Meulenberg,


onderzoeker aan de afdeling Medische Ethiek, Erasmus MC Rotterdam



Klik hier voor het PDF-bestand van dit artikel

Ziektebeelden coma
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.