Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
H. Maassen
04 augustus 2010 10 minuten leestijd
ethiek

‘Ik verveel me ontzettend snel’

1 reactie


Zomerinterviews
Deze zomer publiceert MC een serie interviews met kopstukken uit de Nederlandse gezondheidszorg. Deze week aflevering 4: medisch ethicus Inez de Beaufort. In nr 33-34 de laatste aflevering met arts-microbioloog Jan Kluytmans.


Medisch ethicus Inez de Beaufort over humor, keuzevrijheid en ouder worden

Eigenzinnigheid kun je hoogleraar medische ethiek Inez de Beaufort niet ontzeggen. Ze bespiegelt over de keuzevrijheid van mensen om te leven zoals ze zelf willen en over ouder worden. Humor en pragmatisme schuwt ze daarbij niet.

Inez de Beaufort eet een wortel, terwijl ze tentamens nakijkt. De hoogleraar medische ethiek zegt - alsof ze de wortelconsumptie moet verontschuldigen - dat ze ongezond leeft. ‘Drukke baan en ik rook te veel,’ mompelt ze.

Ze gelooft in de fundamentele vrijheid om je leven te leven zoals je zelf wilt. ‘Diversiteit is een van de leuke dingen van de samenleving. De meeste mensen hechten aan authenticiteit en individualiteit.’ Typerend voor haar manier van redeneren is dat ze onmiddellijk oog heeft voor de keerzijde ervan: ‘Maar als je ziek bent of foeilelijk of te dik, dan is het moeilijk om te denken: hé, ik draag toch maar mooi bij aan de diversiteit, of: hé, ik ben lekker dik opdat jullie als dunnen blij met jezelf kunnen zijn.’

De Beaufort heeft iets non-conformistisch en ontegenzeggelijk iets vrolijks in haar redeneringen. Ze studeerde theologie. ‘Maar dat was een foutje. Ik kwam uit een liberaal, protestants milieu en wilde dominee worden. Ik was achttien en dacht toen dat ik zo de mensheid kon dienen. Na een halfjaar studie was dat voorbij: ik was mijn geloof helemaal kwijt. Ook het instituut kerk had ik afgezworen. Ik ben nog wel afgestudeerd als theoloog, maar met de nadruk op filosofie. De kerkgeschiedenis leerde me hoe moraal is misbruikt om mensen koest te houden. Ik vond en vind dat je moraal niet mag gebruiken om mensen de stuipen op het lijf jagen. Hoe je mensen gelukkig kunt maken, hoe ze dat zelf kunnen doen, waar hun verantwoordelijkheden liggen – dat zijn vragen die me interesseren.’

Opmerkelijk in uw werk is dat u niet alleen verwijst naar uw vakgenoten, maar ook en vrij vaak naar romans en films. Waarom?

‘Het begint ermee dat ik gek ben op romans en films. Je moet ook een beetje van je hobby je werk maken. Maar ik ben ervan overtuigd dat je meer inzicht in het gedrag en de morele keuzes van mensen kunt krijgen als je in hun hoofd kun kruipen. Ik geloof ook heel erg in een nauw verband tussen emoties en morele standpunten. Ik had een christelijke geneeskundestudent die een scriptie schreef over suïcide in de literatuur. Zelfmoord, daar was hij aanvankelijk erg op tegen. Toen las hij De Glazen Stolp van Sylvia Plath en opeens had hij het gevoel dat hij het begreep. Dat vond ik een heel interessante reactie. Want van dokters wil je natuurlijk toch graag dat ze mensen begrijpen; dat ze inzicht hebben in hoe mensen in elkaar zitten.’

U schrijft, samen met Frans Meulenberg, in Journal of Medical Ethics een bij tijd en wijle hilarische soap over ethische kwesties. Humor en ethiek dat zijn twee dingen die je niet snel met elkaar verbindt.

Ze lacht uitbundig: ‘Nee, maar ik wel! Daarom houd ik van de films van Woody Allen en van de gebroeders Coen – het is vaak vreselijk wat ze laten zien: het lot van de mensen, de levensvragen waarmee ze worstelen. Maar het is ook heel erg geestig. Dat “vreselijke” komt dan extra hard aan. Het is een beetje mijn trademark, die humor. Ik weet niet of het mijn academische reputatie goed doet.’

Ze lacht nog een keer, nu zachter: ‘Af en toe doe ik mijn best en schrijf ik iets heel saais, waarvan de lezers dan hopelijk denken dat het heel geleerd is.’


beeld: De Beeldredaktie, Andreas Terlaak
beeld: De Beeldredaktie, Andreas Terlaak

Inez de Beaufort

Inez de Beaufort (1954) studeerde theologie in Utrecht en promoveerde in 1985 aan de Universiteit Groningen op een onderzoek naar de ethische aspecten van medische experimenten met mensen. Sinds 1991 is ze hoogleraar medische ethiek aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Ze heeft zitting in tal van nationale en Europese adviescommissies zoals de Gezondheidsraad, de European Group on Ethics in Science and New Technologies, en de CCMO. Ze is gescheiden en heeft drie kinderen.





Waar komt die hang naar humor vandaan?
‘Ik verveel me ontzettend snel – in de wetenschap, in het algemeen. Ik wil ook geamuseerd worden. En als ik dat heb, zullen anderen dat soms ook wel hebben.’


‘Ik verveel me ontzettend snel – in de wetenschap, in het algemeen. Ik wil ook geamuseerd worden. En als ik dat heb, zullen anderen dat soms ook wel hebben.’

Als medisch ethicus staat Inez de Beaufort in een Angelsaksische, pragmatische traditie van logisch redeneren, klare taal die ook voor leken te volgen is en van liberale en pluralistische opvattingen. En ze wil altijd ‘geïnvolveerd zijn in de praktijk van de zorg’. ‘Vandaar dat ik in allerlei beleidsadviesraden zit. Voor iemand met zoveel belangstelling voor fictie lijkt dat misschien wat tegenstrijdig, maar ik wil graag weten hoe het “in het echt gaat”.’

In haar soap onderscheidt ze drie soorten ethici. De are you being served-types, de denkers in de ivoren toren en de mensen die de klinische praktijk willen beïnvloeden en verbeteren. ‘Die typologie is wat gechargeerd, maar ik denk dat het onderscheid er wel is. De eerste groep heb ik ook wel omschreven als ethici die paragraafjesethiek bedrijven. Ze lopen mee in de kliniek, of met wetenschappelijk onderzoek, en zegenen vervolgens het goede werk met een ethische verklaring. Dat is een soort lippendienst waar ik niets mee heb. In de tweede categorie vind je de systeembouwers: de architecten van de ethische theorie. Dat zijn de denkers die we heel erg nodig hebben, maar ik ben zelf meer een bouwvakker dan zo’n architect.’

Er zijn artsen die ethische reflectie niet interessant vinden, of zelfs overbodig. Dat kunnen ze ook wel zelf. Misschien uit angst dat ethici – vaak geen artsen – wel eens even zullen vertellen hoe ze het moeten doen.

‘Ja, maar ik ken er ook genoeg die wel degelijk het nut inzien van ethiek. Iedere dokter komt voor ethische dilemma’s te staan. Maar ik geef toe: het is allemaal wat vaag. Ethiek gaat nu eenmaal over abstracte beginselen. En dokters zijn praktische mensen, die willen objectieve gegevens, feiten, richtlijnen en dé oplossing. Zo werkt het niet in mijn vak. Je kunt bijna nooit zeggen dat maar één besluit het juiste is. Vaak zijn er meerdere goede ethische oplossingen. Waar het om gaat, is dat je een besluit goed onderbouwt. Geneeskundestudenten moeten daarom leren een beredeneerd standpunt in te nemen over ethische kwesties. Studenten die alleen maar zeggen wat ze zouden doen in een hypothetische zaak, zonder te vertellen waarom, krijgen bij mij een laag cijfer.’

Zo’n hoogst actuele, ethische kwestie is: in hoeverre zijn mensen verantwoordelijk voor hun eigen gezondheid.

‘De vraag is in hoeverre je nog op solidariteit mag rekenen als je een of meer ziektes oploopt die aantoonbaar te maken hebben met je eigen leefstijl. Je ziet dat de solidariteit op dat punt afneemt. Er worden forse politieke debatten over gevoerd, in Engeland, in Duitsland en hier heeft de RVZ de discussie aangezwengeld. Gaan we mensen met een ongezonde leefstijl de rekening presenteren? Ik zet daar grote vraagtekens bij.’

Maar iemand die, bijvoorbeeld, nu begint met roken, weet wat hij over zich kan afroepen.
Niemand kan zich nog verschuilen voor de kennis die we daarover hebben. Toch zegt u eigenlijk: als iemand daardoor later ziek wordt, dan moeten we hem helpen. Iedereen heeft de vrijheid zijn eigen leefstijl te kiezen.

‘Ja, maar dat komt omdat ik vraagtekens zet bij de premisse dat hij de vrijheid heeft gehad die leefstijl te kiezen. Uiteraard weet je wat je boven het hoofd kan hangen als je rookt, vet eet of nauwelijks beweegt. Maar we weten inmiddels dat verslaving deels genetisch is, en dat we in een obesogene samenleving leven. Dat zijn complexe combinaties van factoren. Dus dat iedereen die rookt of te dik is, meer moet gaan betalen: dat is me veel te makkelijk.’

Ook als ik bijvoorbeeld die genetische predispositie kan bepalen? Bijvoorbeeld: de patiënt is bekend met zijn genetisch bepaalde kwetsbaarheid voor longkanker, maar blijft toch roken.

‘Het is niet je eigen schuld als je zo’n genetische aanleg hebt, en misschien ook wel niet om verslaafd te raken aan roken. Ik heb een soort mildheid in deze kwesties, een sympathie voor de feilbaarheid van mensen. Begrijp me goed: ik heb niets tegen preventie. Ik heb ook niets tegen morele aanmoediging door dokters. Overtuig mensen en geef ze duwtjes in de goede richting. Maar het moet niet te gek worden. Ik vind het wel prettig als ik weer eens een dikke dokter tegenkom. Ik erken dat er grenzen zijn: wie zwanger is en gezondheidsadviezen niet opvolgt, stelt het leven van haar kind in de waagschaal. Maar het blijft wel de verantwoordelijkheid van de zwangere. En verder? Willen we allemaal elkaars ‘leefstijl-doopceel’ gaan lichten? In de Grote Donor show van BNN zag je wat er dan kan gebeuren. Mensen mochten kiezen wie voor orgaandonatie in aanmerking kwam. De rillingen lopen me nog over de rug. Deze man kreeg geen donornier want hij rookte, die vrouw kreeg geen donornier want ze had geen kinderen. En een werkloze werd ook geschrapt. De gretigheid waarmee mensen een dergelijke selectie maken, is ontluisterend. Zo’n systeem wil ik niet. Daar komt bij dat adviezen over een gezonde leefstijl vaak tijdgebonden blijken. Twintig jaar geleden hadden we andere inzichten dan nu. Daarom zeg ik: je moet niet ongezond leven, maar een zekere scepsis tegenover het morele gezondheidsideaal lijkt mij heel gezond.’

Dat een deel van de bevolking doorrookt, verkeerd eet en te weinig beweegt, heeft volgens de Britse psychiater Dalrymple weinig te maken met kennis: het is de cultuur van lagere sociaal-economische groepen die dat gedrag in stand houdt.

‘Ik ben geen fan van die man. De relatie met sociale omstandigheden is ondubbelzinnig en verklaarbaar. Als je weinig geld hebt en minder kennis, heb je ook minder te kiezen. Als ik de aanvechting krijg om een doos chocola leeg te eten - en geloof me, dat heb ik vaak – dan kan ik ook kiezen voor de opera, of een goed boek. Maar als je minder controle over je bestaan hebt, dan zijn het precies dat soort geneugten die maken dat je je lekker voelt. Onze keuzes zijn niet altijd weloverwogen en rationeel, of je nu hoog of laag opgeleid bent. Iedereen zou toch kiezen voor geregeld zinderend beminnen, ook als dat ten koste zou gaan van een paar levensjaren?’

Daar komt nog iets bij: De Beaufort wantrouwt het beroep dat de overheid doet op keuzevrijheid. Want die zet het begrip in combinatie met zijn onafscheidelijke metgezel ‘eigen verantwoordelijkheid’ naar believen in. Zeker als de overheid het zelf niet meer zo goed weet of hoognodig moet bezuinigen.

Ouder worden is een ander onderwerp dat haar persoonlijk en vakinhoudelijk bezighoudt. ‘Tobben met de eindigheid is altijd al lastig, maar wordt er niet makkelijker op bij het verstrijken van de jaren, de eerste serieuze rimpels, kwalen, senior moments, en de confrontatie met evolutionaire overbodigheid’, heeft ze geschreven.

Ze refereert aan het werk van de Amerikaan Daniel Callahan, die vindt dat westerlingen zijn vergeten dat ouderdom, verval en dood bij het leven horen. De remedie is volgens hem ‘onthechten’: zo vanaf je 75ste moet je niet meer alles willen wat medisch mogelijk is en je neerleggen bij de feiten van de ouderdom. Geen levenshouding die Inez de Beaufort in haar hart heeft gesloten. ‘Krampachtig aan het leven vasthouden en er te veel op rekenen dat je de gemiddelde leeftijd zult halen, dat is niet goed’, zegt ze. ‘Maar ik hoor de aansporing al: “Ga jij maar lekker onthechten, want dat scheelt de overheid een boel geld” – nee, daar voel ik niets voor!’

Leuk is het niet, dat ouder te worden: ‘Allerlei opties vallen weg. Je staat tegenover afgesloten paden. Ken je dat gedichtje van Knepper? “De haardos valt gestadig uit/Voorts mis ik nu twee kiezen/Zo heeft men na verloop van tijd/Steeds minder te verliezen.” Zo is het.’

Reden waarom ze gefascineerd is door het denken van de zogeheten transhumanisten. De Beaufort: ‘Cognitieve verbetering en levensverlenging, dat is hun programma. Zij willen dat we 120 of misschien wel 150 jaar worden. Nou, als de middelen daarvoor op de markt komen, sta ik vooraan. Maar ik ben niet naïef. Ik zou dan wel rechtvaardigheidsproblemen zien, want wie is dit geluk beschoren en wie niet? En het moet wetenschappelijk uiteraard ook deugen: je wilt niet, zoals in José Saramago’s roman Het verzuim van de dood, voor langere tijd op sterven na dood zijn. Dan heb je er niets aan.’

Fundamentele bezwaren tegen dat programma ziet ze niet: ‘Ik zie de natuurlijke orde der dingen niet zonder meer als een morele maatstaf. De natuur stelt mij geen morele wetten en biedt mij net zo min als een geloof een morele ordening.’

En ze zou trouwens wel weten wat ze met dat tweede leven aanmoest. ‘Ik zou een winkel in mooie dingen beginnen. Dat wil ik al jaren. Ik ben helemaal verzot op door kunstenaars bewerkte gebruiksvoorwerpen. Dat kan nu niet, want er moet brood op de plank.’

…dat u verdient met een mooi vak. Nooit getwijfeld aan de relevantie van wat u doet?

‘Jawel, maar op momenten dat ik dacht: “Wat doe ik eigenlijk in dit bestaan?”, ging ik wel eens in
het café van het ziekenhuis mensen afluisteren. Na een uur wist ik dan weer waarvoor ik op deze wereld ben.’

Henk Maassen 

Naar de serie Zomerinterviews

‘Ik zie de natuurlijke orde der dingen niet zonder meer als een morele maatstaf’
‘Ik zie de natuurlijke orde der dingen niet zonder meer als een morele maatstaf’
<strong>PDF van dit artikel</strong>
print dit artikel
leefstijl & gezondheid ethiek
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • M.H. van de Merwe, ROTTERDAM 18-08-2010 00:00

    "Mooi intervieuw, aansprekende levenshouding.
    Mij intrigeert 'Ik erken dat er grenzen zijn: wie zwanger is en gezondheidsadviezen niet opvolgt, stelt het leven van haar kind in de waagschaal. Maar het blijft wel de verantwoordelijkheid van de zwangere. '
    Met de implemetatie van meldcode kindermishandeling is dit een thema dat in het ziekenhuis en bij het AMK tot moreel-ethische discussies leidt. Een zwangere die overmatig alcohol gebruikt, of een zwangere met diabetes die haar diabetes niet (laat) reguleren. Melden bij het AMK? een zwangere die haar kind schade dreigt te berokkenen bij het AMK is gemeld, hoe ver dient de bemoeienis van het AMK te gaan?
    Het zou leuk zijn om met mw de Beaufort de grenze te verkennen.
    Reactie vertrouwensarts"

 
Akkoord Cookievoorkeuren aanpassen

Medisch Contact gebruikt cookies en scripts om uw gebruik van onze website geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en op uw profiel afgestemde advertenties kunnen tonen. Ook gebruiken we cookies en scripts om integratie met social media (Twitter, Facebook, LinkedIn, etc.) mogelijk te maken. Meer informatie vindt u in onze cookieverklaring en in onze Privacyverklaring