Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
interview

‘Het hart is meer dan een biomedische pomp’

Cardioloog Sandeep Jauhar schreef meeslepend boek over de geschiedenis van hartonderzoek

15 reacties
Kick Smeets
Kick Smeets

Een opwindend boek over alléén het hart, ja, dat kan. De Amerikaans-Indiase cardioloog Sandeep Jauhar beschrijft de avontuurlijke geschiedenis van het medisch onderzoek naar dit ‘wonderbaarlijke orgaan’. ‘De meeste artsen kennen deze verhalen niet.’

Op de schouders van welke inventieve, volhardende en soms roekeloze mannen – en een enkele vrouw – staat de cardiologie van nu? Arme kikkers, zwerfkatten, kwallen en straathonden – er gaan er talloze doorheen voordat de hartlongmachine, openhartchirurgie, pacemakers en alle moderne uitvindingen op grote schaal mensenlevens redden. Spannend zijn de experimenten die artsen op zichzelf uitvoerden, bijvoorbeeld het rare verhaal van de Duitser Werner Forssmann – later won hij de Nobelprijs voor de geneeskunde – die in 1929 zelf een katheter in zijn eigen arm duwt en vervolgens een röntgenfoto van zijn lijf laat nemen, om te bewijzen dat de slang in de rechterboezem van het hart terechtkomt. ‘Gekkenwerk. Hoe meer ik over dit soort figuren las, des te meer wilde ik ervan weten.’

De Indiase cardioloog Sandeep Jauhar (1968), die grotendeels in de VS opgroeide, vertelt in Het hart evenwel meer dan de meeslepende pioniersverhalen. Een paar jaar geleden kwam Jauhar erachter dat hij een hartaandoening heeft, in de wetenschap dat zijn familie een serieuze geschiedenis van hartziekten kent. ‘Mijn opa stierf toen hij begin 50 was, voor de ogen van mijn vader, toen een 13-jarige jongen – die daar nooit helemaal overheen is gekomen. Mijn andere groot­vader is overleden aan hartfalen, en mijn moeder uiteindelijk ook.’

Zijn eigen aandoening was een van de aanleidingen om een boek te schrijven over ‘het hart’, vertelt Jauhar in een hotel aan een Amsterdamse gracht, waar hij een paar dagen verblijft om zijn boek te promoten. ‘Vanuit wetenschappelijk oogpunt is het hart bovendien een fascinerend orgaan. Het is een machine die verbluffende prestaties kan leveren. Het slaat drie miljard keer in een gemiddeld mensenleven. Elke hartslag kan ons bloed door 100.000 mijlen aan vaten stuwen. Een typisch hart werkt zo hard dat het een zwembad in een week kan leegpompen. Het feit dat deze machine zo hard kan werken en tegelijkertijd zo kwetsbaar is, dat fascineert me. Gaandeweg kwam ik erachter dat de medische geschiedenis van hartonderzoek ongelooflijk interessant is. De experimenten, de onorthodoxe methoden – de meeste daarvan zouden we vandaag de dag nooit goedkeuren.’

‘Het is een machine die verbluffende prestaties kan leveren’

Er werden veel risico’s genomen.

‘Tot aan het eind van de 19de eeuw is er niet geopereerd op het levende hart – en niet voor niets. Het hart beweegt altijd, en het is erg moeilijk om een operatie uit te voeren op een bewegend object. Daarnaast is het hart met bloed gevuld; snijd je daarin, dan is het gevaar groot dat de patiënt doodbloedt. Stop je dat, dan loopt iemand hersenschade op. De oplossing was uiteindelijk een machine die dit kon over­nemen: de hartlongmachine. Maar de uitvinding en bouw daarvan duurde lang en in de tussentijd werden tussen­oplossingen bedacht.’

Welk verhaal frappeerde u vooral?

‘Zoveel... Ik denk bijvoorbeeld aan de kruiscirculatie; dit behelsde het koppelen van een kind aan een ouder, wiens hart en longen het werk van het kind overnamen. Zo kon het hart van het kind worden gestopt om te opereren. Mensen reageerden geschokt toen C. Walton Lillehei dit in Amerika voor het eerst voorstelde. Ze waren erop tegen: dit zou de eerste operatie ooit zijn met een mogelijke 200 procent mortaliteit. Maar hij zette door. Inderdaad stierven er mensen gedurende de operaties, maar gaandeweg werden de langetermijnverwachtingen beter. Hij voerde de operatie vanaf 1954 45 keer uit en had 28 overlevers, en we leerden er enorm veel van.

Iemand door wie ik ook geïntrigeerd raakte was de Brit George Mines. Hij voerde experimenten uit op kwallen en vissen, en kwam met inzichten over hoe elektrische prikkels in het hart kunnen gaan rondzingen, het re-entry-fenomeen. Tragisch genoeg veroorzaakte Mines, hoogstwaarschijnlijk per ongeluk, zijn eigen dood: hij elektrocuteerde zichzelf bij een test, toen hij alleen in het lab was. Bizar en fantastisch. Er zijn zoveel interessante verhalen, ook over de vergissingen, fouten en de toevalstreffers. Zo is de eerste menselijke pacemaker per ongeluk uitgevonden.’

‘Cardiologie heeft zich misschien wel het allerverst ontwikkeld van alle medische specialismen’

Waarom vindt u het belangrijk dat deze verhalen in herinnering worden gebracht?

‘We weten zo veel, cardiologie heeft zich misschien wel het allerverst ontwikkeld van alle medische specialismen. Maar ik denk dat we ook oog moeten houden voor de historie ervan, zodat we beter kunnen appreciëren wat we hebben – en de offers die mensen zich hebben getroost om te komen tot onze huidige kennis. Ik wilde de verhalen van deze pioniers opschrijven voor jonge cardiologen, zodat ze niet verloren gaan.’

Kennen jonge artsen deze verhalen?

‘De meeste kennen de verhalen niet, ook professoren niet – al weet ik niet hoe dat in Nederland is. Zelf wist ik er oppervlakkig van, van het dotteren en de katheter, uitvindingen die we in de dagelijkse praktijk gebruiken. Maar de weg ernaartoe, hóe deze dingen zijn ontdekt, dat wist ik niet. Volgens mij krijg je als dokter meer waardering voor je vak en de instrumenten als je het verhaal erachter kent. Het moedigt je aan om de technologie weloverwogen te gebruiken. Feit is dat het accent elders ligt in de opleiding en het leek me nodig om deze leemte te vullen.’

Hoe is de ontvangst van het boek in de VS?

‘Dit is mijn derde boek, mijn eerste twee waren meer kritisch. Het eerste (Intern – a doctor’s initiaton) waren memoires over mijn opleiding. Het tweede (Doctored – The Disillusionment of an American Physician) ging over het systeem van gezondheidszorg in de VS, met name de fee for service – en hoe daarmee excessen in de hand worden gewerkt. Met beide boeken maakte ik niet echt vrienden onder artsen. Maar dit, dit is een avonturenboek dat de geneeskunde viert – het landde dan ook beter onder artsen.’

Een viering, maar toch is het boek ook een waarschuwing, zegt u.

‘De visie op het hart is veranderd. Het hart was vroeger altijd een heel speciaal orgaan, waarvan mensen dachten dat het niet te opereren was. Deels omdat het bewoog en met bloed was gevuld, maar óók omdat het werd omgeven door mythes en verhalen. Er werd eeuwenlang metaforische betekenissen aan gegeven. Als de centrale plek in het lichaam, waar de ziel in zou huizen, en dat idee weerhield mensen ervan om zich eraan te wagen.

‘Het is een machine die verbluffende prestaties kan leveren’

Dat idee is omgeslagen. Het hart wordt nu beschouwd als een biomedische pomp – maar ik denkt dat ook die visie niet de volle betekenis omvat van wat het hart is. Het emotionele hart speelt nog altijd een rol, zelfs als biomedische pomp. En al hadden de klassieke filosofen het niet bij het verkeerde eind, toen ze dachten dat er allerlei emoties in het hart huisden – liefde, verdriet, moed – die emoties zijn wel degelijk van invloed op ons hart.’

Bent u als arts anders gaan denken over het hart?

‘Een van de dingen die ik bewust heb geprobeerd te veranderen in mijn dagelijkse praktijk, is de benadering van patiënten. Ik was geneigd om mijn patiënten haastig door het consult te jagen – zoals de meeste artsen doen. Uit onderzoek onder Amerikaanse artsen blijkt trouwens dat zij hun patiënten al na zestien seconden onderbreken. ‘Dus, mevrouw Jones, waarvoor bent u hier gekomen?’, en als mevrouw Jones antwoordt, interrumpeert de arts haar om vragen te stellen die hij of zij wil stellen. Soms zelfs al na tien seconden. Daarmee ontneem je de patiënt de mogelijkheid iets relevants te vertellen. Dus ik heb mij voorgenomen langer mijn mond te houden en te luisteren.’

En als cardioloog, ben u daarin veranderd?

‘Ik sta een beetje sceptisch tegenover sommige technologische innovaties. Neem bijvoorbeeld kunstharten; sommige artsen vinden het fantastische machines. Dat zijn ze uiteraard ook, maar je moet tegelijkertijd erkennen dat veel patiënten vreselijke complicaties krijgen en lijden.’

Tegen het einde van uw boek concludeert u dat de grenzen zijn bereikt van de medische en technische innovatie in de cardiologie. Dat moet een cultuuromslag betekenen voor de praktisch ingestelde cardioloog.

‘Ook ik ben een voorstander van dóen, ik wil er alleen op attenderen dat het soort vooruitgang dat we hebben geboekt naar alle waarschijnlijkheid niet zal worden herhaald. Een voorbeeld: sinds Mason Sones in 1958 de coronaire angio­grafie uitvond, is de mortaliteit na een hartaanval al van 30 naar 3 procent gedaald. Dus, hoeveel lager kunnen we dat getal krijgen: 2 procent, 1 procent?

Toch is één gebied nog onvoldoende onderzocht. We hebben niet genoeg gedaan om artsen en mensen in het algemeen te onderwijzen over het effect van ons emotionele leven op ons hart. Zelfs de American Heart Association noemt emotionele stress nog altijd niet als een mogelijke risicofactor.’

Misschien is dat omdat ‘stressvol’ van persoon tot persoon verschilt: wat een stressvolle situatie is voor de een, is dat niet voor de ander?

‘Het is veel moeilijker psychosociale factoren aan te pakken, daarom hebben cardiologen dit nog niet gedaan. Als artsen hebben we psychosociale invloeden niet zozeer genegeerd, maar wel op de achtergrond gezet, omdat we ons daarmee onthand voelen. Tijdens mijn specialisatie cardiologie heeft niemand het ooit gehad over de invloed van emoties of stress op het hart. We hadden het over blokkades en weerstand van bloedvaten, over hartritmestoornissen. Maar feit is dat emoties een sleutelrol spelen in het veróórzaken van de blokkades, de ritmestoornissen. Het is alleen veel gemakkelijker om je te richten op het eindresultaat en de schade die er is. Dokters willen liever de vloer opdweilen dan de overstroming voorkomen. Ik denk dat wat er technisch mogelijk is binnen cardiologie geweldig is, tegelijkertijd zou ik graag meer inspanningen zien op het gebied van preventie.’

U schrijft heel mooi over uw familie. In hoeverre denkt u dat uw achtergrond heeft bijgedragen aan uw visie op geneeskunde?

‘Als Indiër maak ik deel uit van een gemeenschap met een relatief groot aantal gevallen van hartfalen, wereldwijd. Die kennis heeft me bewust gemaakt van het hart en het zette me aan het denken over hoe dit tegen te gaan. Daarnaast denk ik dat mijn achtergrond als immigrant, en daarmee ontheemd zijn, me ontvankelijker heeft gemaakt voor emotionele onrust. Ik verhuisde naar twee verschillende landen toen ik jong was. Eerst van India naar Wales en later Londen, toen terug naar India en vervolgens naar de VS; zoiets is raar voor een kind.

U heeft zelf hartproblemen, hoe zorgt u voor ‘downtime’, met een gezin en twee loopbanen – u schrijft ook als opinieredacteur voor The New York Times?

‘Vijf, tien jaar geleden stond ik meer in de overdrive. Kwam ik thuis, dan klapte ik mijn laptop open en ging ik aan de slag. Nu ben ik meer huiselijk, besteed meer aandacht aan mijn kinderen en gezin. Voor mij is schrijven een vorm van ontspanning, juist omdat het zo anders is dan het werk in een ziekenhuis. Ik denk dat ik wel een beetje veranderd ben sinds ik mijn hartproblemen ontdekte, ik ben niet langer zo minachtend over ontspanning.’

WIN EEN EXEMPLAAR

Wat gaat u als arts aan het hart?

Reageer vóór 14 februari onderaan dit artikel met één hartveroverende, prijs­winnende zin en wie weet bemachtigt u daarmee één van de vijf weggeefexemplaren van Het hart.

Het hart – het verhaal van ons meest wonderbaarlijke orgaan, Sandeep Jauhar, Thomas Rap, 336 blz., 24,99 euro;

bestel direct

interview werk boek cardiologie Amerika
  • Marieke van Twillert

    Marieke van Twillert werkt als journalist voor Medisch Contact. Arbeidsmarkt, levenseinde en e-health hebben haar speciale aandacht.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Redactie Medisch Contact, , Utrecht 14-02-2019 14:04

    "Hartelijk dank voor uw reactie. De vijf winnaars zijn uitgekozen en krijgen 'Het hart' toegezonden. Het boek is natuurlijk ook te verkrijgen in de boekhandel."

  • David Koetsier, Huisarts, Amsterdam 12-02-2019 09:32

    "Harten maken, harten breken. Zonder moed komt het hart niet tot leven."

  • Sjoerd Zwart, huisarts, Kampen 11-02-2019 20:45

    "Wat wist Descartes
    van het hart?
    Want wat helpt de patiënt het meest:
    een bondje tussen lichaam en geest"

  • Anton, Co-assistent, Nijmegen 10-02-2019 18:36

    "Ons hart voorziet zichzelf van bloed (en energie) in de diastole, oftewel de rustfase. Wij mensen zouden in deze drukke wereld ook meer energie moeten halen uit onze rustfase. Ik zou dat graag doen met het lezen van dit boek."

  • Margriet, Co-assistent , Amsterdam 07-02-2019 10:49

    "Nog een maandje vakantie en dan begin ik mijn met Semi-arts stage cardiologie. Ik weet wel welk boek ik ga lezen in de tussentijd! "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.