Inloggen
Laatste nieuws
Achter het nieuws

‘De KAMG moet zichtbaarder worden’

1 reactie
Ed van Rijswijk
Ed van Rijswijk

De Koepel Artsen Maatschappij en Gezondheid (KAMG) benoemde begin februari Elise Buiting (53) als voorzitter. Zij volgt René Héman op, die voorzitter werd van de KNMG. Haar vakgenoten hebben het tij mee, vindt Buiting.

Ze komt zelf net uit een onzekere periode van een grote reorganisatie bij haar werkgever GGD Hart voor Brabant (meer dan vijftig locaties in Midden- en Noordoost-Brabant). Daar werkte ze tot 1 februari als strategisch medisch adviseur, en de reorganisatie betekent voor haar weer terug naar de praktijk. ‘Het is soms goed om een organisatie op de schop te nemen en daarmee te verbeteren. Maar het is niet altijd een eenvoudig proces. Ik heb er af en toe slapeloze nachten van gehad.’

Buiting kijkt ernaar uit weer terug te gaan naar de praktijk. ‘Dat is tóch de plek waar het gebeurt. En als je op een te hoge positie werkt in een organisatie, loop je het risico het contact kwijt te raken met de werkvloer én met de mensen waar het allemaal om draait: onze ‘klanten’. Daar had ik last van. Ik was zo bezig met beleidstaal, organisatorische zaken, financiën, projectmanagement et cetera. Dat is een andere realiteit dan de realiteit van de spreekkamer.’

Jeugdarts

De combinatie van de praktijk met het voorzitterschap van de KAMG vindt Buiting aantrekkelijk, zegt ze. Tussen 1992 en 2004 werkte ze als jeugdarts, daarna werkte ze ongeveer tien jaar in onderzoeks- en beleidsfuncties. ‘Nu ga ik weer werken als jeugdarts. Zorgwekkend schoolverzuim door ziekte vind ik bijvoorbeeld een zeer belangrijk en interessant thema. Zieke scholieren op bijvoorbeeld het mbo hoeven door niemand te worden gezien, zoals zieke werknemers contact hebben met een bedrijfsarts. Het is zonde dat wij zo met onze jeugd omgaan. Het heeft invloed op de rest van hun leven.’

Ik werk graag aan het verwezenlijken van een ideaal

Ook zonder reorganisatie was Buiting het bestuur van de KAMG in gegaan, benadrukt ze. Het was al lang een grote wens van haar zich op een breder niveau met beleid bezig te houden. Eerder al was ze voorzitter van de AJN Jeugdartsen Nederland. ‘Ik vind het een uitdaging om wat speelt op de werkvloer te vertalen naar beleid. Ik werk graag aan het verwezenlijken van een ideaal, het bereiken van een doel. Ik maak me bijvoorbeeld grote zorgen over de toename van de armoede in Nederland. Daardoor ontstaat er een grote tweedeling in de maatschappij tussen mensen die meekomen en mensen die dat niet kunnen. Dat veroorzaakt ook grote verschillen op het gebied van gezondheid. Ik ga me er zeker voor inzetten dat dit thema de komende jaren nog sterker wordt geagendeerd door de KAMG en de verschillende wetenschappelijke verenigingen die onder de koepel vallen. Het is een onderwerp dat speelt onder praktisch al onze leden; de jeugdartsen zien armoede onder kinderen, de indicerende Wmo-artsen komen schrijnende gevallen bij de gemeenten tegen en forensisch artsen zien de gevolgen in de arrestantenzorg.’

Corebusiness

Buiting vindt dat haar vakgenoten het tij mee hebben. ‘Er is op dit moment in de politiek en maatschappij veel aandacht voor een aantal thema’s die wij tot onze kerntaken rekenen. Zo wordt er veel gesproken over preventie en participatie; onze corebusiness. Antibioticaresistentie is een van de speerpunten van minister Schippers én van de artsen infectieziektenbestrijding. Ook de aanpak van ‘verwarde personen’ is een onderwerp binnen onze expertise. De KAMG is als gesprekspartner goed in beeld bij het ministerie van VWS. Lokaal zijn de contacten tussen de GGD’s en de gemeenten nauw. Maar het blijft lastig, bijvoorbeeld om de geldkraan voor preventie goed open te houden. Als je het goed doet, ziet niemand meer wat het probleem ook alweer was.’

De positie van de KAMG kan wél versterkt worden, erkent Buiting. ‘Ik denk dat geen enkele organisatie vindt dat zijn positie sterk genoeg is; er valt altijd nog veel te verbeteren. Ik kan me indenken dat het voor het publiek lastig voor te stellen is wat de KAMG doet. En voor de gewone dokter ook wel. We hebben een bonte verzameling leden, maar beslist met één gemene deler: zorgtaken die door de overheid publiek zijn belegd bij verschillende organen. Wij moeten werken aan een betere profilering, zodat we zichtbaarder worden. Als we willen dat er geluisterd wordt, moeten we met een goed verhaal komen. In dat verhaal gaan we de meerwaarde van artsen maatschappij en gezondheid goed tot hun recht laten komen.’

Opleiding

In de geledingen van de KAMG zijn tekorten aan artsen en de instroom in de opleiding is te laag. Daarom is de koepel bezig met een herstructurering van de opleiding. ‘Dat is een van de belangrijkste bezigheden van de aankomende paar jaar’, zegt Buiting. ‘We gaan twee dingen drastisch aanpakken. Nu nog kunnen aiossen ervoor kiezen alleen het profieldeel van de opleiding te doen (de profielen zijn: forensische geneeskunde, sociaal-medische indicatiestelling en advisering, infectieziektebestrijding, jeugdgezondheidszorg, medische milieukunde en tuberculosebestrijding, red.). Zij blijven dan basisarts en slaan vaak de tweede fase van de opleiding over. Die draait om onder meer beleid en organisatie, waar artsen maatschappij en gezondheid zich bij uitstek in moeten verdiepen. We willen het profieldeel en het algemene deel van de opleiding meer gaan integreren, waarbij er ook een mogelijkheid komt om breder opgeleid te worden in meerdere profielen tegelijkertijd. Een andere aanpassing is het landelijk werkgeverschap van de aiossen tijdens de opleidingsfase. Vergelijkbaar met de huisartsenopleiding. De instroom van nieuwe aiossen is dan niet meer zo afhankelijk van onder meer het budget van een regionale GGD.’

Ook moeten de artsen maatschappij en gezondheid zich meer gaan profileren, moeten er beter coschappen voor geneeskundestudenten worden georganiseerd en moet er meer wetenschappelijk onderzoek worden gedaan vindt Buiting: ‘Al dat soort maatregelen moeten het vak aantrekkelijker maken voor instromers. Helaas zetten de werkgevers het grote tekort aan bijvoorbeeld jeugdartsen nog niet om in betere arbeidsvoorwaarden. Ook daar valt veel winst in te behalen. Gelukkig zijn de meeste artsen in ons vak niet financieel gedreven. Zij kiezen hiervoor uit een grote maatschappelijke betrokkenheid. Het is een ongelooflijk inspirerend en bevredigend specialisme.’

Zie ook de voorzitterscolumn in de rubriek Federatienieuws.

lees ook

download dit artikel
Achter het nieuws
  • Simone Paauw

    Simone Paauw (1978) werkt sinds april 2008 als journalist bij Medisch Contact. Ze interviewt het liefst de ‘gewone’ arts met een bijzonder verhaal en neemt graag een kijkje in de praktijk.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.