Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
over de grens

De bijwerkingen van goed doen in Afrika

4 reacties
Marieke Duijsters
Marieke Duijsters

Westerse gezondheidswerkers gaan steeds vaker voor een korte periode vrijwillig werken in een exotisch buitenland. Medisch antropoloog Judith van de Kamp promoveerde op onderzoek in Kameroen waarbij ze lokale staf en hun tijdelijke collega’s uit het Westen observeerde.

Medisch antropoloog Judith van de Kamp (34) was zestien maanden lang dag in dag uit aanwezig in een ziekenhuis in Kumbo, Kameroen. In een witte doktersjas sloeg ze voor haar onderzoek de gedragsdynamiek gade in het ziekenhuis. Wat gebeurt hier? Ze luisterde naar wat gezegd werd tussen het lokale personeel en de westerse zorgverleners. Maar ze keek vooral naar wat er níet direct werd verteld: de non-verbale signalen, de lichaamstaal, de roddels achter de schermen, de boodschap tussen de regels. Wat zegt dat onuitgesprokene over de (machts)verhoudingen tussen de Afrikaanse staf en de – doorgaans slechts voor korte tijd aanwezige – westerse hulpverleners?

Ze promoveerde op dit onderwerp in het najaar van 2017 (zie onder aan dit artikel). Het onderzoek van Van de Kamp is relevant – en niet alleen voor artsen en geneeskundestudenten met mondiale ambities. Het sluit aan bij de lopende discussie over ‘voluntourism’, een groeimarkt in het toerisme. Westerlingen grijpen steeds vaker de kans om te reizen en tegelijk vrijwilligerswerk te doen. Goed doen is ‘in’, maar het heeft soms kwalijke bijwerkingen.

Met wat voor idee begon u uw onderzoek?

‘De kiem was gelegd in 2006, toen er publieke discussie ontstond over de inzet van stagiairs en andere kortstondige passanten in Afrika. Een ervaren tropenarts beklaagde zich erover in Medisch Contact, en noemde hen belerend, superieur, vol ongepaste westerse dadendrang. Hij kreeg bijval van andere tropenartsen in de Volkskrant. Het was de aanleiding voor mijn masterscriptie op basis van onderzoek in zeven Ghanese ziekenhuizen, waar ik twee maanden was. Dat was kort, ik wist dat ik nog niet klaar was. Later kon ik het onderzoek gelukkig voortzetten, ditmaal in Kameroen.’

Wat sprak u aan in die oproep van de geërgerde tropenartsen?

‘Ik vond de andere kant interessant: waarom willen westerlingen helpen in arme landen? Het begint met een oprecht gevoel. Veel mensen willen graag goed doen, sommigen worden gekweld door schuldgevoel. Ze vinden het fijn om mensen in Afrika te helpen. Op zich is dat niet erg. Na mijn middelbare school wilde ik ook arme Afrikanen gaan helpen, dus ik snap het wel. Dit hele debat is niet zwart-wit.’

In wat voor ziekenhuis kwam u terecht?

‘Het ziekenhuis is in 1935 opgericht door Italiaanse katholieken, en ontvangt aan de lopende band westerlingen die er korte tijd komen werken. Italianen, Belgen, Nederlanders, enzovoort. In de tijd dat ik er was, ontmoette ik 115 westerlingen. Dat waren 18-, 19-jarigen in een tussenjaar, studenten, gepensioneerden. Maar ook mensen die een poosje “goed werk” willen doen, vlak voor een nieuwe baan bijvoorbeeld. Ongeveer de helft was student met een medische oriëntatie, al waren er ook biologen en natuurkundigen. Ze bleven drie maanden of een aantal weken.’

Wat zag u als antropoloog beter, in die maanden?

‘De verborgen communicatie. De lokale staf zat ermee opgescheept, ze moeten wel werken met de whites die in- en uitvliegen. Je zag de irritaties. Ik herkende het niet meteen, maar op een bepaald moment zie je een patroon. De rollende ogen en andere tekens van onvrede. Als buitenstaander kost het je tijd om dingen te leren, mij ook.’

Zoals?

‘Dat het niet uitmaakt wát je zegt, maar wíe het zegt. Het respect tonen aan je meerderen is belangrijk. Als je op een afdeling komt, hoor je de leidinggevende te begroeten voordat je iedereen groet – al is de leidinggevende in gesprek. Dan wacht je maar. Het duurt even voordat je die ongeschreven regels doorhebt.’

Welke beginnersfouten maken de westerse zorgverleners?

‘Kleding is een belangrijke. Velen van hen komen op slippers en casual gekleed. Niet alleen overtreden zij de gedragscode, ook geeft dat aanleiding tot scheve ogen: waarom mogen zij zich wél zo kleden en wij niet? Je moet weten dat de Kameroense verpleegkundigen in opleiding zich gewoonlijk aan strenge voorschriften moeten houden. Geen nagellak, niet meer dan één oorbel per oor, los haar of korte broek zijn uit den boze. Er wordt met twee maten gemeten, de westerlingen worden er niet op aangesproken.’

Kreeg u zelf ook kledingadvies?

‘Ik kreeg te horen dat het fijn zou zijn als ik nette, zwarte schoenen zou dragen. Overigens, wie in het ziekenhuis rondkijkt, ziet hoe belangrijk uiterlijk is. Kleding is een uiting van respect. Patiënten zien er vaak prachtig uit, wánt ze gaan de arts spreken.

Ander voorbeeld. Als westerlingen dingen zien gebeuren in het ziekenhuis die zij anders hebben geleerd, dan gaan ze er soms dwars tegenin. Ik zag een Vlaamse geneeskundestudente die een lokale arts aansprak, want hij nam enkel een malariatest af. De studente realiseerde zich niet dat de patiënt zelf moet betalen voor alle testen, dat is kostbaar – en malaria is de ziekte die het meest voorkomt. Dat ze de arts ten overstaan van iedereen aansprak, betekent bovendien gezichtsverlies voor alle betrokkenen.’

De westerlingen houden te weinig rekening met de omstandigheden?

‘Ja. Een voorbeeld. Gebrek aan middelen is een realiteit. Dus materiaal recyclen is gebruikelijk in Afrika, althans in dit ziekenhuis. Het hoort niet, maar het is beter dan niks, redeneren zij. Dus handschoenen en urinekatheters worden niet weggegooid maar gewassen en hergebruikt.

Ik zag een conflict tussen een Nederlandse basisarts en een senior verpleegkundige over een zwaar ademende man. In Nederland zou de man alláng aan de zuurstof zijn gezet, zei de arts. De verpleegkundige vond dat niet nodig, waarop de arts haar overrulede en de patiënt aan de zuurstof zette. Terecht, zou je denken. Later begreep ik de verpleegkundige: er was één zuurstoftank voor de hele afdeling. Het chronisch tekort aan middelen noopt dus tot het voortdurend maken van keuzes: deze patiënt wel, deze patiënt niet.’

Moet de westerse zorgverlener zich bescheidener opstellen?

‘Ze kúnnen soms hun mond niet houden, ze kunnen het niet laten om te zeggen: dit en dit hoort zo niet. Je moet je voorstellen hoe dat is, als er steeds weer een nieuw iemand langskomt om te vertellen hoe je het anders moet doen.’

U bleef zestien maanden. Wat is de meerwaarde van zo’n lange onderzoeksperiode?

‘Je krijgt iets meer grip op de situatie en een iets betere band met de locals – met sommige. Eén verpleegkundige keek me maandenlang niet aan, ik dacht dat hij chagrijnig was. Pas op het laatst kreeg ik contact met hem. Was ik maar één jaar gebleven, dan was dat nooit gelukt. Hij bleek intens verbitterd door zijn ervaringen met westerlingen. Hij was getraind door de eerste Kameroense chirurg in 1972 en werkte al 37 jaar in de ok, kan kleine operaties zelfstandig uitvoeren – maar krijgt telkens van nieuwe artsen die langskomen te horen: dat is niet jouw taak.’

Wat heeft het opgeleverd voor het ziekenhuis?

‘Een Kameroense chirurg was een van mijn informanten, hij woont nu in Duitsland. Hij heeft aangeboden om een soort do/don’t-lijst op te stellen op basis van mijn onderzoek. Bedoeling is dat deze uitgereikt wordt aan nieuwe tijdelijke zorgverleners in het ziekenhuis.’

Denkt u dat u nu begrijpt hoe de onderlinge verhoudingen in elkaar steken?

‘Deels. Ik heb niet het onderste uit de kan kunnen krijgen. De directrice wil klaarblijkelijk graag connecties uit het westen. Ze heeft er belang bij een oogje toe te knijpen in de korte periode dat westerlingen in haar ziekenhuis werken. In plaats van de discussie aan te gaan, zegt ze: “Dit is Afrika”.’

Wat is het beste advies dat u kunt geven aan studenten en anderen die vrijwilligerswerk willen doen in Afrika of elders?

‘Blijf goed kijken, en oordeel niet meteen. Er is niks mis mee om te vragen waarom iemand iets op een bepaalde manier doet. Of zoals een vriendin van mij, ook medisch antropoloog, het zegt: “Wacht met begrijpen”.

Zorg ervoor dat je de hiërarchie snapt. Het is complex, inderdaad, maar goed doen ís zo complex. Soms is het goed om je aan te passen.’

Vrijwilligerswerk in Afrika – niet doen dan maar?

‘Ik zie het als een gegeven dat we gaan. Het hoort bij deze tijd, mensen kunnen makkelijk een ticket boeken en gaan – het gebeurt op grote schaal. Niemand uit Kameroen zal zeggen: blijf thuis. Wél zeiden ze me vaak dat, wil je medisch waardevol zijn, je eigenlijk minimaal zes maanden zou moeten blijven. Vergis je niet, het kost de staf tijd om hulpverleners in te werken en te begeleiden.’

Welke aannames over uzelf heeft u moeten aanpassen gaandeweg?

‘Ik dacht dat ik zelf wel goed kon integreren, dat ik zou gaan leven zoals de locals, zonder speciale privileges. Totdat er geen water uit de kraan kwam, en ik daar met mijn tien maanden oude baby zat. Ik heb subiet een watertank besteld naast ons huis. Ook merkte ik dat ik er niet wilde bevallen bij de tweede zwangerschap. In geval van complicatie was de hoofdstad te ver weg. Dat had ik niet van mezelf verwacht. Even slikken, maar inmiddels heb ik daar vrede mee.’

Behind the Smiles – Relationships and power dynamics between short-term westerners and Cameroonian health workers in a hospital in rural Cameroon (UvA)

Een meer persoonlijke bewerking van het proefschrift verschijnt later in 2018 bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Lees ook:

dit artikel in tijdschriftopmaak (pdf)

print dit artikel
over de grens buitenland carrière
  • Marieke van Twillert

    Marieke van Twillert werkt als journalist voor Medisch Contact. Arbeidsmarkt, levenseinde en e-health hebben haar speciale aandacht.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Aniek Crombach, SEH-arts in opleiding, Groningen 22-02-2018 14:58

    "Ik mis in dit artikel nuance. Ik ben net terug na een stage op de Spoedeisende Hulp in een overheidsziekenhuis in een grote township van Kaapstad. Dit in het kader van mijn opleiding tot SEH-arts.
    Ik wilde ook minderbedeelden helpen en ervaring opdoen die ik in Nederland niet kan krijgen. Ik onderschrijf de beschreven misverstanden tussen lokaal personeel en ‘westerse artsen’. Ik ben zelf in situaties geweest waarin ik de lokale verpleegkundigen niet begreep. Na een inwerkperiode werd dat beter. Bij stages in Nederland is dit niet anders. Net als de wisseling van artsen met allemaal een andere mening over bestaande handelingen. Echter, in het ziekenhuis waar ik werkte, bestond dit ook tussen verpleegkundigen en Zuid-Afrikaanse ‘westerse’ artsen. De oorzaak is cultuurverschil.
    Belangrijk is zeker naar de lokale gewoontes te informeren, met een niet oordelende blik, en je aan te passen. Maar het hangt vooral van jezelf af hoe de omgang zal zijn.
    Ondanks al deze verschillen en lastige situaties is mijn ervaring dat mijn collega’s uit Zuid-Afrika maar al te blij waren met hulp van ons ‘westerse’ artsen. Zonder ons kunnen ze het niet aan. Het grootste probleem is namelijk dat er een groot tekort aan zorgverleners is, in een omgeving waar óók nog eens ziekere patiënten zijn. Dat wij komen helpen zal dit probleem niet minder maken, maar verslechteren doet het het evenmin. En waarom zouden wij dan niet delen in onze welvaart en overvloed.
    "

  • Wim van der Pol, Apotheker niet praktiserend, Delft 18-02-2018 23:14

    "Ik ben zelf nooit werkzaam geweest in Afrika, maar ik heb van meerdere weldoende borgverleners begrepen, dat er 1 belangrijke basisopvatting is waar je altijd rekening mee moet houden. Jij bent als weldoener een vreemde voor hen. Zij hebben je nodig, omdat zij op veel terreinen deficiënt zijn, waarvoor zij zich schamen. Schaamte is in die culturen diepgaand en onacceptabel. Zodra de zorg er verbeterd -hopen zij- willen ze geen gebruik meer maken van ons weldoeners. Blij zijn dat we hen kunnen helpen, botst met hun continue gevoel van teleurstelling, denk ik. En dat uit zich in talloze intermenselijkheden en gedragingen."

  • Jos van roosmalen, em. bijzonder hoogleraar safe motherhood and health systems, gynaecoloog, ex-tropenarts, overveen 18-02-2018 22:24

    "Het interview met Judith van de Kamp bevat kenmerkende karakteristieken van het soort ziekenhuizen in sub-Sahara Afrika waar erg veel westerse "hulpverleners" komen en gaan. Het merendeel van de ziekenhuizen voldoet daar echter gelukkig niet aan. Ik werkte van 1976-1983 in Tanzania met heel weinig westerlingen. Nog steeds werk ik als mentoring supervisor op vele verloskamers in Tanzania, waarbij ik slechts een keer symptomen zag van wat Judith beschrijft, maar meestal niet. Er zullen zeker dingen zijn die mij zijn ontgaan, maar ik heb het geluk redelijk goed Swahili te spreken. Vele studenten geneeskunde heb ik voorbereid voor een stage in dergelijke ziekenhuizen, waarbij voorop staat wat zo treffend in het interview wordt beschreven: "wacht met begrijpen"! De opdracht voor de studenten is te leren begrijpen waarom de dingen gaan zoals ze gaan, waarbij ze alles mogen vragen wat ze maar willen. Kleding en hierarchie alsmede gezondheidsrisico's kwamen vanzelfsprekend aan de orde. Overigens werd ik ooit geconfronteerd met een extreem vroeggeboren neonaat aan de zuurstof, terwijl er daardoor voor een asphyctische a terme neonaat geen zuurstof meer was in een ziekenhuis waar westerse "hulpverleners" meestal niet komen. Het bespreken van de dilemma's bij de prioritering van schaarse middelen was dan mijn actie. Het meemaken van dergelijke dilemma's bij besluitvorming en ervaren hoe de wereld helaas in mekaar steekt door studenten is dan de toegevoegde waarde van een stage in dergelijke omstandigheden. Goed voorbereid op wat ze kunnen verwachten, lopen ze niet in de weg en doen ze ook zelfs geen vlieg kwaad. Dit betekent overigens niet dat we de waarschuwingen van het interview niet ter harte moeten nemen."

  • J.M. Groen uroloog b.d., Arts, niet praktiserend, Bennebroek 17-02-2018 23:16

    "Ik ben ruim zes jaar betrokken geweest bij de St. Tamsarya, een Nederlandse NGO werkzaam in Nepal in het district Nawal Parasi. Onderstaand boekje heeft mij, naast de gedreven Trees van Rijsewijk directeur, voor de nodige valkuilen behoed.
    Een praktische raadgever en gratis te downloaden.
    vossen-ehbo1Eerste hulp bij ontwikkelingswerk
    Kleinschalig ontwikkelingswerk is populair. Burgers, lokale overheden en bedrijven zetten zich in voor scholen in Bosnië en vrouwengroepen in Guatemala.

    Ze verstrekken microkredieten in Kenia en sponsoren een ziekenhuis in Sierra Leone. Daarbij stuiten ze op vragen en lastige situaties. Wat doe je wanneer je contactpersoon niet met de beloofde informatie komt? Hoe beoordeel je een begroting? Hoe ga je om met een lastig dorpshoofd? Is het slim om zélf microkredieten te verstrekken? En hoe zorg je dat je project verder kan, wanneer jij weer uit beeld bent?

    Eerste hulp bij ontwikkelingswerk staat stil bij deze en andere vragen. Het is het eerste handboek voor iedereen die betrokken is bij de uitvoering van projecten in het Zuiden. Het biedt inspiratie en houvast bij het opzetten en begeleiden van ontwikkelingsprojecten.

    Deze herziene uitgave bevat meer informatie over de rol van de overheid, het evalueren van projecten en het opzetten van commerciële activiteiten om je project te financieren.

    Uitgeverij Wereldpodium, 2011
    ISBN 978-90-812696-1-2
    120 bladzijden

    Het boek is uitverkocht. U kunt hier een pdf downloaden."