Inloggen
Laatste nieuws
interview

‘De bersiap doet me erg pijn’

Arts en onderzoeker John Soedirman over geweld en ziekte tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog

1 reactie
Ed van Rijswijk | John Soedirman hield zich onder meer bezig met het onderzoek naar de gebeurtenissen in Nederlands-Indië rondom de uiteindelijke zeggenschap over de voormalige kolonie.
Ed van Rijswijk | John Soedirman hield zich onder meer bezig met het onderzoek naar de gebeurtenissen in Nederlands-Indië rondom de uiteindelijke zeggenschap over de voormalige kolonie.

Arts John Soedirman werkte mee aan een onderzoeks­programma naar de rol van Nederland in Indonesië in de periode 1945-1950. De voormalige kolonie Nederlands-Indië speelt een grote rol in Soedirmans levensloop. ‘Mijn hardware is Javaans, mijn software Nederlands.’

John Soedirman is arts, maar tegen wil en dank. Zijn studiekeuze is vervlochten met zijn Indische wortels. Zijn vader, een politie-inspecteur die in december 1949 met zijn hoogzwangere vrouw het nog niet soeverein verklaarde Indonesië verliet, zag zijn uiteindelijk in Leiden ter wereld gekomen zoon graag medicus worden. Zijn kind zou dan als arts terug kunnen keren naar een niet meer gekoloniseerd Indonesië. ‘Dan zou ik zijn lijfarts kunnen worden, en een praktijk overnemen van een familielid.’

Ook zijn moeder had verwachtingen van hem, als ‘een harde werker’. Dat was haar – volgens Soedirman was ze helderziende – ingegeven tijdens de zwangerschap. ‘Zij had veel verdriet gekend in Indië. Haar eerste man was gestorven bij de Bondowoso-affaire, waarbij krijgsgevangenen in treinwagons werden opgesloten en aan hun lot overgelaten. Ze had ook twee kinderen verloren. ’De kleine John was de mollige baby die daarna perspectief bood op nieuw geluk.

De jonge Soedirman ging onder druk mee in de toekomstdromen en -verlangens van zijn ouders. Maar het leverde hem jaren van studeren met tegenzin op, aangezien hij geen arts wilde worden. De geneeskundige mores van die tijd trokken hem niet. ‘Het was een machoberoep, met lange uren maken, in een meester-gezel­relatie waarin je je baas nadoet.’

Meanderende loopbaan

Hij brak uiteindelijk tijdens zijn coschap interne geneeskunde. De internist sprak op de huilende geneeskundestudent in: ‘Zolang je nog niet weet wat je wilt met je leven, maak dan de studie af.’ Dat deed de jonge Soedirman. En daardoor kan hij nu, op 72-jarige leeftijd, toch nog als dokter werken. In coronatijd raakte hij als invalarts betrokken bij trombosediensten waar hij antistollingsklachten monitort bij trombose­patiënten na covidvaccinatie.

Met zijn artsendiploma op zak ‘wist ik nog niet wat ik wilde’, aldus Soedirman. De eerste twee jaar bleef hij voor de internist werken. Daarna volgde een meanderende loopbaan, met banen als researchmanager bij farmaceutische bedrijven, als geneesheer-directeur van abortusklinieken, en als arts experimentele chemo­therapie bij patiënten met uitbehandelde kanker. ‘Ik kon toen mijn eigen spreekuurduur bepalen. Ik was een praatdokter. Ik schreef pas iets op als de patiënt weg was.’ Ook was hij hoofdredacteur van verschillende bladen. ‘Ik specialiseerde me horizontaal’, glimlacht Soedirman. En zo behaalde hij ook zijn uit­­geversdiploma. ‘Daar was ik nog trotser op dan op mijn artsendiploma.’

‘Twee volken die ik liefheb, zijn zo gewelddadig met elkaar omgegaan’

Onderzoek

Soedirman volgde, als gevolg van zijn zelf­benoemde ‘rusteloosheid’, ook een opleiding aan de VU tot medisch-historisch onderzoeker. Die geschiedkundige interesse bracht hem op het pad van het onderzoeksprogramma ‘Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië 1945-1950’. Met dat onderzoek, dat in februari tot eerste publicaties leidde, willen het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het NIOD (Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies) in kaart brengen wat er allemaal werkelijk plaatsvond in de jaren dat Nederland en Indonesië streden om de uiteindelijke zeggenschap in de voormalige kolonie.

‘Ik heb beide landen lief’, motiveert Soedirman zijn interesse in het onderzoek. ‘Ik kom uit Indië, want ik ben er verwekt. Het is me vertrouwd. Ik ken het uit literatuur, uit de verhalen van mijn ouders, van foto’s.’ Het latere Indonesië leerde hij tijdens reizen kennen. ‘En Nederland is het land dat mij als persoon heeft gemaakt. Mijn hardware is Javaans, mijn software Nederlands.’ Soedirman legde contact met onderzoekers Esther Captain en Onno Sinke, die een deelonderzoek van het totale onderzoeksprogramma voor hun rekening nemen, namelijk de bersiap oftewel de eerste fase van de Indonesische revolutie waarin extreem geweld plaatsvond. ‘De bersiap doet me erg pijn. Twee volken die ik liefheb, zijn zo gewelddadig met elkaar omgegaan. Het had niet gehoeven. Het kwam tijdens een machtsvacuüm.’

Rode Kruis

Oorspronkelijk was het de bedoeling om te kijken of er informatie over de medische verzorging in de kampen in die tijd te vinden was en dat eventueel te verwerken. Dat is waar Soedirman een steentje aan probeerde bij te dragen. Hij pakt een klein boekje met witte stoffen kaft van tafel, dat hij al zoekende op het spoor kwam. Het is een onderzoeksrapport van het Nederlandse Rode Kruis. Het Rode Kruis probeerde namelijk de voedingstoestand en deficiëntieziekten van geïnterneerden in kampen op Java en van de lokale bevolking in kaart te brengen nadat de Japanse bezetter in 1945 had gecapituleerd. De inzet was om een vergelijking te maken met deficiëntieziekten door de Nederlandse hongerwinter, en te bezien hoe ondervoede mensen het beste konden worden behandeld.

Zover kwam het niet. De onderzoekers van het Rode Kruis begonnen hun werkzaamheden in oktober 1945, dus vijf maanden na de bevrijding van Nederland en slechts twee maanden nadat de onafhankelijkheidsstrijd in Indonesië opvlamde met het uitroepen van de Indonesische republiek. Door de al gauw oplopende gewelddadigheden moesten ze hun project in juni 1946 voortijdig afbreken. Aan onderzoek met de lokale bevolking kwamen ze niet toe, wel aan de voedingstoestand en gevolgen voor de geïnterneerden op Java. In de kampen, die onder verantwoordelijkheid van de Britse regering waren komen te vallen, was door distributieproblemen nog altijd onvoldoende voedsel beschikbaar.

Deficiëntieziekten

Uiteindelijk publiceerden de onderzoekers hun bevindingen in 1948. Soedirman zette op een rijtje wat zij zoal aantroffen. Zo lag de gemiddelde calorieopname dagelijks op zo’n duizend kilocalorieën. De Rode Kruis-onderzoekers vonden een breed scala aan deficiëntieziekten, variërend van apathie tot spierkrampen, van diarree tot huidziekten, van wormziekten tot hormonale afwijkingen.

Onder andere geelzucht, huidontstekingen en oedemen kwamen meer voor dan tijdens de Nederlandse hongerwinter. En geïnterneerden leden aan de medisch nog niet verklaarde kampogen (gedeeltelijke blindheid) en kampvoeten (brandende voeten). Volgens het Rode Kruis waren de verhongeringssymptomen desondanks toch grotendeels vergelijkbaar met die tijdens de Nederlandse hongerwinter. Wel was de prognose slechter door ‘slechte hygiënische toestanden met fataal verlopende infecties als gevolg’, aldus Soedirman.

‘Waarheids­vinding botst met gevoelens en vooroordelen’

Onderzoekers Captain en Sinke hebben uiteindelijk hun focus verlegd, waardoor ze niet ingingen op de situatie in de kampen die jaren. Ook al kon Soedirmans bijdrage daardoor niet worden benut, toch is hij als medisch-historisch onderzoeker gefascineerd door zijn vondst. ‘Het is toch heel bijzonder dat Nederland, toen het zelf nog plat lag door de Tweede Wereldoorlog, tijdens het hoogtepunt van de bersiap ging kijken naar de voedingstoestand daar en of ze de ervaringen van de hongerwinter konden inzetten om hulp te bieden. De bedoelingen waren goed. Men wist niet dat er een revolutie zou komen, en men zag de mensen als een deel van Nederland. Het is opmerkelijk dat de wil er was om, verrast door een oorlogssituatie, een laboratoriumexperiment op te zetten. Dat is de wetenschap die mensen drijft.’

Wat hem zelf enigszins verraste, was dat het Javaanse beeld van deficiëntieziekten niet heel erg afweek van het Nederlandse hongerwinterbeeld. ‘De natuur daar is zo weelderig. Op Java is de grond zo vruchtbaar. Je kan er een banaan in de grond steken en dan groeit er een boom, zegt men. Dat voordeel uitte zich niet. De hongersnood was er desondanks groot.’

Ed van Rijswijk
Ed van Rijswijk

Waarheidsvinding

Soedirman kon Captain en Sinke verder nog tot hulp zijn door Indonesische publicaties te vertalen. Sinke en Captain deelden enkele weken geleden de eerste uitkomsten van hun onderzoek, maar publiceren pas later dit jaar het geheel. Hun voornaamste bevinding betreft het daadwerkelijke aantal overledenen aan Nederlandse kant tijdens de bersiap: dat waren er zo’n zesduizend, in plaats van de twintig- tot dertigduizend die altijd als aantal circuleerden. Van hen kwamen ruim duizend mensen om door ziekte, uitputting en ondervoeding, ruim 1300 door geweld, en van bijna 1400 is de overlijdensoorzaak onbekend. ‘Als arts ben je gefocust op individuele levens’, aldus Soedirman over die data. ‘Die totale cijfers doen geen recht aan het individuele lijden.’

Of het gehele onderzoeksprogramma van de drie instituten KITLV, NIMH en NIOD de blik op de onafhankelijkheidsstrijd en de Nederlandse rol erin wezenlijk zal veranderen, durft Soedirman niet te voorspellen. ‘Waarheidsvinding botst met gevoelens en vooroordelen. Dat zie je ook rond vaccineren en Oekraïne. Het koloniale verleden en het moderne Nederland gaan steeds verder van elkaar af staan. Het onderwerp wordt een niche.’

Met zijn vader kon Soedirman nooit goed praten over diens beweegredenen om het land in 1949 te verlaten. ‘Ik was ook nog boos op hem, vanwege zijn drang om mij geneeskunde te laten studeren. Maar de levensgeschiedenis van mij en mijn ouders is verbonden met die overgangsfase.’ Hij denkt dat zijn vader heeft onderschat hoe klein de kans was dat Soedirman met een Nederlandse genees­kundestudie in Indonesië aan de slag kon. ‘Het zijn twee verschillende werelden, waar anders tegen ziekte aan wordt gekeken. Je kunt geneeskunde niet zomaar transplanteren.’ 

Lees ook:

interview oorlog
  • Ilse Kleijne

    Ilse Kleijne-Thoonsen is journalist bij Medisch Contact, met een focus op politiek en financiën.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.