Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Mart van Lieburg
19 december 2018 5 minuten leestijd
humor

Hoe de KNMG ooit het lachen verging

Plaats een reactie

Bij de jaarvergadering van de KNMG in 1911 verscheen een medisch prentenboek: Rideamus (‘Laat ons lachen’). En gelachen werd er. Maar in de loop der tijd veranderde de kijk op deze ‘geestigheden over de medische praktijkvoering’.

Ruim een eeuw geleden waren de algemene vergaderingen van de KNMG voor veel dokters een jaarlijks hoogtepunt in hun bestaan. Voorzien van hele boekwerken waarin de voorstellen, amendementen en hoofdbestuurlijke reacties waren samengebracht, togen de afgevaardigden van de Maatschappij-afdelingen ter vergadering. Na op zondagavond door de lokale autoriteiten welkom te zijn geheten en dankbaar van de gratis sigaren en spiritualia te hebben genoten, begon men aan twee lange vergaderdagen. Naarmate de vergadering vorderde en de agendapunten onder de voorzittershamer sneuvelden, groeide het verlangen van de deelnemers naar de avond- en eindsessie en de vrolijkheid van dokters onder elkaar.

Bij de afsluiting van de algemene vergadering van 1911 te Deventer werd de vrolijkheid onverwacht – de regelcommissie wist van niets – op bijzondere wijze verhoogd door de uitgave van een fraai boekwerkje, uitgevoerd in groot formaat en op geschept papier. De titel Rideamus (‘Laat ons lachen’) liet aan duidelijkheid niets te wensen over. En wie het Latijn niet machtig was en ook geen verband zag met het pseudoniem van de bekende Duitse satiricus Fritz Oliven, werd nader geïnformeerd door de lange ondertitel: Een medisch prentenboek voor doctoren en patiënten, bevattende ware, vreemde en kluchtige geschiedenissen, boertige rijmen en spreuken, versierd met fraaie en vermakelijke prenten van oude en van jonge Meesters.

Geheim

Als samensteller presenteerde zich een zekere B.I. Stouri – jawel, de naam van het instrument waarmee men gezwellen aanprikt en blazen ontledigt. Wie hier de prikker was die verantwoordelijkheid droeg voor de inhoud van Rideamus bleef lang geheim en leidde tot veel gissingen. De samensteller bleek uiteindelijk Johan H.H. Siedenburg (1875-1961), een kleurrijk man uit de wereld van de kunst en kleinkunst. Het succes van de eerste uitgave herhaalde Siedenburg bij gelegenheid van de algemene vergaderingen in 1912 (Den Haag), 1913 (Breda) en 1914 (Leiden).

In de publieke en medische pers bleef Rideamus niet onbesproken. Loftuitingen over de geestige inhoud en de mooie illustraties waren er zeker, al klonken ze vaak zuinig en met veel voorbehoud. Voor medici, zo schreef het Nieuwsblad van het Noorden, was het boekje ‘waarlijk om eens hartelijk te lachen. Voor leeken ook wel. ’t Is een alleraardigst boekje’. Zelfs het Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde – toch representant van medisch Nederland – sprak van ‘een schat van goede moppen, met het geneeskundig beroep samenhangend’ en dacht dat het aan geen twijfel onderhevig was ‘of dit boek zal in de algemeene vergadering een groot en welverdiend succes gehad hebben en ook zij, die de vergadering niet bezochten, zullen er met genoegen mede kennismaken’.

Kritiek

Een kritischer geluid liet Vox medicorum horen, een toen veel gelezen medisch tijdschrift. Dat liet weten het boekje met plezier te willen aankondigen, maar dan alleen voor doktoren. ‘Voor patiënten zouden wij het nu niet bepaald aangewezen achten, zelfs niet voor die patiënten, voor wie wij heil van een lachkuur zouden verwachten. Voor hen zou het effect waarschijnlijk wel niet uitblijven, maar er zijn nog wel andere middelen om lacheffect te veroorzaken en daarom zouden wij dit dan liever voor eigen gebruik gereserveerd houden.’

‘Wat bij een goed glas wijn aardig gevonden wordt, mist zijn doel als men het met nuchter hoofd in zijn studeerkamer leest’

De kritiek betrof enerzijds de geestig­heden over de medische praktijkvoering, die volgens de heersende medische moraal niet passend zouden zijn, en anderzijds het seksuele fatsoen waaraan het de samensteller al te zeer had ontbroken. ‘Dat de inhoud van dit boek even smakelijk is als het uiterlijk zouden wij niet durven zeggen’, schreef Het nieuws van den Dag. ‘Boerterijen en kwinkslagen van geneesheeren zijn niet voor ieders ooren bestemd en menig pilletje, hier gedraaid, valt moeilijk te slikken. De mannen van het vak zullen er echter ongetwijfeld van genieten, en het boek zal dan ook wel voornamelijk in hunnen kring gelezen en gewaardeerd worden.’ Bij de tweede uitgave noteerde de redacteur van Vox medicorum dat de inhoud hem niet meer kon bevredigen. ‘De “moppen” zijn minder schuin dan verleden jaar; vele geestigheden worden in Rideamus niet aangetroffen. Men vergete niet, dat al wat bij het drinken van een goed glas wijn en het rooken van een fijne afterdinner aardig gevonden wordt, zijn doel mist, als men hetzelfde met nuchter hoofd in zijn studeerkamer leest. De samensteller van Rideamus had het boekje daarom uitsluitend en alleen moeten bestemmen voor de Algemeene Vergadering!’

Schuine moppen

Dat de ‘schuine moppen’ in de latere edities in het Frans werden aangeboden, bood weliswaar enig soelaas, maar te weinig om ook de Maatschappij gunstig stemmen. Die had inmiddels bij monde van de voorzitter Hendrik Burger haar ongenoegen laten blijken over Rideamus en over de gunstige beoordeling in het NTvG. Met nadruk verklaarde Burger dat de regelingscommissie van de algemene vergadering geen enkele bemoeienis met dit ‘humoristische geschrift’ had gehad, en dat hij het wenselijk vond ‘dat dergelijke geschriften, die, blijkens gegronde kritiek in de pers, niet dienstig zijn voor het aanzien van onzen stand, voortaan van de algemeene vergaderingen worden geweerd’.Bij de volgende uitgave van Rideamus klom Burger opnieuw in de pen, verdedigde opnieuw de regelingscommissie en verklaarde dat de auteur ‘van den smaak van de overgroote meerderheid der geneeskundigen een verkeerden dunk’ had. Instemmend citeerde hij zowel de NRC, waarin afkeurend was vastgesteld dat ‘de beroepsernst in deze verzameling zelfs zoo ver (is) te zoeken, dat de dokter herhaaldelijk om zijn eigen spiegelbeeld lacht’, als het christen-socialistische tijdschrift De Blijde Wereld, dat van mening was ‘dat het niet door den beugel kan, dat mannen, die dapper voor het leven hunner patiënten strijden, zich met zulke grofheden en flauwiteiten vermaken’. Met het voorbeeld van het humoristisch bedoelde grafschrift ‘Ik was gezond, wou nog gezonder worden, nam een dokter en stierf’ onderstreepte Burger zijn polemiek.

Moeizame vrijage

Na de massieve kritiek op de Rideamus-uitgave van 1914 (volgens het Algemeen Handelsblad ‘waarlijk geen geschrift om op de wachtkamer der patiënten neer te leggen!’) heeft Siedenburg zijn spot met de medische stand opgegeven. Sindsdien zijn de Rideamus-uitgaven collector’s items geworden en de stille getuigen van een moeizame vrijage tussen de Maatschappij en de satire aan het begin van de twintigste eeuw. 

download dit artikel in pdf

humor
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.