Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Achter het nieuws

Ebola vereist geen geld, maar mankracht

1 reactie

Wat doet de wereld tot nu toe om te helpen met de bestrijding van ebola in West-Afrika? En waar is behoefte aan? Vier vragen over de strijd tegen ebola.

1. Wat doet de wereld tot nu toe?

Begin vorige week maakte Obama bekend militairen, hulpverleners, materiaal en geld in te zetten om ebola in West-Afrika te bestrijden. Met deze toegezegde hulp zou een bedrag van 75 miljoen dollar gemoeid zijn. De VN-Veiligheidsraad riep de ebola-epidemie eind vorige week unaniem uit tot een bedreiging voor de internationale vrede en veiligheid. Een VN-missie, waarvoor een geschat budget van 1 miljard dollar nodig is voor een periode van zes maanden, moet de humanitaire crisis aanpakken en de stabiliteit in de ebolalanden bewaken. Begin september kondigde de Europese Unie al – minder opvallend – aan 140 miljoen euro vrij te maken voor de bestrijding van ebola in de landen Guinee, Sierra Leone, Liberia en Nigeria. Ook landen als China, Cuba, India, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Rusland, Canada, Israël, Turkije en Brazilië boden hulp aan.

2. Wat doet Nederland tot nu toe?

De Nederlandse overheid maakte 500.000 euro over naar Artsen zonder Grenzen en 322.600 naar het Rode Kruis voor de bestrijding van ebola. Ook draagt Nederland indirect bij via de Europese Unie, het Central Emergency Response Fund en de jaarlijkse algemene bijdrage aan de WHO. In de miljoenennota die vorige week op Prinsjesdag werd gepresenteerd staat bovendien dat er tussen 2014 en 2017 570 miljoen euro extra beschikbaar komt voor noodhulp. Dat bedrag wordt tijdens de kabinets-periode flexibel ingezet, bijvoorbeeld voor de opvang van Syrische vluchtelingen in de regio of voor de bestrijding van de ebola-uitbraak in West-Afrika. Eind vorige week maakte minister voor Ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen bekend dat Nederland 15 miljoen euro extra uittrekt. Hiervan gaat 10 miljoen naar de VN, 3 miljoen naar het Rode Kruis en 1 miljoen naar Artsen zonder Grenzen. Daarnaast gaat Ploumen om de tafel met haar collega-ministers van VWS en Defensie om te praten over het beschikbaar stellen van transportcapaciteit, medische hulpverleners en hulpgoederen.

3. Wat heeft het ebolagebied nodig?

Buitenlandse hulp is dringend nodig in de landen waar ebola heerst, zegt Pieter de Koning. Hij werkt sinds 2012 namens de Duitse organisatie Deutsche Lepra- und Tuberkulosehilfe (DAHW) als tropenarts in een kliniek voor lepra- en tbc-patiënten in Ganta, een stad in het noorden van Liberia. De Koning heeft nog niet te maken gehad met patiënten met ebola, want de uitbraak is in zijn regio niet zo heftig als bijvoorbeeld in hoofdstad Monrovia. Toch is de spanning ook in zijn kliniek groot, want iedere nieuwe patiënt is een potentieel ebolageval, vertelt hij. ‘Er is in de getroffen landen dringend behoefte aan personeel en vooral ook materiaal. Het komt nu al voor dat patiënten met ebolaverschijnselen door de klinieken naar huis terug worden gestuurd, omdat er niet genoeg bedden zijn. De ergste gevallen worden het eerst behandeld. Maar de minder erge gevallen leveren een onvoorstelbaar groot gevaar op voor hun omgeving. Er is een schrijnend tekort aan medisch personeel en er moeten heel snel behandelcentra worden gebouwd. Ik vind dat er Nederlandse artsen en verpleegkundigen, bijvoorbeeld militairen, naar het ebolagebied moeten worden gestuurd. Ik zou willen dat de Nederlandse overheid hierin wat meer voort-varendheid zou laten zien.’

Ook Artsen zonder Grenzen, dat betrokken is bij de behandeling van ruim twee derde van de ebolapatiënten in het ebolagebied, roept de Nederlandse overheid op om (militaire) zorgverleners naar het ebolagebied te sturen. En vooral ook materiaal, bijvoorbeeld de mobiele ziekenhuizen van Defensie. ‘Het probleem is niet zozeer een gebrek aan geld. Wat we nodig hebben is menskracht en faciliteiten. Er zijn honderden extra bedden nodig’, vertelt woordvoerder Frank Theunissen. ‘We hebben nu hoogstens 250 bedden in Liberia, maar dat aantal moet minimaal verdrievoudigd worden. Daarvoor is een enorme uitbreiding van het personeel nodig, want werken in een beschermend pak in de tropische hitte houd je niet langer dan anderhalf uur vol.’

Artsen zonder Grenzen probeert internationaal artsen en ander medisch personeel te werven voor de hulpverlening in de ebolagebieden. Er zijn nu 210 internationale medewerkers van de organisatie betrokken bij de ebola-interventie in het crisisgebied, onder wie één Nederlandse medewerker, en er zijn 1650 lokale medewerkers actief. Theunissen: ‘Voor de werving van Nederlandse artsen en ander medisch personeel is een tandje bijgezet. We krijgen ook meldingen van zorgverleners die graag willen gaan helpen, die zijn zeer welkom. Zolang zorgverleners veilig werken is de kans op besmetting heel gering. De medewerkers worden uitstekend geïnstrueerd en medisch onderlegd personeel kan sowieso goed inschatten hoe transmissie moet worden voorkomen.’

Tropenarts Pieter de Koning vertelt dat hem al vaak is gevraagd waarom hij in Liberia blijft, terwijl hij daarmee riskeert om zelf ebola op te lopen. ‘Ik heb weinig waardering voor internationale zorgmedewerkers die, vaak gedwongen door hun ngo (niet-gouvernementele organisatie, red.), uit voorzorg terugkeren naar hun eigen land. In de getroffen landen zijn veel ziekenhuizen inmiddels gesloten omdat internationaal personeel vertrekt en lokaal personeel niet meer durft te werken, of staakt omdat er bijvoorbeeld geen beschermende kleding is. Stel dat ik vertrek, dan geeft dat een volkomen verkeerd signaal. Onder het personeel van de kliniek breekt dan paniek uit, de tent wordt gesloten. Voor onze patiënten met lepra en tbc is er dan niets meer. Onze leprapatiënten zijn ernstig gehandicapt en volkomen afhankelijk van onze zorg. Die worden dan aan hun lot overgelaten. Alle aandacht richt zich nu op drieduizend ebolapatiënten. Maar inmiddels verdwijnt de zorg voor “gewone” patiënten in rap tempo. Daardoor wordt het pas echt een grote humanitaire ramp. Ziekten als hiv, tbc, lepra en malaria hebben vrij spel.’

4. Wat gaat Nederland nog doen?

Ondanks het verzoek van Artsen zonder Grenzen en ondanks het feit dat Ploumen in overleg gaat met minister Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie, lijkt het onwaarschijnlijk dat Nederland militair, medisch geschoold personeel in gaat zetten of mobiele hospitalen gaat leveren. Woordvoerder Marloes Visser van het ministerie van Defensie: ‘Het ministerie van Defensie heeft aangeboden ondersteuning te bieden in de vorm van luchttransport. Maar we hebben geen capaciteit voor het inzetten van militairen en noodhospitalen. Die zijn schaars binnen het Nederlandse leger en worden nu al ten volle ingezet in de zeventien missies waarbij we nu betrokken zijn, zoals in Turkije, Mali en Somalië.’



Simone Paauw, journalist Medisch Contact

Contact: s.paauw@medischcontact.nl




Lees meer



<b>Download dit artikel (PDF)</b>
Achter het nieuws Ebola Afrika
  • Simone Paauw

    Simone Paauw (1978) werkt sinds april 2008 als journalist bij Medisch Contact. Ze interviewt het liefst de ‘gewone’ arts met een bijzonder verhaal en neemt graag een kijkje in de praktijk.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • W. van der Pol, Ziekenhuisapotheker, Delft 25-09-2014 00:00

    "Ik blijf het opmerkelijk vinden dat er zo weinig mensen aan het virus zijn overleden. Er is een factor in de besmettelijkheid die we nog niet kennen. Gelukkig valt die mee, en bovendien wordt er man en macht gewerkt aan indamming."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.