Inloggen
Laatste nieuws
L. de Vries
5 minuten leestijd
Tuchtrecht

‘Dit nooit meer’, maar hoe dan?

3 reacties

Boekje over incidenten kan onbedoeld effect hebben


Eind vorig jaar ontvingen artsen het boekje ‘Dit nooit meer’, als opmaat naar volwassen omgaan met fouten en falen. Een goed initiatief, vol invoelbare verhalen. Toch roept het ook bedenkingen op én vraagt het om een vervolg.

 


Met belangstelling heb ik het boekje ‘Dit nooit meer’ gelezen, dat ik eind vorig jaar ontving bij Medisch Contact. De verhalen zijn herkenbaar en motiveren tot beter omgaan met onze incidenten. Toch komt er bij lezing ook een andere gedachte op. Als dit de meest voorliggende incidenten zijn die diep in het geheugen en in het beroepsbewustzijn van de geciteerde collega’s liggen, dan zinkt mij de moed in de schoenen. Natuurlijk, het zijn incidenten, en natuurlijk, daar moeten we van leren. Maar hoe? Met wie praten we erover? Eerst de betrokkenen? Eerst een collega? Een bevriend collega of de inspecteur? Is verslaglegging de eerste stap? ‘Dit nooit meer’ vraagt om een vervolg: hoe dan nooit meer?

Klankbord
Een van de casus, die van collega Siemons, overkwam mij ook. Het was het tweede jaar in mijn plattelandspraktijk. Een man belde de spoedlijn want zijn vrouw had zo’n pijn op de borst. Mijn assistente stond al met de visitetas in haar hand met de mededeling dat deze vrouw in haar leven slechts voor een uitstrijk de praktijk bezocht. Driehonderd meter van de praktijk, mevrouw lachend op bed, zich duizendmaal verontschuldigend dat het haar speet dat ze de dokter had laten bellen. Ze had net gespuugd en de pijn was weg, een opluchting want sinds 3 uur vanmorgen had ze pijn in haar borst gehad. Nooit ziek, geen medicatie, familie blanco en 63 jaar. Gisteren nog vóór haar man de brug over het Twentekanaal op gefietst. Ik heb haar nagekeken, pols, tensie, capillaire refill, 1e en 2e toon. Patiënte op het hart gedrukt dat ze echt kon bellen als er iets was. Na een kwartier belt de dochter dat zij aan het reanimeren is. Patiënte overlijdt. Verslagenheid en vragen overheersen. Ook ik snap het niet en voel me diep, diep ellendig. Ik vertel de dochter, zoons en echtgenoot dat ik dit niet heb zien aankomen. En dat ik niet juist heb gehandeld. Ik had haar met spoed moeten insturen met verdenking myocardinfarct. Het gesprek was moeilijk, boosheid over mijn onkunde en de onterechte dood blokkeerden alles.
Omdat ik het echt niet begreep, heb ik de familie gevraagd om in te stemmen met obductie. De patholoog berichtte al snel dat mevrouw overleden was aan een myocardruptuur van 8 (!) centimeter in een geïnfarceerd gebied dat ouder dan 24 uur was. Een verraderlijk klinisch beeld dat veel gelijkenis vertoont met de casus van collega Siemons. Met de voorlopige uitslag in de hand heb ik opnieuw gepraat met de betrokkenen. De boosheid maakte plaats voor het noodzakelijke verdriet.
Ook ik worstel met de vraag of ik het goed gedaan heb. Maar ik worstel ook met mijn gesprek met de familie. En moet ik nu dan maar altijd insturen om mijzelf deze gevoelens van onmacht en falen te besparen?
Ik wil me niet verschuilen. Toch wil ik weten waar mijn klankbord woont. Collega’s troosten met de gedachte dat het ons allemaal overkomt, helpt niet echt.

Onbedoeld effect
Maar ik heb ergere dingen gedaan. Als waarnemer heb ik een hele ampul Auromyose (goud) gespoten bij een dame die daarom vroeg. De huisarts deed dat altijd, vertelde zij mij. En dus deed ik dat ook. Later, in het ziekenhuis, ontwakend na een exfoliatieve dermatitis, vertelde mevrouw dat zij wel wist dat ik het niet goed deed. Ze had gehoopt dat ze met meer goud wellicht een paar zomerweken zonder reumapijn kon genieten met haar gezin. Maar ik was verantwoordelijk.
Als arts-assistent heb ik op gezag van de longarts een jonge vrouw bij haar stervende echtgenoot weggehouden omdat ‘we nog even met hem bezig zijn’. Tot op de dag van vandaag wil ik haar mijn excuses aanbieden.
Deze casus schrijf ik niet op om mijn hart te luchten, maar om te illustreren dat het opschrijven van ‘milde incidenten’ (zoals in het boekje) ook een onbedoeld effect kan hebben. Het kan de collega’s die grotere fouten hebben gemaakt verder in het isolement van schuld en schaamte drukken. Dat gevoel bekroop mij aanvankelijk: ik ben een grotere sukkel dan die briljante collega’s. Want hoe fout is het om op de anamnese te varen bij een patiënte die zegt dat het gelukkig allemaal wel meevalt? Is in deze casus van collega Crul onderzocht waar de patiënte werkelijk aan bezweek?
De percentages juiste diagnoses voorafgaand aan obductie dwingen tot reflectie. In 1999 meldde een publicatie over dit onderwerp dat in de kliniek in 40 procent van de obducties een belangrijke onverwachte bevinding wordt gedaan. Onverwachte pathologie die relevant voor het overlijden bleek. Obductie ter verificatie van klinisch handelen ligt in Nederland ver onder het kritisch minimum.

Patiënt

Zonder twijfel moeten we van elk incident leren. Maar als dit werkelijk de pijnlijkste casus uit bijvoorbeeld collega Cruls carrière zijn, dan tekent zich een briljant clinicus af. Was dat het doel van de publicatie ‘Dit nooit meer’?
Nogmaals, het boekje is een goede aanzet tot cultuurverandering. Maar hoe nu verder? Ben Crul schrijft dat we niet zo bang voor het tuchtcollege moeten zijn. Dat geloof ik ook. Echter, collega’s worden sinds kort ook op zwarte lijsten geplaatst. Hoe oordeelt een patiënt over de dokter die zijn incident deelt, een klacht krijgt en wordt veroordeeld? Verdiept die patiënt zich in het verhaal, de motivatie? Ik denk dat patiënten niet verder gaan dan het raadplegen van de lijst en daarop hun conclusie baseren. De patiënt die de lijst raadpleegt op internet is een wezenlijk andere dan de direct betrokkene bij het incident. Deze maatschappelijke ontwikkeling waar beroepsorganisaties, verzekeraars en patiëntenplatforms zich hard voor hebben gemaakt, steekt in mijn beleving een stok tussen de spaken van openheid.
Het moet beter met incidenten, dat maakt het boekje op heldere wijze duidelijk. Openheid vraagt om het openbaren van gebeurtenissen. Dat is echter slechts een eerste stap naar volwassen omgaan met fouten en falen. Wanneer verschijnt deel twee?


Luc de Vries, apotheekhoudend huisarts, Diepenheim

Correspondentieadres: devriesschrooyen@home.nl
c.c.: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld.



Klink hier voor het MC-artikel ‘Als je zelf het slechte nieuws bent’ over het boekje ‘Dit nooit meer’.
Het boekje is voor 6,95 euro te bestellen via www.cbo.nl


Samenvatting

  • Het onlangs door Medisch Contact uitgegeven boekje ‘Dit nooit meer’ is een nobel initiatief en bevat invoelbare verhalen.
  • De beschreven incidenten zijn echter redelijk mild en laten een arts met ‘zwaardere zonden’ ontredderd en schuldbewust achter.
  • De belangrijkste vraag die het boekje oproept is: hoe nu verder? Want wie is erbij gebaat als alle ‘vuile was’ buiten komt te hangen? 



 

 

<strong>PDF van dit artikel</strong>
Tuchtrecht
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.