‘Coassistent Tuitjenhorn toonde moed’ | medischcontact

Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

naar overzicht

‘Coassistent Tuitjenhorn toonde moed’

13 reacties

Het was niet vanzelfsprekend dat de coassistent het besluit nam de casus in de Tuitjenhorn-zaak te bespreken met haar opleider, waarna het AMC melding deed bij de IGZ. Het vergt moed om als coassistent zoiets aan te kaarten. Dat stellen minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie (V&J) en minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in een begeleidende brief bij het rapport van de evaluatiecommissie Tuitjenhorn, dat gistermiddag openbaar is gemaakt.

Het optreden van de coassistent wordt door de ministers als voorbeeld genoemd van een open en transparante cultuur in de zorg, waarin geleerd wordt van fouten en waarin niet weggekeken wordt als collega’s een fout maken. Ook tijdens de persconferentie gisteren stond minister Schippers stil bij de rol van de coassistent. ‘Zij heeft gedaan wat ze moest doen. Daar was moed voor nodig.’ Volgens de onderzoekscommissie is er gedurende het strafrechtelijk onderzoek niets aan het licht gekomen dat de informatie uit de melding van de coassistente weerspreekt. 

Uit het rapport van de evaluatiecommissie blijkt volgens de ministers dat het OM en de IGZ veelal juist, zorgvuldig en met voldoende aandacht voor de persoonlijke omstandigheden van de huisarts hebben gehandeld. Zij stellen dan ook dat de soms zeer stevige kritiek op de handelwijze van het OM en de IGZ in veel gevallen niet terecht was. Zeker niet alles is echter goed gedaan en er zijn lessen te trekken voor de toekomst, vooral op het gebied van communicatie en samenwerking.
Ook het AMC kreeg in de Tuitjenhorn-zaak veel kritiek, onder meer van artsen die het AMC verweten geen overleg te hebben gehad met de huisarts in kwestie alvorens de inspectie in te schakelen. Het AMC verdedigde zich door te zeggen dat direct contact zoeken met de huisarts betekende dat de anonimiteit van de coassistent in gevaar zou komen. Het rapport stelt dat er zeer uitzonderlijke situaties bestaan waarbij er goede redenen zijn niet eerst collegiaal overleg te hebben. Zij noemen hierin het belang van de waarheidsvinding bij een vermoeden dat sprake is van een levensdelict. ‘Waarheidsvinding in een geval als in de casus Tuitjenhorn is immers in het belang van de gehele beroepsgroep.’

Gisteren verscheen ook het rapport over het interne calamiteitenonderzoek dat de IGZ in deze zaak uitvoerde. Opvallend hierin is de kritiek op de eerstejaars huisarts in opleiding, die de huisartsgeneeskundige zorg van de patiënt grotendeels op zich nam in de maanden voor het overlijden. Volgens het rapport heeft de aios zich onvoldoende laten superviseren en niet gezorgd voor continuïteit van zorg. De aios is hierop gewezen door de inspectie. De inspectie voegde hier wel aan toe dat de aios onvoldoende begeleid is door de opleider. Zij zullen de kwaliteit van de supervisie door opleiders bij palliatieve zorg binnen de huisartsopleiding dan ook aan de orde stellen bij de umc’s.

Hanna van de Wetering

 
Lees ook

Video > Nieuwsuur: huisarts en hoofdredacteur Hans van Santen over rapport Tuitjenhorn


Dossier Tuitjenhorn



© iStock
© iStock
Tuitjenhorn IGZ minister Schippers
  • Hanna van de Wetering

    Hanna is webredacteur en journalist en richt zich in het speciaal op de artsen van de toekomst met Arts in Spe.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • M. Vasbinder, medico familiar y comunitario, 03725 TEULADA ALIC Spanje 03-04-2015 00:00

    "Ik blijf het altijd weer een gotspe vinden. Schippers, Minister van Welzijn."

  • T.H.M. Falke, radioloog (niet praktiserend), LEIDEN Nederland 02-04-2015 00:00

    "Help, de minister verzuipt!
    Het rapport is geschreven door de voormalig vice-president van de Hoge Raad, Carel Bleichrodt, en dient daarom serieus onder ogen te worden gezien. Zijn belangrijkste aanbeveling is volgens mij om in een casus als deze vooral terughoudend en prudent te zijn. Iets wat de ministers in hun begeleidende brief blijkbaar naast zich neerleggen.
    "

  • W. van der Pol, Ziekenhuisapotheker, Delft 02-04-2015 00:00

    "Ik begrijp niet goed waarom de Minister zo vroeg haar mening geeft. We hebben de rapporten nog nauwelijks gelezen. Nu lees je de stukken toch een beetje geïrriteerd. Zoals over de co-assistent. Het IGZ vangnet hanteren voordat de geëigende opleiders evaluatie heeft plaatsgevonden is overdone. Dan gaat de leiding eerder uit van strafbaarheid, een misdaad (zo mag je nier oordelen), en herhaling op korte termijn van de huisarts. Bedenk dat de huisarts wellicht al eerder gehandeld heeft, zonder "problemen". De casus heeft de normale evaluatie niet gevolgd. Naar de IGZ stappen blokkeert die evaluatie van een belangrijke casus. Ik vind dat er moed was geweest wanneer men niet op de IGZ was afgestapt."

  • W.J. Duits, Bedrijfsarts, HOUTEN Nederland 02-04-2015 00:00

    "De co-assistent had beschermt moeten worden door haar begeleiders van het AMC. Zij zijn verantwoordelijk voor haar. Zij hadden op een prudente wijze contact moeten zoeken met de huisarts en met hem moeten doornemen wat hun was gemeld. Vervolgens had de inspectie ingeschakeld moeten worden.
    De co-assistent heeft de plicht op zich genomen om te melden. Maar daarna had de rol uitgespeeld moeten zijn. Deze co-assistent had nooit in de publiciteit mogen komen. Opnieuw een falen van de begeleiding van het AMC en ook van de IGZ, deze beide instanties hadden zich nooit achter de co-assistent moeten verschuilen. Ook de IGZ had de co-assitent moeten beschermen.
    Kortom, een bedroevende puinhoop, waarbij geen enkele plaatst is voor het tot held verheffen van iemand die de plicht heeft gedaan, wat in feite onze burgerplicht is. Het getuigt ook van weinig tact en mededogen naar de weduwe Tromp en de familie van de overleden patiënt.
    Kortom, het blijft een zeer onverkwikkelijke zaak."

  • A.L. Cense, Psychiater, STOUTENBURG Nederland 02-04-2015 00:00

    "Ik tref in het rapport geen aanleiding om mijn aanvankelijk oordeel en dus ook kritiek te herzien: Tuitjenhorn blijft een Grieks Drama waarin het lot als een steeds groter wordende sneeuwbal de berg afrolt om uiteindelijk verpletterende afmetingen aan te nemen.

    Het zijn situaties waar de sequentie van feiten, voorvallen, interpretaties, en acties het echte probleem zijn. Daarbinnen zijn op individueel niveau relevante zaken aanwijsbaar die overdenking en/of kritiek verdienen maar geïsoleerde beoordeling of veroordeling doet geen recht aan de 'spelers die hun rol spelen in het drama'. Ter lering zijn ze echter deste belangrijker, en niet ten onrechte herleeft de discussie weer over verabsolutering van richtlijnen (inspectie, justitie), al dan niet vermeende medische zekerheden (acute palliatieve sedatie), continuïteit van zorg, enz. Wat ik daarbinnen in ieder geval nog mis is overigens de rol en besmettelijkheid van angst / zorg, die o.a. wederhoor in de weg lijkt te hebben gestaan.

    Ik ben dus nog steeds geen fan van harde oordelen in deze, behalve op twee punten:
    - Deze manier van onderzoek was formalistisch; mag of moet misschien, maar ook dan moet er een plek zijn voor medische details en mogelijke interpretaties en onzekerheden, en analyse van subjectieve factoren.
    - En in de context van een systeem-gerichte analyse van de gang der dingen, misbruikt Schippers de coassistent op schandalige manier voor het eigen gelijk en bijbehorende scape-goating.
    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.