Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Frans Meulenberg
22 juni 2005 3 minuten leestijd
Ziektebeelden

Het acteren van verdriet

Plaats een reactie

Verdriet legt lam. Het veroorzaakt een gebrek aan activiteit en, meer in het bijzonder, een gebrek aan belangstelling. Verdriet is een zinvolle maar geen functionele respons op bijvoorbeeld het verlies van iets dierbaars. Passief verdriet is een soort nultoestand, waarin elke relationele activiteit afwezig is. Want alles verdwijnt in het zwarte gat van verdriet. Verdriet is de emotie van finaliteit, van definitief, onherroepelijk verlies. En finaliteit laat iemand volstrekt hulpeloos. Maar aan de randen van die apathie is soms toch enige beweging zichtbaar: rusteloosheid. Deze rusteloosheid duidt op het vergeefs zoeken naar het verlorene, of is een vorm van protest, verzet, ontsnapping of confrontatie. Dan zoekt verdriet zijn weg naar buiten, en wordt zichtbaar in de lijnen van het gezicht, en - soms - in indrukwekkende literatuur.



Aan het begin van Geesteskind van Toby Litt speurt de hoofdpersoon naar afbeeldingen van hazen in musea en bibliotheken. Het relaas leest als een charmante zoektocht in het kader van een ietwat bevreemdende doch onschadelijke fascinatie. Totdat, na enkele pagina’s, midden in een alinea deze zin opduikt: ‘Een paar weken later, toen wij op bezoek waren bij vrienden in Sheffield, kreeg mijn vriendin haar tweede miskraam.’ Toby Litt zet zo een kartelmes in zijn eigen tekst, die van een hazenparabel verandert in een gruwelsprookje. En, als schrijver, weet hij dat verlies een naam moet hebben. Zo noemt hij de vrucht van de eerste miskraam de ‘spiraalbaby’, omdat zijn vriendin onwetend zwanger bleek te zijn ondanks het spiraaltje. De tweede miskraam heet de ‘schuurbaby’, vernoemd naar de plaats waar de bevruchting vermoedelijk plaatsvond.



Dan is zijn vrouw Leigh opnieuw zwanger. Zij besluiten ‘dat het een openbare zwangerschap wordt (...); en als het een miskraam wordt, wordt het een openbare miskraam’. Hij durft zelfs de ‘experimentele gedachte’ aan: ‘ik word vader’. Hij beseft dat als aanstaande vader zijn rol vrij simpel is (‘negen maanden duimen’) maar wordt voortdurend bestookt door de angst dat het misgaat, of de angst dat het kind weliswaar wordt voldragen, maar misvormd ter wereld komt. Dan verliest zijn vrouw op het toilet opnieuw bloed. Net als de vorige keren. Na een nachtelijk telefoonrondje langs de Londense ziekenhuizen ondergaat zijn vrouw een echo. Die is geruststellend, de dienstdoende verpleegkundige wijst op een witte cirkel, het hartje van de foetus. Litt schrijft: ‘En ja, daar was het; het knipperde, knipperde net als een oog - het klopte.’ Einde hoofdstuk. De beginzin van het daaropvolgende hoofdstuk: ‘Tijdens de gebeurtenissen die zich daarna afspeelden moet op een gegeven moment het hart van de baby zijn opgehouden met kloppen.’ Een zin die de lezer in het gezicht striemt.



Thuisgekomen, de baby ligt in een diepvrieszak op de vensterbank, komt het verdriet op. ‘Ik gedroeg mij in wat ik zei en in mijn lichaamstaal zoals ik ooit alleen acteurs in Griekse en Shakespeare-drama’s heb zien doen - en niet geloofwaardig vond. Door het grote verdriet heb ik misschien meer respect gekregen voor slecht acteren, voor oprecht en met volle overgave schmieren.’ Zij besluiten het lijkje te begraven in het park naast het huis. En Litt denkt terug aan al die vrouwen op de polikliniek gynaecologie, op de dag van de derde miskraam. Sommigen, beseft hij, zijn er voor een zwangerschapsonderbreking. Hij wilde deze vrouwen smeken het kind te houden: ‘Het was geen erg rationele overweging, maar wel een van een grote emotionele logica.’ Ook het derde kind krijgt uiteindelijk een naam: de ‘echobaby’, al beseft Litt dat deze naam ‘weinig fijngevoelig’ is.


Geesteskind is een bijzonder boek, ook qua structuur. Alles wat ik zojuist citeerde, komt uit... het voorwoord van de roman. Na dit voorwoord van bijna zestig pagina’s volgt nog een roman van tweehonderd pagina’s over... een echtpaar dat wordt geconfronteerd met een miskraam. Beschouw deze roman echter als toegift bij een formidabel voorwoord. Dit kleinood is een traktaat over verlies, dat alleen te vergelijken is met Schaduwkind van P.F. Thomése (wiens vrouw na twee miskramen beviel van een kind dat na zes weken overleed).



Verdriet herbergt merkwaardig genoeg ook hoop, omdat verdriet vooronderstelt dat de situatie in feite anders had kunnen zijn. Dat is bij berusting bijvoorbeeld niet het geval. Wie verdrietig is, denkt niet aan berusting, wil ook niet berusten, omdat het voelt als een nederlaag, als een miskenning ook van de liefde voor de verloren persoon. Tijdens de rite de passage van het smalle breukvlak tussen verdriet en berusting kan indrukwekkende literatuur ontstaan. Daarvoor is - in de volle stormvlagen van verdriet - de beleving te intens, en verwaaien de juiste woorden. Daarna - in de luwte van berusting - wordt de emotie vaak al te zeer gedempt door stijl, ironie en afstand. Literatuurkritiek lijkt wat op geneeskunde, in die zin dat de voorspellende vermogens beperkt zijn. Bij hoge uitzondering waag ik mij er nu wel aan: het voorwoord van Geesteskind verdient het om met Schaduwkind van Thomése tot in lengte van jaren te worden gelezen.


Verdriet, omgesmeed tot literatuur, is daarmee een functionele respons.



Frans Meulenberg, onderzoeker aan de afdeling Medische Ethiek, Erasmus MC Rotterdam



‘Het hartje knipperde net als een oog - het klopte’



Klik hier voor het PDF-bestand van dit artikel

print dit artikel
Ziektebeelden
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.