Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Achter het nieuws

Grenzen aan het genot

4 reacties

Voor een arts staan geen regels op papier die duidelijk afbakenen hoeveel biertjes hij kan drinken, joints kan roken of zware pijnstillers kan slikken als hij patiënten gaat zien. De KNMG brengt daar nu verandering in.

getty images
getty images

Op de afdelingsborrel van een pensionerende collega proost een dokter enthousiast mee. Eén biertje voor de gezelligheid. Mag dat? Of een arts zakt thuis onderuit op de bank met een goed glas rode wijn binnen handbereik – naast de werktelefoon die elk moment kan rinkelen omdat hij oproepdienst heeft. Mag dat?

Of het nu gaat om alcohol, drugs of psychofarmaca, als artsen dergelijke middelen gebruiken, moeten ze er rekening mee houden dat ze daardoor een risico voor hun patiënt kunnen vormen. Welke grens moet een arts daarom aanhouden bij het gebruik ervan vóór en tijdens werk? Dat legt de deze donderdag gepubliceerde KNMG-gedragsregel ‘Nul is de norm’ (zie onderstaand kader) vast voor artsen en coassistenten die patiëntgebonden werkzaamheden uitvoeren.



‘Nul is de norm’ schrijft het volgende voor:

  • Een arts of specialist die op reguliere tijden of tijdens een aanwezigheidsdienst (waarbij de arts altijd fysiek aanwezig is op de werkplek) werkzaam is, moet voldoen aan de nulnorm en is volledig nuchter.
  • Een arts of specialist die bereikbaarheidsdienst (waarbij hij niet fysiek aanwezig is op de werkplek) heeft als eerste aanspreekpunt, moet voldoen aan de nulnorm en is volledig nuchter.
  • Een arts of specialist die bereikbaarheidsdienst heeft als tweede aanspreekpunt, moet voldoen aan de verkeersnorm (waarbij deelname aan het verkeer met een promillage hoger dan 0,5 promille is verboden) als het gaat om alcohol en aan de nulnorm als het gaat om psychoactieve middelen.

Het uitgangspunt van de KNMG daarbij is dat artsen hun werk nuchter moeten verrichten. Er geldt dus een ‘nulnorm’: het gebruik van alcohol en psychoactieve middelen is tijdens het werk niet toegestaan. En er mogen ook geen sporen van deze middelen in het lichaam van een arts aanwezig zijn als hij aan zijn werkzaamheden begint.

Het is de formalisering van ‘een lang bestaande ongeschreven regel in de medische beroepsuitoefening’, licht de KNMG toe. De artsenorganisatie vindt het tijd dat er een expliciete afspraak komt. Dat past bij het verantwoordelijke werk van artsen, waarbij de veiligheid van patiënten gewaarborgd moet zijn. ‘Als je duidelijk wilt zijn over wat er kan voor en tijdens werktijd, moet je een kant-en-klare norm hebben’, aldus KNMG-voorzitter René Héman.

Handhaving

Voor artsen bestaan er op dit moment geen landelijke regels die het gebruik van alcohol en psychoactieve middelen begrenst. Voor piloten, agenten of militairen bestaan die wel; zo kunnen piloten voorafgaand aan vluchten worden getest op middelengebruik. Grote ziekenhuizen als het UMCU, het AMC en het Erasmus MC hebben wel eigen alcohol- of drugsbeleid voor artsen in loondienst. Zo stelt het AMC een nulnorm: ‘Drinken of onder invloed zijn van alcohol of drugs is niet toegestaan onder werktijd’. Op een werkborrel mag je best een paar glazen nuttigen, maar onder de voorwaarde dat je daarna niet meer aan het werk hoeft. Veel andere instellingen hanteren ook dergelijke normen.

De gedragsregel van de KNMG zegt niks over handhaving. Dat is in de eerste plaats een taak van collega’s onderling, de beroepsverenigingen en de werkgever, en in uiterste gevallen de inspectie of tuchtrechter, aldus de KNMG. De artsenfederatie hoopt dat het met de regel makkelijker wordt voor artsen om elkaar onderling aan te spreken als iemand zich er niet aan houdt. De hoop is ook dat van de ‘nulnorm’ een preventieve werking uitgaat.

De controle op naleving van de regel zoals bij piloten lijkt lastig uitvoerbaar, schetst een VWS-woordvoerder. ‘Dan zou je bij wijze van spreken aan de poort van elke instelling moeten controleren.’ Het ministerie ziet hier net als de KNMG een verantwoordelijkheid voor collega’s en werkgevers weggelegd. ‘Als collega’s elkaar aanspreken, dan heeft dat het meeste effect. En werkgevers spelen ook een rol. Zij kunnen een signaal geven en eventueel een melding doen bij de inspectie.’

Als collega’s elkaar aanspreken, dan heeft dat het meeste effect

Psychoactieve middelen

De gedragsregel is van toepassing op alcohol en op drie lijsten van psychoactieve middelen. Dat zijn ten eerste lijst I en II van de Opiumwet. Lijst I bevat illegale middelen zoals heroïne, cocaïne en XTC; op lijst II staan onder andere cannabis en paddo’s. Maar op die lijsten komen ook pijnstillers als opiaten en benzodiazepinen voor. Aangezien artsen deze middelen op medische gronden kunnen slikken, verduidelijkt de ‘bijsluiter’ van de gedragsregel dat gebruik hiervan voor en tijdens het werk alleen is toegestaan op voorschrift van een behandelend arts.

De KNMG heeft daarnaast nog een eigen ‘Lijst III’ opgesteld. Op deze lijst staan middelen die op de lijsten van de Opiumwet ontbreken, maar waarvan de artsenorganisatie het evenmin wenselijk acht dat een arts hiervan onder invloed verkeert tijdens werkzaamheden. Het gaat om zogenaamde nieuwe psychoactieve stoffen, een verzamelnaam voor nieuwe drugs die ook wel worden aangeduid als designerdrugs of research chemicals. Die lijst bevat op dit moment lachgas, poppers, ketamine en de tripmiddelen DXM en PCP. Overigens kunnen alle drie de lijsten telkens worden geactualiseerd, waarschuwt de KNMG, die artsen aanraadt zich op de hoogte te stellen van de actuele stand van zaken.

De regel is niet concreet over de tijdspanne die een drinkende of slikkende arts in acht moet nemen voorafgaand aan een dienst, om de stoffen uit het lichaam te laten verdwijnen. De KNMG veronderstelt dat artsen zelf voldoende kennis in huis hebben om daarin hun verantwoordelijkheid te nemen. En voor de arts die op zijn vakantie of in het weekend onverwacht met een hulpbehoevend iemand wordt geconfronteerd, blijft gelden dat hij zelf moet inschatten of hij in staat is om goede zorg te verlenen.

De vraag is wat de waarde van een gedragsregel is zolang deze nog niet wordt gehandhaafd. KNMG-voorzitter René Héman verwoordt het in zijn column in het KNMG Federatienieuws (zie blz. 41) als volgt: ‘De regel op schrift stellen helpt om ons van deze regel extra bewust te zijn als we bijvoorbeeld thuis zitten maar oproepbaar zijn. En het schept duidelijkheid naar de maatschappij toe: je mag rekenen op een dokter met vaste hand en verstand.’

download de pdf
print dit artikel
Achter het nieuws alcohol
  • Ilse Kleijne

    Ilse Kleijne-Thoonsen is journalist bij Medisch Contact, met een focus op politiek en financiën.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Marike Ooms, huisarts , Nijeveen 12-01-2018 10:55

    "Alweer lang geleden zag ik als co assistent dat de chirurg tijdens het etentje met de farmaceut verschillende alcoholische versnaperingen achterover sloeg. Toen hij werd gebeld door de arts assistent die dienst had , waren zijn antwoorden met dubbele tong. Ik was verbaasd en onthutst , maar durfde er niets van te zeggen. Iedereen dacht, niemand zei iets.
    Hopelijk was dit iets wat in de vorige eeuw gebeurde, ik zou er nu maatregelen op nemen wanneer ik dit zie gebeuren. Maar om hier nu een nieuwe regel van te maken? Moet ik dan een instantie bellen die langskomt zodat deze collega dan gaat blazen?
    Zodat ik de verantwoordelijkheid over het elkaar aanspreken weer afschuif naar een regel, een wet.
    Dat lijkt me geen verbetering.
    Bespreek dit onderwerp wat vaker in bijvoorbeeld medisch contact of tijdens de opleiding. Zoals dit ook bijvoorbeeld al gebeurd betreft het onderwerp verslaving. Ik denk dat we daar verder mee komen. Die verantwoordelijkheid moeten we toch aankunnen als artsen (groep)
    Dit geldt overigens ook voor de mensen die wel alcohol drinken tijdens een afscheidsreceptie omdat hun dienst er op zit. Terwijl we weten dat ze daarna in de auto stappen. Ook daar werkt aanspreken in een vertrouwde omgeving beter dan de wetgeving denk ik.
    "

  • Els van Veen, huisarts 12-01-2018 09:28

    "Beste KNMG, alstublieft niet nog meer regels! Artsen zijn nu al overbelast. In aanvulling op collega Sluimer; stel ook eens maxima op hoe lang een huisarts achtereen consulten mag doen. zoals het nu gaat, 8-17 je eigen praktijk, haast je rep je naar de HAP en dan 17-23 continu spreekuur doen met vreemde patienten. Het is afgezien van ongezond ook slecht voor de patienten. Want een vermoeide dokter is even gevaarlijk als een dokter met alcohol op.

    En maak u alstublieft net als de LHV druk over de nieuwe wet die er aan zit te komen (psychiatrisch patienten thuis behandelen). Huisartsen zijn al overbelast. Psychiaters; is al een tekort aan, of gaan ten onder aan burocratie (ROM). Specialisten ouderengeneeskunde zijn overbelast. In onze regio is ook een tekort aan artsen voor verstandelijk gehandicapten."

  • Cees Sluimer, huisarts, Deventer 11-01-2018 23:36

    "Goed dat er nu een hardop uitgesproken nul-norm is voor alcohol voor dienstdoende artsen. Elke patiënt heeft recht op een frisse, helder denkende arts om een zo optimaal mogelijke behandeling te krijgen. Maar dan moeten we óók de volgende stap durven zetten en, net als bij piloten en chauffeurs, erkennen dat er een maximum is aan werkbelasting en werktijden. Een avonddienst op de huisartsenpost doe ik, zoals alle praktijkhoudende huisartsen, achter mijn praktijkdag aan. Werkdag op de praktjk wat drukker dan normaal want ik moet op tijd naar de HAP, van 7.30 tot 23-23.30, een kleine 16 uur aan één stuk buffelen. Qua functioneren in de laatste 2-3 uur van die dienst in mijn geval vergelijkbaar met hoe ik functioneer na 2 à 3 flesjes Leffe dubbel. Na thuiskomst is die Leffe dan wel weer handig om wat distantie te nemen van m’n werkdag en de volgende ochtend weer fris mijn eigen patiëntenpopulatie te kunnen begroeten. Maar kunnen KNMG, IGZ en vooral de NZa hier eens onbevoordeeld naar gaan kijken, vóórdat er weer een oekaze volgt wat we als huisarts allemaal nog meer moeten? "

  • W.J.Duits, Bedrijfsarts, Houten 11-01-2018 14:55

    "Er zijn ongeschreven regels, we hebben ongeschreven gedragsnormen, gaan we deze nu ontkrachten door ze nu expliciet te maken door ze uit te schrijven? Een van de onderdelen van onze Eed/Belofte is dat we patiëntienten niet mogen schaden, dat vergt op zijn minst een helder denkvermogen dat onbeneveld is.
    Is de Eed/Belofte dan een loze handeling geworden? "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.