Inloggen
Laatste nieuws
Nieuws

Breed beroepsverbod in nieuwe Wet BIG

3 reacties

Tuchtrechters moeten een breed beroepsverbod kunnen opleggen aan artsen wiens inschrijving in het BIG-register wordt doorgehaald. Voorzitters van regionale tuchtcolleges mogen zelf schiften in het aantal te behandelen tuchtzaken. En cosmetische handelingen worden voorbehouden aan enkel BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaars. Dat zijn enkele van de wijzigingen die VWS-minister Edith Schippers wil doorvoeren bij een modernisering van de Wet BIG (Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg).

Afgelopen week stuurde Schippers een eerste pakket met wijzigingsvoorstellen naar de Tweede Kamer, die daarover moet oordelen. Het tuchtrecht wordt in haar voorstel op een aantal fronten aangepast. Ten eerste wil Schippers de zogenaamde voorzittersbeslissing invoeren. Een voorzitter van een regionaal tuchtcollege mag daardoor in zijn eentje beslissen of een klacht moet worden behandeld of niet, zonder dat een voltallig college ernaar hoeft te kijken.

Het gaat daarbij om klachten waarvan de kans groot is dat ze ongegrond zijn, of de indienende partijen niet-ontvankelijk of het tuchtcollege niet bevoegd. Op die manier moeten zaken die een relatief groot beslag op de capaciteit van tuchtcolleges leggen eenvoudiger kunnen worden afgehandeld. Onlangs werd in Medisch Contact gepleit voor een dergelijke ‘zeef.’ Een in te stellen tuchtklachtfunctionaris moet er daarnaast voor zorgen dat klagers met zware zaken de weg naar een tuchtcollege juist beter weten te vinden.

Ten tweede wordt het mogelijk gemaakt om een beroepsbeoefenaar een breed beroepsverbod op te leggen, dus niet alleen voor het beroep waarvoor iemand BIG-geregistreerd is, maar ook voor andere functies in de gezondheidszorg waarbij hij met patiënten werkt. Dit kan alleen als een tuchtrechter de maatregel doorhaling in het register oplegt. Ook stelt Schippers de mogelijkheid voor om een beroepsbeoefenaar via tuchtrecht een verbod op te leggen een bepaalde categorie patiënten te behandelen of alleen onder toezicht te mogen werken.

Het ruimere beroepsverbod moet voor een tuchtrechter een optie worden als een betrokkene door gedragingen of persoonlijkheid een ernstig gevaar kan vormen voor patiënten, bijvoorbeeld omdat hij betrokken is bij een moord of een ernstig zeden- of geweldsdelict. Strafrechters krijgen tegelijkertijd ook de ruimte om binnen strafzaken een dergelijk breed verbodsberoep binnen de individuele gezondheidszorg op te leggen, zo is in overleg met het ministerie van Veiligheid en Justitie geregeld. Die strafrechtelijke ruimte geldt dan ook voor niet-BIG-beroepsoefenaars.

Verder stelt de wijziging het nieuwe middel LOB voor: last tot onmiddellijke onthouding van beroepsactiviteiten. Met een LOB kan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) een beroepsbeoefenaar dwingen zijn werk neer te leggen, nog voordat een tuchtrechter zijn handelen heeft getoetst. Dat mag dan in uitzonderlijke gevallen, als er wordt getwijfeld of het wel verantwoord is dat iemand in afwachting van dat oordeel zijn beroep nog uitoefent. Een bestuursrechter moet oordelen over het rechtmatig opleggen van dit middel. Het bezit van kinderporno wordt beschouwd als zo’n uitzonderlijk geval waarbij een LOB denkbaar is.

Een andere belangrijke wijziging bepaalt dat ook misdragingen die iemand pleegt in de privésfeer, dus buiten de beroepshoedanigheid, onder het tuchtrecht komen te vallen. Daarnaast wordt het tuchtrecht ook van toepassing gemaakt op iemand die is geschorst, want dat was nu feitelijk niet meer het geval gedurende een schorsing. En van iemand die op eigen verzoek zijn inschrijving laat doorhalen in het register, zal een aantekening openbaar zichtbaar blijven. Niet langer het College van Medisch Toezicht, maar tuchtcolleges moeten voortaan bepalen of beroepsbeoefenaren ongeschikt zijn vanwege hun geestelijke of lichamelijke gesteldheid, of door drank- of drugsgebruik.

Met de wijziging wordt ook de reikwijdte van de wet verduidelijkt wat betreft het uitvoeren van handelingen met een cosmetisch doel. Schippers wil dat ook zulke handelingen, zoals het uitvoeren van botoxinjecties, voorbehouden worden aan BIG-bevoegde beroepsbeoefenaren. Het doel van een handeling – geneeskundig of cosmetisch ­– is immer niet bepalend voor het risico, maar het gevaar zit in de handeling zelf, is de redenatie hierachter.

Volgend jaar volgt nog een tweede pakket aan wijzigingsvoorstellen rond de Wet BIG. Dan wil de minister onder andere regelen dat de eisen voor (her)registratie voor BIG-beroepsbeoefenaren worden aangescherpt en nieuwe medische beroepen er een plek in krijgen.

Lees ook:

Nieuws Tuchtrecht tweede kamer VWS
  • Ilse Kleijne

    Ilse Kleijne-Thoonsen is journalist bij Medisch Contact, met een focus op politiek en financiën.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.