Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Ingmar Waardenburg
11 maart 2020 5 minuten leestijd

Euthanasie weigeren is óók moedig

Patiënten reageren vaak boos of teleurgesteld

9 reacties
Getty Images
Getty Images

Een arts moet soms stevig in zijn schoenen staan om een euthanasieverzoek af te wijzen, alleen al omdat het de arts-patiëntrelatie kan verstoren. Huisarts Ingmar Waardenburg vindt echter dat euthanasie nooit een vanzelfsprekendheid kan zijn.

Euthanasie komt meestal in de publiciteit als een verzoek daartoe gehonoreerd is, en er bijvoorbeeld twijfels zijn of aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan. Minder vaak gaat het (ook in dit tijdschrift) over de moeilijke situatie waarin een arts terechtkomt als hij het euthanasieverzoek níét honoreert. Het lijkt bijna normaal om euthanasie normaal te vinden. Nee zeggen kan een wig drijven tussen arts en patiënt, waardoor verdere communicatie moeilijk, zo niet onmogelijk wordt. Dat is voor beide partijen een vervelende situatie. Het (deels) omwille van de arts-patiëntrelatie inwilligen van een euthanasie­verzoek kan verleidelijk zijn, maar is geen legitieme reden voor euthanasie. Op goede gronden euthanasie weigeren is het recht van iedere arts en vergt minstens evenveel moed als een euthanasie uitvoeren. Aan de hand van twee casussen wil ik dat nader illustreren (zie beide kaders).

Hij verzoekt zijn huisarts om hem ‘een spuitje’ te geven

Ik vermoed dat veel artsen zich in de geschetste casussen zullen herkennen. Ze illustreren onder meer hoe makkelijk sommige patiënten denken over euthanasie. Zij lijken het als onderdeel te zien van het normale medisch handelen van de arts, zonder zich bewust te zijn van de medische, juridische en emotionele implicaties. Ze beschouwen euthanasie als een recht, en zijn teleur­gesteld als een arts hun verzoek weigert. De patiënt kan zich in de steek gelaten voelen, iets waar elke arts moeite mee heeft. Het zal de arts-patiëntrelatie onder druk zetten en verdere communicatie bemoeilijken. En dat terwijl een goede relatie juist zo essentieel is in de laatste levensfase. Daarentegen zal het wél honoreren van een euthanasieverzoek doorgaans dankbaarheid tot gevolg hebben bij de naasten en dit zal de dokter het gevoel geven dat hij iets werkelijk goeds gedaan heeft. Als arts kun je het in de ogen van de patiënt en diens naasten dus niet fout doen als je besluit euthanasie te ver­lenen. Dit ongelijkwaardige uitgangspunt maakt het weigeren van euthanasie misschien nog moeilijker dan het uitvoeren ervan.

*Artikel gaat verder onder het kader.

Een vrouw van 65 jaar met gemetastaseerde maligniteit ziet af van chemotherapie en wil thuis sterven. De huisarts bespreekt de mogelijke levenseindescenario’s vroegtijdig met haar. Zij noemt zelf palliatieve sedatie als optie voor als zij verder verslechtert. Na enkele weken gaat ze snel achteruit. Zij krijgt pijn, moeite met ontlasting en wordt hulpbehoevend. Thuiszorg wordt ingeschakeld en de huisarts start met orale morfine­preparaten en laxantia. De vrouw voelt zich een last voor haar man, die het er erg moeilijk mee heeft. Tijdens een visite van de huisarts is zij ten einde raad en geeft plotseling aan een ‘spuitje’ te willen, want ‘zelfs een dier doe je dit niet aan’, ‘de buurman had ook kanker en kreeg ook een spuitje’. De huisarts is verrast door dit verzoek omdat er nooit eerder over gesproken is. Deze vrouw lijkt weliswaar te voldoen aan bijna alle criteria voor euthanasie, maar het plotselinge karakter van het verzoek, alsook de directe aanleiding (zich tot last voelen), doet de huisarts vermoeden dat het verzoek in een opwelling gedaan is. Ondanks de deels invoelbare aanleiding, ziet hij daarom op dat moment onvoldoende grond voor euthanasie. Hij besluit hierover open te zijn in de communicatie met de patiënt, ook al is dat moeilijk omdat zij duidelijk lijdt en een dringend beroep op hem doet. Patiënte is zichtbaar teleurgesteld.

De huisarts besluit de thuiszorg te intensiveren, een morfinepomp te initiëren en later die dag terug te komen. Tijdens die visite blijkt patiënte tot rust gekomen te zijn. De (angst voor de) pijn en de aftakeling bleken de voornaamste oorzaak van haar paniek. Tijdens het daaropvolgende weekend heeft hij telefonisch contact met patiënte, waarbij blijkt dat het beter gaat en de pijn onder controle is. Tijdens de volgende visite is patiënte pijnvrij en accepteert de situatie zoals die is. Enkele dagen later sterft zij een rustige, natuurlijke dood.


Verschillende interpretaties

Uit gesprekken met collega’s blijkt dat artsen onderling behoorlijk verschillen in hun interpretatie van de zorgvuldigheidscriteria. De een is van mening dat het niet aan hem is om te bepalen of een patiënt ondraaglijk lijdt; lijden is immers persoonlijk. De ander vindt juist dat er substantiële grond voor dit lijden moet bestaan. En waar de een uitzichtloosheid interpreteert als ‘zonder zicht op verbetering’, zal de ander dat interpreteren als ‘eindeloos’. Dit zijn twee wezenlijk verschillende interpretaties die van grote invloed zijn op de vraag of er sprake is van uitzichtloosheid. De eerste arts zal een spoedig verwachte natuurlijke dood niet als belemmering zien voor euthanasie, de tweede kan dit juist als reden zien om geen euthanasie te verlenen. Dit verschil in interpretatie, plus de persoonlijke attitude van de arts tegenover euthanasie in zijn algemeenheid, verklaart waarschijnlijk hoe het kan dat de ene arts jaarlijks meerdere malen euthanasie verleent, terwijl de andere niet of hooguit enkele malen in zijn carrière euthanasie verleent.

Een time-out kan bijdragen aan een juiste inschatting van de situatie

Niet vanzelfsprekend

Het tijdig en proactief bespreken van toekomstscenario’s en levenseindewensen voorkomt niet altijd dat de arts zich plotseling geconfronteerd ziet met een euthanasieverzoek. Het is ook dan belangrijk dat hij zich objectief opstelt en zich niet door zorgen om de arts-patiëntrelatie laat leiden. Het nemen van een time-out – hoe moeilijk en geforceerd het op dat moment ook lijkt – kan bijdragen aan een juiste inschatting van de situatie en een impasse voorkomen. Het al dan niet honoreren van het euthanasieverzoek is uiteindelijk aan de arts. Die moet zich verantwoorden en met de gevolgen leven.

Hoewel ik niet op religieuze of principiële gronden tegen euthanasie ben en mij situaties kan voorstellen waarbij euthanasie de enige menswaardige optie is, vind ik het essentieel dat patiënten zich er bewust van zijn dat euthanasie exceptioneel medisch handelen is, waar in Nederland terughoudend en met grote zorgvuldigheid mee wordt omgesprongen. Ik pleit voor een cultuur die euthanasie beschouwt als ultieme mogelijkheid, maar niet als vanzelfsprekendheid. Daar zullen wij als dokters zelf ook in moeten investeren, door met elkaar en met onze patiënten in gesprek te blijven over dit moeilijke thema en over de grenzen van ons handelen.

Euthanasie verlenen is onder voorwaarden legitiem, maar dat geldt evenzeer voor euthanasie weigeren.

Een alleenstaande man van 75 jaar heeft uitgezaaide prostaatkanker. Doordat hij lichamelijk achteruitgaat, kan hij niet meer zelfstandig wonen, wordt opgenomen in een verzorgingshuis, maar voelt zich daar niet thuis. Hij geeft aan het ‘wel welletjes’ te vinden en verzoekt zijn huisarts om hem ‘een spuitje’ te geven. Hij heeft onmiskenbaar lichamelijke ongemakken, waaronder een door zwakte en pijn in de heupen sterk verminderde mobiliteit. Hij heeft een lage dosering opiaten, maar voelt niets voor ophogen van de dosering want daar wordt hij alleen maar verward van.

Zijn huisarts acht het verzoek weliswaar invoelbaar, maar ziet onvoldoende grond voor euthanasie. Voltooid leven op zich is daar immers onvoldoende grond voor, en het criterium ondraaglijk lijden is hier twijfelachtig. Hij bespreekt dit met de patiënt, die teleur­gesteld is en hierdoor eigenlijk geen reden ziet om nog verder met zijn huisarts te communiceren. Hij wendt zich tot het Expertise­centrum Euthanasie (voorheen Levenseindekliniek) en een arts van deze kliniek bezoekt hem enkele malen. Er is slechts eenmaal contact tussen de arts van de kliniek en de huisarts, waarbij de eerste de laatste om medische achtergrondinformatie verzoekt. Patiënt krijgt euthanasie tijdens de vakantie van de huisarts.


Auteur

Ingmar Waardenburg, huisarts te Enter

Contact

redactie@medischcontact.nl


Download dit artikel (PDF)

euthanasie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • M. Rikmenspoel, geestelijk verzorger, Deventer 26-03-2020 16:15

    "Ik citeer mw Van Veen: Twee weken geleden gaf zo iemand mij een folder van de NVVE.
    Daarin staat letterlijk 'als uw eigen huisarts niet bereid is euthanasie te verlenen, is diegene verplicht een andere huisarts voor u te zoeken'. Maar ik mis dan als huisarts en zin 'dat er sprake moet zijn van een ACTUELE situatie' van ziekte en ondraaglijk lijden.
    -------------------------
    Even los van de toevoeging, er is bij mijn beste weten geen (wettelijke) doorverwijsplicht. U zou de NVVE moeten vragen de betreffende folder aan te passen. Uiteraard bent u wel beroepshalve en moreel geroepen patiënt van goede informatie te voorzien, maar deze kan zelf een andere huisarts zoeken."

  • Dennis van Spanje, specialist oiderengeneeskunde, His ter Heide 20-03-2020 21:10

    "De 2 casus van collega Waardenburg omschrijven eigenlijk geen exceptionele situaties.
    In de eerste casus was er nog twijfel over de weloverwogenheid en waren er nog palliatieve opties, die voor zowel arts als patiënt een redelijke andere oplossing vormden.
    In de tweede casus was de arts kennelijk van de ondraaglijkheid en uitzichtloosheid (nog) niet overtuigd. Ook een reden om het verzoek niet te honoreren.
    Wat ik jammer vind is dat in de slipstream van de column ook een situatie ter sprake komt waarin van kennelijke principiële bezwaren tegen euthanasie (in dit geval bij dementie) sprake is en deze aanleiding zijn om een patiënt niet naar een collega te verwijzen, maar met "geen idee" heen te zenden. Dat is volgens mij nou net weer niet de bedoeling, beter zou zijn om eens te informeren hoe je collega's hier in staan en of er een collega is die geen principiële bezwaren niet heeft."

  • Wim Jacobs, huisarts, Ottersum 16-03-2020 21:38

    "Collega Waardenburg heeft helemaal gelijk dat euthanasie weigeren moedig is.
    Wat me bij beide gepresenteerde casussen opvalt is dat de patiënt zelf over euthanasie of een spuitje begint. Bij de eerste patiënt is blijkbaar alleen palliatieve sedatie besproken, want de huisarts voelt zich overvallen door een euthanasieverzoek. Er is nooit eerder over gesproken.
    Hij heeft het verder netjes opgelost.
    Wanneer is een eerder stadium door de huisarts zelf ook de euthanasie besproken wordt kun je er niet door overvallen worden.
    Je kunt dan ook duidelijk aangeven dat je zelf geen euthanasie gaat uitvoeren, maar dat je wel in bent voor andere opties zoals palliatieve sedatie.

    Dat is moedig en op dat moment is er nog geen sprake van weigeren , maar voorlichting.
    Samen kun je dan bespreken hoe verder te gaan."

  • Peter van Rijn, huisarts n.p., Rheden 14-03-2020 23:56

    "Dit artikel brengt mij zomaar 15 jaar terug in de tijd. Toen werd mij gevraagd euthanasie uit te voeren bij een nog niet terminale patiënt ,die wél aan een terminale ziekte leed. Ik vond dat deze daar nog niet aan toe was. Een geconsulteerde Scen -arts was het met mij eens en het verzoek werd afgewezen .Daarop ontstond er ruzie ,vooral met familieleden. Het relatieve voordeel hiervan was wél dat dit patiënt zo aangreep dat deze door emoties snel achteruit ging. Waardoor de toen toegepaste palliatie snel effect sorteerde. Het resultaat hiervan verschilde in principe niet met euthanasie .Deze casus heeft bij mij wél de lust vergald om verder nog euthanasie uit te voeren .Nu zijn we een stuk verder in de tijd en met het morele kompas van nu zou ik aan dit verzoek om euthanasie wél hebben voldaan .Maar onveranderd blijft de voorwaarde dat onbehandelbaar ,ondragelijk en uitzichtloos lijden actueel objectiveerbaar moet zijn ,waarbij vrijheid van keuze en wilsbekwaamheid op het moment van euthanasie doorslaggevend zijn."

  • Peter van Rijn, huisarts n.p., Rheden 14-03-2020 23:56

    "Dit artikel brengt mij zomaar 15 jaar terug in de tijd. Toen werd mij gevraagd euthanasie uit te voeren bij een nog niet terminale patiënt ,die wél aan een terminale ziekte leed. Ik vond dat deze daar nog niet aan toe was. Een geconsulteerde Scen -arts was het met mij eens en het verzoek werd afgewezen .Daarop ontstond er ruzie ,vooral met familieleden. Het relatieve voordeel hiervan was wél dat dit patiënt zo aangreep dat deze door emoties snel achteruit ging. Waardoor de toen toegepaste palliatie snel effect sorteerde. Het resultaat hiervan verschilde in principe niet met euthanasie .Deze casus heeft bij mij wél de lust vergald om verder nog euthanasie uit te voeren .Nu zijn we een stuk verder in de tijd en met het morele kompas van nu zou ik aan dit verzoek om euthanasie wél hebben voldaan .Maar onveranderd blijft de voorwaarde dat onbehandelbaar ,ondragelijk en uitzichtloos lijden actueel objectiveerbaar moet zijn ,waarbij vrijheid van keuze en wilsbekwaamheid op het moment van euthanasie doorslaggevend zijn."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.