Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Boudewijn van Eijck
07 juni 2017 4 minuten leestijd
recht

DNA vrijgeven tast rechtspositie ziekenhuizen aan

1 reactie
getty images
getty images

Het conceptwetsvoorstel om opsporingsdiensten toegang te geven tot het DNA van verdachten via in ziekenhuizen opgeslagen lichaamsmateriaal deugt niet, vindt advocaat Boudewijn van Eijck. De onderbouwing is flinterdun en de aantasting van het beroepsgeheim groot.

Er is veel kritiek geuit op het conceptvoorstel voor een Wet zeggenschap lichaamsmateriaal. Dit voorstel pleit voor de mogelijkheid om in bijzondere gevallen lichaamsmateriaal van ex-patiënten aan justitie ter beschikking te stellen om zware misdrijven te kunnen oplossen. De kritiek is terecht. Ten eerste omdat daarmee het medisch beroepsgeheim wordt ingeperkt, ten tweede omdat het voorstel overbodig is, aangezien justitie nu al voldoende dwangmiddelen heeft om een DNA-match van een verdachte te kunnen uitvoeren.

Smalle basis

Om het verstrekken van lichaamsmateriaal zonder toestemming van de patiënt mogelijk te maken, is in het wetsvoorstel opgenomen dat het medisch beroepsgeheim voor deze gevallen niet langer bestaat. Het gevolg daarvan is dat ziekenhuizen ook het verschoningsrecht kwijtraken als zij geconfronteerd worden met een vordering van justitie om dat materiaal uit te leveren. Dat betekent dus een verzwakking van de rechtspositie van ziekenhuizen.

In de ambtelijke stukken die het wetsvoorstel moeten onderbouwen worden drie uitspraken van de Hoge Raad genoemd.1 De eerste gaat over een arts die zelf verdachte was vanwege vermoedelijk foutief medisch handelen, de tweede over een geval waarin de Hoge Raad de doorbreking van het medisch beroepsgeheim juist niet toestond, en de derde betrof één geval waarin sprake was van een vermoeden van kindermishandeling. In dat laatste geval was toegestaan om mededelingen die aan de hulpverleners waren gedaan over de waarschijnlijke oorzaak van het overlijden, openbaar te maken. Geen jurisprudentie dus waarin de in het wetsvoorstel beschreven casuïstiek zich heeft voorgedaan. Dat is al met al nogal een smalle basis voor dit wetsvoorstel. Bovendien zijn de voorwaarden die het wetsvoorstel verbindt aan het doorbreken van het beroepsgeheim minder streng dan die de Hoge Raad stelt. Daarnaast is het zo dat de Hoge Raad die doorbreking met name toestaat in gevallen waarin de arts zélf verdachte is. In het wetsvoorstel is daar geen sprake van. Evenmin heeft de Hoge Raad zich ooit uitgelaten over het verstrekken van lichaamsmateriaal in relatie tot de vraag of het medisch beroepsgeheim kan worden doorbroken.

Voorwaarden

In het wetsvoorstel wordt een ziekenhuis als bewaarder van lichaamsmateriaal gedwongen om materiaal van patiënten zoals stukjes bind- of spierweefsel, bloed, huidschilfers, stukjes bot, speeksel, haren, nagels en urine zonder hun toestemming aan justitie te verstrekken ten behoeve van DNA-onderzoek. De daaraan verbonden voorwaarden houden kort gezegd in dat het moet gaan om zware zeden- en moordzaken, dat de identiteit van het slachtoffer of de verdachte bekend moet zijn en dat het lichaamsmateriaal niet bij de verdachte of het slachtoffer kan worden afgenomen omdat deze voortvluchtig of overleden is.2 Met andere woorden, het gaat niet om een verdachte die al in voorlopige hechtenis zit.

De vereiste dat het lichaamsmateriaal niet bij de verdachte zelf kan worden afgenomen omdat deze is overleden, wekt verbazing omdat door de dood van de verdachte het recht tot strafvordering vervalt en er dus geen sprake meer kan zijn van een verdachte. Gelet op de overige beperkingen die zijn opgenomen zal het wetsvoorstel voornamelijk zien op gevallen waarin de verdachte voortvluchtig is, maar bijvoorbeeld op of rondom een plaats delict is herkend door een getuige. Het op het slachtoffer aangetroffen DNA wil justitie vervolgens matchen met het DNA van de voortvluchtige verdachte. Maar wat is het belang daarvan en hoe gaat dat in zijn werk?

Rechtsbescherming ziekenhuis

Om erachter te komen of er überhaupt lichaamsmaterialen beschikbaar zijn van de verdachte zal justitie alle ziekenhuizen in Nederland moeten raadplegen. Dat zal dan al gepaard moeten gaan met een vordering, want vrijwillig zullen de ziekenhuizen die informatie niet geven. Alleen dat is al onbegonnen werk. Als het lichaamsmateriaal dan toch door een ziekenhuis zou worden verstrekt en een DNA-match plaatsvindt, is vervolgens de vraag wat voor waarde dat heeft. Als de verdachte voortvluchtig blijft zal er geen veroordeling kunnen plaatsvinden. Als de verdachte wel wordt aangehouden kan er – al dan niet gedwongen – op basis van de huidige wetgeving DNA van hem worden afgenomen en kan eenzelfde DNA-match plaatsvinden.

Het enige rechtsmiddel dat de ziekenhuizen na invoering van de nieuwe wet nog resteert, is om zich als belanghebbende bij de rechtbank te beklagen over de inbeslagneming van het lichaamsmateriaal.3 Gelet echter op het feit dat de wetgever ervoor kiest om het medisch beroepsgeheim opzij te zetten voor deze gevallen, wordt de juridische positie van het ziekenhuis dermate aangetast dat een beklag bij de rechtbank niet veel kans meer maakt. De wetgever denkt dat te kunnen compenseren door de waarborgen dat een onderzoeksrechter (rechter-commissaris) toestemming moet geven en dat deze rechter zich zal laten adviseren door een deskundigencommissie.4 Deze commissie wordt ingesteld door de minister van Volksgezondheid en de minister van Justitie gezamenlijk. Of deze commissie echt onafhankelijk en deskundig zal zijn, is nu nog niet bekend. Voor de rechtsbescherming van de ziekenhuizen is het veel beter als het ziekenhuis het standpunt over de voorgenomen inbeslagneming van lichaamsmateriaal kenbaar kan maken aan de rechter-commissaris voordat deze een definitieve beslissing neemt. Daarnaast zou er een beroepsmogelijkheid voor het ziekenhuis moeten worden ingevoerd indien de rechter-commissaris een afwijkend standpunt inneemt. Alleen zo wordt de rechtsbescherming van het ziekenhuis voldoende gecompenseerd.

Overbodig

Het wetsvoorstel is dus overbodig en perkt het medisch beroepsgeheim in zonder dat daar in de rechtspraak van de Hoge Raad voldoende grondslag voor is. Omdat zij daartegen geen effectieve rechtsmiddelen hebben, komt hiermee de rechtsbescherming van ziekenhuizen op de tocht te staan.

auteur

Boudewijn van Eijck

advocaat en partner bij Sjöcrona Van Stigt Advocaten, Rotterdam

Geen belangenverstrengeling gemeld door de auteur.

contact

be@svsadvocates.com

cc: redactie@medischcontact.nl

voetnoten

1. Memorie van Toelichting, 5.2.3, voetnoten 10 en 11.

2. Artikel 15 lid 4 wetsvoorstel Wet zeggenschap lichaamsmateriaal (Wzl).

3. Artikel 552a Wetboek van Strafvordering.

4. Artikel 15 lid 5 wetsvoorstel Wzl en MvT, 5.2.3

download dit artikel (pdf)

recht opinie beroepsgeheim DNA
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Maarten Vasbinder, médico familiar e comunitario, Ubon Ratchathani 10-06-2017 08:48

    "Nog een voorbeeld van de glijdende schaal, waar de overheid zich op bevindt. Steeds verdere aantasting van het beroepsgeheim. Hippocrates zal binnenkort weer aangepast moeten worden. Dan wordt ook het beëindiging van "voltooid leven" langzaam tot een verplichte medische handeling. Daarna een algemene verplichting. Aangezien het leven pas is voltooid bij de dood lijkt deze vorm van euthanasie een logisch gevolg van de in mijn ogen misdadige ontwikkelingen.
    Ongehoorzaamheid is ons enige wapen. Weigeren de wet uit te voeren met de tuchtraad als stok achter de deur. Dat zal ongetwijfeld leiden tot een botsing met de huidige bewindvoerders. Dat moet dan maar.
    Over die bewindvoerders hoeven we ons gelukkig geen zorgen te maken. Hen wacht een zak vol zilverlingen.
    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.