Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Bas Mesters
17 december 2007 8 minuten leestijd

Heilige helden

Plaats een reactie

Twee mirakels volstaan

De medische commissie van de Congregatie voor Heiligenzaken in het Vaticaan heeft het druk. Een flinke stapel wonderen wacht op beoordeling. Artsen bepalen of de voorgelegde bijzondere genezingen medisch onverklaarbaar zijn. 

beeld: hollandse hoogte, anp, getty images

Iedereen in de katholieke kerk is geroepen te leven als een heilige. Zo is het vastgelegd in het Tweede Vaticaans Concilie. Maar helaas lukt dat maar weinigen. En vrijwel niemand slaagt erin om postuum de twee wonderen te verrichten die nodig zijn om daadwerkelijk eerst zalig en dan heilig te worden verklaard door de paus.


In een poging elk volk in ieder geval één eigen heilige te geven, besloot paus Johannes Paulus II bij zijn aantreden in 1978 van het heiligdom een prioriteit te maken. Hij was ervan overtuigd dat het geloof beter is uit te dragen via levende voorbeelden dan met abstracte beschouwingen. Mensen hebben behoefte aan idolen en helden, zo bewezen voetbal, popmuziek en Lady Di. En dus moest de kerk haar eigen helden in stelling brengen: de heiligen.

Turbo


In zijn eentje creëerde Johannes Paulus II meer heiligen en zaligen dan 23 pausen vóór hem. Sinds de oprichting van de Congregatie voor Heiligenzaken in 1588 wisten zijn voorgangers samen 302 heiligen en 808 zaligen op te sporen. Karol Wojtyla heeft er vervolgens de turbo opgezet. Hij brak tijdens zijn pontificaat met 482 heiligen en 1338 zaligen alle records. Critici verweten hem van het Vaticaan een heiligenfabriek te maken. Zelf zei hij hierover: ‘Het toont juist de vitaliteit van de lokale kerken. Heiligen vormen een van de meest veelzeggende sporen van God in de geschiedenis’. Volgens het Vaticaan toont de toename van het aantal heiligen aan dat de kerk haar taak goed vervult. Hoe meer heiligen, hoe meer het christelijk leven wordt gestimuleerd, zo is de gedachte.


Benedictus XVI doet het iets rustiger aan. Maar hij heeft toch ook al vijftien heiligen en ruim vierhonderd zaligen aangebracht. Eind oktober nog verklaarde hij in een massabijeenkomst op het Sint-Pietersplein in één keer vierhonderd Spanjaarden zalig. Het waren martelaren die voor hun geloofsovertuiging waren gestorven tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Daarmee is Benedictus al ruim doorgedrongen in de top tien van pausen die het meest productief waren in het vinden van heiligen en zaligen. Benedictus staat zevende en dat na tweeënhalf jaar pausschap.

Stuwmeer


De snelle toename van het aantal heiligen en zaligen sinds het aantreden van Johannes Paulus II, is niet alleen toe te schrijven aan de morele groei van de mensheid. Johannes Paulus II hielp een handje mee. Vrijwel direct na zijn aantreden gaf hij toestemming de procedures tot heiligverklaring te versnellen. In een poging iets te doen aan het stuwmeer van vastgelopen zaken, stelde de paus meer onderzoekspersoneel aan. Ook bekrachtigde hij een wijziging van de criteria. Moest een heilige voorheen vier wonderen verrichten, nu volstaan twee mirakels. Een zalige hoeft nog maar één in plaats van twee wonderen te verrichten en een martelaar zelfs helemaal geen enkel wonder.


De organisatie die de heiligverklaringen voorbereidt, is de Congregatie voor Heiligenzaken die zetelt in een pand dat uitkijkt op het Sint-Pietersplein. In het statige gebouw met jarenzeventigmeubilair, zwaait kardinaal José Saraiva Martins de scepter. Hij is de zogeheten prefect van de congregatie. Van devaluatie van de heiligheid is volgens hem na de maatregelen van Johannes Paulus II geen sprake. ‘Wat maakt het nu uit of iemand één, twee of vier wonderen verricht? Het bijzondere is dat hij in staat is wonderen te verrichten’, zo zegt hij desgevraagd. ‘Het gaat slechts om een technische wijziging’, zegt ook de vice-secretaris van de congregatie Michele di Ruberto.


Op de vraag wat nu een wonder is, luidt hun antwoord: ‘Een wonder is een uitzonderlijke gebeurtenis die de wetten van de natuur overschrijdt. Het veronderstelt een bijzonder en belangeloos ingrijpen door God. Een wonder is tegelijkertijd een teken en de manifestatie van een boodschap van God aan de mens.’

Eigen ogen


Een wonder staat dus buiten de wetten van de natuur. ‘Maar’, zo waarschuwt de prefect van de Congregatie voor Heiligenzaken, ‘een wonder is niet tegennatuurlijk.’ Een wonder schendt niet de natuurwetten. ‘Het is een uitzonderlijke gebeurtenis, veroorzaakt door een speciale goddelijke deugd die ingrijpt in de orde van de schepping.’


Het wonder verricht voor een heiligverklaring dient fysiek van aard te zijn. Meestal gaat het om een genezing. ‘Een genezing die in één keer plaatsvindt, die volledig en duurzaam is en ook onverklaarbaar volgens de natuurwetten en in het licht van de huidige kennis van de medische wetenschap.’


In de eerste eeuwen na Christus speelden wonderen nog niet zo’n grote rol bij heiligverklaringen. Tot in de middeleeuwen konden mensen ook alleen bij acclamatie door het volk worden heilig verklaard. In 1088 decreteerde paus Urbanus II dat ‘men niet in het register van heiligen kan worden opgenomen als er geen getuigen zijn die verklaren dat ze met hun eigen ogen het wonder hebben gezien.’ Vanaf de dertiende eeuw werd de rol van medici geleidelijk belangrijker. Sixtus V stelde in 1588 de speciale congregatie in die de heiligverklaringen moest voorbereiden. Voortaan moesten de veronderstelde wonderen ook worden getoetst aan medische teksten en opinies. Benedictus XIV stelde in het midden van de achttiende eeuw als eerste een register op met dokteren die konden worden geconsulteerd bij de beoordeling van wonderen.

Zwak punt


Maar de procedure bleef altijd een zwak punt behouden, zo stelt Di Ruberto, die al 23 jaar de beoordeling van wonderen coördineert. Theologen moesten een eindoordeel geven over de bevindingen van de medici, zonder dat ze daarvoor de kennis hadden. Dat veranderde in 1948. Paus Pius XII bepaalde dat alle veronderstelde wonderen voortaan eerst zouden worden onderzocht door een medische commissie. Alleen praktiserende medici, zo vond hij, kunnen antwoord geven op de vraag of een genezing medisch onverklaarbaar is.


Sindsdien worden de medici die zich buigen over de wonderen telkens voor vijf jaar opgenomen in het register van de Congregatie voor Heiligenzaken. ‘Het zijn specialisten uit de diverse velden van de medische wetenschap’, aldus Saraiva Martins. Ze beoordelen niet fulltime wonderen, maar hebben ook allemaal hun baan bij ziekenhuizen of aan faculteiten van universiteiten. In totaal gaat het om ongeveer zestig medici, die overigens allemaal ‘katholiek en gelovig zijn en bekendstaan om hun degelijke professionaliteit en hun goed gedrag’, voegt Saraiva Martins toe. Indien nodig doet de congregatie ‘ad casum’ beroep op ‘niet-katholieke, of zelfs niet-gelovigen’. Ook joodse of islamitische artsen hebben wel eens een rol gespeeld bij de beoordeling van een wonder. Maar dat zijn uitzonderingen.


Bij de beoordeling van een genezing die als wonder wordt gepresenteerd, zijn meestal vijf medici betrokken. Twee van hen bereiden het dossier voor. Als dat is gebeurd, worden er in het betreffende ziektebeeld gespecialiseerde doktoren bijgehaald. Di Ruberto: ‘Heel belangrijk is zich te realiseren dat de medici niet vaststellen of het om een wonder gaat, maar of de genezing medisch onverklaarbaar is.’ In hun slotberaad bepalen medici de diagnose van de ziekte, de prognose, de therapie en het te verwachten resultaat van een behandeling. Als een genezing onmiddellijk, volledig, duurzaam en onverklaarbaar is volgens de maatstaven van de huidige medische wetenschap, wordt de zaak doorgegeven aan een commissie van theologen. Die moet vaststellen of er een causaal verband is te leggen tussen de gebeden gericht tot de kandidaat-heilige en de onverklaarbare genezing. Als dit het geval is, bepaalt deze commissie dat het daadwerkelijk om een wonder gaat.

Waterdicht


Helemaal waterdicht is de procedure niet, al geven de prelaten dat maar schoorvoetend toe. ‘We kunnen niet voorzien of de medische wetenschap wellicht in de toekomst een genezing wél kan verklaren of realiseren’, zegt Di Ruberto. ‘Daarvoor is geen oplossing.’ Maar, zo stelt Saraiva Martins tijdens een congres in 2001: ‘Bepaalde voorvallen in de natuur zullen voor altijd onverklaarbaar blijven, zoals het verdwijnen van een kanker die zich door het hele lichaam heeft verspreid. Of de plotselinge genezing van een ziekte die normaal alleen na heel veel therapieën geleidelijk kan verdwijnen.’


Als eerst de medici en daarna de theologen tot een unaniem oordeel zijn gekomen, moet de congregatie van bisschoppen en kardinalen de zaak beoordelen. Uiteindelijk is het de paus die bepaalt of iemand zalig of heilig wordt verklaard en wanneer de festiviteiten zullen plaatsvinden.


Vaak zijn er dan al decennia voorbijgegaan sinds de procedure tot zalig- of heiligverklaring werd gestart in het bisdom van herkomst van de kandidaat. De Nederlandse priester Karel Houben werd deze zomer zelfs pas meer dan een eeuw na zijn dood heilig verklaard. Wat een groot feest moest worden, viel volstrekt in het water. Vele van de honderden pelgrims uit het Limburgse Munstergeleen verlieten voortijdig totaal doorweekt de ceremonie op het Sint-Pietersplein.

Toerisme


Een goddelijke promotie tot het heiligdom blijft niet zonder gevolgen voor de volgelingen van de heilige. Mensen kunnen er enorme belangen bij hebben. Zo betekende de heiligverklaring van Opus Dei-oprichter Josemaría Escrivá in oktober 2002 de pauselijke en goddelijke goedkeuring van een beweging die in het verleden is beschuldigd van het heulen met de Spaanse dictator Franco, van sektarisch gedrag ten opzichte van afvallige leden en van het samenzweren met conservatieve en machtige facties in de samenleving. ‘Eindelijk’, zo zei pater Cappuci, de man die namens Opus Dei 21 jaar lang de zaak van Escrivá’s heiligverklaring behartigde en zesduizend pagina’s bewijsmateriaal aanleverde. ‘Eindelijk kan er niet meer worden getwijfeld aan de moraliteit van Sint Josemaría. Deze onfeilbare heiligverklaring bevestigt dat hij heeft geleefd zoals het een christen betaamt. Iedereen die in het verleden kritiek op Escrivá heeft gehad, moet nu de flexibiliteit van geest hebben om de gecodificeerde heiligheid van hem te accepteren.’


De heiligverklaring van padre Pio in juni 2002 speelde niet de sterken der aarde, maar juist de zwakkeren in de kaart. In het stadje San Giovanni Rotondo ten zuiden van Napels waar hij leefde, werkte en werd begraven, was het in één klap gedaan met de economische malaise die overal in Zuid-Italië nog immer voortduurt. De werkloosheid is er sinds de heiligverklaring gedaald tot onder de 5 procent. Bijna iedereen heeft een baan gevonden in de toeristenindustrie, nu dit oord de tweede bedevaartplaats van het katholicisme in de wereld is geworden en met acht miljoen pelgrims nog meer wordt bezocht dan Lourdes of Assisi.

Santo subito


Of Johannes Paulus II met zijn heiligen ook de jongeren heeft bereikt, blijft twijfelachtig. De lange procedures zorgen ervoor dat zelfs de jongste heiligen vaak al minstens twintig jaar zijn overleden en bij de jeugd niet bekend zijn.


Wellicht dat juist de traagheid van de procedures Johannes Paulus II ertoe bracht om voor moeder Teresa van Calcutta, die in 1997 stierf, een uitzondering te maken. Haar verdedigers hoefden niet de gebruikelijke vijf jaar te wachten alvorens een procedure te starten. Hierdoor kon ze al in 2003 worden zalig verklaard en zal de heiligenstatus haar niet meer lang worden onthouden.


Kroon op het werk van Johannes Paulus II zou natuurlijk zijn eigen heiligverklaring zijn. Tijdens de uitvaartceremonie in april 2005 riep het volk al om zijn onmiddellijke heiligverklaring: ‘Santo subito’. Het wachten was op een wonder. De meldingen ervan stroomden binnen. Het voor de procedure uitverkoren wonder is de genezing van een Franse zuster, Marie-Simon-Pierre. Ze had Parkinson, net als de paus. Haar linkerlichaamshelft was verstijfd, deed pijn, ze kon nauwelijks schrijven en autorijden. Toen Benedictus toestemming gaf voor een versnelde procedure tot heiligverklaring van Johannes Paulus II, besloot haar orde te bidden om haar genezing. Het resultaat volgde verbazingwekkend snel. Op 2 juni 2005 kon ze weer schrijven, lopen en autorijden. Haar neuroloog reageerde vier dagen later volledig verrast. Een dezer dagen zal haar genezing ter beoordeling van de medische commissie komen.

Klik hier voor de pdf van dit artikel.

religie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.