Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Shahnaaz Dostmohamed
14 december 2011 2 minuten leestijd
Wetenschap

Doodgeboorte meestal door obstetrie

Plaats een reactie

Het bevallen van een doodgeboren kind (bij een amenorroeduur van meer dan 20 weken) is het vaakst te wijten aan obstetrische omstandigheden, gevolgd door overlijden van het kind door abnormaliteiten aan de placenta. Dat blijkt uit onderzoek van Robert Silver e.a., van wie er in JAMA van deze week twee artikelen zijn geplaatst over de oorzaken van en risicofactoren op doodgeboorte.

In de VS eindigt 1 op de 160 zwangerschappen in een doodgeboren kind. Dit aantal is al jaren onveranderd significant hoger dan in andere ontwikkelde landen.

Tijdens een prospectieve studie is van 59 centra in vijf verschillende staten gedurende tweeënhalf jaar minstens 90 procent van de geboorten onderzocht. Jaarlijks vinden meer dan 80.000 bevallingen plaats in deze centra.

Gedurende de studieperiode bevielen 953 vrouwen van 972 doodgeboren kinderen. Bij 512 neonaten afkomstig van 500 moeders is obductie gedaan. In meer dan 60 procent kon een waarschijnlijke doodsoorzaak worden aangewezen, en in meer dan driekwart van de gevallen kon er een mogelijke oorzaak worden vastgesteld. Ongunstige obstetrische omstandigheden waren met bijna 30 procent het vaakst de doodsoorzaak, gevolgd door afwijkingen van de placenta (23,6%). In een minderheid van de gevallen was sprake van genetische abnormaliteiten (13,7%) of speelde infectie (12,9%) een rol.
Vrouwen van negroïde afkomst kregen vaker (43,5%) een doodgeboren kind ten gevolge van obstetrische complicaties dan Latijnsamerikaanse en blanke vrouwen (23,7%). Ook het aantal infecties was hoger.

In dezelfde centra is gekeken naar factoren die het risico op een doodgeboren kind verhogen. Met een case-control onderzoek van 614 cases en 1816 controles werden onder meer een negroïde afkomst, nullipariteit, diabetes, eerdere miskramen en bevallingen van doodgeborenen als onafhankelijke risicofactoren gevonden. Toch verklaren deze factoren dit verschijnsel maar voor een klein deel.
Jay Iams en Courtney Lynch merken in een begeleidend commentaar op dat de gedetailleerde analyse afzonderlijke categorieën van doodgeboorte laat zien, gebaseerd op amenorroeduur, etniciteit en doodsoorzaken. Bij een doodgeboorte of intra-uteriene vruchtdood tussen 24 en 31 weken komt maternale hypertensie sterk naar voren als risicofactor. Foetale sterfte voor de 24ste week gedurende de partus komt het meest voor door extreme prematuriteit. Doodgeboorte en prematuriteit worden vaak gezien als twee afzonderlijke entiteiten, maar hebben meer overeenkomsten dan eerder kon worden herkend.

Shahnaaz Dostmohamed

JAMA 2011; 306: 59-68, 2469-79 en 2506-7

Lees ook:

Beeld: Thinkstock
Beeld: Thinkstock
print dit artikel
Wetenschap
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 
Akkoord Cookievoorkeuren aanpassen

Medisch Contact gebruikt cookies en scripts om uw gebruik van onze website geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en op uw profiel afgestemde advertenties kunnen tonen. Ook gebruiken we cookies en scripts om integratie met social media (Twitter, Facebook, LinkedIn, etc.) mogelijk te maken. Meer informatie vindt u in onze cookieverklaring en in onze Privacyverklaring