Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
C.A. Bloemsma
21 maart 2016 3 minuten leestijd
gynaecologie

Een normale bevalling bestaat niet

Plaats een reactie

Verloskundige Tine Oudshoorn wil de geboortezorg in Nederland verbeteren op basis van een aantal premissen over wat volgens haar een normale bevalling is. Haar argumentatie rammelt echter, vindt gewezen gynaecoloog Bloemsma.


Tine Oudshoorn (MC 08/2016: 20) bespreekt twee zaken: Geboortezorg is gebaat bij consensus over de vraag wat een normale bevalling is. En: Herziening van de Verloskundige Indicatielijst (VIL) vereist nieuwe criteria voor ante-partumselectie om te beslissen of een vrouw al dan niet in een ziekenhuis moet bevallen. Ter onderbouwing doet ze een aantal beweringen die ik systematisch zal bespreken.

1. De bevalling is een fysiologisch proces.

Hierover bestaat geen twijfel, met de nuance dat het een zeer gecompliceerd proces is. Het aantal complicaties, variaties en uitzonderingen op de regel is zó groot, dat dé definitie van een normale bevalling niet bestaat. Indien wij de conditie van een pasgeborene redelijk achten, beoordelen we de bevalling al snel als normaal. Statistisch geeft dat een enorme bias, waarmee we doorgaans niets doen.

 
2. Een bevalling is meer een sociale dan een medische ‘aangelegenheid’.

Deze bewering wordt niet onderbouwd. Vanwege de hoge moeder- en kindsterfte in landen met nauwelijks verloskundige zorg twijfel ik aan de juistheid ervan. In die gemeenschappen ontbreekt het de mensen immers niet snel aan een sociaal netwerk, omdat men elkaar nodig heeft. Het onderscheid tussen een sociale en een medische ‘aangelegenheid’ dient geen aanwijsbaar doel. Ik kan me geen voorstelling maken van de tweedeling, omdat in beide gevallen de betrokkenheid groot is. De retoriek lijkt zinvol voor de argumenten van verloskundigen, maar die moeten dan wel eerst waarachtig worden geformuleerd.


3.  Aangaande interventies.

Oudshoorn vindt interventies meestal overbodig, en zelfs beschadigend. Veel mensen die verloskundig werkzaam zijn in Nederland worden hiermee moeiteloos gediskwalificeerd en beschadigd. In Nederland kennen wij verloskundigen, en ook interventie verloskundigen, zoals de klinisch werkende verloskundigen en gynaecologen. Als wederzijds respect ontbreekt is de zwangere op voorhand de dupe. De erkenning dat de zorg voor een zwangere eerst en vooral een continuüm moet zijn, houdt in dat een gekunstelde tweedeling in eerste en tweede lijn niet meer te verdedigen is.


4.  Risicomanagement.

Oudshoorn stelt dat vrouwen evolutionair optimaal zijn toegerust om nageslacht te produceren. De hoge moeder- en kindsterfte in sommige landen bewijst anders. Bovendien wordt ‘optimaal toegerust’ nergens omschreven. Rond 400.000 jaar geleden had onze voorvader een schedelinhoud van 950 cc tegen nu 1400 cc. Het vrouwelijke bekken kon de evolutionaire ontwikkeling van de hersenen niet bijbenen, met alle verloskundige gevolgen van dien. De stelling wordt door Oudshoorn niet onderbouwd, en is bovendien onwaar. De erkenning dat er bij een bevalling iets kan misgaan illustreert glashelder hoe evolutie werkt.  

 
5.  Op naar de socratische discussie.

De uitnodiging om te komen tot een socratische discussie lijkt een poging om 40 jaar debat nog eens te verlengen.
Als ik een zwangere vertel dat zij een kans van minimaal 50 procent heeft om een thuis begonnen bevalling, in het ziekenhuis te moeten beëindigen, dan snapt zij direct dat de voorspellende waarde van een ante-partumselectie een gotspe is. Dit percentage geldt voor de meest kwetsbare groep, de primigravidae. Het ziekenhuispersoneel moet zich maar zien te redden met die 50 procent, diep in zichzelf teleurgestelde en getraumatiseerde moeders. Nergens in de medisch-wetenschappelijke wereld wordt zo’n foutenfeest geaccepteerd. Autonomie in de verloskunde is, in het licht van het eerder genoemde continuüm bij een bevalling, niet te begrijpen. Het woord autonomie betekent het stellen van eigen voorschriften en normen, waardoor integratie wordt geblokkeerd.

Tine Oudshoorn levert geen bijdrage aan het verbeteren van de verloskundige zorg in Nederland. Langer discussiëren over wat nu wel, of niet, een normale bevalling is, heeft geen zin. Het begrip ‘normaal’ is irrelevant. Ante-partumselectie, in het bijzonder bij primigravidae, is even betrouwbaar als waarzeggerij. Zo houden wij de gefragmenteerde zorg in stand.
Nog langer werken aan het construct VIL is noch wetenschappelijk, noch ethisch te verantwoorden, omdat het gemeenschappelijke doel ontbreekt. Wij moeten stoppen met te roepen dat een ‘normale bevalling’ de norm is.


Dr. C.A. Bloemsma, niet praktiserend gynaecoloog, Diepenveen

Contact:
cabloemsma@hotmail.com
cc: redactie@medischcontact.nl

 

Lees ook:



 

Beeld: Shutterstock
Beeld: Shutterstock
perinatale sterfte gynaecologie zwangerschap bevalling
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.