Dementie bij boezemfibrilleren
1 reactiePatiënten met boezemfibrilleren ontwikkelen relatief vaak dementie. Onderzoekers zien deze trend in de prospectieve Rotterdam study en presenteren hun bevindingen in JAMA Neurology.
Het onderzoek ging in 1989 van start met 6514 deelnemers zonder dementie. Van deze 55-plussers hadden op dat moment al 318 deelnemers atriumfibrilleren. Ruim twintig jaar later werd de balans opgemaakt. In die periode hadden 723 deelnemers ook atriumfibrilleren ontwikkeld. In de groep die in het begin al boezemfibrilleren had (de prevalente groep) kwam de DSM-diagnose dementie na twintig jaar vaker voor (hazard ratio 1,33; 95%-betrouwbaarheidsinterval 1,02-1,73).
Het risico werd onafhankelijk van het optreden van herseninfarcten gezien. Ook voor andere factoren was gecorrigeerd, zoals leeftijd, geslacht en roken.
Onder de jongere deelnemers, tot 67 jaar, was het risico nog hoger (hazard ratio 1,81; 95%-betrouwbaarheidsinterval 1,11-2,94). Naarmate deze jongere mensen langer last hadden van boezemfibrilleren, werd er vaker dementie gezien.
Het vermoeden dat atriumfibrilleren een risicofactor is voor dementie bestond al langer, dat vermoeden wordt met deze studie sterker. De Rotterdamse onderzoekers geven aan dat ze niet hebben kunnen kijken naar de invloed van behandeling van boezemfibrilleren. Mogelijk neemt het dementierisico weer af na succesvolle behandeling. Ze roepen nu op om te onderzoeken of optimale behandeling van atriumfibrilleren het optreden van dementie kan uitstellen.
Heleen Croonen
doi: 10.1001/jamaneurol.2015.216
Lees ook
- Atriumfibrilleren voorspelt cognitieve achteruitgang (28 februari 2012)
- Mild natriumtekort leidt tot fracturen (3 mei 2011)
- Alzheimer-genen ontdekt (20 mei 2010)

dr. Caspar M.B. Duwel
verzekeringsarts n.p., AMSTERDAM Nederland
Deze relatie roept enkele vragen op of bij boezemfibrilleren er fysieke oorzaken zijn zoals microtrombi die naar de hersenen worden geschoten of de bijkomende vermoeidhei met afgenomen inspanningscapaciteit een verminderde sociale bewegingsruimte ver...oorzaakt waardoor een verhoogde kans op achteruitgang van cognitieve functies.