Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Nieuws

Geld voor meer uitnameteams donororganen

Plaats een reactie

Er moeten op drie locaties teams beschikbaar zijn die donororganen kunnen uitnemen. Zo’n team moet onder andere bestaan uit twee chirurgen en een anesthesioloog. Dat heeft minister Edith Schippers (VWS) geadviseerd, en zij wil de bekostiging ervan structureel regelen.

Op dit moment is Nederland opgedeeld in twee regio’s (oost en west), waar 24 uur per dag een zogenaamd zelfstandig uitnameteam (ZUT) direct beschikbaar is voor het uitnemen van donororganen bij overledenen. In het oosten van het land wordt bij toerbeurt vanuit ziekenhuizen in Groningen, Nijmegen en Maastricht geregeld dat er voor die regio elk moment van de dag één team beschikbaar is, in het westen gebeurt dat vanuit ziekenhuizen in Rotterdam en Leiden.

De Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) heeft zich met andere partijen gebogen over de vraag hoe de uitnameteams het beste kunnen worden ingericht. Zij zijn tot de conclusie gekomen dat er beter op drie in plaats van op twee locaties tegelijk een team beschikbaar moet zijn. Dat zou het beste kunnen gebeuren vanuit het UMC Groningen, het Radboud MC in Nijmegen en het Erasmus MC in Rotterdam.

Door vanuit een extra locatie te werken, hoeven de teams minder grote afstanden te rijden met organen en kunnen teams elkaar ook makkelijker vervangen als er meer orgaanuitnames tegelijk moeten plaatsvinden, is de gedachte. Schippers vindt de teams van belang omdat ze leiden tot een betere uitnameprocedure en daardoor tot een betere kwaliteit van de organen.

De minister concludeert dat een ZUT het beste kan bestaan uit twee chirurgen (die verantwoordelijk zijn voor het uitnemen vanaf de eerste incisie tot en met het transportklaar maken van de organen), een anesthesioloog, een anesthesiemedewerker en twee ok-assistenten.

De uitnameteams moeten vrijgehouden worden, waardoor zij zich niet op hun eigenlijke werk kunnen richten. De chirurgen in de huidige ZUT-teams worden al via een beschikbaarheidsbijdrage gefinancierd, maar de rest van de teams wordt betaald uit tijdelijke rijkssubsidie. De minister zet dat voort tot en met 2017, maar wil daarna de gehele teams via een beschikbaarheidsbijdrage betalen. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) moet berekenen hoeveel geld hiervoor nodig is.

Lees ook:

Nieuws werk Schippers
  • Ilse Kleijne

    Ilse Kleijne-Thoonsen is journalist bij Medisch Contact, met een focus op politiek en financiën.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.