Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Nieuws

Centraal tuchtcollege: ‘berisping, tenzij’

8 reacties

Als het Centraal Tuchtcollege (CTG) een maatregel oplegt, zal dat voortaan ten minste een berisping zijn, tenzij er aanleiding is om te volstaan met een waarschuwing. Dat schrijft Daan Asser,  waarnemend voorzitter van het CTG,  in een interne brief aan alle leden en plaatsvervangend voorzitters van het CTG. Medisch Contact heeft de brief in bezit. Volgens Asser zal dit niet leiden tot een toename van berispingen.

In de brief staat dat de CTG-voorzitters dit besluit namen tijdens een vergadering op 11 februari. Volgens Asser is de tekst scherp gesteld omdat deze vooral bedoeld is om over te discussiëren: ‘En dat gebeurt ook al, hebben we gemerkt.’ De voorzitters denken dat ‘het uitgangspunt berisping als de “normale” maatregel, zal leiden tot een consistentere motivering’. Aanleiding hiervoor is recent onderzoek van De Klerk en Olsthoorn waaruit naar voren kwam dat tuchtcolleges niet consistent zijn in motiveren.

Volgens Asser gaat het met name om de wat ‘zwaardere gevallen’: ‘Vooral de buitenwacht begrijpt in zaken die ernstig ogen dan niet goed waarom er slechts een waarschuwing wordt opgelegd. Voor die gevallen zeggen wij: ga dan uit van een berisping, tenzij er goede reden is om een waarschuwing te geven, en leg dat dan goed uit. Maar het is niet de bedoeling om berispingen op te leggen waar een waarschuwing nodig is.’

Een berisping staat voor een terechtwijzing vanwege ernstig verwijtbaar handelen en weegt zwaarder dan een waarschuwing, waarmee hooguit gewezen wordt op onjuist gedrag. Het heeft ook andere gevolgen: een berisping (en alle zwaardere maatregelen) wordt in het BIG-register bij de naam van de zorgverlener gezet, en blijft daar vijf jaar zichtbaar. Ook wordt de maatregel in een lokale krant gepubliceerd, met naam en toenaam.

Een waarschuwing is juist de maatregel die de tuchtcolleges (zowel de regionale als het centrale) het meest opleggen. In 2013 legde het CTG – in de 87 zaken die ter zitting kwamen  en gegrond waren – onder meer 48 waarschuwingen en 16 berispingen op. De regionale tuchtcolleges (RTG’s) vonden tuchtzaken 255 gegrond, en legden daarbij 168 waarschuwingen op en slechts 42 berispingen.

Sandra Schreuder, woordvoerder van de RTG’s, is verbaasd als ze hoort van de brief. ‘Waarschijnlijk wordt gedoeld op het onderzoek van Els Olsthoorn (en C.de Klerk, red.), waarin staat dat in de tekst van de uitspraken niet altijd terug te vinden is waarom een tuchtcollege voor een bepaalde maatregel kiest. Daarover hebben wij binnen de RTG’s wel onderling afstemming gezocht. Namelijk dat we duidelijker moeten motiveren, zeker als we kiezen voor een waarschuwing terwijl er wel verwijtbaar is gehandeld.’

Aart Hendriks (KNMG):  ‘Natuurlijk is de KNMG ook voorstander van meer rechtsgelijkheid en een goede motivering van uitspraken. Maar een berisping moet niet het uitgangspunt zijn. Ik ben bang dat dit artsen defensief en kopschuw maakt, terwijl toch het voornaamste doel van het tuchtrecht blijft: bewaking van de kwaliteit van de zorg. Dan moet het tuchtrecht niet een steeds meer bestraffend karakter krijgen. Gezien het feit dat een berispte arts met naam en toenaam wordt gepubliceerd, lijkt dat nu overigens al teveel het geval. Wij zullen het CTG om tekst en uitleg vragen.’

Sophie Broersen

Lees ook:

© iStock
© iStock
Nieuws Tuchtrecht
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken. Sinds eind 2020 werkt zij daarnaast als arts bij het team seksuele gezondheid van de GGD Hollands Midden.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • W.J. Duits, Bedrijfsarts, HOUTEN Nederland 13-07-2015 02:00

    "Collega Mengelberg, wat kernachtig uitgedrukt!
    "

  • mw. dr. B.C. Michel, revalidatiearts, Amsterdam 12-07-2015 02:00

    "Ik zag een uitspraak van the Medical Practitioners Tribunal Service waarin kort het standpunt van het College tegenover alle mogelijke uitkomsten wordt gemotiveerd, te beginnen met No Action, dus Onschulding, tenzij…. In coming to its decision as to the appropriate sanction, if any, to impose in this case, the Panel first considered whether to conclude the case by taking no action.
    Een dergelijke motivatie zou lijkt mij veel meer recht doen aan de arts die zich toetsbaar moet opstellen terwijl hij/zij een schandpaal, schorsing of doorhaling riskeert. De motivatie zou voldoen aan de wens van het Presidium om beter en duidelijker te motiveren. En de motivatie zou lijkt mij ook voldoen aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
    "

  • mw. dr. B.C. Michel, revalidatiearts, Amsterdam 12-07-2015 02:00

    "Recent is er een toelichting gekomen in een persbericht van het CTG. dd. 3 juni 2015. mr. J.M. Rowel-van der Linde, voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg geeft aan dat sprake is van een interne notitie van het Presidium van het Centraal Tuchtcollege waarin de leden het voorstel wordt gedaan uitspraken zorgvuldiger en uitgebreider te motiveren. Het blijft onduidelijk wat de status van dit voorstel is. Daar het afkomstig is van het Presidium zal het in de praktijk waarschijnlijk toch gewoon functioneren als een besluit. Opnieuw wordt in het persbericht gesproken over een voorstel om voortaan te redeneren vanuit de maatregel van berisping en in daarvoor in aanmerking komende gevallen de lichtere maatregel op te leggen. Overigens wordt daarbij dan ook nog aangetekend dat "de keuze voor een maatregel of een berisping te maken heeft met de mate van verwijtbaarheid hetgeen soms moeilijk in woorden te vatten is". Opvallend omdat er in het rapport van de Klerk en Olsthoorn staat vermeld : "uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever de lichtste maatregel, de waarschuwing, heeft bedoeld als een zakelijke terechtwijzing die de onjuistheid van een handelwijze naar voren brengt, zonder daarop het stempel van laakbaarheid te drukken. Dit, volgens de minister, ter onderscheiding van de berisping, die een verwijtende en veroordelende strekking heeft."
    Vanuit bovenstaande kan men zich afvragen of het Centraal Tuchtcollege zich op dit moment opstelt als een onafhankelijk en onpartijdige rechter zoals bedoeld in het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens en of wel vast wordt gehouden aan de Onschuldigheidspresumptie uit artikel 6 lid 2 van dit verdrag. Er ligt immers een stevige grens tussen een waarschuwing (zakelijk verwijt, niet laakbaar) en een berisping (waarbij je meteen publiekelijk aan de schandpaal genageld wordt, zonder dat het publiek zich een oordeel kan vormen over de achtergronden)."

  • O. Beckmann, Huisarts, VOORHOUT 26-03-2015 01:00

    "Het CTG en de beroepsgroep verwacht van een arts; zelfs bij een eenvoudig medisch probleem zoals bijvoorbeeld een verruca vulgaris, altijd een gedegen motivatie en verslaglegging in het medisch dossier. Nu lees ik dat slecht bij een berisping of hogere maatregel een motivatie van het CTG volgt, daarom dus standaard een berisping met als reden dat dan een motivatie van het CTG is af te dwingen. Een dergelijke slechte en kromme redenatie mag toch niet verwacht worden van het CTG? Dus voortaan bij een verruca vulgaris ook geen gedegen verslaglegging in het dossier, tenzij…? Standaard berisping zou niet leiden tot meer berispingen, volgt u'm nog? Ik verzoek het KNMG; zoals aangekondigd, standpunt hierin in te nemen en tegengewicht te geven naar het CTG. Als aangeklaagd arts mag je altijd een gedegen onderbouwing van de opgelegde maatregel van het CTG verwachten! Het capaciteitsprobleem dat kennelijk speelt bij het CTG om waarschuwingen niet te motiveren mag niet de maatstaf zijn. "

  • J.N. van Wijk, Psychiater, DORDRECHT Nederland 25-03-2015 01:00

    "Consistent motiveren is wat echt anders dan overgaan tot 'berispen tenzij', met vermelding in het bigregister en in de krant. Je bent als hulpverlener snel vogelvrij op die manier. Voor het publiek is niet altijd duidelijk dat een slechte afloop soms maar voor een heel klein deel verwijtbaar is aan de arts. Het CTG zou zich meer moeten inspannen om goed te communiceren. Dat deze verandering niet gaat leiden tot meer berispingen dan tot op heden is niet logisch. Het lijkt belangrijker de buitenwacht tegemoet te komen met een zwaardere beoordeling van de feiten dan een eerlijk oordeel over het handelen van de arts die onder vuur ligt. Waarbij, nogmaals uiteraard de motivatie wel consistent en helder moet zijn, niet alleen geschreven voor academisch,
    medisch en juridisch onderlegd publiek, maar ook voor de 'gemiddelde' klager en diens omgeving."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.