Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
S. Wildevuur
29 april 2009 13 minuten leestijd

Het Medisch Contact in verzet

1 reactie

Eerder in Medisch Contact

Onderstaand artikel verscheen eerder in Medisch Contact op 5 mei 1995. Eén van de geïnterviewden, Bearda Bakker, overleed een week voordat het tijdschrift uitkwam; Eeftinck overleed in 1997, Van der Zwan in 1999 en Lenstra in 2000. Hun relaas is echter onveranderd actueel, reden om het in deze special opnieuw een plaats te geven.

Interview met vier oud-strijders

De artsen toonden in de Tweede Wereldoorlog veel durf. Openlijk verzetten zij zich tegen de plannen van de Duitsers. Het merendeel van de 'goede' artsen maakte deel uit van de geheime artsenverzetsorganisatie het Medisch Contact. Door een soepel lopend communicatiesysteem werden de leden van informatie voorzien en aangespoord tot actie. Een harde, maar bijzondere tijd.

De stationsrestauratie van Zutphen, waar het Medisch Contact ontstond
De stationsrestauratie van Zutphen, waar het Medisch Contact ontstond

Op 24 augustus 1941 om drie uur 's middags is het Medisch Contact geboren, een jaar na de Duitse inval. In de stationsrestauratie van Zutphen, plat gebombardeerd in 1944, schetsten de artsen Brutel de la Rivière, Roorda en Eeftinck Schattenkerk de structuur van de artsenverzetsorganisatie op een kladje. Het Medisch Contact, al snel afgekort tot het MC, was daarmee de eerste georganiseerde verzetsorganisatie in Nederland.

De oprichting van het MC gebeurde uit protest tegen de ingeslagen weg van de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst. Het bestuur van de maatschappij, bestaande uit mannen op leeftijd, sommeerde haar leden te luisteren naar de Duitsers en hun idee‘n. Een offici‘le mededeling van de Maatschappij in het Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde van 14 juni 1941 deed de bom barsten. Hierin werd de medewerking van alle artsen gevraagd aan de opbouw van de gezondheidszorg op nationaal-socialistische leest, de Artsenkamer. De Nederlandse artsen kwamen hiertegen in opstand en zeiden uiteindelijk en masse hun lidmaatschap van de maatschappij op.

Leiders van het eerste uur
Eeftinck Schattenkerk (1909) is als laatste van de drie oprichters van het MC nog in leven. Hij was toentertijd chirurg in Zwolle en vanaf zijn studententijd actief in het bestuurlijke leven. 'Het bestuur van de Maatschappij vond in het begin van de oorlog dat je moest samenwerken met de Duitsers. Het zag niet wat er aan de hand was. Met name de jongere artsen zeiden: 'Dit kan niet zo, dit gaat mis.' Overal in het land waren al actiegroepen ontstaan. In het oosten waren Brutel de la Rivière, Pannekoek en mijn persoon actief. We kregen contact met Roorda, een bekende huisarts uit Haarlem. Daar waren de artsen ook bezig. Roorda kwam toevallig met vakantie naar Overijssel. Gelukkig maar, want in die tijd kon je maar weinig mensen te spreken krijgen omdat er weinig auto's waren, geen benzine enzovoort. lk geloof dat Brutel de afspraak met hem heeft geregeld. Met zijn drie‘n hebben we in de stationsrestauratie in Zutphen gezeten. Daar is het MC geboren.'

Eeftinck Schattenkerk (l) en Van der Zwan
Eeftinck Schattenkerk (l) en Van der Zwan

De leiders van het eerste uur zetten hun plannen meteen uiteen. Het MC was een niet-officiële landelijke organisatie. Deze was onderverdeeld in leden die deel uitmaakten van een groep binnen een district. Aan deze structuur is in de jaren niets veranderd. Een aantal artsen dat zich sterk had gemaakt voor het uittreden uit de maatschappij wierp zich op als leiders. Dr. J.J. Brutel de la Rivière (Deventer), dr. J.C. Eeftinck Schattenkerk (Zwolle), prof. dr. G.C. Heringa (Amsterdam), dr. W.F. Noordhoek Hegt (Den Haag), dr. J. Roorda (Haarlem), dr. H. Wamsteker (Haarlem) en I. Wessel (Hilversum) vormden samen het Centrum. De samenstelling veranderde enigszins gedurende de oorlog, leden werden gepakt, anderen kwamen voor hen in de plaats. Het Centrum was goed op de hoogte van wat er gebeurde en bleef met zijn acties het beleid van de Duitsers vaak een slag voor.
Vanuit het 'actieve' oosten werden de artsen in de rest van het land bij het verzet betrokken. De artsen in de regio kenden elkaar goed en wisten wie wel of niet te vertrouwen was. Het MC groeide snel. Estafetteberichten werden opgesteld tijdens de geheime vergaderingen van het Centrum in Amsterdam. Ieder van de stafleden kreeg de estafetteberichten mee om die vervolgens weer door anderen over de districten te laten verspreiden. Uiteraard moest dit met de nodige voorzichtigheid gebeuren. Iedereen kreeg daarom persoonlijk bericht. Per telefoon of per post was te gevaarlijk. Maar het Medisch Contact als geheel is nooit gepakt.

Artsen op één lijn
Brutel de la Rivière was de onbetwiste leider van het artsenverzet. Als schoolarts had hij in de oorlogsjaren geen werk en hij kon zich volledig wijden aan het verzet. De andere artsen moesten het verzetswerk naast hun eigen werk doen.
De neurochirurg A. van der Zwan (1907) was destijds actief in het verzet in Groningen. Nu woont hij enkele etages onder Eeftinck Schattenkerk in Zwolle. Hij herinnert zich de atletische, niet te stuiten Brutel als de dag van gisteren: 'Op een zondagmiddag kwam onze vriend Brutel op de fiets door de stromende regen. Hij was vanuit Deventer over Zwolle naar Zuid-Friesland gereden. In Heerenveen had hij met de heren gesproken. Daarna is hij ook nog naar Leeuwarden geweest. Hij kwam aan mijn deur in Groningen. Het water droop van hem af. Ik gaf hem wat te eten en te drinken en een schoon pak. We hebben nogal wat plezier gehad. Brutel was vrij klein, en hij verzoop in mijn pak. 'Ga eerst maar liggen', zei ik, 'want je bent doodmoe'. Hij was toen al een man op leeftijd. Ik heb hem op de bank gelegd waarop mijn voorganger, een psycho-analist, zijn pati‘nten recht streek. Hij heeft daar een tijd geslapen en is 's avonds weer vertrokken. Zo had hij op één dag contact met een paar centra: zijn eigen centrum in Deventer en die in Friesland en Groningen. Dat was onze eerste kennismaking. Engelkes begon met de organisatie van het artsenverzet in Groningen. Hij benaderde zo'n stuk of dertig collega's om bij hem thuis te komen overleggen. Hij raadde iedereen aan om niet met de auto te komen, dat zou te veel opvallen. Stonden er 's avonds dertig fietsen tegen het hek.'
Toen districtsvoorman Engelkes werd geïnterneerd naar Sint Michielsgestel volgde de Groningse internist G. Lenstra (1907) hem op. Lenstra: 'Er werd één lijn getrokken als verzet tegen de maatregelen van de Duitsers. Tegen het verplicht lidmaatschap van de Artsenkamer, tegen het ontslag van de joodse artsen en de joodse patiënten. Dat werd geformuleerd, daaraan werd adhesie betuigd en er werden handtekeningen verzameld. Waren dat er tien dan gaven ze er niets om, maar twee- ˆ drieduizend handtekeningen maakten grote indruk. De Duitse overheden zagen dat als een teken van onrust. Het maakte ze bang.'

Artsenverzet in volle bloei
Het artsenverzet was in volle bloei. Het vertrouwen in elkaar en in het Centrum groeide. Eeftinck Schattenkerk: 'Het grote verschil met andere verzetsorganisaties was dat wij geen actief verzet pleegden. Dat was het gevaar van mensen die overvallen deden. Wij waren psychisch bezig.' De bordjesactie was de bekendste actie van het MC en het was tevens belangrijk om het saamhorigheidsgevoel te versterken. Het was het ultieme middel in het verzet tegen de Duitsers, en speciaal tegen de Artsenkamer. Croïn van het Medische Front probeerde namelijk op alle mogelijke manieren de artsen te dwingen toch lid te worden van de Artsenkamer. Alle druk ten spijt lukte hem dat niet. De 'goede' artsen weigerden simpelweg het aanmeldingsformulier in te vullen. Als laatste middel werd gedreigd met het geven van hoge boetes. Daarop kwam een slimme tegenzet van de artsen. Zij verklaarden afstand te doen van de bevoegdheid tot uitoefening van hun beroep om zich zodoende legaal te onttrekken aan het lidmaatschap van de Artsenkamer. De Duitsers werden overspoeld met de schriftelijke verklaringen. De artsen verwijderden het bordje met 'arts' van hun deur of buitenmuur. Ten overstaande van het gehele volk was meteen duidelijk welke arts 'goed' of 'fout' was.
Van der Zwan: 'Er was een professor in Amsterdam. Daar kwam de melkboer langs. Hij had zijn artsenbordje nog op de deurhangen. 'Zolang dat bordje er hangt. krijgt u geen melk.' Toen riep de vrouw die de deur opendeed: 'Dokter, het bordje moet eraf, ik krijg geen melk.' Het hele volk leefde mee.'
Eeftinck Schattenkerk: 'Er is een razzia geweest onder de artsen, die hun bordje eraf schroefden. In Vught was officieel geen enkele arts meer. Zij waren naar concentratiekampen afgevoerd. Wibaut en ik hebben toen in het Parlementsgebouw in Den Haag met de hoogste Duitse medici gesproken. Door onze contacten wisten wij dat de moffen veel banger waren dan wij artsen. Nadat we 150 gulden boete hadden betaald, werden de artsen allemaal vrijgelaten. De Duitsers dachten dat er anders een nationale revolutie zou komen.'
Lenstra zelf kon niet meedoen aan de bordjesactie, hij zat ondergedoken. 'Een gewestelijkvoorman had zich versproken. Een Duitser kreeg de papieren in handen die hij had laten slingeren. In het huis van bewaring heeft hij onder druk mijn naam genoemd. Ik werd bijtijds gewaarschuwd en dezelfde avond ben ik ondergedoken.' Lenstra is later toch gearresteerd, in Amsterdam, met iemand uit het 'gewone' verzet. Hij heeft een maand in Amsterdam vastgezeten en is daarna overgebracht naar het Oranjehotel. Af en toe hielp hij daar als arts. 'Ik werd eens geroepen in een cel omdat een gevangene benauwd was geworden. Hij was ineengezakt in de hoek en blauw aangelopen. Toen ik binnenkwam rook ik het meteen: difterie. Een zoete, muffe lucht. Ik heb zijn luchtpijp opengesneden. Een chirurg uit een andere cel heeft de wond verzorgd. Hij is levend uit de cel gekomen, maar een paar dagen later in het ziekenhuis gestorven. Ik kreeg ook difterie en werd apart gezet in een barak.
Ik werd verhoord en nog eens verhoord. Dat heb ik in goede banen weten te leiden. Maar niet strikt in overeenstemming met de waarheid. Wij waren allemaal niet beneden de honderd, wat IQ betreft. Zo ben ik uiteindelijk vrijgekomen.'

Bearda Bakker (l) en Lenstra.
Bearda Bakker (l) en Lenstra.

Voorzichtigheid geboden
Je moest oppassen met alles wat je zei. Een kleine fout kon grote gevolgen hebben. Van der Zwan: 'Er kwam een nieuwe pati‘nt op mijn spreekuur, mevrouw Janssen. Ik vroeg: 'U bent toch geen familie vande NSB'er Janssen?' 'Hoezo?', vroeg de nieuwkomer. Daags daarna kreeg ik een anoniem bericht: 'Je bent onvoorzichtig geweest. Janssen is de dochter van de hoofdcommissaris van politie.Je staat op de zwarte lijst.'' Van der Zwan dook onder. Dat was één van de in totaal vier dagen die hij tijdens de oorlog zat ondergedoken. 'Mijn vrouw werd 's nachts wakker geroepen. Zij maakte nog een grapje. 'U denkt toch niet dat hij iedere avond op de stoel op u zit te wachten? Kijk, daar heeft hij vannacht gezeten. Hij is van het balkon afgesprongen, en door de tuin gevlucht.' Toen moest mijn vrouw mee. Maar zij wilde eerst afscheid nemen van de kinderen. Ze ging naar het eerste bedje, toen naar het volgende dat kleiner was en daarna naar een die nog kleiner was. We hadden veel kinderen. Na vijf of zes zei hij: 'Laat maar mevrouw, u hoeft niet meer mee te komen.''
Van der Zwan ging, ook toen hij was ondergedoken, elke dag naar het ziekenhuis om zijn praktijk te doen. 'Ik liep mijn huis voorbij, terwijl mijn kinderen net op weg waren naar school. Ik had een pet op en droeg een korte jas. En niet zoals gewoonlijk een hoed en een lange jas. Ze zagen me niet. Je was zogenaamd wel ondergedoken, maar voor de mensen die je nodig hadden, was je wel bereikbaar.
Wij kregen een heleboel mensen die moesten onderduiken, onder wie artsen. Die gezinnen moesten natuurlijk van eten worden voorzien. Ook een aantal hoogleraren was ondergedoken. Die kregen geen salaris meer en ze hadden ook geen clandestiene klanten. Wij verzamelden geld voor hen. Op een gegeven moment zaten we zonder geld. Toen zei ik: 'Dan ga ik naar Den Haag.'

W.F. Noordhoek Hegt
W.F. Noordhoek Hegt

De internist Noordhoek Hegt zat daar ondergedoken en hij ging over het geld. Een sympathieke, knappe vent. Hij zat vlakbij het Vredespaleis in Den Haag in een groot oud huis boven op zolder. Hij wist waarvoor ik kwam. Hij greep tussen de hanebalken en kwam tevoorschijn met een bundel bankbiljetten. Alsjeblieft!'
Eeftinck Schattenkerk komt aanlopen met een foto van het oude herenhuis waar hij tijdens de oorlog woonde en werkte. Hij wijst de plekjes aan waar hij mensen verborg. Op de zolder, in de kelder. 'Maar wat hij niet laat zien, is de kamer in het souterrain waar hij honderd kanaries hield. We hadden ook wel plezier, hoor', zegt Van derZwan.

Valse diagnosen
Artsen konden veel doen in het verzet. Ze waren goed geïnformeerd doordat ze met veel mensen spraken. Onder de dekmantel van medische zorg zijn veel mensenlevens gered. Voorzichtigheid was onder alle omstandigheden geboden. H. Bearda Bakker (1903), destijds huisarts in Leeuwarden, weet er alles van. Hij woont nu in een voormalig klooster in Arnhem. Hij verontschuldigt zich omdat zijn geheugen hem af en toe in de steek laat. Maar bij het woord 'Artsenkamer' komen de herinneringen langzaam weer boven.
Bearda Bakker was door de Duitsers aangesteld als gevangenisarts. 'In de gevangenis werden ook Nederlanders vastgehouden. De Duitsers dachten: 'We vragen hem maar, misschien kan hij informatie geven. Als huisarts ziet hij immers veel mensen.' Ik vertelde hun natuurlijk niets, allicht niet. Herhaaldelijk werd ik opgeroepen. Zo kwam ik met de Duitsers in contact. Vijf jaar heb ik voor ze moeten bukken, figuurlijk dan. Je moest oppassen dat je je niet versprak.' Bearda Bakker heeft getracht zoveel mogelijk mensen buiten de bak te houden door een valse verklaring of een valse diagnose te geven. 'Ik heb nog nooit zoveel 'vieze' briefjes ondertekend.'
Hij heeft meegewerkt aan de overval op de gevangenis op 8 december 1944. 'Er zaten belangrijke verzetsmensen vast en die moesten er hoe dan ook uit. Anders werden ze doodgeschoten. Vijftig mensen zijn bevrijd en ondergedoken en niemand van hen is gepakt. Maar het was bloedlink.' Bang is Bearda Bakker echter nooit geweest.
Er werden ingewikkelde standjes uitgehaald om mensen te redden. Lenstra: 'Ik had eens iemand die niets mankeerde. Hij werd opgeroepen voor keuring in Duitsland. Die heb ik vooraf geïnstrueerd. Hij kwam op de keuring en zei: 'Ik voel me over het algemeen gezond, maar vanochtend moest ik braken. Maar het zal wel niets zijn.' De keuringsarts, een 'foute' Nederlander, vroeg erop door en leverde een galsteenanamnese. Verder nog iets?, vroeg de arts. Ik heb ook jeuk. Kom dan maar even bij het raam staan. De arts keek en het oogwit was geel. 'Ik zie het al: geelzucht.' Maar dat was een kunstproduct.'

Bijzondere tijd
De oorlog had weinig invloed op het werk als arts, daar zijn Eeftinck Schattenkerk, Bearda Bakker, Lenstra en Van der Zwan het over eens. Eeftinck Schattenkerk: 'Er was alleen geen cent. Er was gebrek aan materiaal, aan operatiehandschoenen, enzovoort. Iedereen had honger. Het was een vreselijke tijd, maar ook heel bijzonder. Iedere minuut moest je overleven en beleven. Iedere stap die je deed, ieder woord dat je zei, iedere reactie die je vertoonde kon enorme gevolgen hebben. Daar leerde je mee om te gaan.' Lenstra: 'Je had mensen met schotwonden, mensen kwamen ziek terug uit Duitsland en je had de onderduikers. Dat kostte veel tijd. Erwas schurft, tbc, hoofdluis, kledingluis, maagklachtendoorhet slechte eten. Veel moest in het geniep.' Bearda Bakker: 'Maar als je ergens in het geniep kon handelen dan was het wel in ons vak.'
Van der Zwan: 'We hebben ook mensen opgenomen die niets hadden. Ik had een man die in het verzet zat. Die konden we daar niet missen. Ik heb hem opgenomen en in een hoekje van de zaal gelegd bij het buitenraam. En zogenaamd een lumbaal punctie bij hem gedaan. De naald werd niet gebruikt en ik vulde de spuit met water uit een potje in mijn hand. Het ziekenhuis was een onderduikadres. Je kende het personeel goed. En de Duitsers kwamen er niet kijken.'

Zieke Duitsers
De zieke Duitsers in Nederland moesten ook worden behandeld. Dat zorgde voor gewetensconflicten. Van der Zwan: 'In Groningen had het roomse ziekenhuis een deel van het ziekenhuis overgedaan aan de Duitsers. Daar konden ze hun eigen zaakjes regelen. Maar daar was geen groep specialisten bij elkaar. Er was een arts die overal naar keek en op een gegeven moment mij erbij moest hebben. Ik werd opgebeld of ik op het consult wilde komen, want ze wisten niet wat ze met de pati‘nt aan moesten. 'Geen denken aan', zei ik. Dan sta ik daar straks als hulp van de Duitsers te werken. Dat vertelde ik aan mijn collega Verbeek. 'Wat heb je gedaan? Dat moet je niet doen, anders word je er straks nog uitgegooid.' Hij is ernaartoe gegaan en heeft in de oorlog alle neurologische pati‘nten moeten behandelen. Dat wilde je niet doen, de Duitsers helpen.'
Eeftinck Schattenkerk: 'De internist van het ziekenhuis hier was aan het begin van de oorlog ziek. Een veel te hoge bloeddruk. Bij een bevriende internist was hij aan het bijkomen toen hij hoorde dat de oorlog was uitgebroken. Waarop hij zei: 'Ik moet terug naar mijn ziekenhuis.' Met een taxi is hij op 10 mei 1940 van Hilversum naar Zwolle gegaan.Van daar moest hij verder met een boot want de bruggen kon hij niet meer over. Bij de laatste brug voor het Sofia-ziekenhuis brak hij zijn arm, die tot zijn dood in 1945 nooit helemaal is genezen. Op 11 mei was hij weer terug. Een dag of veertien later kwam de portier bij hem: 'Dokter, er is een Duitse militair die u wil spreken.' Laat hem maar binnen komen. De internist was een kleine, gezette man. Komt de kolonel binnen. 'Ich komme Ihr Krankenhaus fordern für die Deutsche Armee.' Maar de internist liet zich niet van zijn stuk brengen: 'Raus, Ich spreche nur mit meinesgleichen. lch bin Minister-Generaloberer.'We hebben wel Duitsers behandeld, maar het ziekenhuis is nooit gevorderd.'

Sabine E. Wildevuur, journalist

Lees ook:

  • Een completer beeld
    De beeldvorming rond de verzetsgroep Medisch Contact is gebaseerd op het beeld dat zij zélf hebben geschetst van hun verleden. Dat geeft een enorme vertekening. Hoogleraar mëdische geschiedenis Mart van Lieburg ging om die reden aan de slag met origîneel archiefmateriaal.
  • En meer artikelen over artsen in de oorlog

PDF van dit artikel
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Charles Destrée, Bouleurs 21-10-2011 02:00

    "Graag zou ik de foto's van de stichters van Medisch Contact ontvangen.
    En in het bijzonder die van dr. W.F. Noordhoek Hegt.
    Dank voor uw aandacht.
    Charles Destrée (1926) zoon van de arts Arent Vincent Herman Destrée, beiden voormalig verzetsstrijder."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.