Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Peter Leusink Jan van Bergen Janny Dekker
01 oktober 2019 4 minuten leestijd
preventie

De cruciale rol van de huisarts bij PrEP

Om hiv-besmettingen te voorkomen moeten publieke zorg en eerste lijn samenwerken

14 reacties
Ingrid De Groot / Hollandse Hoogte
Ingrid De Groot / Hollandse Hoogte

Volgens Peter Leusink e.a. is de huisarts een belangrijke schakel in het tegengaan van hiv-besmettingen met het succesvolle middel PrEP bij mannen die seks hebben met mannen. De LHV denkt daar heel anders over.

Pre-expositieprofylaxe (PrEP), het preventief gebruik van hiv-remmers, is een effectieve en kosteneffectieve manier om de hiv-epidemie te bestrijden.1 Deze conclusie van de Gezondheidsraad in 2018 vormde de basis voor een regeling van minister Bruins (Medische Zorg) om vanaf 1 augustus 2019 tegen een geringe vergoeding PrEP te verstrekken aan de hoogrisicogroep van mannen die seks hebben met mannen (MSM). De subsidieregeling vindt plaats binnen een onderzoeksetting voor een periode van vijf jaar. Er kunnen 250 hiv-infecties per jaar mee worden voorkomen.

Primaire rol

De minister heeft bepaald dat maximaal 6500 gebruikers van PrEP van deze regeling gebruik kunnen maken. Het RIVM schat echter, gebaseerd op het aantal hiv-negatieve MSM in 2015, dat er tussen 5198 en 13.098 consulten bij mannen met verhoogd risico kunnen zijn.2 Dit betekent dat niet alle MSM in aanmerking komen voor de vergoedingsregeling voor PrEP-zorg. Wie niet in aanmerking komt, kan zich tot de huisarts wenden, want deze heeft een primaire rol in de seksuele gezondheidszorg i.c. de soa-zorg, zoals geformuleerd in het Nationaal Actieplan soa, hiv en seksuele gezondheid.3 Ook de Nederlandse multidisciplinaire richtlijn PrEP stelt: ‘Het bepalen van de indicatie voor en het voorschrijven van PrEP volgens een richtlijn/protocol kunnen plaatsvinden binnen de context van een centrum seksuele gezondheid en door een ter zake deskundig (huis)arts die kennis heeft genomen van de vigerende richtlijn op dit gebied. PrEP zou tevens kunnen worden voorgeschreven door een nurse practitioner onder supervisie van een ter zake deskundige arts.’4

Vanuit patiëntenperspectief is de huisarts een belangrijke speler in de PrEP-zorg, wat onder meer blijkt uit het aantal voorgeschreven PrEP-recepten. De PrEP-pil werd in 2018 zo’n drieduizend keer verstrekt door openbare apotheken en in 72 procent van de gevallen op recept van de huisarts.5 De Expertgroep Seksuele Gezondheid van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) vindt dat ‘zowel vraaggestuurd en proactief (op indicatie) informeren, alsook het daadwerkelijk voorschrijven en begeleiden/monitoren van PrEP bij geïndiceerde patiënten een taak is die huisartsen zeer goed kunnen uitvoeren. Hierbij past wel een passend tarief.’6 Voorwaarde is dat huisartsen daarvoor geschoold zijn. Er zijn inmiddels trainingen en nascholingen voor huisartsen.

Het is verbazingwekkend dat de LHV een ander signaal gaf

Afvoerputje

Het is dan ook op zijn minst verbazingwekkend dat de LHV onlangs in een persbericht een ander signaal gaf over de rol van de huisarts in dezen.7 Zij stelt dat het ministerie van VWS de PrEP-zorg heeft belegd bij de GGD, en dat desondanks sommige GGD’en naar de huisarts verwijzen. De LHV lijkt te suggereren dat de GGD de PrEP-zorg achteraf op het bordje van de huisarts legt. Een vorm van framing die niet is gebaseerd op feiten.

Zorg rondom PrEP is niet alleen de verantwoordelijkheid van de GGD, maar ook van de eerste lijn. Dat geldt zowel voor het informeren over de stand van wetenschap en praktijk, als voor het voorschrijven en de begeleiding. De huisarts dient allereerst de (geïndiceerde) patiënten adequaat in te lichten over de nieuwe aanvullende en bewezen effectieve interventies – ook de patiënten die zelf niet vragen om PrEP, maar bijvoorbeeld bij de huisarts komen met een anale soa of syfilis, of patiënten die niet naar de GGD willen en die de vergoedingsregeling niet nodig hebben omdat PrEP nu nog maar 30 euro per maand kost. Daarnaast kan de huisarts de patiënt testen en medicatie voorschrijven zoals dat voor PrEP-zorg protocollair is vastgelegd en zoals de huisarts dat ook gewend is te doen bij andere aandoeningen.4 6

We begrijpen dat de LHV zich zorgen maakt over de belasting en belastbaarheid van de huisartsen die in het huidige bestel te vaak als ‘afvoerputje’ worden gebruikt. Maar met deze ‘principiële opstelling’ laat de LHV zowel huisartsen die zich al extra inzetten voor PrEP-zorg, als patiënten die PrEP willen gaan gebruiken, in de kou staan. Dat is jammer, want er zijn voorbeelden van goede regionale samenwerking tussen huisartsen en GGD die recentelijk tot stand zijn gekomen zoals in de LHV-regio Noord en in de Huisartsenkring Amsterdam/Almere.

In gesprek

De huidige situatie betekent opnieuw vertraging bij de verstrekking van een uiterst effectief middel dat overdracht van hiv-infectie voorkomt, niet alleen naar de patiënt, maar ook naar diens seksuele partner(s). Dat laatste is van belang omdat de meeste overdracht van hiv-infecties juist plaatsvindt in de acute fase, voordat de hiv-infectie is gediagnosticeerd en behandeling de kans op seksuele overdracht elimineert.

We vinden het daarom noodzakelijk dat GGD en LHV samen met VWS zo spoedig mogelijk in gesprek gaan om een oplossing te vinden voor die mannen die niet terechtkunnen bij de GGD voor het pilotproject maar die wel een indicatie hebben. Ook de financiering van die zorg door de huisarts moet daarbij ter sprake komen.

Publieke en eerstelijnszorg hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid in de zorg voor de gezondheid van hun burgers en in het terugdringen van het aantal nieuwe hiv-infecties. PrEP-zorg omvat immers zowel preventie op groepsniveau als geïndiceerde individuele preventie. Nederland kan een van de landen worden die vooroplopen in het streven naar nul nieuwe hiv-infecties. Dat begint bij goede samenwerking tussen publieke en eerstelijnszorg.

dr. Peter Leusink, huisarts, seksuoloog, voorzitter NHG-Expertgroep Seksuele Gezondheid

prof. dr. Jan van Bergen, huisarts, bijzonder hoogleraar hiv en soa in de eerste lijn

dr. Janny Dekker, huisarts-onderzoeker UMC Groningen, deelnemer PrEP-overleg in de regio Noord

contact

leusink5@kpnmail.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Referenties

1. Gezondheidsraad, Preventief gebruik van hiv-remmers. Nr. 2018/06.

2. RIVM. PrEP-dossier Pre-Expositie Profylaxe voor hiv-negatieven in Nederland. RIVM Rapport 2017-0094.

3. RIVM. Nationaal Actieplan soa, hiv en seksuele gezondheid 2017-2022. RIVM Rapport 2018-0034.

4. NVHB, COC, NDVD, NVIB, NVZA, PrEP-Nu, RIVM, SeksHAG, Soaaids Nederland Hiv Pre-expositie profylaxe (PrEP) Richtlijn Nederland. 2019.

5. Stichting Farmaceutische Kengetallen. Geraadpleegd op https://www.sfk.nl/publicaties/PW/2019/prep-pil-krijgt-voet-aan-de-grond-in-nederland

6. Standpunt van de NHG-Expertgroep Seksuele Gezondheid (SeksHAG) over de hiv-preventie pil (PrEP). Geraadpleegd op https://sekshag.nhg.org/sites/default/files/content/sekshag/uploads/20180523_prep_standpunt_sekshag.pdf

7. LHV. PrEP: verstrekking en begeleiding door GGD. Geraadpleegd op https://www.lhv.nl/actueel/nieuws/prep-verstrekking-en-begeleiding-door-ggd

Download dit artikel (pdf)

preventie HIV soa
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Frank van Brenk, Praktijkhoudend Huisarts, ENSCHEDE 02-10-2019 19:38

    "Volgens mij hadden we heel duidelijk afgesproken: De LHV bepaalt het beleid rondom de huisarts en de praktijk en de NHG doet onderzoek en stelt richtlijnen op. Hier wordt deze regel weer met voeten betreden. Ik ga ervan uit dat de LHV een hartig woordje spreekt met de NHG over deze berichtgeving."

  • van Veen, huisarts, lid van Ver. Praktijkhoudend Huisartsen 02-10-2019 15:32

    "Helemaal eens met Bart Bruijn. Ik heb nog een aanvulling op de suggestie van collega Leusink (één van de auteurs), dat de griepvaccinaties dan wel weg kunnen bij de huisarts. (Reactie no. 4) Er valt inderdaad over te twisten of die taak niet ook door de GGD overgenomen zou moeten worden, tegelijk hebben bijna alle 8000 huisartsenpraktijken in Nederland de griepprik geheel geïmplementeerd in hun praktijkvoering en levert dat wat extra omzet op. Dus; neem daar dan als huisartsen een gezamenlijk besluit over tezamen met beroepsverenigingen LHV en (vooral wat mij betreft) VPH. Voor het merendeel van de huisartsen, waaronder ikzelf, is de praktijk hun broodwinning. Het is voor mij geen hobby erbij. Mijn gezin is van de praktijk afhankelijk. Mijn personeel is voor een deel kostwinner. De praktijk vormt onze broodwinning. Ik vind het stuitend, dat drie individuele huisartsen zomaar -publiekelijk- wat proefballonnetjes oplaten."

  • Bart Bruijn, Huisarts, Streefkerk 02-10-2019 13:32

    "We worden als huisartsen geteisterd door lieden, die zelf het vak al helemaal niet (meer) in zijn volle omvang en tijdsbesteding uitoefenen, die een liefhebberijtje hebben en dat in de rest van de tijd integreren met het huisarts zijn en die vervolgens vinden, dat ze dat uitgebreid uit moeten dragen en aan de rest van de goegemeente op moeten dringen als iets dat er best even bij kan en dat er dus ook bij moet.

    Als collega's gelukkig worden van het verbreden van hun bezigheden buiten het vakgebied, dan heb ik daar vanzelfsprekend niets tegen. Ga je gang.

    Maar doe niet net alsof dat voor iedereen zou moeten gelden, vooral niet voor diegenen die diezelfde liefhebberij niet hebben en die wél het huisartsenvak in al zijn huidige rijkdom beoefenen. Die kúnnen die liefhebberij er namelijk helemaal niet meer bij hebben en dat wíllen ze meestal ook niet. Ook niet als wij dat 'beter' zouden kunnen en ook niet als anderen het laten liggen.

    Genoeg is genoeg. Dank. "

  • A. Koning, Huisarts 02-10-2019 12:56

    "Ik ben ook blij dat de LHV eindelijk eens ergens nee tegen zegt.

    Aangezien de tijd er bij de huisarts niet meer is om een extra taak bij te nemen, hoor ik graag van de drie collega huisartsen die dit stuk hebben geschreven, welke taak er wat hen betreft weg moet uit het takenpakket van de huisarts, als deze taak er bij komt.
    "

  • van Veen, huisarts 02-10-2019 10:52

    "Ik steun het dat de LHV eindelijk eens duidelijk 'nee' zegt. Maar dit soort artikelen, waarbij huisarts-auteurs menen de LHV onder druk te kunnen zetten, stemt me erg somber over de toekomst van de huisarts. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.