Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Gonnie Korteland Martin Buijsen
29 mei 2013 6 minuten leestijd

Gezondheid niet afdwingen met geld

2 reacties

ETHIEK

Belonen gezond gedrag ondermijnt gezondheidszorg

Moeten mensen die roken, drinken, te veel eten en te weinig bewegen meer betalen voor hun zorgverzekering dan mensen die dit ongezonde gedrag niet vertonen? De RVZ vindt van wel. Maar volgens hoogleraar gezondheidsrecht Martin Buijsen moet geld niet de motivatie zijn om gezond te leven.

De Raad voor Volksgezondheid & Zorg (RVZ) adviseert om gezond gedrag voortaan financieel te belonen via de basiszorgverzekering. Bijvoorbeeld door polishouders die jaarlijks meedoen aan bewezen effectieve vormen van preventie of een conditietest, in aanmerking te laten komen voor een korting. Omwille van de solidariteit die aan het collectief gefinancierde zorgstelsel ten grondslag ligt, zou meer wederkerigheid in het systeem moeten worden ingebracht, aldus de RVZ. De nettobetaler zal slechts solidair willen blijven wanneer hij zijn zuurverdiende geld niet aan ‘onnodige’ zorg ziet opgaan, aan zorg die verstrekt wordt als gevolg van gezondheidsproblemen die een ander over zichzelf heeft afgeroepen. Daarom is het zaak de individuele burger meer aan te spreken op de eigen verantwoordelijkheid voor zijn leefstijl.1

In het debat over financiële differentiatie naar leefstijl in de basiszorgverzekering zijn twee belangrijke argumenten tegen het voorstel tot op heden onderbelicht gebleven.

Noodlottige verandering
Het eerste argument is het eerlijkheids-argument en heeft te maken met ongelijkheid en onrechtvaardigheid. De bekende Amerikaanse politiek filosoof Michael Sandel constateert dat onze samenleving is opgeschoven van het hebben van een markteconomie naar het zijn van een marktsamenleving; sociale relaties worden gevormd naar het evenbeeld van de markt.2 3 Sandel noemt dit een van de belangrijkste ontwikkelingen van onze tijd. Hij spreekt zelfs van de meest noodlottige verandering van de afgelopen dertig jaar.4

De vrees dat marktwerking in de zorg ongelijkheden tot gevolg heeft, bestaat al sinds de stelselherziening van 2006. Voorstanders van deze herziening wijzen erop dat het juister is om te spreken van gereguleerde concurrentie. Weliswaar zijn zorgverlening, zorgverzekering en zorginkoop in het nieuwe stelsel ‘vermarkt’, maar van echt vrije markten kan nauwelijks gesproken worden. Het stelsel is van waarborgen voorzien. Gezien datgene wat men met concurrentie probeert te bewerkstelligen – meer kwaliteit van zorg tegen lagere kosten – valt het met de prijs van de ongelijkheid nogal mee. Althans, in de ogen van de voorstanders. De burger met de smalle beurs heeft immers onverminderd toegang tot basiszorg. De zorgtoeslag maakt dat de premielast niet onevenredig veel drukt op zijn besteedbare inkomen. De wettelijke acceptatieplicht van de zorgverzekeraar, en het daarin besloten verbod op premiedifferentiatie, maken dat ook eventuele gezondheidsrisico’s en -problemen geen afbreuk doen aan zijn toegang tot noodzakelijke zorg.

Eigen schuld
Tegenstanders van de stelselherziening laten niet na te benadrukken dat verschillen in behandeling onvermijdelijk zijn. Ondanks de zorgtoeslag zal de burger met de smalle beurs het toch houden bij de naturapolis met de laagste nominale premie. En de ‘zorgconsument’ die goed geïnformeerd de juiste afwegingen maakt, heeft beslist beter toegang. Voor de burger die dit nalaat, en dus mindere toegang heeft, geldt: eigen schuld…5

Tegenstanders wijzen er bovendien op dat niet iedereen in gelijke mate toegang heeft tot de benodigde informatie, alle inspanningen van de Nederlandse Zorgautoriteit ten spijt. Ook zal niet iedereen die informatie even goed kunnen verwerken. Met andere woorden, niet iedereen zal voor zichzelf het beste kunnen kiezen. Met de marktwerking zijn meritecriteria als het ware de zorg binnengesmokkeld; verdeling van het schaarse goed dat gezondheidszorg nu eenmaal is, zou niet volgens dergelijke criteria behoren te geschieden.6 En daar hebben zij een punt.

Toegang tot noodzakelijke zorg is tot mensenrecht verheven. Zorg van voldoende kwaliteit behoort niet alleen voor iedereen beschikbaar te zijn, maar ook voor iedereen in gelijke mate bereikbaar, zowel in termen van afstand, tijd en informatie, als in termen van betaalbaarheid.7 Of iemand nu vermogend is of niet, hoogopgeleid is of niet, een verblijfstitel heeft of niet, is irrelevant. De in Nederland verblijvende onvermogende illegaal die noodzakelijke zorg behoeft, dat wil zeggen: zorg die in het basispakket zit, mag deze niet worden geweigerd.8 En of de leefstijl van een zorgbehoevende mens nu wel of niet debet is aan zijn gezondheidsprobleem, doet evenmin ter zake. ‘Eigen schuld’ is niet een principe dat past bij de rechtvaardigheid die eigen is aan dit levensterrein. Met betrekking tot de toegang tot noodzakelijke gezondheidszorg zijn verschillen in behandeling inderdaad te rechtvaardigen, doch uitsluitend op grond van verschillen in behoefte, vast te stellen aan de hand van objectieve medische criteria.9 Alle andere verschillen komen op dit gebied neer op discriminatie.

Prijskaartje
Het corruptieargument, het tweede argument, is moeilijker te vatten. Het gaat hierbij om de corrumperende werking die van markten uitgaat. Door aan de goede dingen van het leven een prijskaartje te hangen, zo betoogt Sandel, zetten we de deur open voor corruptie.10 In dit geval van onze houding tot onze gezondheid.

De RVZ wil de verantwoordelijkheid van burgers voor hun gezondheid vergroten. Maar zouden mensen werkelijk gezonder gaan leven omdat ze dan minder hoeven te betalen voor hun zorgverzekering? De eigen gezondheid zou toch belangrijk genoeg moeten zijn om uit eigen beweging af te vallen, meer te bewegen, te stoppen met roken etc. Kan van de mens die uit eigen beweging gezond gedrag vertoont, niet gezegd worden dat hij zich op een juiste manier verhoudt tot zijn lichamelijke welzijn? En als dat zo is, als een goede gezondheid niet alleen een kwestie van BMI maar ook van juiste houding is, van zelfrespect misschien, kan dan van iemand die door geld bewogen wordt zijn leefstijl te veranderen niet gezegd worden dat hij weliswaar het goede doet maar om de verkeerde redenen?11 Zo iemand is immers niet intrinsiek gemotiveerd. En hij zal door een dergelijke stimulans ook nooit werkelijk overtuigd raken. Want uiteindelijk is dat wat echt nodig is. En wat meer is, voor de ‘deugnieten’ die zich door een financiële incentive niet tot verandering van gedrag laten bewegen, geldt eigenlijk hetzelfde. Voor hen zal een extra bijdrage immers nooit meer zijn dan de prijs die nu eenmaal voor een bepaalde lifestyle betaald moet worden. Wie zal hen van de werkelijke waarde van een goede gezondheid doordringen?

Het geven van korting op de zorgpremie aan mensen die meedoen aan bewezen effectieve vormen van preventie of een conditietest is een vorm van omkoping, die afbreuk doet aan de eigenlijke waarde van gezondheid. Zouden we ons geen zorgen moeten maken over de ondermijning van een goede houding van mensen ten opzichte van hun gezondheid door dergelijke vormen van manipulatie? Of is dat hopeloos ouderwets idealisme? 12

Martin Buijsen, hoogleraar gezondheidsrecht, Erasmus Universiteit, Rotterdam
Gonnie Korteland, advocaat bij Van Beem de Jong Advocaten, Den Haag

Geen belangenverstrengeling gemeld


contact: buijsen@bmg.eur.nl; cc: redactie@medischcontact.nl


Lees meer

Voetnoten

1. Raad voor Volksgezondheid & Zorg, Het belang van wederkerigheid, Den Haag: RVZ, 2013, p. 41.
2. Michael J. Sandel, Niet alles is te koop. De morele grenzen van marktwerking, Utrecht: Uitgeverij Ten Have, 2012, p. 108.
3. Michael J. Sandel, p. 16.
4. Michael J. Sandel, p. 12.
5. Martin Buijsen, ‘De bijzondere morele status van gezondheidszorg. Over marktwerking, gelijke behandeling en de noodzaak van zeggenschap’, in Filosofie & Praktijk 2010/3, p. 51-64.
6. Martin Buijsen, ‘De rechtvaardige verdeling van gezondheidszorg’, in Socialisme & Democratie 2010, nr. 10/11, p. 61-68.
7. Artikel 12 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR) en CESCR, General Comment No. 14, UN document E/C.122000/4, 11 August 2000.
8. Zie artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde (Biogeneeskundeverdrag), dat Nederland voornemens is te ratificeren, alsook de bijbehorende randnummers van het Explanatory Report.
9. Vandaar artikel  122A Zorgverzekeringswet (Zvw).
10. Michael J. Sandel, p. 109-111.
11. Michael J. Sandel, p. 60.
12. Michael J. Sandel, p. 60.


<b>Download dit artikel (PDF)</b>
marktwerking in de zorg leefstijl & gezondheid roken
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Bart Bruijn, Huisarts, STREEFKERK 03-06-2013 02:00

    "En het uitsnijden van de tussenhandel, de verziekeraars. Alleen de overhead van Achmea zorg is duurder dan de hele huisartsenzorg in Nederland."

  • M. Vasbinder, medico familiar y comunitario, 03725 TEULADA ALIC Spain 03-06-2013 02:00

    "Wat doen we met risico-sporten. ¿Toch een gezonde levensstijl?
    Beter de kwakzalverij uit de pakketten halen. Dat levert miljarden op. En... een betere minister."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.