Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
G.P.A. Joosten
14 juli 2010 5 minuten leestijd

Het is weer tijd voor ‘echte’ uitzendingen

Plaats een reactie

Student doctors in Afrika zijn vooral nuttig voor zichzelf

Coassistenten in derdewereldlanden doen unieke ervaringen op, maar leveren nauwelijks een bijdrage aan de plaatselijke gezondheidszorg. Helaas is de tijd voorbij dat die twee dingen samengingen.

De zin en onzin van (aankomend) artsen die voor korte tijd in een ontwikkelingsland werken, is, ook in Medisch Contact, regelmatig onderwerp van discussie geweest (MC 37/2009: 1546). De ervaringen met goedbedoelende, maar weinig relevante coassistenten in het Ndala Hospital in Tanzania sluiten hier naadloos op aan. Dat is weleens anders geweest.

Vijftien jaar lang werkten telkens twee coassistenten uit het AMC vier maanden in Ndala Hospital en enkele andere afgelegen ziekenhuizen in Oost-Afrika. Het mooie was dat deze student doctors, zoals ze daar consequent werden genoemd, elkaar konden inwerken en met een overlap van twee maanden opvolgden; dan had het ziekenhuis wat aan hen! Het was verbazend hoe goed sommigen zich hadden voorbereid door het oefenen van de taal en hadden nagedacht over een relevant onderzoekje. Meestal was het hun laatste coschap en konden ze hun bul bij thuiskomst meteen in ontvangst nemen. In de tweede helft van hun stage deden ze zelfstandig de ronde over een afdeling en in de laatste maand hadden ze een week nachtdienst. Met een snel bereikbare achterwacht natuurlijk. Ze leerden veel en maakten veel mee, al was een ervaring om in één nacht bij twee of drie kinderen de dood te moeten constateren eigenlijk té veel. Zij leverden een waardevolle bijdrage aan de dagelijkse patiëntenbesprekingen en hielden hun lokale collega’s scherp. Deze ‘uitzendingen’ droegen bij aan het, vooral in afgelegen ziekenhuizen, schreeuwende tekort aan goed opgeleid medisch en verpleegkundig personeel.

Exotisch
Die tijd is echter voorbij. De student doctors van nu komen nog maar twee maanden. Dat kun je geen uitzending noemen. Deze jonge collega’s scharen zich in de rijen scholieren die wat van de wereld willen zien en jongerejaarsstudenten die onderzoek doen over onderwerpen en vraagstellingen die vaak maar met moeite als relevant voor het land kunnen worden beschouwd. Ze leren zelf misschien veel en doen ervaring op in exotische plaatsen. Maar ze leveren geen bijdrage aan patiëntenzorg, noch aan onderwijs, sectoren die beide onder enorme druk staan van tekorten aan van alles, maar vooral aan goed opgeleid personeel. Dit tekort lijkt groter dan zo’n dertig, veertig jaar geleden. De opleidingscapaciteit heeft in die periode geen gelijke tred gehouden met de snelle bevolkingsgroei. Aids heeft sindsdien enorm huisgehouden onder jonge mensen met een opleiding.

Geen wonder dat deze verpleegsters
geen doseringen kunnen berekenen

Het goed opgeleide personeel dat over is, wordt weggezogen naar door het buitenland gesponsorde ‘verticale’ projecten en programma’s, waar ze de helft van de tijd besteden aan het bijwonen van symposia en workshops met aantrekkelijke presentiegelden. Dat is die senior werkers niet kwalijk te nemen; zij grijpen iedere kans naar een grotere stad te worden overgeplaatst waar elektriciteit en stromend water is en betere scholen voor hun kinderen.

Bedroevend
Het aantal jonge pas opgeleide autochtone werkers is niet alleen te klein maar hun kennis is van een bedroevend laag niveau. Het peil van het lager onderwijs in Tanzania is opnieuw gedaald. De helft van de miljoen kinderen die het Standard Seven National Exam (CITO-toets) in 2009 deden, haalde de norm niet. Slechts 35 procent slaagde voor Engels en nog geen 21 procent haalde een voldoende voor rekenen. Eén miljoen kinderen hebben de lagere school geheel doorlopen: de helft van het aantal dat dat in de tijd van de ‘Vader des Vaderlands’, president Julius Nyerere deed. Om voor een vervolgopleiding in aanmerking te komen moeten ze tot de geslaagden behoren en eigenlijk ook voor Engels een voldoende hebben, want de middelbare scholen gebruiken tekstboeken in het Engels en officieel (de leraren zelf spreken geen goed Engels) wordt in het Engels lesgegeven. Geen wonder dat de pasgeslaagde verpleegsters en de vroedvrouwen die zich nu aanmelden in Ndala Hospital onvoldoende van hun beroepsopleiding hebben opgepikt. Zij kunnen geen doseringen berekenen, geen partogram invullen en interpreteren en dus wordt vaak te laat hulp ingeroepen bij een niet vorderende baring.

Korte termijn
In deze situatie is er een enorme behoefte aan buitenlandse versterking en hulp in de vorm van toegewijd personeel. In tegenstelling tot de vrijwilligers, Peace Corps-werkers en ‘tropendokters/-verpleegsters’ van vroeger, die de ziekenhuizen en scholen van de koloniale voorgangers overnamen, gaat het nu om vrijwilligers die bereid zijn in afgelegen gebieden het lokale personeel in de gezondheidszorg en het (beroeps)onderwijs te assisteren zonder de baas te worden van het ziekenhuis, de school of het opleidingsinstituut.

Net als voor de student doctors zijn voor dit soort vrijwilligers perioden van een paar maanden veel te kort. Het zal om minstens twee jaar moeten gaan. Op dit moment lijken er echter geen goede kanalen meer om zulke ‘uitzendingen’ te faciliteren. De grote ‘uitzenders’ van vroeger, Cordaid-Memisa, Buitenlandse Zaken en de Stichting Nederlandse Vrijwilligers hebben ooit het beleid omgegooid en daarin was geen plaats voor lange uitzendingen. Het moderne management, maar ook de politiek eiste duidelijk meetbare effecten op de korte termijn. Noodhulporganisaties kregen de wind mee en ‘uitzending’ betekende toen ineens kortdurende missies (enkele weken of maanden) met precies geformuleerde doelstellingen en evaluatiecriteria door beroepsconsultants.

Geen vakantie
De behoefte aan uitzending nieuwe stijl is groot. De voorbereidingstijd van deze nieuwe vrijwilligers moet in verhouding staan tot de duur en de aard van hun inzet. Ze moeten goed voorbereid zijn op de lokale situatie en taal, maar hebben geen managementtraining of bestuurservaring nodig, omdat zij simpelweg geen leidinggevende rol gaan vervullen. ‘Vrijwilliger’ betekent dat hij/zij in ieder geval een lokaal salaris ontvangt en dat het (sociale) verzekeringspakket en de reiskosten gecompenseerd worden. Voor jonge ‘tropenartsen’ is de vereiste extra vooropleiding om onder die betiteling te mogen vallen al zó lang (2,5 jaar) dat een eenmalige uitzending van twee jaar eigenlijk nog te kort is. Hun onmiddellijke bruikbaarheid op het niveau van perifere ziekenhuizen is echter groot!

Het gaat dus nu niet om actors of change en niet om nieuwe leidinggevenden, ook al zullen veel handen gaan jeuken om zaken te veranderen. Dat is moeilijk te accepteren voor postkoloniale westerlingen, die nog denken in termen van een ‘maakbare wereld’ en daarvoor de oplossingen in hun achterzak hebben! Maar er hoeft in Tanzania niet meer zoveel van de grond af te worden opgebouwd of gereorganiseerd. Wel moetenen instituties zoals onderwijs en gezondheidszorg vanaf het laagste niveau veel beter gaan functioneren. Dat kan niet met hulp van buitenlanders die een paar weken vakantie over hebben!

George P.A. Joosten, tropenarts Ndala Hospital, Tanzania

Correspondentieadres: gjoostnien@zeelandnet.nl; c.c.: redactie@medischcontact.nl.
Geen belangenverstrengeling gemeld.

Samenvatting

  • Waar voorheen coassistenten in Oost-Afrikaanse ziekenhuizen goed beslagen ten ijs kwamen en lang genoeg bleven om hun nut te bewijzen, leveren de studenten van nu nauwelijks een bijdrage aan de lokale patiëntenzorg.
  • Intussen richt het uitzendbeleid zich op snel resultaat en de korte termijn.
  • Ontwikkelingslanden hebben behoefte aan uitzending nieuwe stijl: degelijk voorbereid, zich voegend naar de lokale situatie en taal, en minstens voor twee jaar.


Erica Kars-Koopman heeft samen met haar echtgenoot Wander een tweejarig contract gesloten met Ndala Hospital. Er is in ontwikkelingslanden veel behoefte aan deze tropenartsen nieuw stijl.
Erica Kars-Koopman heeft samen met haar echtgenoot Wander een tweejarig contract gesloten met Ndala Hospital. Er is in ontwikkelingslanden veel behoefte aan deze tropenartsen nieuw stijl.
Uitgezonden tropenartsen moeten geen zaken willen veranderen, maar simpelweg de handen uit de mouwen steken.
Uitgezonden tropenartsen moeten geen zaken willen veranderen, maar simpelweg de handen uit de mouwen steken.
<strong>PDF van dit artikel</strong>

Klik hier voor het MC-artikel waarnaar de auteur verwijst

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.