Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Achter het nieuws

Capaciteitsplan: artsen willen steeds vaker ‘gewone’ werktijden

4 reacties
Getty Images
Getty Images

Er zijn straks meer medisch specialisten nodig, stelt het Capaciteitsorgaan in haar advies, en dus moeten er aiossen worden opgeleid. Om precies te zijn: 1182 per jaar. Achter dit getal gaan diverse ontwikkelingen schuil. Kortere werktijden is er één van.

Een ingewikkelde mix van veel verschillende factoren, wel vijftig parameters, bepalen met elkaar hoeveel medisch specialisten Nederland in de toekomst nodig heeft. Sommige factoren zijn voorspelbaar. Om een herkenbaar voorbeeld te geven: nu er steeds meer ouderen met multimorbide zorgvraag bijkomen, stuwt dat de vraag naar zorg en dus naar artsen op.

Toenemende taakherschikking door de inzet van verpleegkundig specialisten en physician assistants? Dat dempt het getal. Uiteraard stromen er artsen uit het werkproces omdat zij met pensioen gaan. Dit zijn redelijk voorspelbare factoren die nu en ook in voorgaande ramingen een rol van betekenis spelen.

Maar er zijn ook factoren en ontwikkelingen die minder goed in te schatten zijn. In het huidige advies krijgt één aspect meer nadruk dan in voorgaande edities, en dat is de factor ‘arbeidstijd’.

Het belang hiervan kwam naar voren in alle gesprekken met de wetenschappelijke verenigingen, ziekenhuizen en zorgverzekeraars. In aanloop naar het nieuwe Capaciteitsplan voor medisch specialisten hield het Capaciteitsorgaan met dertig wetenschappelijke verenigingen zogeheten Delphi-sessies. In zo’n bijeenkomst komen alle betrokken mensen aan bod en mogen hun zorgen en verwachtingen te berde brengen. Welke knelpunten en tendensen zien zij, wat speelt er vakinhoudelijk? Om die vragen te beantwoorden, vaardigden de wetenschappelijke verenigingen een vertegenwoordiging af van zeven mensen met ten minste ook één jonge klare en één anios, om zo breed mogelijke input te krijgen.

Arbeidstijd speelt nu meer dan voorheen een rol van betekenis, zegt Olivia Butterman, programmasecretaris van het Capaciteitsorgaan (CO), die het proces heeft begeleid. ‘Concreet houdt dat in dat artsen meer in parttimefuncties willen werken, maar ook minder lange dagen wensen te maken, minder voelen voor weekenddiensten en overwerk minder dan voorheen als “normaal” zien. Misschien betekent dit dat artsen hun werk minder als “roeping” gaan beschouwen, en meer als een gewone baan.’

Als deeltijd werken gebruikelijker wordt en stelselmatig overwerken wordt minder de norm, dan heeft dat gevolgen voor de raming van het aantal medisch specialisten van straks, denkt het CO. ‘Wanneer je het huidige financieringssysteem houdt, bestaat het risico dat er niet voldoende artsen beschikbaar zijn.’

Afnemende tolerantie voor pijn

Buiten kijf staat de vergrijzing van de patiëntenpopulatie, die van dominante invloed is op de zorgvraag. Belangwekkend in het nieuwe Capaciteitsplan is verder de invloed die andere sociaal-economische en sociaal-culturele trends hebben op de toenemende zorgvraag. Anesthesiologen merken bijvoorbeeld dat patiënten in het algemeen een ‘afnemende tolerantie voor pijn’ hebben. De wachttijden voor pijnbestrijding zijn daarom hoger dan de treeknorm. Cardiologen zien een groeiende zorgvraag door de toename van de kwetsbare groep ouderen, maar ook door de veranderende multi-etnische samenleving. De deskundigen schatten in dat beide groepen meer tijd vragen.

Meerdere experts waarschuwen dat shared decision making en toenemende mondigheid van patiënten weliswaar een kwaliteitsverbetering inhoudt voor de patiënt, maar tegelijkertijd dat het meer consulttijd vergt. ‘Patiënten hebben een grotere behoefte aan informatie over het behandelplan’, zegt Butterman. ‘Ze nemen geen genoegen met één kort consult. Alle opties uitleggen kost tijd.’ Ook zullen meer patiënten een second opinion aanvragen.

‘Op den duur zou de inzet van e-health wel werk kunnen besparen, maar toch minder dan we voorheen dachten’

Robotisering

De toename van technische mogelijkheden zal meerdere gevolgen hebben. Door betere beeldvorming zullen de behandelmogelijkheden toenemen. Radiologen weten daar al alles van. Dermatologen en longartsen bijvoorbeeld zien heil in de komst van artificial intelligence en de ontwikkeling van apps voor snellere diagnosestelling.

En zo merken onder meer cardiologen, psychiaters en kinderartsen dat dankzij e-health, zoals telemonitoring, werk efficiënter kan worden gedaan. Maar, zo signaleren de kinderartsen tegelijkertijd: ‘Bétere toegang tot medische informatie voor de patiënt, stuwt ook de maatschappelijke verantwoordelijkheid en dus de belasting voor de kinderartsen.’ En, vat Butterman van het CO samen: ‘In realiteit kost het artsen nu nog altijd veel tijd om de data in te voeren. Op den duur zou de inzet van e-health wel werk kunnen besparen, maar toch minder dan we voorheen dachten.’

Ook nieuwe ontwikkeling van robotisering heeft twee kanten. Deskundigen op het gebied van heelkunde verwachten dat de inzet van robotisering weliswaar meer tijd kost, maar het betekent tegelijkertijd minder intensief werk voor de chirurg.

En dat komt dan weer goed uit, omdat zoals bekend de pensioenleeftijd in Nederland de komende jaren stijgt. Dat heeft tot gevolg dat de uitstroom van medisch specialisten – relatief – zal afnemen. Tegelijkertijd is de groep medisch specialisten als geheel relatief jong, omdat er juist in de laatste jaren meer specialisten het vak zijn gaan uitoefenen dan dat er gestopt zijn. Dit geldt met name voor vrouwelijke artsen. Verreweg de meeste medisch specialisten die de komende jaren met pensioen gaan, zijn man.

Tot slot: als het gaat om ‘tijd’ is er in het rapport nog iets afwijkends rechtgezet ten opzichte van vorige ramingen. Minder dan een handvol opleidingen duurt in werkelijkheid even lang als officieel zou moeten, bijvoorbeeld de specialisatie tot kinderarts en sportarts. Bijna alle aiossen doen in praktijk langer over hun opleiding dan ervoor staat. Zo duren de opleidingen tot neuroloog en gynaecoloog formeel zes jaar, maar nemen in werkelijkheid 6,7 jaar in beslag. De Kamer van Medisch Specialisten heeft nu besloten om uit te gaan van de daadwerkelijke opleidingsduur; het duurt immers langer voordat een arts beschikbaar is op de arbeidsmarkt.

Bekijk hier het Capaciteitsplan 2020-2023.

Lees verder: Download dit artikel
Achter het nieuws opleiding carrière
  • Marieke van Twillert

    Marieke van Twillert werkt als journalist voor Medisch Contact. Arbeidsmarkt, levenseinde en e-health hebben haar speciale aandacht.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • R. Holland, specialist, Amsterdam 24-03-2019 14:10

    "Een aantal punten wat ik zou willen aanstippen hier collega's:
    Meer vergrijzing zou moeten leiden tot meer werk voor geriaters en ouderen geneeskunde. Ik zie dat niet terug in de praktijk. Nog steeds bepaalt het economisch belang of er lasten verlichting plaats vindt of niet, door meer verdeling van werk onder de collega's. Wij zouden maar al te graag een collega erbij willen hebben, voor kortere werktijden. Want werken tot het werk gedaan is, en naar huis gaan om 22 uur, terwijl je die ochtend al om 8 uur er was, is niet meer van deze tijd. Helaas bepaalt tegenwoordig steeds meer organen als de RVB of collega's erbij komen. Of financiën van een ziekenhuis dit aan kan. Of de MSB het ok vindt, mits er geen haat en nijd onder de afdelingen bestaat. Er zijn zat jonge en oudere artsen die aan de slag willen gaan binnen een NL ziekenhuis, maar nu noodgedwongen naar het buitenland moeten gaan. Zoals collega hier al heeft aangegeven, vaak is er ook een zorgtaak voor de vrouwelijke specialist thuis, en die kunnen dan maar 2 of 3 dagen werken. Wie wil er zo iemand vast aannemen? Ik hoor nu wantoestanden, met collega's die gratis en voor niks moeten werken in de diensten en drukke dagen, om maar hun bevoegdheid tot een bepaalde differentiatie te mogen behouden! Ook zij-instromers voor een extra differentiatie in hun specialisatie worden uitgebuit in de vorm van gratis diensten doen en werken. Geen assistent salaris, geen reiskosten vergoeding, onder het mom van dat je er een opleiding voor krijgt. Zelfs studiekosten worden dan niet vergoed, en omdat je geen factuur krijgt, is het niet eens declareerbaar bij de belastingen. Dit wordt oogluikend getolereerd en toegestaan door alle instatnies er om heen. Uitgebuit worden ze, een soort moderne slavernij! Dit gaat ook ten koste van arbeidsplaatsen. Maar welke werkgever kan een gratis kracht, volledig opgeleid, nu weerstaan??? En daar word ook geen rekening mee gehouden.
    "

  • R. de Vries, Medisch specialist, Utrecht 21-03-2019 11:52

    "Meer specialisten nodig? Daar ben ik het niet mee eens, want wie gaat dat betalen?.
    0 lijn groei ziekenhuizen in 2021, MSB's die geen mensen aannemen vanwege vervloeiing van inkomsten (immers is het productie max al bereikt), waar full-time vroeger 5 dagen per week was is het nu 4 dagen per week, meer supervisie door de medisch specialist van PA/VS buiten het ziekenhuis die goedkoper hun werk buiten het ziekenhuis kunnen doen waardoor minder werk in het ziekenhuis etc etc.
    Laten we beginnen meer specialisten gaan opleiden die buiten het ziekenhuis kunnen werken.
    "

  • E.B. van Veen, praktijkhoudend huisarts, Kampen 21-03-2019 11:37

    "Volgens mij wordt er een heel belangrijke factor over het hoofd gezien. Van bijna elk hoogopgeleid stel/echtpaar hebben beide partners tegenwoordig een baan. Dat was in mijn opleidingstijd tot huisarts 20 jaar geleden al duidelijk zichtbaar. Veel huisartsen in opleiding, man of vrouw, hadden een partner die specialist in opleiding was.

    Dat is een groot verschil met één generatie geleden. Toen had bijna elke (mannelijke) huisarts of specialist een 'huisvrouw' achter zich. Die samen met haar man de huisartsenpraktijk draaiende hield. Velen van hen vormden ook een maatschap. Dit fenomeen wordt over het hoofd gezien en dan kom je voor dit soort verrassingen te staan. Met 'roeping' heeft het niets van doen. Ik doe mijn werk met even veel inzet als oudere collegae, maar heb ook zorgtaken thuis te verdelen."

  • Groeneveld, huisarts, Almere 20-03-2019 21:31

    "blijft me verbazen dat de eerste "filter" in de zorg weer eens niet genoemd wordt! Bij een sterkere eerste lijn, en dus meer huisartsen, wordt de druk op de tweede lijn , achter de filter dus, vele malen minder.
    In het stuk komt de huisarts niet voor...…..lijkt op het ouderwetse standpunt dat de huisarts een mislukte specialist is, die er eigenlijk niet toe doet.
    Ik nodig elke specialist uit in mijn praktijk....."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.