Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Myra van Zwieten
05 november 2013 4 minuten leestijd
coschappen

Gedrag co Tuitjenhorn stemt optimistisch

19 reacties

Jonge artsen nemen zelf verantwoordelijkheid voor hun handelen

Het verslag van de coassistent die de zaak Tuitjenhorn aan het rollen bracht, geeft aanleiding tot optimisme, vindt voormalig onderwijscoördinator professioneel gedrag Myra van Zwieten. Het biedt een inkijkje in de leefwereld van een nieuwe generatie dokters die professionaliteit serieus neemt.

Professionele verantwoordelijkheid begint bij jezelf. Het verslag van de coassistent van huisarts Tromp in Tuitjenhorn, gepubliceerd in de Volkskrant, laat zien dat zij dat goed heeft begrepen. ‘Na drie ampullen vroeg ik hoeveel er nog moesten. Hij zei: allemaal. Ik zei: dan vermoord ik hem. Hij zei: we helpen hem gewoon naar de lieve heer. Ik zei: dat doe ik niet, doe jij het verder maar.’ Hierin klinkt de stem door van een coassistent die niet alleen openlijk van mening verschilt met haar opleider, maar daar ook concrete consequenties in haar gedrag aan verbindt. Dit getuigt van een houding waarin ze zelf verantwoordelijkheid neemt voor haar eigen handelen en is in die zin zonder meer professioneel te noemen.

Reflectie
Er zijn vele opvattingen en theorieën over professionaliteit. In de huidige medische opleidingen wordt het begrip veelal gerelateerd aan het zogeheten CanMEDS-model, ontwikkeld vanuit de gedachte dat de moderne dokter in maar liefst zeven rollen deskundig dient te zijn. Naast de rol van medisch expert moeten studenten geneeskunde en artsen in opleiding zich tegenwoordig onder meer bekwamen in de rol van communicator, samenwerker en professional.

Kern van het moderne onderwijs in medische professionaliteit is de reflectie op het eigen handelen. De huidige generatie wordt daarbij opgeleid vanuit het idee dat ‘de’ goede dokter niet bestaat. Juist omdat iedereen verschilt, leren ze dat het belangrijk is om zelf te ervaren hoe ze – als professional – met diverse situaties van de beroepsbeoefening omgaan. Het idee van reflectie is dat ze die ervaring niet alleen ondergaan, maar dat ze ook bewust stilstaan bij wat die ervaring met ze doet en wat ze daarvan kunnen leren.

Het leren luisteren naar eigen gevoelens, inclusief lastige en tegenstrijdige emoties, hoort ook bij professionaliteit. Uit het verslag van de coassistent: ‘Hij zei toen: nou je staat helemaal te trillen, wat vind je hier nou van? Dus ik vertelde dat ik het heel heftig vond en dat dit niet mocht.’ De formele richtlijn (Raamplan Artsopleiding 2009) stelt hierover: ‘De juist afgestudeerde arts heeft de bekwaamheid (…) op het eigen handelen in de medische praktijk te reflecteren, in relatie tot de eigen gevoelens en cognities; (…) te reflecteren op het eigen functioneren in moeilijke, indrukwekkende of schokkende situaties.’

Bespreekbaar maken
Reflecteren op je eigen handelen heeft alleen zin als je ook bereid bent over deze reflecties het gesprek aan te gaan. In de opleiding oefenen aankomende dokters daarom met verschillende manieren om hun eigen overwegingen bespreekbaar te maken. Het schrijven van persoonlijke essays stimuleert hen bijvoorbeeld in het stilstaan bij eigen gedachten én gevoelens. Ook in hun stages leren studenten hun persoonlijke observaties serieus te nemen. Wat valt hen op? Wat zien ze feitelijk, en wat zijn hun gedachten, gevoelens en overwegingen daarbij? Wat kunnen ze daarvan leren? Het nabespreken van dergelijke reflecties in kleine groepjes leert hen nadenken over hun eigen professionaliteit.

Het is tegen deze context dat we het verslag kunnen lezen. ‘Toen we uiteindelijk weer terug in de auto zaten zei ik hem dat ik geleerd had dat dit niet zo mag.’ Deze coassistent is opgeleid vanuit het idee dat haar eigen inschatting ertoe doet, en dat ze hierover redelijkerwijs het gesprek kan aangaan. Niet alleen achteraf, bijvoorbeeld in intervisie met collega-coassistenten op het opleidingsinstituut, maar ook direct ‘op de werkvloer’, op het moment dat de betreffende situatie zich voordoet, met degenen die daar direct bij betrokken zijn, zoals de huisartsopleider.

Niet afleren
Paradoxaal in het onderwijs in professionaliteit – waarbij studenten in eerste instantie professioneel gedrag áánleren – is dat ze daarnaast ook moeten worden geholpen om bepaald gedrag niet áf te leren. In een interview met cardioloog Ron Peters over het professionaliteitsonderwijs in het AMC, in NRC van 1 november 2008, wordt dit als volgt verwoord: ‘De gemiddelde eerstejaarsstudent heeft oog voor de problemen van de patiënt, is empathisch en betrokken. Maar veel artsen zijn dat vermogen onderweg kwijtgeraakt.’

Klaarblijkelijk heeft deze coassistent, in de vijf jaar opleiding die zij reeds doorlopen heeft, een gezond gevoel bewaard voor wat wel en niet gepast is. ‘Onze patiënt was inderdaad overleden. Hij hield zijn hand omhoog naar mij en zei: sla dan, een high five. Toen heb ik dat maar gedaan.’

De menselijke maat moet terug in de zorg. Deze oproep klinkt steeds vaker, zowel vanuit patiëntenbewegingen als artsenorganisaties. Voor het werken aan een menswaardige zorg ligt een belangrijke verantwoordelijkheid bij de professionals zelf. Zij zijn het die de inhoud van de zorg feitelijk vormgeven. Een goede dokter is iemand die zich laat aanspreken op zijn of haar eigen opvattingen over goede zorg. In de huidige medische praktijk is deze manier van aanspreken nog verre van vanzelfsprekend. De generatie die nu wordt opgeleid zal een belangrijke rol spelen bij de hiervoor noodzakelijk cultuurverandering. Laten we hun inbreng daarom van harte koesteren.


Myra van Zwieten, directeur van De Goede Werker, tot oktober 2012 onderwijscoördinator professioneel gedrag in het AMC

contact: mail@myravanzwieten.nl; cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld



De rubriek Achter het nieuws van deze week gaat in op de verantwoordelijkheden van de
coassistent.

Zie ook

<b>Download dit artikel (PDF)</b>
coschappen Tuitjenhorn opinie professionaliteit
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Kaspar Mengelberg, psychiater, Amsterdam nl 14-11-2013 01:00

    "Deze oratio pro domo vanuit het AMC overtuigt niet. In tegendeel.
    AMC kan bijna niet anders dan tot een ernstig mea culpa komen omdat geen overleg met collega Tromp is gezocht alvorens IGZ in te schakelen. Al was het maar omdat het AMC de betrokken coassistent, zijnde de enige informant, hierdoor op extreme wijze heeft geëxponeerd. Met andere woorden, het AMC heeft ook de coassistent een zeer slechte dienst bewezen. Dit stemt allerminst 'optimistisch'. Misschien is het wel zo gegaan dat IGZ het AMC bij oriënterend telefonisch overleg heeft geadviseerd of zelfs heeft geboden om geen contact met Tromp te zoeken, onder het motto 'dat doen wij'.
    "

  • Kaspar Mengelberg, psychiater, Amsterdam nl 13-11-2013 01:00

    "Het is onjuist de coassistent zo buiten de wind te houden. Voor haar medisch handelen draagt zij inderdaad geen verantwoordelijkheid, voor haar al dan niet terechte uitingen en haar niet strikt medische handelingen wel. Zij is een volwassen vrouw. "

  • Wil Bosboom, huisarts, DE MEERN 13-11-2013 01:00

    "Ik vind wel degelijk dat de coassistent uit de wind moet worden gehouden.
    Zij heeft een verslag geschreven op verzoek van haar begeleiders en dat zal, naar ik mag aannemen, bedoeld zijn geweest voor intern gebruik.
    Of haar waarnemingen reëel zijn doet er minder toe want die hadden toch eerst getoetst moeten worden door wederhoor.
    Ik frons wel eens mijn wenkbrauwen bij een aantal - soms heel felle - reacties van collega’s.
    Maar al die reacties, ook de heel felle reacties, houden wel de druk op de ketel voor een broodnodig en gedegen onafhankelijk onderzoek. Deze onderzoekscommissie dient door minister Schippers zelf te worden aangesteld, niet door het AMC.

    "

  • Els van Veen, huisarts, DALFSEN 12-11-2013 01:00

    "De bijdrage van Myra van Zwieten is begrijpelijk, en ook ik vind dat de co-assistent geen blaam treft. Wel vind ik het tijsdtip van plaatsen van deze bijdrage erg ongepast. Zeker omdat het een bijdrage van het AMC is! En de woorden "stemt optimistisch" pijnlijk naar de nabestaanden van dokter Tromp. Ik ben en blijf geschokt dat er geen "hoor en wederhoor" is toegepast, alvorens de arts van het AMC een melding heeft gedaan bij de Inspectie. Juist het feit dat een arts meldt, heeft denk ik gemaakt dat bij de Inspectie de zaak is "opgeschaald", en dat er zo buitenproportioneel is gehandeld."

  • Wil Bosboom, huisarts, DE MEERN 12-11-2013 01:00

    "Ooit zijn we allen coassistent geweest en waren veel medische ervaringen nieuw.
    En allen zullen we als coassistent onze vraagtekens bij sommige medische zaken hebben gehad, misschien zonder hierover kritiek te uiten.
    Alle ellende in de zaak Tuitjenhorn is begonnen doordat een coassistent WEL haar verhaal vertelde aan de opleider. Deze coassistent treft echter geen enkele blaam, het vertellen van haar ervaringen hoort gewoon bij de opleiding.
    Wat mij betreft is er ook niets mis met de uiteenzetting van Myra van Zwieten over coassistenten in het algemeen en met haar verdediging van de coassistent in deze zaak in het bijzonder.

    Veel huisartsen zullen zich, net als ik, de afgelopen weken een beetje Nico Tromp hebben gevoeld en dat maakt de vele - soms flink uitschietende - emoties rondom deze zaak wel begrijpelijk.
    De tijd lijkt nu rijp onze energie te bundelen voor het vervolg.
    De Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen heeft een relevante brief naar minister Schippers gestuurd waarin wordt gevraagd om een uitgebreid onderzoek in deze zaak.
    Een volkomen terechte brief want uit deze zaak kunnen wij allen “verschrikkelijk” veel leren.
    Wij allen zijn: de IGZ, het OM, de Minister, de (huis)artsen en de huisartsenopleiding.
    Aan de LHV het verzoek deze voorzet in te koppen.


    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.