Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Marloes van Grotel Xander Zuidema
22 november 2019 6 minuten leestijd

Het draait om de patiënt bij aanpak chronische pijn

Door efficiëntere zorg kunnen meer patiënten behandeld worden

Plaats een reactie
Getty Images
Getty Images

In de nieuwe visie van de Sectie pijngeneeskunde gaat het om de juiste zorg op de juiste plek voor patiënten met chronische pijn. Uitgangspunt is het functioneren van patiënten vanuit medisch, psychisch en sociaal oogpunt. Iedere patiënt verdient maatwerk

Bij de chronificatie van pijn spelen de onderlinge samenhang tussen somatische, affectieve, sociale en existentiële dimensies een evidente rol; deze dimensies beïnvloeden de ernst van de pijnperceptie en kwaliteit van leven. Omdat niet altijd direct duidelijk is in welke mate genoem­de dimensies van invloed zijn, is het voor patiënten vaak een lange zoektocht naar de juiste diagnose, behandeling en behandelaar(s). Patiënten bezoeken in deze zoektocht veel individuele zorgverlenende disciplines, zoals een huisarts, fysiotherapeut, neuroloog, orthopeed, psycholoog, revalidatiearts en/of een anesthesioloog-pijnspecialist. Het stellen van een multidimensionale diagnose en het inzetten van de behandeling duren dan ook vaak te lang en brengen onnodig veel lijden en kosten met zich mee.

Ziektelast

In Nederland wordt de prevalentie van chronische pijn geschat op 18 procent. De verwachting is dat dit de komende jaren door de vergrijzing verder toeneemt. Zo wordt verwacht dat de prevalentie van artrose en degeneratieve nek- en rugklachten in de periode 2015-2040 met 14 procent zal stijgen. Voor deelpopulaties gelden specifieke problemen; zo blijkt een groot deel van de patiënten met pijn als gevolg van kanker onderbehandeld te worden.

De socio-economische ziektelast is immens, zowel voor patiënten als voor de maatschappij. De totale directe en indirecte kosten voor Nederland worden geschat op 20 miljard euro per jaar en zijn vele malen hoger dan de kosten voor diabetes, hartziekten en kanker.

Juiste zorg op juiste plek

Essentieel in de aanpak van de ziektelast is het vormgeven van de juiste zorg op de juiste plek. Oftewel, voorkomen of schrappen van (duurdere) zorg, verplaatsen van zorg (dichter bij mensen thuis) en vervangen van zorg (door andere zorg zoals e-health).

Voor de zorg voor patiënten met chronische pijn betekent dat concreet dat we de zorg rondom deze patiënten gaan organiseren, in plaats van dat de patiënt verschillende stations van zorgprofessionals langs moet gaan. Het vertrekpunt is het functioneren van patiënten vanuit medisch, psychisch en sociaal oogpunt. De zorg wordt afgestemd op kenmerken van de patiënt, zoals de ernst van de problematiek, mentale en sociale vaardigheden, omgevingsfactoren en diens wensen en behoeften. Het doel daarbij is patiënten die lijden aan chronische pijn de regie en eigenaarschap over eigen functioneren te laten behouden, te bevorderen dan wel te laten herwinnen.

WHO erkent chronische pijn officieel als ziekte in ICD-11

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft chronische pijn officieel opgenomen in de internationaal gehanteerde lijst van ziekten, de International Classification of Diseases (ICD)-11. De ICD bevat hiermee voor het eerst diagnosecodes voor chronische pijn, samen met codes voor de meest voorkomende en klinisch relevante groepen chronische pijnaandoeningen. Deze wereldwijde erkenning is een belangrijke mijlpaal voor patiënten met chronische pijn.

Er is jarenlang hard gewerkt om erkenning voor deze ziekte-entiteit te verwerven. Dit doet recht aan patiënten die lijden aan een vorm van chronische pijn alsmede aan behandelaren die zich met hart en ziel inzetten om de kwaliteit van leven voor deze patiënten te verbeteren.

De ICD is een internationaal gehanteerde lijst van ziekten. De WHO beheert de lijst waar zo’n 55.000 ziekten in opgenomen zijn. Aan elke aandoening wordt een eigen code toegewezen. Artsen over de hele wereld registreren hun diagnosen in de toekomst met de nieuwe codes. Hierdoor kunnen precieze statistieken worden samengesteld en kan de registratie van klinische gegevens en patiëntuitkomsten worden verbeterd. De lijst werd goedgekeurd tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de WHO in Genève en treedt in werking op 1 januari 2022.

In de meeste gevallen bezoekt een patiënt met pijn eerst de huisarts. De huisarts kan in veel gevallen de multi­dimensionale diagnose zelf stellen en een multidisciplinaire behandeling initiëren volgens de NHG-Standaarden. Wanneer twijfel bestaat of deze aanpak tot voldoende effect leidt, moet laagdrempelig overleg met een pijncentrum mogelijk zijn, of kan worden doorverwezen.
Voor pijncentra betekent dit dat zij een regionale consultatiefunctie in pijngeneeskunde en palliatieve zorg gaan aanbieden. Pijncentra worden voor huisartsen het aanspreekpunt voor snel oplosbare vragen alsmede complexe pijnproblematiek; telebeoordeling en telecasusconsultatie zijn waardevolle instrumenten om laagdrempelig te flankeren en onnodige verwijzing te voorkomen.

Wanneer verwijzing is aangewezen, zorgt het pijncentrum allereerst voor een snelle multidisciplinaire diagnose. Triage vindt plaats op basis van fenotypering. Voor dit doel worden vragenlijsten gebruikt die fysieke pijnbeleving, lichamelijke functies, mentaal ­welbevinden, sociaal-maatschappelijk functioneren, dagelijks functioneren en kwaliteit van leven scoren. Op basis van de triage en de multidisciplinaire diagnose wordt een team van de juiste zorgverleners rondom de patiënt samengesteld. Samen geven zij het multidisciplinair behandeltraject vorm om de gezondheidsdoelen van de patiënt te realiseren. Een casemanager die de multidisciplinaire diagnose en het behandeltraject bespreekt met de patiënt, de voortgang monitort en de huisarts informeert, is hierin onmisbaar.

Als de behandeling van de patiënt vraagt om hoogcomplexe zorg, zal overleg met of verwijzing naar een centrum met expertisefunctie plaatsvinden. Dit zijn centra die voldoen aan de volumenormen voor hoogcomplexe interventies. Deze centra kunnen deze expertisefunctie combineren met een regionale consultatiefunctie en laagcomplexe zorg.

De prevalentie van chronische pijn in Nederland wordt geschat op 18 procent

Zorgnetwerk

Hiermee vormt zich een zorgnetwerk dat de zorg slimmer en in samenhang organiseert rondom preventie, diagnostiek en behandeling van patiënten met chronische pijn. E-health en andere digitale communicatiemiddelen kunnen de ontschotting faciliteren en communicatie verbeteren. Daarnaast maken technologische ontwikkelingen het steeds eenvoudiger om het ziektebeloop in relatie tot de behandeldoelen te monitoren en te objectiveren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan stappentellers, slaapregistratie, PROMs/PREMs. Voor de individuele patiënt kan het behandeltraject op basis daarvan aangepast dan wel geoptimaliseerd worden. Daarnaast kunnen zorgverleners op basis van landelijk vergelijk van uitkomstgegevens inzicht krijgen in praktijkvariatie en value based healthcare.

Vervolg

De Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA) ontwikkelt samen met andere betrokken (wetenschappelijke) verenigingen, waaronder het Nederlands Huisartsen Genootschap, een ­toekomstgerichte multidisciplinaire leidraad chronische pijn die deze visie verder uitwerkt. Door snellere en juiste diagnose en behandeling wordt het zorgpad van de patiënt met chronische pijn efficiënter en doelmatiger. Door deze efficiëntieslag komt er meer ruimte voor het behandelen van een grotere patiëntenpopulatie die lijdt aan chronische pijn.

Xander Zuidema, anesthesioloog-pijnspecialist in het Diakonessenhuis locatie Zeist en voorzitter van de Sectie Pijn- en Palliatieve geneeskunde

Marloes van Grotel, directeur Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie

Chronische pijn bij kinderen vereist
multidisciplinaire aanpak

Chronisch (benigne) pijn bij kinderen en adolescenten is ook in Nederland een veelvoorkomend probleem. De prevalentie ligt grofweg tussen de 10 en 40 procent van de bevolking met in 30-40 procent van de gevallen een beperking in dagelijkse activiteiten.1 Voor 5 procent van de kinderen is de pijn zodanig ernstig dat deze het dagelijks leven in belangrijke mate beperkt.2

Een effectieve behandeling van pijn op de kinderleeftijd is belangrijk; allereerst natuurlijk door het actuele onwel ­bevinden, maar ook omdat er een grotere kans is op pijnproblemen op de volwassen leeftijd.3, 4

Beoordeling en behandeling van chronische pijn bij kinderen moet in een inter- of multidisciplinaire setting georganiseerd zijn.5 Helaas wordt chronische pijn bij kinderen in Nederland vaak nog op een monodisciplinaire manier benaderd. Redenen voor deze benadering zijn het gebrek aan bekendheid van specifieke pijncentra voor kinderen, het daarmee gepaard gaande delay in diagnostiek en behandeling, en de vermeende hoge kosten voor inter-/multidisciplinaire behandelteams. Dit laatste argument is onterecht, omdat intensieve interdisciplinaire behandelingsprogramma’s bewezen kosten­effectief zijn, omdat ze naast de pijn ook pijngerelateerde uitval (school- en werkverzuim, niet meer deelnemen aan sport- of sociale activiteiten) in ogenschouw nemen en op termijn leiden tot minder gebruik van de zorg.6 Er is ruimte voor een behoorlijke verbeterslag.

De afdeling pijngeneeskunde in het Rotterdamse Erasmus MC-Sophia kinderziekenhuis ziet veel chronische pijnproblemen als gevolg van een trauma (bijvoorbeeld complex regionaal pijnsyndroom), na een operatie, of als gevolg van congenitale ziekten (bijvoorbeeld spier- of zenuwaandoeningen). Daarnaast worden ook pijnproblemen gezien waarvan de oorzaak van de pijn niet direct duidelijk is, bijvoorbeeld bij functionele buikklachten. In de vaak lange zoektocht naar een diagnose of organische verklaring voor de pijn worden meerdere aanvullende onderzoeken gedaan terwijl dit met een initieel multidisciplinaire boordeling voorkomen kan worden. De vertraging van de diagnose en pijnbehandeling van het kind door deze aanvullende onderzoeken kan wel oplopen tot ruim 1,5 jaar!7

Multi- en interdisciplinaire behandelingen vinden doorgaans plaats in samenwerking met de eerste lijn. De behandeling bestaat meestal uit een combinatie van fysiotherapeutische en psychologische therapieën (bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie of eye movement desentization and reprocessing (EMDR) voor traumaverwerking) aangevuld met medicatie of in sommige gevallen (minimaal) invasieve interventies.8 Daarnaast maken ouder-educatieprogramma’s met betrekking tot pijn ook deel uit van de behandeling.

anesthesiologie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.