Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Henk Maassen Arjen Slooter
06 juli 2017 3 minuten leestijd
Wetenschap

‘Herken tijdig postintensivecaresyndroom en delirium’

Plaats een reactie

Op woensdag 5 juli wijdde Arjen Slooter, hoogleraar intensive care neuropsychiatry (UMC Utrecht) zijn oratie aan het postintensivecaresyndroom en aan die andere plaaggeest op de ic: het delirium. Tijdige herkenning en behandeling van beide is cruciaal, betoogt hij.

Pas de laatste vijf tot tien jaar is duidelijk geworden dat de langetermijngevolgen van kritieke ziekte en behandeling op de intensive care groot zijn. Denk daarbij aan cognitieve, psychiatrische (zoals PTSS) stoornissen en spierzwakte, alle verzameld onder de term postintensivecaresyndroom (PICS). Arjen Slooter begrijpt dat het syndroom lang buiten beeld bleef: ‘Op de ic ben je in de eerste plaats gefocust op overleving van de patiënt. Bovendien is de nazorg nogal versnipperd. Maar inmiddels is PICS een hot topic. Hier in Utrecht hebben we een nazorgpoli waar we ex-ic-patiënten standaard volgen en actief oog hebben voor PICS.’ 

Waarom de ene patiënt PICS ontwikkelt en de ander niet, is niet goed duidelijk. Slooter doet momenteel onderzoek naar mogelijke risicofactoren. ‘Het lijkt erop dat de ziekte of het trauma waarmee de patiënt op de ic beland is, er niet zoveel toe doet. Mogelijk spelen copingstijlen van de patiënt een rol.’ Wat de behandeling betreft kijkt Slooter naar zijn collega’s in de revalidatiegeneeskunde: 'Die hebben mooie programma’s ontwikkeld voor patiënten met niet-aangeboren hersenletsel – PICS kun je zien als een variant ervan – waarin mensen leren hoe om te gaan met hun beperkingen.’

Het andere, bekendere probleem is dat meer dan de helft van de ic-patiënten delirant wordt. Slooter: ‘We weten dat het altijd mensen treft met een bepaalde kwetsbaarheid – denk aan fragiele ouderen in het verpleeghuis – en mensen die heel ziek zijn, zoals dat op de ic per definitie het geval is. Maar wat er in de hersenen precies gebeurt, is nog grotendeels onduidelijk. Vermoedelijk zijn bij kwetsbare mensen de hersenen wat geatrofieerd, hebben ze wittestofafwijkingen, en zijn hun neuronale netwerken minder complex.’ 

In zijn oratie zegt Slooter dat nog tal van vragen openstaan, zoals: lijden delirante verpleeghuispatiënten wel aan dezelfde aandoening als delirante ic-patiënten? Of: is een delirium wel één aandoening? Slooter vermoedt dat het inderdaad steeds hetzelfde syndroom betreft, als resultante van verschillende oorzaken.

Een delirium moet goed en tijdig behandeld worden, want de gevolgen kunnen aanzienlijk zijn. Zo staat vast dat een delirium onafhankelijk van andere factoren, en consistent, het risico op dementie vergroot: hoe langer delirant, hoe groter het risico op dementie. Slooter: ‘Dit is plausibel: een ontsteking, bijvoorbeeld door een infectie, is een bekende oorzaak van delirium. Bij een ontsteking buiten de hersenen, zoals een longontsteking, ontstaat ook een ontstekingsreactie binnen de hersenen. Bij muizen die zo’n ontstekingsreactie overleven kunnen maanden later nog tekenen van ontsteking in de hersenen aangetroffen worden, ook wel neuro-inflammatie genoemd. Ook bij mensen die overleden zijn met delirium is deze toegenomen neuro-inflammatoire reactie aangetoond, en persisterende neuro-inflammatie draagt bij aan dementie.’

De belangrijkste behandeling van een delirium is het wegnemen van de oorzaak, zegt Slooter. Verder zijn er verpleegkundige maatregelen nodig zoals patiënten rust geven en ze laten slapen en ten slotte, in geval van hallucinaties, is er symptomatische medicatie met haldol.’  

Daarbij geldt: hoe sneller het delirium wordt herkend, hoe beter. En daar zit hem nou net de crux:  intensivisten blijken in zeven van de tien ic-patiënten een delirium te missen. ‘We zien het kennelijk zo ongelooflijk veel en vaak dat we ons niet meer realiseren dat het iets bijzonders is’, zegt Slooter.

Met de afdeling Medische Technologie van het UMC Utrecht heeft hij daarom een ‘deliriummonitor’ gebouwd. Het instrument behelst een éénkanaals-eeg in de vorm van een stripje met drie elektroden, dat gedurende één minuut het eeg registreert. ‘Uitgangspunt is dat bij een delirium het eeg tragere, langzame golven vertoont en minder complex is. Een computerprogramma analyseert het eeg-patroon en zet het om in een getal. Die score is een maat voor de aanwezigheid van een delirium of voorspelt dat een delirium aanstaande is.‘

Het spin-offbedrijf Prolira (waar Slooter, haast hij zich te zeggen, geen commercieel belang heeft) gaat het prototype nu verder ontwikkelen tot een gebruiksvriendelijke versie die verpleegkundigen gemakkelijk en snel kunnen hanteren.  

Oratie UMCUtrecht: Laten we het hoofd erbij houden door Arjen Slooter (5 juli)

Lees ook:

Wetenschap
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.