Inloggen
Laatste nieuws
E. Brandt
2 minuten leestijd

Geneeskundestudente Meulenbelt bleef toch lessen volgen

Plaats een reactie

Voorlopig afscheid

‘Als meisje kon je redelijk ongestoord verder studeren’, zegt mevrouw W. Meulenbelt-Groenendaal (1921), geneeskundestudente in oorlogstijd. ‘Maar ook ik kreeg te maken met de loyaliteitsverklaring.

Dat was echt iets vreselijks. Als je die niet ondertekende, liepen ook je ouders gevaar. Toch heb ik, in overleg met mijn ouders, niet getekend. Daardoor moest ik me heel erg gedeisd houden vanaf 1943. Het was echt een rotopzet van de Duitsers.’

Uit protest tegen maatregelen van de bezetter, zoals de loyaliteitsverklaring en de uitzetting van joodse medewerkers uit hun ambt, besloot Universiteit Utrecht in 1940 de deuren te sluiten. ‘Het was werkelijk een dramatisch moment’, zegt Meulenbelt over de rede van professor V.J. ­Koningsberger waarin hij de sluiting meedeelde.

‘Koningsberger benadrukte de noodzaak om in deze omstandigheden stelling te nemen. Ik gaf hem volkomen gelijk. Meegaan in een gewijzigd soort universiteit, waar de doctrines van de Duitsers werden opgedrongen, was gewoon geen optie. We moesten het als een voorlopig afscheid zien, zei hij. En we zouden elkaar terugzien zonder ons geweten geweld te hebben aangedaan.’

Daarop gaf professor Koningsberger het woord aan een student. De woorden die deze uitsprak, herinnert mevrouw Meulenbelt zich niet letterlijk.

‘Maar de sfeer was dat we gezamenlijk een front moesten vormen tegen die invasie van vreemde invloeden. En we kregen ook een soort persoonlijke opdracht: door vrees te overwinnen, gaat de vrijheid niet verloren. Dat is de kern van wat de student zei. De bijeenkomst in die collegezaal ben ik mij altijd blijven herinneren. De redevoering heeft mij ook steun gegeven in de sombere jaren die daarop volgden. Altijd kon ik mezelf voorhouden dat we niet gecompromitteerd waren geraakt. Dat is erg belangrijk voor me geweest.’

Happy end
De rede was ten einde, de studenten zochten hun fietsen op, niemand sprak, geruisloos gingen ze uit elkaar. ‘Ieder voor zich, maar toch onzichtbaar verbonden’, zegt Meulenbelt bewogen. Studeren was er voor hen niet meer bij. Althans: niet echt. Want, zegt ze nog altijd dankbaar, de universiteit bleef toch een beetje toegankelijk. ‘In het pathologisch-anatomisch laboratorium konden we secties blijven volgen.

De deur stond open. Als er een obductie was, kon je binnensluipen en de sectie bijwonen. Er was dan meestal een arts die iets vertelde over de ziekte waaraan de patiënt was overleden. Ook de patholoog-anatoom legde wat dingen uit. Zo kon je toch wat lessen blijven volgen. En in de kamer daarnaast stond, heel sympathiek, een grote tafel waarop allerlei geneeskundetijdschriften waren uitgestald. Die mocht je een week lenen en mee naar huis nemen. Op deze manier hield je een band met je studie. Dat was heel waardevol.’

Haar verhaal heeft een sprookjesachtig happy end, Na de oorlog ontmoette Meulenbelt toevallig de student die zij bij Koningsberger had horen spreken. ‘Ik zag hem opeens lopen, ik vergeet het nooit.’ Het was 1945 en zij raakten aan de praat over het verleden. Beiden studeerden verder en beiden werden internist. Twee jaar later gaven ze elkaar het ja-woord. 

Eveline Brandt, journalist

«« Dossier Geschiedenis

«« Tweede wereldoorlog

«« Meer portretten

W. Meulenbelt-Groenendaal: ‘Als er een obductie was, kon je binnensluipen en de sectie bijwonen.’ beeld: De Beeldredaktie
W. Meulenbelt-Groenendaal: ‘Als er een obductie was, kon je binnensluipen en de sectie bijwonen.’ beeld: De Beeldredaktie
PDF van dit artikel
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.