Inloggen
Laatste nieuws
arbeidsmarkt

De bachelor medische hulpverlening: een nieuw beroep in de acute zorg

Onbekendheid speelt nieuwe beroepsgroep parten

Plaats een reactie
Beeld: Harmen de Jong | ‘Hun theoretische kennis is op orde, ze missen alleen nog ervaring’
Beeld: Harmen de Jong | ‘Hun theoretische kennis is op orde, ze missen alleen nog ervaring’

Verspreid over Nederland werken circa 370 bachelor medisch hulpverleners (BMH’s) op ambulances, SEH’s, afdelingen voor acute harthulp en operatiekamers.

Circa driekwart van de ziekenhuizen en bijna alle ambulanceregio’s hebben ervaring met deze nieuwe beroepsgroep. Toch is daarbuiten nog relatief onbekend wat een BMH precies doet en mag. Medisch Contact kijkt op een dinsdagochtend mee op de Spoedeisende Hulp van het Haaglanden Medisch Centrum (HMC), locatie Westeinde, waar Ellen Schepens als BMH werkt.

Zij is ook voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Bachelor Medisch Hulpverleners (NVBMH). Ook spraken we met David Baden, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Spoed­eisende Hulp Artsen (NVSHA), over dit jonge beroep.

‘Hoi, ik ben Ellen. Doe je ogen eens open. Hoe heet je?’ De patiënt wordt langzaam wakker en Ellen Schepens probeert contact met hem te krijgen. Eerder die ochtend heeft zij samen met de SEH-verpleegkundige en de SEH-arts de patiënt overgedragen gekregen van de ambulance. De patiënt heeft vermoedelijk een psychose als gevolg van GHB- en alcohol­gebruik. Samen met de verpleegkundige fixeert ze hem in bed, zorgt voor een blaaskatheter, zet het infuus en neemt bloed af. Aan niets is te merken dat een van de twee een net wat andere achtergrond heeft dan de ander.

Vierjarige opleiding

Schepens studeerde in 2016 af als ‘bachelor medisch hulpverlener’ aan de Hogeschool Utrecht. In september 2010 was zowel de Hogeschool Utrecht als die van Arnhem en Nijmegen met deze vierjarige opleiding gestart. Sinds 2012 biedt ook de Hogeschool Rotterdam deze opleiding aan.

In de eerste twee jaar krijgt de student een brede medische basiskennis. In de laatste twee jaar van de opleiding kiest de student een afstudeerrichting en loopt circa zestig weken stage in dit werkveld. De uitstroomprofielen zijn vooralsnog: ambulancezorg, spoedeisende hulp, cardiodiagnostiek/interventiecardiologie en anesthesie. De differentiatie operatieve zorg is per 2021 gestopt. De toelatingseisen voor de opleiding zijn hetzelfde als voor de opleiding tot verpleegkundige, namelijk minimaal mbo-4-niveau. Een verschil met een verpleegkundige is dat een BMH direct, zonder vervolgopleiding, kan starten op een SEH of ambulance. Een BMH kan eventueel doorstromen naar de opleiding tot physician assistant, net als de verpleegkundige, maar kan geen verpleegkundig specialist worden.

‘We snijden ons in de vingers als we nu niets met deze beroeps­groep doen’

Ellen zat in de tweede lichting studenten toen zij in 2011 met de opleiding begon. Sinds haar afstuderen in 2016 heeft ze gewerkt op de SEH’s van het BovenIJ ziekenhuis en het LUMC. De afgelopen twee jaar is ze een van de twee bachelor medisch hulpverleners bij het HMC. ‘Ik was vroeger al aangetrokken door het plakken van wondjes en werk op de ambulance leek me erg mooi. Als je al weet dat je de acute zorg in wilt, hoef je dus niet eerst verpleegkunde te studeren. Het werk op de SEH bleek mij uiteindelijk meer te liggen door de afwisseling en het werken in een groot team.’

Personeelstekorten

De opleiding BMH is geïntroduceerd om een bijdrage te leveren aan de toenemende behoefte aan medisch personeel binnen de acute zorg. SEH-arts David Baden, voorzitter van de NVSHA, denkt dat deze opleiding inderdaad belangrijk is voor de toekomst van de acute zorg. ‘Met deze opleiding trek je mensen aan die in de zorg willen werken, maar alleen in de acute zorg.’ En die zijn nodig om de personeelstekorten deels op te vangen, vindt Frans de Voeght, SEH-verpleegkundige en sinds dertig jaar hoofd van de SEH van HMC Westeinde. ‘We snijden ons in de vingers als we nu niets met deze beroepsgroep doen. Ook door de covid-19-pandemie zien we dat SEH-personeel stopt, dus we moeten blijven opleiden.’ Dat het druk is in de acute zorg wordt al snel duidelijk in Westeinde: tegen 11.00 uur zijn veel kamers bezet. Schepens: ‘Gisteravond lag de Spoed­eisende Hulp volledig vol en is er tijdelijk een presentatiestop ingevoerd. De collega’s van de avond- en nachtdienst kregen een volledig bezette SEH overgedragen. Dat gebeurt steeds meer, omdat wij als SEH een verzamelplaats zijn. Zo zien we steeds meer patiënten die eigenlijk zo snel mogelijk richting de psychiatrie zouden moeten, maar hier vaak een groot deel van de dag liggen.’

Aantrekkelijk

Belangstelling voor het vak BMH lijkt er genoeg te zijn. ‘De opleidingen hebben elk jaar zo’n 1500 geïnteresseerden waarvan helaas momenteel slechts 10 procent wordt toegelaten. Dit komt door een tekort aan stageplaatsen’, aldus Schepens.

Inmiddels zijn naar schatting 370 bachelor medisch hulpverleners als zodanig werkzaam en heeft zo’n 75 procent van de ziekenhuizen een of meer (stagiairs) bachelor medisch hulpverleners. Volgens onofficiële cijfers van de NVBMH werken de meeste op SEH’s (107), gevolgd door de anesthesiologie (100), de ambulance (62), de operatieve zorg (60) en in de cardio­logie (40). In de ambulanceregio Haaglanden pakt het bijvoorbeeld goed uit. Schepens: ‘In deze regio werken zestien BMH’s op de ambulance’. In het ziekenhuis van SEH-arts Baden werken ook veel BMH’s. ‘In mijn Diakonessen­huis (in Utrecht, red.) maken BMH’s inmiddels circa 15 procent van ons team uit.’ Voor werk­gevers kan een BMH aantrekkelijk zijn, omdat hiermee medewerkers uit een nieuwe pool kunnen worden binnengehaald. Financieel lijkt er geen voordeel om een BMH of een verpleegkundige in dienst te nemen. Ziekenhuizen betalen in ieder geval hetzelfde salaris aan BMH’s als aan verpleegkundigen.

Onbemind

Ellen heeft inmiddels een vrouw met een ibuprofenintoxicatie en een jongeman na een val met de racefiets onder haar hoede. Ondertussen vertelt ze hoe het komt dat sommige ziekenhuizen nog niet met BMH’s werken. Dat heeft te maken met onbekendheid én met onduidelijkheid over de BIG-registratie.

Wat betreft het eerste: ‘Sommige artsen, verpleegkundigen en managers hebben vraagtekens bij de kunde en kennis van de BMH omdat een SEH- of ambulanceverpleegkundige meer studiejaren en werkervaring heeft. Een BMH is over het algemeen veel jonger, tussen de 21 en 23 jaar, op het moment dat hij start met werken.’ Volgens Schepens moeten de teams in de acute zorg zelf ervaren wat een BMH kan toevoegen. ‘Onbekend maakt onbemind. In elk team moet een BMH eerst een lans breken, daarna moet dat bevestigd worden, en vervolgens kunnen ze ingebed raken.’

‘Hun theoretische kennis is op orde, ze missen alleen nog ervaring’

De Voeght, hoofd van de SEH van HMC Westeinde, was aanvankelijk ook sceptisch over deze nieuwe beroepsgroep. ‘Ze waren nog ontzettend jong als ze stage kwamen lopen en dat op een plek als de SEH waar je heftige zaken meemaakt. Nu denk ik er heel anders over. Hun theoretische kennis is op orde, alleen missen ze nog de klinische blik en ervaring. Dat betekent dat je als team moet investeren om hun dat zo goed mogelijk bij te brengen.’ SEH’s en ambulanceregio’s die openstaan voor een afgestudeerde BMH kunnen een werkervaringsplek aanbieden, waarvoor een kader is opgesteld. ‘Door een dergelijk traject van zes tot twaalf maanden krijgt de BMH een goede start en krijgen ze meer praktijkervaring’, aldus Schepens.

Onduidelijkheid

Naast de onbekendheid met het beroep is de andere reden dat sommige ziekenhuizen geen stages aanbieden de onduidelijkheid over hun BIG-registratie. Sinds 1 mei 2022 is het beroep tijdelijk niet meer opgenomen in het BIG-register (zie kader BIG-registratie). Minister van VWS Ernst Kuipers is voornemens de BMH in artikel 3 van de Wet BIG op te nemen waardoor zij volledig onder het tuchtrecht gaan vallen. De minister wil drie differentiaties op­­nemen, namelijk de ambulancezorg, de spoed­eisende hulp en de cardiologie. Binnen dat artikel krijgt de BMH een functioneel zelfstandige bevoegdheid, gelijk aan de verpleegkundige. Dit is een stap achteruit, aangezien zij tot 1 mei 2022 zelfstandig bevoegd waren.

Zolang de BIG-registratie nog niet geregeld is, moet voor de BMH – naast een opdracht – ook de mogelijkheid van toezicht en tussenkomst door een arts geregeld zijn, in gevallen waarin dat nodig is.

Kuipers heeft overigens aangekondigd dat de aanpassing in de Wet BIG pas mogelijk is als aan twee voorwaarden is voldaan. Er dient meer praktijkervaring in de opleiding te komen en daarnaast moet er een andere naam komen. De term ‘bachelor’ hoort namelijk bij een opleiding maar niet bij een beroepstitel. Het voor­lopige voorstel van de NVBMH is: ‘medisch hulpverlener acute zorg’. 

BIG-registratie

Op 1 mei 2017, zeven jaar na de start van de opleiding, startte een experimenteertraject in de Wet BIG. Voor een periode van vijf jaar werd de bachelor medisch hulpverlener opgenomen in de Wet BIG. Gedurende die periode mochten zij verscheidene voorbehouden handelingen zelfstandig verrichten en vielen zij ook onder het tuchtrecht. Afhankelijk van hun specifieke werkveld mochten ze: een venapunctie verrichten, een subcutane, intramusculaire of intraveneuze injectie geven, een maagsonde of infuus inbrengen, en een blaaskatheterisatie bij volwassenen verrichten. Ook een electieve cardioversie, defibrillatie, het in- of extuberen van de luchtpijp met een orale of nasale tube en een drainagepunctie bij een spannings­pneumothorax vielen onder hun bevoegdheid.

Per 1 mei 2022 hield het experimenteertraject op. Op termijn komt de BMH weer in het BIG-register en zal dan een functioneel zelfstandige bevoegdheid krijgen voor deze handelingen. Functioneel bevoegd wil zeggen: in opdracht van een zelfstandig bevoegde zorgverlener maar zonder dat toezicht en tussenkomst noodzakelijk zijn. Een verpleegkundige is voor deze handelingen ook functioneel zelfstandig bevoegd. Functioneel zelfstandige bevoegdheid is geschikt voor beroepsgroepen die bepaalde voorbehouden handelingen regelmatig en met grote mate van zelfstandigheid en deskundigheid uitvoeren. Zolang de BMH nog niet is opgenomen in het BIG-register mag de BMH dezelfde handelingen verrichten als tijdens het experimenteertraject, maar moet – naast een opdracht – ook de mogelijkheid van toezicht en tussenkomst geregeld zijn, in gevallen waarin dat nodig is.

Harmen de Jong
Harmen de Jong
Lees ook:

arbeidsmarkt ambulance spoedeisende hulp
  • Sophie Niemansburg

    Sophie is journalist bij Medisch Contact. Ze is tevens arts maatschappij + gezondheid en ethicus. Haar focus bij Medisch Contact is onder meer tuchtrecht.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.