Inloggen
Laatste nieuws
interview

‘De kloof tussen geneeskunde en techniek is groot’

Stefan Hummelink werkt aan toekomstbestendige patiëntenzorg

Plaats een reactie
Marcel Krijgsman
Marcel Krijgsman

Technisch geneeskundige Stefan Hummelink heeft zich een vaste plaats verworven op de afdeling Plastische Chirurgie van het Radboudumc. Hij ontwikkelde de Anatomy Projector waarmee de chirurg tijdens een operatie de bloedvatenstructuur op de patiënt kan projecteren.

Eigenlijk wilde dr. Stefan Hummelink (32) altijd arts worden. Maar ja, hij had ook een groot hart voor techniek. Toen hij als scholier nog een bijbaantje had in een kleine doe-het-zelfzaak in Veldhoven dacht hij al na over de vraag of er een combinatie mogelijk was tussen chirurgie en medische techniek. Hij ontdekte het bestaan van de studie technische geneeskunde en daarna was er voor hem geen twijfel meer mogelijk: dit was het voor hem. ‘Ik koos voor de meer klinisch georiënteerde technisch geneeskunde aan de Universiteit Twente. En dus niet voor biomedische technologie, zoals dat in Eindhoven aan de TU wordt gedoceerd’, vertelt hij. ‘Dat was mij té technisch, zo zonder patiëntcontact.’ Hij begon in 2007. ‘Ik had geen idee wat ik kon worden, de studie bestond sinds 2003, de masterfase stond nog in de kinderschoenen. Het was eigenlijk een sprong in het diepe. Maar twijfels heb ik nooit gehad.’

Via een stage, een promotie en een klinische vervolgopleiding in de vorm van een fellowship kwam Hummelink terecht bij de afdeling Plastische Chirurgie in het Radboudumc, waar hij sinds enkele jaren deel uitmaakt van de medische staf en werkt als onderzoekscoördinator en innovatiemanager. Zijn voornaamste taak: ‘De patiëntenzorg innovatief en daarmee toekomstbestendig te houden. Ik manoeuvreer daarbij in de domeinen van geneeskunde en techniek, op zoek naar technische innovaties die in de geneeskunde bruikbaar zijn. Of omgekeerd: ik zoek contact met de industrie, informeer ze over problemen waar zij misschien een oplossing voor kunnen ontwikkelen. Hier doen we vervolgens wetenschappelijk onderzoek naar. Mij is inmiddels wel duidelijk hoe groot de kloof is – en vooral wordt – tussen geneeskunde en techniek. Dat laatste gaat razendsnel, sneller dan de ontwikkelingen in de geneeskunde. Ik heb overigens wel geluk gehad met ons afdelingshoofd Plastische Chirurgie, prof. dr. Dietmar Ulrich, die zeer innovatief georiënteerd is en de meerwaarde van een technisch geneeskundige in de medische staf zag. We hebben hier een team dat zeer openstaat voor nieuwe technieken.’

‘Ik zit aan de knoppen, maar wel in nauw overleg met de dokter en de patiënt’

Bent u nu in wezen toch een dokter?

‘Ja en nee, als technisch geneeskundige heb je een tweeledige functie. Enerzijds ben je faciliterend aan een behandeling; door patiëntspecifieke innovaties draag je bij aan een veiligere en betere zorg. En anderzijds geeft onze recentelijk verworven BIG-registratie mij de mogelijkheid tot zelfstandige behandeling. Dat geeft me de ruimte out of the box te denken en collega’s te prikkelen tot nieuwe inzichten.’

Hoe heeft u een plek verworven te midden van de ‘gewone’ artsen?

‘Met een duidelijke visie, vertrouwen, geduld en uitleg. Vaak wordt namelijk gedacht dat je degene bent die de technische apparatuur bedient of in gereedheid brengt. Het is zeker zo dat ik met mijn vingers aan de knoppen zit, maar wel in nauw overleg met de dokter en de patiënt. Ik sta ernaast en draag verantwoordelijkheid. Een ondersteunende werkomgeving die dat respecteert en waardeert is belangrijk.’

Op welke gebieden bent u als technisch geneeskundige actief?

‘Mijn klinische aandachtsgebied is borstreconstructies en lymf­oedeemchirurgie. Wat dat laatste betreft, zie ik patiënten op de poli. Ik spuit bij hen een bepaalde fluorescerende kleurstof – indocyanine-groen – in, waarna ik op basis van beeldvorming beslissingen neem en indicaties stel: is er wel of geen sprake van een lymfoedeem? Zijn er wel of geen goede lymfevaten beschikbaar voor een operatie?

En dan de borstreconstructies: daarbij maak ik gebruik van 3D-foto’s van de borsten. Tijdens de consultvoering breng ik de wensen van de patiënt in kaart. Zo kunnen we in het geval van unilaterale borstreconstructies de, onaangedane, contralaterale zijde virtueel spiegelen, waarmee we de borstvorm voor de reconstructiezijde bepalen. Daarvan maken we een 3D-print, die fungeert als een mal. Het lichaamseigen weefsel waarmee de plastisch chirurg de reconstructie maakt, kan dan in die mal worden gelegd, waardoor het dus direct de goede vorm krijgt. Dat wordt door de plastisch chirurg teruggeplaatst naar de thorax met behulp van microvasculaire anastomose. Deze techniek passen we hier toe, en zijn we momenteel verder aan het onderzoeken met de ziekenhuizen in Twente en in samenwerking met studenten van de universiteit Twente. Het algemene doel is proberen operaties zo soepel mogelijk te laten verlopen, in termen van tijdwinst en voorkómen van complicaties, en met maximale patiënttevredenheid.’

Anatomy Projector

Al tijdens zijn afstuderen wierp Hummelink zich op augmented reality en de toepassing hiervan bij operaties. Hummelink bedacht een instrument om voor de plastisch chirurg de planning van de operatie in 3D op de huid van de patiënt zichtbaar te maken. Dit project leidde tot zijn eerste publicatie, zijn wetenschappelijke promotie, een patent en een prototype van het apparaat dat die operatieplanningen en anatomische projecties mogelijk maakt.

Hummelink legt uit: ‘Als de plastisch chirurg voor een borstreconstructie vetweefsel weghaalt uit de buik, dan moet hij de bloed­vaten die daar lopen, de perforatoren, sparen. Die zijn een paar millimeter groot. De locatie ervan verschilt van patiënt tot patiënt. Daarvan wordt van tevoren een CT-scan gemaakt. De plastisch chirurg ziet dit dus alleen op een computerscherm. Maar bij een operatie wil hij liever precies weten waar ze zitten. Dus zou het beter zijn om die hele vatenstructuur óp de patiënt te projecteren. Nou, dat hebben we dus ontwikkeld.’

Marcel Krijgsman | ‘Ik repareer ook voetpedalen van elektrische gitaren.’
Marcel Krijgsman | ‘Ik repareer ook voetpedalen van elektrische gitaren.’

Hummelink laat een voorwerp zien dat lijkt op een dikke, zwarte tablet: de Anatomy Projector. ‘We hebben nu aangetoond dat dit apparaat werkt en effectief is in het gebruik. De vraag is: hoe brengen we dit verder naar andere ziekenhuizen? We verkennen twee paden. Enerzijds kunnen we het in licentie geven aan bedrijven die op dit terrein actief zijn. Zij zorgen dan voor de verdere ontwikkeling en voor de benodigde medische keurmerken. Anderzijds kunnen we zelf een start-up beginnen met goeie mensen die zo’n bedrijf kunnen leiden. Ikzelf zie me daarbij overigens als iemand die op de werkvloer actief blijft, vooral ook om de belangrijke klinische feedback te geven. Voor dit proces zoeken we nog partners.’

Naast dit werk heeft u ook een eigen webshop: u verhandelt, repareert en modificeert effectpedalen voor elektrische gitaren.

Hij lacht: ‘Ja dat is zo. Ik speel al van jongs af aan (bas)gitaar. De webshop GuitarFX run ik in de avonduren. Ik ben er tijdens mijn studie mee begonnen. Ik had wel eerst een spoedcursus elektrotechniek nodig. Gelukkig is mijn broer elektrotechnicus, dus daarvoor kon ik bij hem terecht. Die oude effectpedalen uit de jaren tachtig gaan nog weleens kapot. Ik repareer ze inderdaad, maar in het verleden heb ik ze ook wel zelf gemaakt. Zo kan de nieuwe eigenaar weer het oude geluid van Jimi Hendrix produceren. Mooi toch?’

‘Ik besef voort­durend dat ik nooit ben uitgeleerd’

Is dat nou een soort basisvoorwaarde voor uw vak? Dat je er lol in moet hebben om zelf dingen te maken?

‘Zo werkt het bij mij inderdaad: ik ben voor het prototype van de Anatomy Projector letterlijk gaan klussen in de schuur. Maar het is geen absolute voorwaarde, vind ik. Kijk, het gaat om de fase waarin veel ideeën uiteindelijk sterven of tot bloei komen. Als je het zelf niet kunt realiseren, moet je andere partijen vinden die je hierbij kunnen helpen. Mijn basale kennis was in dit geval goed genoeg om te kunnen laten zien wat er in principe mogelijk was.

Ik besef voortdurend dat ik nooit ben uitgeleerd. Een voorbeeld: we maken nu CT-scans in 4D, filmpjes dus. Daarmee kunnen we laten zien hoe de botjes in de pols bewegen. Dat levert ontzettend veel data op. Om daarmee overweg te kunnen heb je goede artificial intelligence (AI) nodig. Dat hoef ik niet zelf te kunnen maken, maar als technisch geneeskundige moet ik wel weten wat AI vermag en wat bijvoorbeeld neurale netwerken kunnen. Dus daar moet ik me in verdiepen. Hetzelfde geldt voor de nieuwste generatie warmtecamera’s, die je gewoon in je smartphone kunt steken. Als je begrijpt hoe de techniek werkt kun je de limitaties en mogelijkheden inzien, en uit­vogelen welke patiënten en procedures hier mogelijk baat bij hebben.

Maar je vindt me ook in de snijzaal en op de ok om mijn kennis bij te spijkeren. Nog een voorbeeld: we onderzoeken een nieuwe operatie­techniek bij vrouwen die borstkanker hebben gehad en bij wie een lymfeoedeemarm is ontstaan, waarover ik het al eerder had. We doen nu een trial waarin we een lymfevat van een halve millimeter aan een bloedvat vasthechten. Ik wil de patiënt dan precies kunnen uitleggen wat er gebeurt, wat het ziektebeeld is, hoe de operatie in zijn werk gaat en wat de postoperatieve zorg is. Om te weten hoe dat precies gaat, wil ik niet iemand napraten, maar er zelf bij zijn geweest. En stiekem kijk ik daarbij mee of de beeldvormende technologie niet een update kan gebruiken.’

Lees meer

Website The Anatomy Projector

Website The Lymph Trial

download dit artikel (pdf)
interview chirurgie
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.