Inloggen
Laatste nieuws
Mensje Melchior
7 minuten leestijd
chirurgie

'Collega's vonden ons rare idealisten'

Plaats een reactie

Arend Pasma over oprichting eerste chirurgische maatschap

Oud-chirurg Arend Pasma kijkt terug op zijn werkzame leven in Leeuwarden. Vijftig jaar geleden richtte hij de eerste chirurgische maatschap in Nederland op. Daarmee kwam een einde aan het inpikken van elkaars patiënten en veel heen en weer fietsen.

 

Arend Pasma (88) zit in een leunstoel in zijn woonkamer in ­Leeuwarden. Op de salontafel liggen foto’s van operatiekamers in de jaren zeventig en een statig ziekenhuis dat nu dienstdoet als appartementencomplex. Ingelijst een foto van de eerste Siamese tweeling die in Nederland gescheiden werd. ‘Die mensjes leven nog steeds’, zegt hij trots.


Na zijn opleiding tot chirurg in het Academisch Ziekenhuis Groningen, vestigde Arend Pasma zich in 1952 in Leeuwarden. Vijf chirurgen werkten daar al jarenlang, een andere jonge collega was twee jaar eerder begonnen. De organisatie in de periferie viel Pasma tegen. ‘Het was heel anders dan ik in het academisch ziekenhuis gewend was. Daar werkten we samen. Hier waren we concurrenten met een eigen praktijk.’


Net als bij andere ziekenhuizen in het land, werkten de zeven chirurgen volledig voor zichzelf. Zij hadden een praktijk aan huis, waar ze spreekuur hielden en kleine ingrepen deden. Voor de andere operaties gebruikten ze de operatiekamers en bedden in de drie ziekenhuizen in Leeuwarden. Pasma: ‘Ik had dus patiënten in alle drie de ziekenhuizen liggen. Elke dag liepen alle chirurgen visite in het Bonifatius Hospitaal, het Diakonessenhuis en het Stadsziekenhuis. Dat was me een heen en weer gefiets!’

Eigen winkeltje


Ook ’s nachts en in de weekeinden werkten de chirurgen niet samen. Pasma: ‘Diensten bestonden niet. We waren gewoon allemaal zeven dagen per week dag en nacht beschikbaar voor onze eigen patiënten en voor de spoedpatiënten. Elk weekeinde waren we wel in touw en we werden vaak uit ons bed gebeld. Dat was een hard bestaan, hoor.’


Daar kwam bij dat iedereen ‘voor zijn eigen winkeltje werkte’. Pasma: ‘Medisch overleg was er niet. Als beginnend chirurg deed ik zelfs de hele grote operaties volledig onder mijn eigen verantwoordelijkheid. Terwijl we in de ­academie gewend waren om met collega’s te overleggen.’


De chirurgen concurreerden onderling. Het ging zelfs zo ver dat ze elkaars patiënten afpikten. ‘Als nieuwe, jonge chirurg moest ik een flinke strijd leveren om een praktijk op te bouwen.’ Pasma geeft een voorbeeld. ‘Een van de oudere chirurgen met een grotere praktijk kon het goed vinden met de hoofdzuster. Wanneer mijn patiënten op de af­deling van dat ziekenhuis lagen, zorgde de hoofdzuster dat die andere chirurg die patiënt eerst zag. Zo kon hij het voor elkaar krijgen dat de patiënt door hem wilde worden geopereerd. Het gebeurde ook dat ik alleen na veel moeite een operatie­kamer kreeg. Als ik als jonge chirurg een patiënt met een polsfactuur had, kon het uren duren voordat ik hem kon behandelen.’

Paars van jaloezie


Pasma en de andere jonge chirurg, H.W. Hageman, wilden een samenwerkingsverband opzetten. Zij regelden een bijeenkomst met alle zeven de chirurgen en bespraken met hen de mogelijkheden. Tijdens dit proces ontdekten de chirurgen de voordelen van samenwerken. In Leeuwarden was een Siamese tweeling geboren. Tijdens een operatie moest de tweeling gescheiden worden. Pasma: ‘Het Academisch Ziekenhuis Groningen had maar wat graag die operatie gedaan. Maar wij gingen samen aan de operatietafel staan. In Groningen zagen ze paars van jaloezie.’ Het werd de eerste keer dat een Nederlands ziekenhuis een Siamese tweeling scheidde. Een professor uit Engeland kwam naar Leeuwarden om de chirurgen te adviseren. ‘De geslaagde operatie werkte echt stimulerend voor onze samenwerking.’


Niet lang na de operatie kwam de maatschap tot stand. In de contractvorm stond dat de inkomsten verdeeld zouden worden. ‘Dat was voor de oudere chirurgen aantrekkelijk omdat ik en Hageman een steeds grotere praktijk aan het opbouwen waren. In 1956 werd het contract getekend. Zes chirurgen uit de drie Leeuwardense ziekenhuizen vormden vanaf dat moment een maatschap. De zevende chirurg ging bijna met pensioen en deed niet mee. De chirurgen werkten vanaf dat moment allemaal in één ziekenhuis. Daarmee kwam een einde aan het inefficiënte heen en weer fietsen. Het was de eerste chirurgische maatschap van Nederland.

Gezinsleven


Chirurgen uit de rest van het land vonden het maar vreemd. Pasma: ‘Wat zijn dat nou voor een rare idealisten, dachten ze. Het was nog uniek in Nederland dat mensen besloten voor gezamenlijke rekening een praktijk te voeren. ‘Heel mooi allemaal, maar wij zijn zo gek niet’, dachten andere chirurgen aanvankelijk. De chirurgen met een grote praktijk in bijvoorbeeld Groningen wilden er niet aan. En wij hadden als maatschap natuurlijk meer kosten voor bijvoorbeeld assistentes en typistes. Ook dat stimuleerde anderen aanvankelijk niet hetzelfde te doen.’


Maar in Leeuwarden was het een uitkomst. Door het verdelen van de avond-, nacht- en weekenddiensten kon Arend Pasma meer tijd met zijn gezin doorbrengen. ‘Ik heb vijf kinderen, drie jongens en twee meisjes. Door de maatschap ging mijn gezinsleven er flink op vooruit.’


Belangrijker vindt Pasma de voordelen voor de medische zorg. Leeuwarden werd een aantrekkelijke vestigingsstad voor chirurgen. Zodra zij zich in de maatschap hadden ingekocht, waren ze verzekerd van een stabiel inkomen. Daardoor kon de maatschap chirurgen selecteren. En het werd mogelijk de chirurgie verder te differentiëren. Tot die tijd werkten er in Leeuwarden alleen algemeen chirurgen. ‘Nu hadden we de mogelijkheid om nieuwe vakken te introduceren. We zochten een chirurg die we geschikt vonden en lieten hem op onze kosten een halfjaar lang een aanvullende opleiding vaatchirurgie of traumatologie doen. Er kwam iemand die zich had gesubspecialiseerd in urologie en later in kinderchirurgie. We trokken een traumatoloog aan en een vaatchirurg.’


Arend Pasma ging zelf zes maanden naar het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein om meer te leren over longchirurgie. ‘Dat was voor mij een heel mooie mogelijkheid. Eerder had dat niet gekund, omdat ik te veel inkomsten zou mislopen. Tot de jaren vijftig werden longpatiënten nooit geopereerd, daarna nam dit specialisme een grote vlucht. Het werd allemaal moderner. Door onze samenwerking konden wij daarin meegaan.’

Steggelen


De vooruitstrevendheid van de maatschap begon ook elders in het land op te vallen. ‘We trokken al spoedig de aandacht. De Nederlandse Vereniging voor Heelkunde en het Consilium Chirurgicum lieten al snel hun bewondering blijken. Ik werd gevraagd in het bestuur van het consilium plaats te nemen. Vonden de collega’s in het land de maatschap eerst maar niets, langzaam volgden zij ook ons voorbeeld. Voor veel van die nieuwe maatschappen diende ons contract als een voorbeeld. De KNMG heeft zelfs letterlijke passages uit onze overeenkomst overgenomen voor een voorbeeldcontract.’


De maatschap nam arts-assistenten in dienst om de chirurgen te ondersteunen. Eerst als agnio, later kreeg het ­Diakonessenhuis de B-opleiding. In 1984 fuseerden de Leeuwardense ziekenhuizen tot het Medisch Centrum Leeuwarden. Ook de maatschap werd steeds groter. Het kwam tot een fusie met de orthopedische maatschap, de plastisch chirurgen en urologen. Uiteindelijk had de maatschap 23 leden. Maar door de grootte werd de maatschap moeilijker bestuurbaar. De maten begonnen te steggelen over ongelijke werkbelasting, terwijl de insteek altijd was geweest dit te vermijden. Acht jaar geleden werd deze grote maatschap gedissocieerd en ging elke discipline verder in een eigen maatschap.


Ook nu zijn de Leeuwarder chirurgen nog steeds koploper, zowel op organisatorisch als op medisch gebied. In 1998 stelde hun maatschap als eerste een eigen manager aan die de maatschap bestuurt. Aanvankelijk reageerden andere maatschappen in het land weer sceptisch. Maar ondertussen werken meer ziekenhuizen met een maatschapmanager. Daarnaast profileert de maatschap zich met minimaal invasieve chirurgie. De chirurgen hebben het Leeuwarden Institute of Minimally Invasive Surgery (LIMIS) opgericht. Zij geven cursussen laparoscopische colorectale chirurgie en laparoscopische bariatrische chirurgie aan collega’s uit het hele land. Ook organiseren zij internationale congressen.

Lange zeiltochten


Deze ontwikkeling heeft Arend Pasma niet meer meegemaakt. In 1983 ging hij op 65-jarige leeftijd met pensioen. Na dertig jaar opereren in Leeuwarden. ‘Ik zag er enorm tegenop. Ik vond het opereren zulk prettig werk. Als je opereert maak je iets moois, en daar hield ik van. Maar ik werd te oud om door te werken. Vooral ’s avonds had ik minder werklust. En de laatste tien jaar kwam ik niet meer in de schouwburg of de bioscoop. Aan het einde van de dag was ik blij dat het voorbij was en wilde ik vooral rust.


Zijn (jongere) vrouw - een OK-assistente - nam onbetaald verlof op en ze gingen op reis. Pasma’s ogen glimmen. ‘Met onze zeilboot. Kijk, daar hangt een schilderij van het schip aan de muur. We zeilden naar Scandinavië. Met zijn tweeën. Dat was echt genieten.’ Pasma gebruikte zijn zeilboot tot vorig jaar nog regelmatig. Tijdens een van zijn reizen kreeg hij in Noorwegen een aortadissectie. Vanuit het Scandinavische land werd hij naar Groningen gebracht en geopereerd. ‘Ik moest tijdens de operatie worden gekoeld. Daarom konden ze de operatie in Leeuwarden niet uitvoeren’, zegt Pasma met enige spijt in zijn stem.


Lange zeiltochten zitten er niet meer in. ‘Mijn conditie is flink achteruitgegaan. Ik kan nog wel sturen, maar mijn vrouw zou dan de rest moeten doen. Dat is te zwaar.’ Dat betekent niet dat Pasma nu achter de geraniums gaat zitten. ‘Ik wandel veel. En nu de zomer eraan komt, wil ik weer gaan fietsen. Ik hoop dat mijn conditie daardoor weer beter wordt.’


In juni viert de maatschap haar vijftigjarige jubileum, met een symposium over de samenwerking tussen de eerste en de tweede lijn. Ook komt er een feestavond voor chirurgen, verpleegkundigen en ander ondersteunend personeel. Pasma wil erbij zijn. Hij haalt een foto tevoorschijn van het vijfentwintigjarig jubileum. Aan tafel zitten de chirurgen in een driedelig pak, hun vrouwen naast hen in galajurk. ‘Ik was ontzettend trots die avond. En bij het dubbele jubileum zal dat gevoel nóg sterker zijn.’

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel

chirurgie ouderen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.