Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Nieuws

Contrastvloeistof met olie bevordert vruchtbaarheid

getty images
getty images

Het gebruik van een contrastmiddel op basis van maanzaadolie voor hysterosalpingografie bevordert de vruchtbaarheid van vrouwen met een onvervulde kinderwens. Volgens een publicatie in NEJM gebaseerd op onderzoek in 27 Nederlandse ziekenhuizen (eerste auteur Kim Dreyer, onderzoeksleider: Ben Mol) ligt het aantal zwangerschappen na deze procedure ruim 10 procent hoger dan bij het gebruik van een contrastmiddel op waterbasis.

Aan deze  zogeheten 'H2Olie'-studie, opgezet door medewerkers van de afdeling Voortplantingsgeneeskunde van het VU mc, namen ruim 1100 vrouwen deel. Al deze vrouwen ondergingen hysterosalpingografie (HSG): bij de helft van de vrouwen uitgevoerd met een standaard waterhoudend contrast; bij de andere helft  met oliehoudend contrast Lipiodol Ultra-Fluid: H2Olie. In het halfjaar na de HSG werd 40 procent van de vrouwen in de oliegroep zwanger, tegenover 29 procent in de watergroep. Er was geen verschil in discomfort of bijwerkingen.

Een verband tussen hysterosalpingografie en de kans op een zwangerschap werd al langer vermoed, vertelt Kim Dreyer, inmiddels in opleiding tot gynaecoloog aan het VUmc. ‘In de jaren vijftig hadden gynaecologen al het idee dat na een HSG, dat destijds vaak met oliecontrast gebeurde, vaker zwangerschappen tot stand kwamen. Later werden contrastvloeistoffen op waterbasis ontwikkeld, die goedkoper waren, en die de plooien aan het einde van de eileider beter in beeld brachten. Dat was destijds zinvol, omdat tubachirurgie vaak nog een optie was om zwangerschap te bevorderen.’ Met de opkomst van ivf verdween dit voordeel naar de achtergrond. Het idee dat oliecontrast een groter therapeutisch effect zou hebben, verdween niet, maar onderzoeken ernaar waren veelal te klein om doorslaggevend te zijn. Het onderzoek van Dreyer e.a. maakt aan de onzekerheid een eind.

De onderzoekers vermoeden dat met het doorspuiten van de eileiders afvalmateriaal van cellen en slijmproppen in de eileiders wordt weggespoeld en vervolgens een betere innesteling van de eitjes in de baarmoeder tot stand komt.

Onderzoeksleider  Ben Willem Mol (ook verbonden aan de Universiteit van Adelaide in Australië) vindt het tijd om oliecontrast standaard te gebruiken bij HSG.  90 procent van de Nederlandse klinieken werkt nu met het middel op waterbasis.  Hij vindt ook dat zorgverleners en verzekeraars moeten overwegen om het onderzoek aan vrouwen met een onvervulde kinderwens aan te bieden voordat er gestart wordt met ivf.  En dat terwijl in de laatste herziening van de richtlijn was opgenomen dat de HSG mocht worden overgeslagen bij de diagnostiek bij ongewenste kinderloosheid.  Dreyer: ‘Terecht, blijkt ook uit onze gegevens: maar bij 2 tot 3 procent van de vrouwen was er sprake van bilaterale tubapathologie. Maar het doet dus therapeutisch wel wat.’ En olie doet dan meer dan watercontrast. Hoeveel scheelt het eigenlijk met een expectatief beleid? Dreyer: ‘Dat weten we niet, daar hoop ik met retrospectief database-onderzoek een antwoord op te vinden.’ Ze wijst erop dat de vrouwen in haar onderzoek niet te vergelijken zijn met vrouwen die ivf ondergaan: ‘In onze studie ging het om een laagrisicogroep. Dat zijn andere patiënten dan bijvoorbeeld een vrouw van 45 jaar die richting de overgang gaat.’

De beroepsvereniging voor gynaecologen, NVOG, zegt in het AD de studieresultaten mee te wegen bij de herziening van de richtlijn. Vooruitlopend daarop verwacht ze dat de behandeling ‘ongetwijfeld laagdrempeliger zal worden aangeboden’.

Overigens is onderzoeker Ben Willem Mol er zo goed als zeker van dat hijzelf (en zijn jongere broer) 'oliebaby’ s’ zijn. Mol is geboren in 1960 toen oliecontrast nog het standaardcontrastmiddel was voor het testen van de eileiders, en dat heeft zijn moeder indertijd laten doen.

nejm, doi: 10.1056/NEJMoa1612337

print dit artikel
Nieuws Wetenschap
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Dit artikel delen