Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Johanna Gröne
14 juni 2012 4 minuten leestijd

Conny van Bentum

Plaats een reactie
Naam: Cornelia van Bentum (12 augustus 1965)
Sport: Zwemmen
OS: Moskou 1980, Los Angeles 1984, Seoul 1988
Erelijst: Brons (1980), 2 x zilver (1984, 1988)

 

   
Klik hier om het overzicht van de portretten van alle arts-Olympiërs te bekijken


Over enkele weken gaat Conny van Bentum voor de vijfde keer naar de Olympische Spelen. Als arts zal ze, net als in 1996, het dameshockeyteam begeleiden. Tussen 1980 en 1988 heeft ze drie keer als zwemster aan de Spelen deelgenomen.

Conny van Bentum was pas 14 jaar toen ze in 1980 naar Moskou vertrok. ‘Terugkijkend vind ik dat toch wel erg jong. Zeker als ik bedenk dat mijn eigen kinderen nu die leeftijd hebben. Ik had geen familie mee, maar reisde natuurlijk met het team en kreeg daar goede begeleiding. Een teammanager ontfermde zich met name over me.’ Van de bijzondere sfeer, met alle sporters in het Olympisch dorp, heeft ze ontzettend genoten. ‘De Spelen zijn gewoon met niets te vergelijken.’ Op het nummer vrije slag estafette haalde zij brons.

Vier jaar later was ze inmiddels aan de geneeskundestudie begonnen en had ze haar propedeuse net afgerond toen ze in Los Angeles, wederom op de vrije slag estafette, de zilveren medaille won. Vervolgens onderbrak zij haar studie medicijnen en ging ze voor twee jaar naar de VS. De universiteit van Berkeley (California) had haar gescout omdat ze haar voor hun zwemteam wilden hebben. ‘In Nederland had je bij trainingen eigenlijk weinig concurrentie, maar daar hadden ze een heel goed team – ze waren toen de vierde van de VS. Voor mij was het een buitenkans om daar te trainen.’ Ze kreeg een beurs aangeboden en er moest dus ook gewoon gestudeerd worden. ‘Ik wilde even iets heel anders doen en koos voor Spaans en politicologie. Ik overwoog zelfs om in de VS te blijven, maar om er als buitenlander medicijnen te studeren is vrij lastig. Omdat ik geneeskunde toch graag wilde afronden, ben ik weer teruggegaan naar Nederland.’

In 1988 nam Van Bentum nog een keer als zwemster deel aan de Olympische Spelen en won ze nog een keer zilver op de vrije slag estafette. Hoewel zij op haar hele carrière met veel plezier terugkijkt, was dit toch wel een bijzonder moment. ‘We dachten eigenlijk dat brons het hoogst haalbare zou zijn. De DDR was natuurlijk de gedoodverfde winnaar en de VS waren heel goed, die zouden wel zilver halen. Maar uiteindelijk waren wij net iets sneller!’

Dat de DDR-zwemsters altijd alles wonnen was het gevolg van doping, zo bleek later. ‘Dat was toen nog niet bekend. Iedereen had wel vermoedens – zo vonden wij de dames altijd wat vreemd, met mannelijke trekken. Maar er was geen bewijs. In die tijd werd je alleen getest als je won, er waren nog geen onaangekondigde controles tussen wedstrijden. Dus wat deed de DDR? Ze testten iedereen intern vlak voor de wedstrijd. Als je positief was, trok je je deelname in, zogenaamd omdat je ‘geblesseerd’ was. Op die manier was het nooit aan te tonen op het moment dat je won.’ Natuurlijk vind Conny van Bentum het jammer dat de wedstrijd op deze manier eigenlijk niet eerlijk was. ‘We hadden vanzelfsprekend graag goud willen winnen. Maar als je bedenkt hoeveel klachten zij nu nog hebben, dat zij er echt ziek van zijn geworden, dan denk ik niet dat het dat waard is geweest.’

Toen zij in 1989 aan haar coschappen begon, stopte zij als zwemster voor de Nederlandse ploeg. ‘Achteraf gezien had ik wat rustiger aan willen doen met de studie. Het was misschien makkelijker geweest als ik er wat langer over had gedaan. Het was ook fijn geweest als ik meer hulp had gehad vanuit de universiteit. Het was altijd een hoop geregel en gedoe als ik bijvoorbeeld bij een toets niet aanwezig kon zijn. Eigenlijk kreeg je meer medewerking naarmate je resultaten beter waren. Daardoor was er een enorme druk om te presteren.’ Conny van Bentum vindt nog steeds dat universiteiten topsporters gewoon moeten steunen. ‘Het zijn zulke gedreven mensen, die moet je koesteren. Tenslotte geniet iedereen van de sporters die voor Nederland uitkomen.’

Ze heeft overwogen om voor sportgeneeskunde te kiezen, maar vond dat uiteindelijk niet breed genoeg. ‘Bij sportgeneeskunde ben je toch vooral gericht op preventie en ik vind het uitpuzzelen van diagnostiek ook leuk.’ Het werd huisartsgeneeskunde. Die keuze werd vergemakkelijkt omdat ze ondertussen al gevraagd was als begeleider van de jeugdzwemploeg – zo kon ze toch bij de sport betrokken blijven. Tegenwoordig werkt ze in deeltijd als huisarts in een duopraktijk in Amersfoort, naast haar baan als arts van het dameshockeyteam. ‘Ik heb een hele fijne collega, met wie ik gelukkig goede afspraken kan maken. Normaal gesproken werk ik een dag per week voor het hockeyteam, maar nu in aanloop naar de Spelen is de voorbereiding natuurlijk veel intensiever.’


Johanna Gröne

 

   
Klik hier om het overzicht van de portretten van alle arts-Olympiërs te bekijken


Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.