Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Jan Bonte
06 september 2017 4 minuten leestijd
kwaliteit

De mythe van de witte jas

Geen enkel bewijs dat korte mouwen infecties voorkomen

21 reacties
  Jan Bonte draagt het liefst een korte in plaats van een lange witte jas. beeld: Martin Hogeboom
Jan Bonte draagt het liefst een korte in plaats van een lange witte jas. beeld: Martin Hogeboom

Veel ziekenhuizen hanteren strenge kledingvoorschriften: artsen moeten een lange witte jas met korte mouwen dragen, ter voorkoming van ziekenhuisinfecties. Neuroloog Jan Bonte stelt vast dat de wetenschappelijke onderbouwing hiervoor nihil is.

Al sinds de eerste dag van mijn coschappen draag ik een korte witte jas en meestal draag ik de jas open. Sinds die dag heb ik daar ook steeds opnieuw commentaar op gekregen; soms vriendelijk, niet zelden bijzonder onvriendelijk en dwingend. De keus voor de korte witte jas is vooral een praktische: qua verhouding tot mijn omvang kom ik ongeveer 30 cm lengte tekort om een normale witte jas te dragen. Ik voel me er onprettig in, als ik ga zitten vallen al mijn neurologische attributen uit mijn zakken, en ik zie er voor mijn gevoel uit als de slager uit Kroamschudd’n in Mariaparochie van Herman Finkers.

De laatste jaren word ik steeds vaker dwingend aangesproken op het dragen van de korte witte jas, omdat dit in strijd is met de kledingvoorschriften van het ziekenhuis. Tegenwoordig zijn er zelfs officiële ‘mollen’ in sommige ziekenhuizen, die bij leidinggevenden melding maken van het dragen van een witte jas in strijd met de kledingvoorschriften.

Persoonlijke hygiëne

Onlangs leidde dit tot een discussie waarin uiteindelijk verwezen werd naar de Werkgroep Infectie Preventie van het ziekenhuis. De microbioloog wees mij erop dat er een ‘heldere richtlijn’ is, die ook van kracht was in het ziekenhuis waar ik waarneem en vond dat er geen reden was om voor mij een uitzondering te maken waar het mijn voorkeur voor een korte witte jas betreft. De richtlijn waar de microbioloog naar verwees, is de richtlijn Persoonlijke hygiëne van de landelijke Werkgroep Infectie Preventie (WIP) uit 2014.1 Onder paragraaf 5 staan de volgende aanbevelingen over werkkleding:

Draag werkkleding:

1. die het lichaam/de eigen kleding minimaal van schouder tot kniehoogte in zijn geheel bedekt;

2. die gesloten is (dus geen openhangende werkkleding);

3. waarvan het materiaal voldoet aan de gestelde eisen;

4. die de onderarmen onbedekt laat;

5. waarop verontreinigingen goed zichtbaar zijn (bijvoorbeeld licht van kleur).

Onderbouwing

Als onderbouwing van dit kledingadvies wordt maar één referentie gegeven. De titel van deze referentie is al erg veelzeggend: ‘Expert Guidance: Healthcare personnel attire in non-operating room settings’, uitgegeven door het Amerikaanse Department of Health and Human Services en gepubliceerd in 2014.2 Deze richtlijn bespreekt de relatie tussen werkkleding en de incidentie van ‘hospital acquired infections’ (hierna: ‘ziekenhuisinfecties’), maar vooral ook de relatie tussen werkkleding en mate van professionaliteit van de hulpverlener.

Het zoveelste voorbeeld van een richtlijn die is gebaseerd op persoonlijke voorkeuren

Er worden geen niveaus van wetenschappelijk bewijs aangegeven volgens de Grade-systematiek, simpelweg omdat er voor de adviezen geen enkele wetenschappelijk onderbouwing bestaat. Zelfs voor het aannemelijke advies ‘bare below the elbows’, dat een witte jas met korte mouwen voorschrijft om een betere handhygiëne mogelijk te maken, bestaat geen enkel wetenschappelijk bewijs dat dit leidt tot minder ziekenhuisinfecties, terwijl hier wel onderzoek naar is gedaan. De mate van wetenschappelijke onderbouwing voor de andere adviezen laat zich raden. Overigens rept zelfs deze referentie met geen woord over de lengte van de witte jas, terwijl die wel nadrukkelijk vermeld staat in de richtlijn van de WIP.

Verbazingwekkend

Zoals ook de auteurs van deze Amerikaanse richtlijn concluderen, is de relatie tussen werkkleding en professionaliteit van artsen bijzonder complex. De stelling dat de mate van professionaliteit zou afhangen van de werkkleding wordt nog eens krachtig gefileerd in een artikel in Journal of Medical Ethics.3 De conclusie van de auteurs is dat ‘doctors should not be obliged to dress as society, or the majority, requires if there are not good and strong moral reasons for doing so.’

Ik vind het dan ook verbazingwekkend dat in het kader van ‘persoonlijke hygiëne’ de Werkgroep Infectie Preventie een richtlijn schrijft met daarin kledingadviezen gebaseerd op een Amerikaanse richtlijn, die vooral de relatie tussen professionaliteit en werkkleding bespreekt; iets wat in de richtlijn van de WIP geheel onbesproken blijft. Het maakt op zijn minst de indruk dat ziekenhuismedewerkers onder het mom van infectiepreventie een kledingadvies krijgen opgelegd dat in werkelijkheid gebaseerd is op vermeende professionaliteit. Welk doel dient dit? Deze richtlijn heeft er onder andere toe geleid dat alle witte jassen in ziekenhuizen zijn vervangen door jassen met korte mouwen, zonder dat er zelfs maar het geringste bewijs bestaat dat hierdoor ook maar één ziekenhuisinfectie is voorkomen.

Vals voorwendsel

En zoals wel vaker wordt het advies uit deze richtlijn in de praktijk onder het valse voorwendsel van een betere infectiepreventie overgenomen in dwingende kledingvoorschriften van het ziekenhuis, wellicht om de door sommigen vurig gewenste uniformiteit qua kleding af te dwingen. Daarna stijgt de richtlijn in de hiërarchie en wordt inmiddels door de Inspectie voor de Gezondheidszorg en instanties als JCI (Joint Commission International) en NIAZ (Nederlands Instituut voor Accreditatie in de Zorg) opgewaardeerd tot kwaliteitsindicator. Het is het zoveelste voorbeeld van een richtlijn die op niets anders is gebaseerd dan zogenaamde ‘expert opinion’ en persoonlijke voorkeuren, maar inmiddels wel is omgetoverd tot meetlat waarlangs de ‘kwaliteit’ van een ziekenhuis wordt afgemeten.

auteur en contact

Jan Bonte, neuroloog

gjbonte@gmail.com

cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld door de auteur.

Voetnoten

1. Infectiepreventie W. Persoonlijke hygiëne medewerkers. 2013; (december).

2. Bearman G, Bryant K, Leekha S, Mayer J, Munoz-Price L, Murthy R, et al. Society for Healthcare Epidemiology of America (SHEA) Expert Guidance: Healthcare personnel attire in non-operating room settings. Infect Control Hosp Epidemiol. 2014;35(2):107–21.

3. Palacios-González C, Lawrence DR. Substance over style: is there something wrong with abandoning the white coat? J Med Ethics [Internet]. 2015;41(6):433–6. Available from: http://jme.bmj.com/content/early/2014/07/21/medethics-2013-101900.full

download dit artikel (pdf)
print dit artikel
kwaliteit
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • GJ Bonte, Neuroloog, Dalfsen 10-09-2017 12:18

    "Geachte leden van de Inspectie voor de Gezondheidszorg,

    In Medisch Contact van 6 september is mijn artikel ”De Mythe van de Witte Jas” geplaatst. Dit artikel gaat over de richtlijn ”Persoonlijke Hygiene Medewerker” van de Werkgroep Infectie Preventie. Ik begrijp dat uw instantie de handhaving van deze richtlijn ten uitvoer moet brengen in de veronderstelling dat dit een wetenschappelijk goed onderbouwde richtlijn is die breed gedragen wordt binnen de beroepsgroep.

    Van beide veronderstellingen is echter geen sprake. De wetenschappelijke basis ontbreekt volledig en ook ontbreekt het draagvlak binnen de beroepsgroep van klinisch werkzame artsen. Naar mijn mening is onder valse voorwendselen van de infectiepreventie een poging gedaan om uniformiteit af te dwingen waar het de kleding van artsen betreft. Blijkbaar is er een groep mensen binnen de gezondheidszorg die vindt dat alle artsen zich hetzelfde moeten kleden en een lange witte jas moeten dragen.
    "

  • GJ Bonte, Neuroloog. , Dalfsen 10-09-2017 12:16

    "De handhaving van deze richtlijn leidt tot ongewenste en niet zelden kolderieke situaties in het ziekenhuis. Zo zijn er in sommige ziekenhuizen ”mollen” die medewerkers die zich niet houden aan de kledingdoctrine bij het management melden. In andere ziekenhuizen krijgen medewerkers gele en rode kaarten voorgehouden als ze zich niet aan de kledingwet houden. Dit allemaal uit angst dat uw instantie het ziekenhuis een waarschuwing oplegt of onder verscherpt toezicht stelt.

    Ondanks het feit dat nog nooit aangetoond is dat deze kledingvoorschriften tot een vermindering van het aantal ziekenhuisinfecties leidt, en ondanks dat de nodige literatuur de afwezigheid van enig effect suggereert, wordt deze volstrekt onwetenschappelijke richtlijn door uw instantie wel als absolute waarheid beschouwd en met inzet van veel middelen en menskracht afgedwongen. Met zeer ongewenste bijwerkingen tot gevolg. Het zijn niet alleen de kinderartsen die grote moeite hebben om een witte jas te dragen, aangezien dit voor kinderen vaak als bedreigend wordt beschouwd. Dit sluit aan bij mijn eigen ervaring, zoals u ook in mijn reactie kunt lezen. "

  • GJ Bonte, Neuroloog. , Dalfsen 10-09-2017 12:15

    "Het had de reputatie van uw instantie goed gedaan als u vooraf had onderzocht wat het draagvlak onder artsen is voor deze kledingvoorschriften, in plaats van af te gaan op de mening en voorkeuren van een kleine groep artsen die feitelijk geen patiëntencontact hebben. Het was ook verstandig geweest als u een inschatting had gemaakt van de mogelijke impact, zowel negatief als positief, die het handhaven van deze richtlijn zou kunnen hebben. Dat heeft u echter nagelaten en met methoden die de Stasi niet zouden misstaan dwingt u nu het naleven van deze richtlijn af. Wat denkt u hiermee te bereiken? Vindt u werkelijk dat iedere dokter een lange jas moet dragen? Denkt u echt dat het dragen van een lange witte jas tot minder ziekenhuis gerelateerde infecties leidt?

    De witte jas als statussymbool, onder valse voorwendselen van de infectiepreventie, teruggebracht naar het hoofdpodium van de geneeskunde. Een van collega’s verzuchtte dan ook dat uw instantie een naamsverandering zou moeten ondergaan en eigenlijk Instantie ter Bevordering van Dwalingen in de Gezondheidszorg zou moeten heten.

    Een dergelijke reactie zou u toch zorgen moeten baren. "

  • GJ Bonte, Neuroloog, Dalfsen 09-09-2017 20:33

    "Beste leden van de Werkgroep Infectie Preventie:

    Aangezien de door jullie geschreven richtlijn Persoonlijke Hygiëne Medewerker inmiddels tot de nodige problemen leidt wil ik jullie vragen wat nu eigenlijk jullie drijfveren waren om dit kledingadvies te schrijven. Zoals vermeld in mijn artikel in Medisch Contact van 6 september 2017 ben ik van mening dat er geen enkele wetenschappelijke basis is voor het kledingadvies zoals dit door jullie is geformuleerd in paragraaf 5 van deze richtlijn. Ik durf zelfs te stellen dat het argument van de infectiepreventie wordt misbruikt om een blijkbaar door sommigen vurig gewenste uniformiteit af te dwingen waar de kleding van artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners betreft. Ik ben dan ook erg nieuwsgierig waarom jullie je hiervoor hebben laten misbruiken.

    Nu zijn er wel meer slechte en wetenschappelijk ongefundeerde richtlijnen in de geneeskunde en over het algemeen kunnen die niet veel kwaad, mits er met verstand en beleid mee om wordt gegaan. Het vervelende is echter dat een instantie als de Inspectie voor de Gezondheidszorg, en in haar kielzog organisaties als de Joint Commission International (JCI) en het Nederlands Instituut voor Accreditatie in de Zorg (NIAZ) het als absolute waarheid beschouwen, en de navolging van de Richtlijn met militaire precisie afdwingen. Nu is dat voor organisaties als de NIAZ en de JCI nog niet zo’n probleem, want zodra de laatste humorloze cliniclown van deze organisaties het pand weer verlaten heeft haalt iedereen opgelucht adem en kan iedereen weer verder met zijn of haar normale werk, dat meestal al een tijdje heeft geleden door de voorbereidingen op deze geldverslindende poppenkast. "

  • GJ Bonte, Neuroloog, Dalfsen 09-09-2017 20:32

    "Helaas pakt de Inspectie voor de Gezondheidszorg het wat grondiger aan. Zij stuurt dan ook regelmatig undercover inspecteurs naar het ziekenhuis die een dagje rondlopen en nauwkeurig bijhouden wie zich niet aan de door jullie uitgevaardigde kledingdoctrine houdt. En dat leidt op zijn beurt weer tot overijverige managers die in sommige ziekenhuizen gele en rode kaarten uitdelen aan diegenen die zich niet houden aan de kledingdoctrine en druk zijn met het registreren hiervan in het persoonlijk dossier van de medewerkers.

    Hierdoor voelen veel artsen zich fors onder druk gezet en kunnen hun werk niet goed meer doen. De door jullie geformuleerde kledingdoctrine bevreemd mij des te meer omdat de meeste leden van jullie werkgroep helemaal geen contact hebben met patiënten, maar vooral met door patiënten geproduceerde producten. Ik hoop dat het jullie niet helemaal ontgaan dat er naast het belang van infectiepreventie nog andere zaken van belang zijn in de geneeskunde."