Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht

‘Ik ben in een kafkaësk horrorverhaal beland’

Plaats een reactie

Huisarts voert al 21 jaar strijd voor veroordeelde ex-patiënt

In 1985 is Dick van Leeuwerden in hoger beroep veroordeeld voor de moord op zijn vrouw. Zijn toenmalige huisarts Henk-Maarten Laane probeert sindsdien aan te tonen dat er geen sprake was van een onnatuurlijke dood. Binnenkort wordt de zaak opnieuw voorgelegd aan de Hoge Raad.

Robert Crommentuyn

‘In het begin was ik niet overtuigd van zijn onschuld’, zegt Henk-Maarten Laane over Dick van Leeuwerden. ‘Ik vond het een bizar verhaal.’


Bizar is het verhaal zeker. In het najaar van 1982 treedt de 38-jarige Van Leeuwerden als persoonlijk verzorger in dienst van de welgestelde 72-jarige weduwe Dorothea Carolina Maria Van Wylick. Het klikt tussen de twee. Zo goed dat Van Wylick na enige tijd voorstelt om te trouwen. Ze wil Van Leeuwerden na haar dood ‘verzorgd’ achterlaten en zo het schenkingsrecht ontlopen. Bij haar advocaat laat ze vastleggen dat het huwelijk is gebaseerd ‘op wederzijdse liefde en respect’. Ze vermoedt namelijk dat haar familie ‘waar mogelijk de (vermogensrechtelijke) positie van haar echtgenoot zal proberen aan te tasten’. In september 1983 trouwen zij. Vijf weken later sterft Van Wylick.


Het overlijden van Van Wylick komt onverwacht, hoewel haar lichamelijke toestand niet optimaal was. Ze dronk behoorlijk (1 à 2 flessen witte wijn per avond), zweette veel, kampte met pijn in de benen en rug en had hypertensie. Desondanks achtte Van Wylicks huisarts haar bij zijn visites in voorjaar en zomer 1983 ‘redelijk gezond’. Op de avond van haar overlijden had ze anderhalve fles wijn gedronken. Later op de avond bracht Dick haar een glas spa met een scheut gin.

Verdacht


Na het overlijden van zijn vrouw waarschuwt Van Leeuwerden de waarnemend huisarts. Als die het lijk onderzoekt,


constateert hij geen bijzonderheden. De dag na het overlijden verneemt Van Wylicks dochter van het huwelijk tussen haar moeder en Van Leeuwerden. Zij vindt de gang van zaken verdacht en belt daarover de waarnemend huisarts. Die schrikt daarvan en vraagt zich af of hij niet iets heeft gemist. Hij belt de gemeentelijk lijkschouwer, die vervolgens de politie inlicht.


De gemeentelijk lijkschouwer vindt niets verdachts. In zijn verslag concludeert hij: ‘Doodsoorzaak onduidelijk. Gaarne sectie om wurging of vergiftiging uit te sluiten.’ Weer een dag later verricht de 76-jarige, slechthorende patholoog-anatoom Jan Zeldenrust namens het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium (nu Nederlands Forensisch Instituut) sectie. Ook hij vindt niets bijzonders. Zeldenrust maakt melding van ‘enige hypertrofie van de hartspier’. De bevindingen zijn volgens Zeldenrust voor een 72-jarige vrouw niet ongewoon, al houden zij ‘de mogelijkheid van een al dan niet letale acute hartfunctiestoornis in’. Om meer zekerheid te krijgen over de doodsoorzaak beveelt Zeldenrust toxicologisch onderzoek aan en wil hij meer gegevens over de gezondheidstoestand van de overledene.


Er komen nadere gegevens: de politieverhoren van de waarnemend huisarts en de huisarts van Van Wylick en van de Duitse arts L., die Van Wylick behandelde in het kuuroord waar zij kort voor haar overlijden verbleef. De Duitse arts meldt dat hij bij het laatste bezoek van Van Wylick hartfalen, longemfyseem en een depressieve stemming heeft vastgesteld. Hij schrijft bij die gelegenheid zeven verschillende medicijnen voor: twee antidepressiva, een slaapmiddel, het antiallergicum Atosil, een harttablet, penicilline en Bisolvon.


Uit het toxicologisch onderzoek blijkt dat Van Wylick een bloedalcoholpromillage van 1,76 had. In de urine zat 1,67 promille. ‘Zulke promillages’, merkt Zeldenrust hierover op, ‘(…) zijn bij gezonde personen niet snel dodelijk’.


Zeldenrust komt een maand na de sectie met de afrondende rapportage. Zijn slotconclusie luidt dat het overlijden het gevolg kan zijn geweest van een acute vergiftiging door alcohol en door het innemen van de aangetoonde geneesmiddelen, waaronder Atosil (chloorpromazine), waarbij mogelijk betekenis toekomt aan de conditie van het slachtoffer en de toestand van haar hart. Ook meent de patholoog-anatoom dat de alcohol ‘voor een ouder persoon (…) bij bestaande ziekelijke afwijkingen een ongunstig of zelfs dodelijk gevolg zou kunnen hebben’. En hij schrijft: ‘Van de combinatie Atosil/alcohol is algemeen bekend dat deze fatale gevolgen kan hebben.’ Tot slot merkt hij op dat ‘de verhoudingen van de concentraties alcohol in het bloed en in de urine erop duidt dat op het ogenblik van overlijden de resorptie van alcohol nog juist niet of pas voltooid was.’

Belastende verklaring


Nog voor de laatste rapportage van Zeldenrust is Dick van Leeuwerden door de politie als verdachte aangemerkt. Behalve Van Leeuwerden kent de zaak op dat moment nog twee verdachten: Rij-instructeur Henk R. en diens vriendin Gerda A.. Zij zijn al geruime tijd bevriend met Van Wylick. De twee leggen belastende verklaringen af over Van Leeuwerden. Zo zou hij tijdens Van Wylicks afwezigheid in haar bankpapieren hebben gesnuffeld en hebben vastgesteld dat zij beschikte over een vermogen van 1,8 miljoen gulden (810.000 euro). Er zouden plannen zijn besproken om de rijke vrouw vroegtijdig te laten overlijden. Gerda A. verklaart bovendien dat Van Leeuwerden Van Wylick op de avond van haar overlijden soep met daarin Surinaamse rum met een alcoholpercentage van 95 had gevoerd.


Huisarts Henk-Maarten Laane raakt bij de zaak betrokken als Van Leeuwerden in die periode zijn spreekuur bezoekt. ‘Hij was erg nerveus een leed aan slapeloosheid. In drie opeenvolgende consulten vertelde Van Leeuwerden mij het hele verhaal.’ Van Leeuwerden ontkent daarbij alle aantijgingen van de politie. Laane gelooft het verhaal van zijn patiënt en betwijfelt of er sprake is van een onnatuurlijke dood. ‘Nadat Van Leeuwerden werd opgepakt, heeft hij mij gesmeekt hem te helpen. Ik heb toegestemd op één voorwaarde: ik rapporteer op basis van mijn deskundigheid.’


In eerste instantie lijkt de hele zaak voor Van Leeuwerden relatief gunstig af te lopen. De rechtbank in Amsterdam spreekt hem vrij van moord. Wel krijgt hij twee jaar voor ‘verwaarlozing met fatale gevolgen’. Daartegen gaat Van Leeuwerden in beroep, maar dat had hij beter niet kunnen doen. In 1985 wordt hij alsnog wegens moord veroordeeld tot 12 jaar cel. Hij heeft volgens de rechters Van Wylick grote hoeveelheden alcohol toegediend terwijl hij wist dat dit in combinatie met het medicijngebruik en de slechte lichamelijke conditie fatale gevolgen kon hebben.

 

 

Foto: De Beeldredaktie, Thomas Slijper

Sectierapport

Voor Laane is de rechtszaak het begin van een medisch-juridische worstelpartij die tot op de dag van vandaag voortduurt. Duizenden uren heeft hij inmiddels in de zaak gestoken en op tal van onderdelen heeft hij bevindingen van rechercheurs en gerechtelijke deskundigen gecontroleerd of met eigen onderzoek weerlegd. ‘Bij het bestuderen van de verklaringen vond ik steeds meer tegenstrijdigheden. Zo vond ik alcohol als doodsoorzaak meteen al vreemd. Er worden aan de lopende band mensen opgepakt met een hoger promillage en die gaan daarna gewoon naar huis.’


Er bleken feiten niet te kloppen. ‘Het drankgebruik van Van Wylick zou na de komst van Van Leeuwerden enorm zijn toegenomen. Dat zou blijken uit de inkoopnota’s. Maar de inkoop is nooit gecorrigeerd voor de voorraad die zij in huis had. In werkelijkheid ging ze minder drinken na het huwelijk met Van Leeuwerden.’


Laane deed nog een belangrijke vondst. ‘Volgens de uitspraak is het ‘moordwapen’ Surinaamse rum met een alcoholpercentage van 95 procent. De recherche heeft echter nagelaten dat te controleren. Ik heb dat wel gedaan. In het Anatomisch Laboratorium in Amsterdam bleek dat de rum een alcoholpercentage van 43 procent had.’ Ook berekende Laane dat het bloedalcoholpromillage van Van Wylick veel hoger had moeten zijn dan 1,76 als de feiten zich hadden voltrokken zoals het Gerechtshof die voorstelde.


De grootste vergissing is volgens Laane dat de rechterlijke macht het sectierapport van Zeldenrust voor waar accepteerde. ‘Zeldenrust maakte een historische fout door te zeggen dat combinatie van alcohol met Atosil dodelijk is. De werkzame stof in Atosil is niet chloorpromazine, zoals Zeldenrust meende, maar promethazine. Een stof die in de aangetoonde concentraties in combinatie met alcohol geen nadelige reacties veroorzaakt.’

Getuige-deskundige


Zeldenrust maakte verder in zijn rapport melding van ‘hartzwakte’ bij mevrouw Van Wylick. Volgens Laane dien je voor zo’n oordeel klinische gegevens te verzamelen. ‘Dat deed Zeldenrust niet. Hij ging af op de verklaringen van de Duitse arts. En het rapport van die man bevat klinkklare onzin. Hij heeft het verhaal uit de duim gezogen om de eigen overdreven medicatie te vergoeilijken. Hij schreef nota bene twee antidepressiva voor! Bovendien worden de bevindingen van de Duitse arts niet bevestigd in het sectierapport van Zeldenrust. Daarin wordt geen melding gemaakt van longemfyseem en evenmin van hartzwakte.’


In het hoger beroep zei Zeldenrust dat de medicijnverwisseling ‘onbelangrijk’ was; hij bleef bij zijn standpunt dat vergiftiging door medicijnen en alcohol de doodsoorzaak was. Hij meldde nog dat de toxicoloog professor F. Nelemans telefonisch die mogelijkheid zou hebben bevestigd. Toen Laane echter later Nelemans daarnaar vroeg, was diens reactie: ‘Die dove kwartel, ik heb hem juist gezegd dat dat bij de gevonden concentraties niet kon.’


De apotheker van het Gerechtelijk Laboratorium vertelde tijdens het hoger beroep dat hoge bloedalcoholspiegels hartritmestoornissen konden veroorzaken en zo tot de dood konden leiden. Ook meldde hij dat gewoonlijk de alcoholconcentratie in de urine 1,5 keer hoger was dan in het bloed.


Ook Laane werd als getuige-deskundige gehoord. Hij wees erop dat de minimale letale dosis voor alcohol veel hoger lag dan 1,76 promille. Dat de combinatie van alcohol met promethazine in de literatuur niet als dodelijk bekend was en dat alles wees op een acute hartdood. Het hof hechtte echter meer waarde aan de verklaring van Zeldenrust.

Nieuwe feiten

Sinds de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam heeft een alsmaar langer wordende rij medisch deskundigen zich over de kwestie gebogen. Zonder uitzondering trekken ze de conclusies van het hof in twijfel. Bij de behandeling in cassatie wordt aangevoerd dat een van de door de Duitse arts voorgeschreven antidepressiva acute hartdood kan veroorzaken en daarom uit de handel is genomen. De Hoge Raad vindt dit nieuwe gegeven niet hard genoeg en blijft bij zijn oordeel.


In 1987 wordt het eerste herzieningsverzoek bij de Hoge Raad ingediend. Als de raad oordeelt dat er sprake is van nieuwe feiten, moet de zaak in zijn geheel worden overgedaan door een gerechtshof. Het eerste revisieverzoek steunt op de verklaring van patholoog-anatoom professor Hendrik Jan Houthoff die de rapportages van het Gerechtelijk Laboratorium bestudeerde. In een verslag van elf pagina’s concludeert Houthoff dat er geen aanwijzingen zijn voor een onnatuurlijke dood. Hij denkt in eerste instantie aan een acute hartdood. Ook toxicoloog Nelemans verklaart dat de alcohol-medicijnencombinatie geen doodsoorzaak kan vormen. Tegen de verwachting in wijst de Hoge Raad het verzoek af. Het gaat volgens de Raad niet om nieuwe feiten, maar om meningen.


‘We zijn toen verder gaan speuren naar de echte doodsoorzaak’, zegt Laane. ‘Met behulp van professor Van Boxtel, internist en hoogleraar klinische farmacologie, zijn oude medische gegevens achterhaald van opnamen van mevrouw Van Wylick in het Amsterdamse Wilhelmina Gasthuis. Daaruit bleek dat zij een opvallend laag kaliumgehalte had. Volgens Van Boxtel had Van Wylick alle symptomen van het syndroom van Conn. Die ziekte kenmerkt zich door bijnierschorstumoren (die Zeldenrust had gezien, maar niet meewoog in zijn oordeel), zweten, hypertensie en spierzwakte met kans op ventrikelfibrilleren.


De bevindingen van Van Boxtel worden bij het tweede herzieningsverzoek ingebracht. Evenals het onderzoek van Laane naar het alcoholgehalte van de rum. Ook deze keer oordeelt de Hoge Raad dat er geen sprake is van nieuwe feiten en wijst het verzoek af. Het verhaal herhaalt zich bij het derde revisieverzoek, als de apotheker van het Gerechtelijk Laboratorium alle uitspraken over de relatie tussen alcoholinname, medicatie en vergiftiging intrekt.

Meineed


Halverwege de jaren negentig wordt er toch nog een vierde verzoek gewaagd, op dat moment een record in Nederland. In het vierde revisieverzoek trekken beide kroongetuigen en voormalige medeverdachten Henk R. en Gerda A. hun belastende verklaringen onder ede in. Zij verklaren door de politie onder druk te zijn gezet. R. had kort na het politieverhoor in 1983 zijn belastende verklaring al ingetrokken, maar werd daarna als medeverdachte aangemerkt. Volgens de Nederlandse wet mogen getuigenverklaringen van medeverdachten niet als bewijs dienen in een rechtszaak. Zijn ontlastende verklaring is daardoor destijds onbruikbaar geworden. A. verklaart nu dat ook zij haar belastende verklaring had ingetrokken. Op de zitting van het Gerechtshof in 1985 durfde zij dat niet te herhalen, omdat de procureur-generaal haar dreigde te vervolgen voor meineed.


De Hoge Raad wijst het revisieverzoek wederom af. De raad vindt dat A. haar verklaring ook in 1985 had kunnen herroepen. Verder acht de raad andere feiten niet nieuw of onvoldoende relevant voor de rechtsgang.


Nog weten de verdedigers van Dick van Leeuwerden van geen opgeven en in 2002 volgt een vijfde herzieningsverzoek. Dit verzoek steunt grotendeels op de verklaringen van professor Becker, hoogleraar cardiovasculaire pathologie in het AMC. Becker laat van het sectierapport van Zeldenrust geen spaan heel. Volgens hem is het rapport ‘onzorgvuldig en curieus’ en ‘de conclusies zijn onbegrijpelijk en niet gestaafd door deskundigen’.


Op 30 september vorig jaar wees de Hoge Raad ook dit revisieverzoek af. Veel van de aangevoerde punten zouden al bekend zijn. Ook is de raad van mening dat het Gerechtshof niet alleen op basis van de medicijn-alcoholcombinatie oordeelde, maar ook op grond van het feit dat Van Leeuwerden niet adequaat zou hebben gereageerd op ziekteverschijnselen bij Van Wylick. Van Leeuwerden gaf alcohol hoewel Van Wylick onwel was en liet na medische hulp in te roepen, aldus de Hoge Raad.


‘Juristen gaan vanachter het bureau bepalen wat alarmsymptomen zijn’, zegt Laane daarover smalend. ‘Bij mijn weten zijn pijn in de benen en zweten geen tekenen van ernstig onwelbevinden die onmiddellijke actie behoeven.’

Integraal


Gezien de volhardendheid van de verdedigers wekt het geen verbazing dat er een zesde herzieningsverzoek in voorbereiding is. Waarschijnlijk zal advocaat Geert-Jan Knoops het verzoek in maart indienen. Laane is al druk bezig met de voorbereidingen. ‘Ik heb een artikel uit British Medical Journal opgestuurd gekregen van de Amerfoortse internist Van der Meer. Daarin toont hoogleraar forensische geneeskunde, Derrick Pounder, aan dat bloedalcoholmetingen enige tijd na het overlijden onnauwkeurig kunnen zijn. Door gistingsprocessen en diffusie kan het veel hoger uitvallen. Het zou goed verklaren dat het alcoholgehalte in het bloed van mevrouw Van Wylick, dat pas 35 uur na het overlijden werd afgenomen, hoger was dan in de urine.’


Volgens Laane zal de zesde revisie niet één onderdeel van de zaak eruit lichten, maar een integrale benadering nastreven. ‘We willen de verklaringen inbrengen van Van Boxtel, Becker, Pounder en andere deskundigen. We hopen ook dat de Hoge Raad ze wil horen. Dat hebben ze in de afgelopen vijf revisies consequent nagelaten. Alsof ze ruiken dat de zaak terug moet.’


En dat de zaak terug moet, is voor Laane zonneklaar. ‘Het is onacceptabel dat rechters op de stoel van de dokter gaan zitten en opvattingen van deskundigen als ‘een mening’ afdoen. Mijn vak wordt niet serieus genomen, zo heb ik dat ervaren. In deze strafzaak is de geneeskunde misbruikt. Er zijn door rechters zaken beoordeeld die haaks staan op mijn vak. Iemand voor moord veroordelen, waarbij de overledene een natuurlijke dood is gestorven, kan niet. Ik ben ik een kafkaësk horrorverhaal beland, waarvan het einde nog niet in zicht is. En dat zulks in Nederland kan, hield ik niet voor mogelijk. Als ik op mijn manier een stukje kan bijdragen aan de oplossing ervan, is mijn doel bereikt.’

Dick van Leeuwerden kreeg in 1993 gratie en heeft 7,5 jaar van zijn straf uitgezeten. Het erfdeel uit zijn huwelijk met Van Wylick werd hem ontnomen in een civiele procedure. Van Leeuwerden woont momenteel in India en hoopt nog steeds dat zijn zaak wordt herzien.

print dit artikel
antipsychotica
  • Robert Crommentuyn

    Robert Crommentuyn (1966) is als adjunct-hoofdredacteur verantwoordelijk voor de totstandkoming van het weekblad Medisch Contact, de bijlagenreeks Thema, het lifestylemagazine Geniet en het studentenmagazine Arts in Spe.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.