Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
arbeidsparticipatie

Bij SOLK moet íedereen samenwerken

Vooral afstemming met de sociaal geneeskundige nodig

4 reacties
getty images
getty images

Diverse betrokkenen onderschrijven een recent pleidooi voor multidisciplinaire samenwerking bij SOLK. Maar zij zien die samenwerking wel graag uitgebreid met bedrijfs- en verzekeringsartsen.

Artsen verschillen nogal eens van mening over patiënten met SOLK: somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten. In dat verband pleitten aios interne Evelien Peeters en huisarts Nikki Makkes recentelijk in Medisch Contact voor meer curatieve samenwerking bij SOLK.1

In dit interessante artikel laten ze sociaal-medische vragen en problemen buiten beschouwing (bijvoorbeeld de vraag of iemand kan werken met klachten en wat de resterende functionerende mogelijkheden zijn en in het verlengde daarvan het recht op uitkering). Maar sociaal geneeskundigen – bedrijfs- en verzekeringsartsen en medisch adviseurs – en behandelend artsen hebben regelmatig een andere kijk op wat er aan de hand is, wat de belastbaarheid is en wat er moet gebeuren om iemands belastbaarheid weer op orde te krijgen (zie voor casussen, geïnspireerd op cliëntervaringen, beide kaders). Als zij in het geval van SOLK beter afstemmen en samenwerken, zouden ze tot correctere en meer eensluidende oordelen komen over de beperkingen en mogelijkheden bij de betreffende patiënten. Wij breken dan ook, met Peeters en Makkes, een lans voor meer multidisciplinair overleg, maar dan uitgebreid met sociaal geneeskundigen.

Esther

Esther (40) heeft vanaf haar 10de jaar allerlei onverklaarde gezondheidsproblemen, waaronder grote vermoeidheid. Het is haar gelukt school en studie af te ronden en fulltime aan het werk te gaan. Na vierenhalf jaar krijgt zij regelmatig griepachtige verschijnselen, met frequent verzuim tot gevolg. Tot aan de WIA-keuring blijft zij met moeite twaalf uur per week werken. Ten tijde van de keuring waren er darm- en endocriene aandoeningen gediagnosticeerd. De beperkingen zijn echter veel ernstiger dan op basis van deze aandoeningen verwacht wordt. Zij krijgt een tijdelijke en gedeeltelijke WGA-uitkering. Esther is het hier niet mee eens. Haar behandelend specialisten verschillen behoorlijk van mening met de bedrijfsarts en de verzekeringsarts over de herstelkansen. Na uitgebreide afstemming tussen de betrokken artsen hierover wordt met terugwerkende kracht besloten tot een IVA-uitkering (volledig en duurzaam arbeidsongeschikt).

Pieter

Pieter is negen maanden geleden na een periode van extreme werkdruk en een akelig fietsongeval waarbij hij zijn bovenarm brak en zijn nek bezeerde, uitgevallen op zijn werk. Hij heeft een paar keer geprobeerd om weer aan de slag te gaan, maar door moeheid, concentratieproblemen en duizeligheid lukt het hem niet om zijn veeleisende baan vol te houden. Ook heeft hij nog steeds veel last van zijn schouder en arm. Zijn huisarts heeft na uitgebreid specialistisch onderzoek zijn klachten als SOLK en chronische pijn geduid en hem verwezen naar een revalidatiecentrum voor een intensief behandeltraject. De bedrijfsarts oordeelt dat Pieter weer belastbaar is na deze lange revalidatieperiode. De huisarts en de revalidatiearts geven echter aan dat hij goed op zijn grenzen moet letten. Pieter wil graag weer aan het werk, maar weet niet wat hij moet doen, vanwege de verschillende adviezen van huisarts, bedrijfsarts en revalidatiearts.

Vertalen

SOLK komen veel voor. De prevalentie van langdurige, ernstige SOLK is echter veel lager: 2,5 procent.2 Bij ernstige SOLK ervaart de patiënt een hoge lijdensdruk door ongerustheid over aard en prognose van de klachten, verminderde kwaliteit van leven, ervaren belemmeringen en verminderde arbeidsparticipatie.3 Uit de cliëntervaringen bekend bij de UWV-cliëntenraad blijkt dat deze klachten grote existentiële problematiek mee kunnen brengen, zoals problemen met financiën, wonen, eten, of familie, met extra stress tot gevolg. Ook kan de patiënt zich miskend voelen, onzeker zijn of hij zich aanstelt of dat hij echt ziek is, of het gevoel hebben niet meer mee te tellen. Patiënten met langdurige SOLK hebben vaak diverse klachten en een hoog arbeidsverzuim. Bij een onderzoek onder langdurig zieke werknemers bleek bij 15,1 procent sprake van ernstige SOLK. Bij hen was vier tot zes keer zo vaak ook sprake van een depressie of angststoornis.⁴

Om die klachten echter te vertalen in beperkingen en mate van arbeidsongeschiktheid, vinden sociaal geneeskundigen vaak moeilijk, omdat objectieve medische oorzaken en een concrete richtlijn ontbreken. In Medisch Contact en andere media klinkt dan ook regelmatig kritiek door vanuit de patiënten(verenigingen) en collega-artsen over de beoordelingen en begeleiding naar werk.⁵ ⁶ Patiënten verwijten bedrijfs- en verzekeringsartsen willekeur: dezelfde klachten leiden bij de ene arts wel tot een uitkering en bij de andere niet. Ook zouden deze artsen onvoldoende luisteren naar de behandelaar. Verschillende onderzoeken tonen aan dat verschil van mening tussen patiënten, artsen en uitkeringsverstrekker negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid en re-integratie.⁷ ⁸

Consistentie

Verzekeringsartsen moeten volgens de wet beoordelen of de patiënt door een ‘rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk niet in staat is’ om inkomen met arbeid te verdienen. Een diagnose is volgens dit zogenaamde medisch arbeidsongeschiktheidscriterium overigens niet noodzakelijk om beperkingen en het resterende arbeidsvermogen van een patiënt te kunnen vaststellen.⁹ Wel moet er sprake zijn van interne en externe consistentie, toetsbaarheid en reproduceerbaarheid. Bij interne consistentie vormt het verhaal van de patiënt zelf over zijn klachten, beperkingen en functioneren een logisch geheel. Externe consistentie betekent dat er bij ‘meerdere medisch deskundigen een vrijwel eenduidige, consistente en naar behoren medisch gemotiveerde en verantwoorde opvatting bestaat, dat arbeidsongeschiktheid voldoende aannemelijk is’. Het beoordelen van de interne consistentie en het komen tot afstemming met curatieve collega’s over de beperkingen is in de praktijk nogal eens lastig. Mede omdat er in de bestaande multidisciplinaire richtlijn SOLK van 2010 weinig aandacht is voor de afstemming en samenwerking met de verzekeringsarts en in het verlengde daarvan de vaststelling van de beperkingen en arbeidsongeschiktheid.

Schrijnende situaties

Patiënten met SOLK vragen hun huisarts nogal eens om hun beperkte arbeidsmogelijkheden te bevestigen tegenover de bedrijfs- en/of verzekeringsarts. Dat stelt huisartsen voor dilemma’s, want wettelijk gezien mogen zij daarover niet oordelen. Ook de informatieverzoeken van medisch adviseurs of UWV-verzekeringsartsen vinden huisartsen niet altijd eenvoudig te beantwoorden.

Huisartsen en sociaal geneeskundigen moeten voor overleg en afstemming een aantal hobbels nemen, al bestaat er voor de uitwisseling een code, een communicatieformulier en een financiële basis. Volgens de KNMG-regels mag de huisarts met machtiging van de patiënt de bedrijfs- of verzekeringsarts informeren over objectieve feitelijke gegevens, zoals diagnose, behandeling en medicatie. Dit is lastig als er geen duidelijke diagnose is. Bij SOLK is er niet alleen overleg nodig over feitelijke gegevens, maar ook over interpretaties. Juist dat laatste vinden behandelend artsen lastig.

Daarnaast is het voor een huisarts niet altijd duidelijk welk advies in het belang van de patiënt is. Is het wel of niet verstandig om verminderde belastbaarheid te melden? En hoe ondersteun je als huisarts een patiënt om weer naar vermogen aan het werk te gaan, maar voorkom je dat deze zijn uitkeringsrechten verspeelt? Door dergelijke onduidelijkheden loopt het nog in te veel gevallen fout, met schrijnende situaties tot gevolg. Daarbij speelt mee dat de huisarts lang niet altijd aandacht heeft voor het functioneren van patiënten in hun werksituatie (‘Daar is de bedrijfsarts/het UWV voor’).

Onderzoek

Bovenstaande laat het belang zien van betere afstemming tussen curatieve artsen en sociaal geneeskundigen. En het kan. Nederlands onderzoek wijst uit dat overleg tussen artsen met verschillende specialismen tot grote overeenstemming kan leiden over de beperkingen bij patiënten met SOLK.1⁰ Verzekeringsartsen, bedrijfsartsen, huisartsen, psychiaters en revalidatieartsen die ervaring hebben met SOLK beoordeelden de beperkingen bij vier casebeschrijvingen van patiënten met de vier meestvoorkomende vormen van SOLK. Tijdens een Delphi-studie bleek het mogelijk om een grote mate van overeenstemming te bereiken over de beperkingen bij patiënten met SOLK, en dus over de externe consistentie.

In een internationaal onderzoek is de beoordeling op arbeidsongeschiktheid van negen videocasussen van patiënten met SOLK onderzocht.11 Het betrof klachten met een verschillende mate van ernst. Per patiënt waren er sterke overeenkomsten in de beoordeling, ongeacht het land. Deze studie laat zien dat de omvang van de beperkingen als basis voor het vaststellen van arbeidsongeschiktheid zelfs internationaal tot grofweg dezelfde inschatting van de arbeidsongeschiktheid leidt.

Hard nodig

Multidisciplinair overleg over SOLK-patiënten mét betrokkenheid van de sociaal geneeskundige is daarom hard nodig. De hier beschreven studies en praktijkervaringen geven de mogelijkheden daarvoor aan. We pleiten daarmee ook voor herziening van de bestaande multidisciplinaire richtlijn. Daarin moeten de voorwaarden voor en de wijze van afstemming en samenwerking worden uitgewerkt, met aandacht voor bijvoorbeeld stroomlijning van terminologie, uitleg en informatie, en voor te volgen beleid met betrekking tot arbeidsongeschiktheidsbeoordeling, herstel en re-integratie. Artsen zouden hierbij gebaat zijn. Maar vooral kunnen patiënten er sneller door verder met hun leven, met aandacht voor wat ze nog wél kunnen. 

auteurs

drs. Saskia Andriessen, zelfstandig beleidsonderzoeker arbeidsparticipatie en arbeid en gezondheid bij Andriessen Arbeidsparticipatie

prof. dr. Han Anema, hoogleraar sociale geneeskunde VUmc, bijzonder hoogleraar academisering van de verzekeringsgeneeskunde vanwege UVW

prof. dr. Henriëtte van der Horst, huisarts, hoogleraar huisartsgeneeskunde en hoofd afdeling Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde VUmc

drs. Enno Trompert, bestuurlijk informatiekundige en ervaringsdeskundige m.b.t. SOLK, lid van de cliëntenraad van GGZ inGeest

contact

h.anema@vumc.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Door de auteurs gemelde belangenverstrengeling:

  • Han Anema heeft een bijzondere UWV leerstoel Verzekeringsgeneeskunde, hij is aandeelhouder van Evalua Nederland BV (spin-offbedrijf opgericht vanuit VUmc), hij ontving subsidies van ZonMw/NWO, Instituut Gak, UWV, SZW, VWS, Pfizer, Achmea, CVZ/Zorginstituut Nederland maar niet voor dit artikel.
  • Saskia Andriessen is zelfstandig en onafhankelijk onderzoeker en hoofdauteur van dit artikel, vanuit haar deskundigheid op gebied van arbeid en gezondheid. Dit was een opdracht waarvoor zij van VUmc betaling ontvangt.
  • Henriëtte van der Horst is huisarts en hoogleraar, hoofd van de afdeling Huisartsgeneeskunde & Ouderengeneeskunde van VUmc. Zij doet onderzoek op het gebied van SOLK waarvoor ze diverse subsidies heeft ontvangen van ZonMw en van de Stoffels-Hornstra Stichting. Zij heeft voor dit artikel geen subsidie of geld ontvangen.
  • Enno Trompert was als cliënt (met ruime cliëntervaring) in de periode 2011 tot 2017 lid van de centrale cliëntenraad van UWV. Hij heeft voor dit artikel geen subsidie of geld ontvangen.

Voetnoten

1. Evelien Peeters en Nikki Makkes. Overleg stroomlijnt de zorg voor SOLK-patiënten. Medisch Contact 33-34 (17 augustus), 30-32.

2. Tim Olde Hartman, Nettie Blankenstein, Bart Molenaar, David Bentz van den Berg, Henriëtte van der Horst, Ingrid Arnold, Jako Burgers, Tjerk Wiersma, Hèlen Woutersen-Koch. NHG-Standaard Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK). Huisarts & wetenschap 56(5) mei 2013.

3. Multidisciplinaire richtlijn Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) en Somatoforme Stoornissen. Richtlijn voor de diagnostiek en behandeling van SOLK en Somatoforme Stoornissen 2010. Onder auspiciën van de Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ.

4. Robert Hoedeman. Severe medically unexplained physical symptoms in the sick-listed occupational health population. Groningen : s.n., 2010.

5. Daan Jansen. ‘Van mijn dokter mag ik 15 minuten lopen, volgens UWV-arts 4 uur’. De Monitor NCRV, 22 februari 2017.

6. Inge van Ulden. Grap over fibromyalgie misplaatst. Medisch Contact, 16 maart 2017. Blog Sebastiaan op Arts in Spe 'Fibromyalgie'.

7. Kilgour E, Kosny A, McKenzie D, et al. Interactions between injured workers and insurers in workers’ compensation systems: a systematic review of qualitative research literature. J Occup Rehabil 2014;25:160–81.

8. Elbers et al. BMC Public Health (2016) 16:658 Differences in perceived fairness and health outcomes in two injury compensation systems: a comparative study.

9. Besluit van 8 juli 2000 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur houdende nieuwe regels betreffende de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden jaargang 2000 Nr. 307, gepubliceerd op 25 juli 2000.

10. K. H.N. Weerdesteijn, F.G. Schaafsma, A.J. van der Beek, J. R. Anema. Limitations to Work-Related Functioning of People with Persistent ‘‘Medically Unexplained’’ Physical Symptoms: A Modified Delphi Study Among Physicians. Journal of Occupational Rehabilitation, Published Online 9 October 2016. DOI 10.1007/s10926-016-9674-x.

11. Suzanne L. Merkus, Kristel H.N. Weerdesteijn, Frederieke G. Schaafsma, Silje Maeland, Maud Jourdain, Jean Paul Canévet, Cédric Rat, Johannes R. Anema en Erik L. Werner. Beoordeling van arbeidsongeschiktheid bij SOLK; een vergelijking tussen 5 Europese landen. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2017;161: D1163.

download dit artikel als pdf

print dit artikel
werk bedrijfsgeneeskunde samenwerking solk fibromyalgie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Adri Kroonen, arts niet praktiserend, Nijmegen 04-03-2018 19:48

    "Bij preventie en behandeling is het goed om ook te denken aan fysiotherapeut en kinderfysiotherapeut.
    Op dit gebied is er multidisciplinaire samenwerking in de eerste lijn, en ook in werkgroepen waarin medisch specialisten participeren zoals (kinder)revalidatiearts en (kinder)psycholoog.
    Dat laat duidelijk meerwaarde zien.

    "

  • Yvonne Vanneste, Arts Maatschappij & Gezondheid, adviseur Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, BREDA 03-03-2018 16:16

    "Mijn vreugde over het pleidooi om aan de multidisciplinaire samenwerking bij SOLK de afstemming met de sociaal geneeskundige toe te voegen sloeg al snel om in teleurstelling. Jammer dat geen aandacht wordt besteed aan jeugdigen met SOLK. Immers, ook de zorg voor hen behoeft afstemming met de sociaal geneeskundige en wel met de jeugdarts. Niet elke jeugdige met lichamelijke of psychische klachten lukt het om, net als Esther (casus), school en studie af te ronden zonder passende zorg en onderwijs. Vaak verzuimen jeugdigen met SOLK veel van school. Daarmee komt hun leerontwikkeling in het gedrang, waardoor ze kunnen afglijden in onderwijsniveau en zelfs voortijdig de school verlaten. Als gevolg daarvan hebben ze minder kansen op een optimale loopbaanontwikkeling en arbeidsparticipatie. Het schoolverzuim heeft daarnaast negatieve consequenties voor hun sociaalemotionele ontwikkeling, waardoor een negatieve spiraal en transgenerationele overdracht van gezondheidsrisico's kan ontstaan. De jeugdarts kan, zoals Te Beek e.a. (MC 07/2018: 28; Jeugdarts kan ziekteverzuim mbo’ers aanpakken) terecht stellen, een verbindende rol spelen tussen de cure enerzijds en de care en het onderwijs anderzijds. Jeugdartsen kunnen ook bij SOLK samen met jeugdige, ouders en behandelaars de belastbaarheid van de jeugdige inschatten en adviseren over aanpassen van lesprogramma's en onderwijs. Bovendien kunnen ze adviseren bij het omgaan met klachten en het zoeken naar de juiste hulp. Bij een dergelijke interventie staat altijd het belang van de jeugdige centraal. De M@ZL-methode (Medische Advisering Ziekgemelde Leerling) positioneert en beschrijft de rol van de jeugdarts. M@ZL is wetenschappelijk onderbouwd en effectief gebleken. Landelijk beleid hierop is in ontwikkeling. Onderzoek naar (preventie van) ziekteverzuim onder jeugdigen en richtlijnen voor afstemming en advisering staan nog in de kinderschoenen. Hier is veel winst te behalen, zowel voor de jeugdige zelf als voor de maatschappij. "

  • P.J.M. van Loon, Orthopeed/ houdingsdeskundige, Deventer 03-03-2018 12:36

    "SOLK problematiek trekt als olievlek de geneeskunde binnen. Stijgende populaties op zelfs speciale poliklinieken voor kinderen. Het moet dus een aandoeningen complex zijn, waar ook de fysieke groeiprocessen bij betrokken moeten zijn. Niemand benoemt het als lifestyleaandoening. Terwijl nu evident is, dat de intensivering van de sedentaire leefstijl bij het kind vanaf de geboorte de groeiprocessen hoe dan ook gaat verstoren. De kennis over vooral in het Duits beschreven relatie tussen te veel en verkeerd zitten en vervormen van skelet en tekort blijven van neuromusculaire structuren kan bij implementatie goed houdings en bewegingsonderzoek weer heel goede diensten bewijzen. Nu blijft de veranderde anatomische en fysiologische veranderingen, die hoe dan ook moeten meespelen, onbesproken. Vanuit 25 jaar observaties bij duizenden kinderen ( en volwassenen) op (kinder-)orthopedische spreekuren, zijn er ook bij onbegrepen klachten zichtbare houdingsproblemen en is de neuromusculaire thightness een constante factor. Houdingnet geeft voor paramedici al cursus om deze systematiek bij lichamelijk onderzoek aan te leren. Uit de anatomie volgt, dat als de uitwendige en zichtbare morfologie van bv. de rug ( houding) verandert, de inwendige verhoudingen (bv. in het kanaal) ook moeten veranderen. Als het CZS hier last van gaat krijgen, dan is pijn of disfunctioneren ( oa. moe) een onontkoombaar gevolg. Het enig onderzoek wat echt noodzakelijk is , is bij iedere patiënt een volledig en systematisch lichamelijke onderzoek doen, omdat dan ook de houding ( positie hoofd/ schouders bij staan en zitten, buktest!), de stijfheid( Finger Floortest!) en de neuromusculaire thightness ( Straight leg raising test, opsporen contracturen vooral van heup en enkel/voet) worden "meegenomen". Geen studie of opleiding behield deze kennis.
    De Gezondheidsraad heeft in haar Beweegrichtlijn het biomechanisch denken opnieuw achterwege gelaten. Zo komt Preventie, ook op SOLK, nooit op gang. "

  • Roel Melchers, bedrijfsarts, Houten 02-03-2018 20:35

    "Laten we nu eindelijk eens die behandelende en keurende artsen uiteen rafelen. O ja: een keurend arts geeft een mening die gebruikt wordt BUITEN de arts-patiëntrelatie.
    De KNMG verbiedt al een eeuw dat behandelend artsen keuringen verrichten van eigen patiënten en vice versa. En, sinds juli vorig jaar, is er een Wet Cliëntenrechten die verbiedt dat een arts zorg en keuring jegens een persoon combineert. Overtreders hangt een maximale straf van doorhaling in het BIG-register boven het hoofd!

    Dat betekent, dat er geen sprake kan zijn dat behandelaars en keuringsartsen over een persoon in overleg gaan!

    Een bedrijfsarts moet bij arbeidsverzuim bepalen of dat verzuim veroorzaakt wordt door een ziekte. Dat is, volgens de NVAB, de bond van bedrijfsartsen, zelden het geval: in 80% van de verzuimcasus kan er GEEN ziekte aangewezen worden als oorzaak.

    In SOLK (Somatisch Onverklaarde Lichamelijke Klachten) zit al verdisconteerd, dat er GEEN medische oorzaak voor de klachten bestaat. En als die gezondheidsklachten dan ook gepresenteerd worden al de verklaring voor het arbeidsverzuim... is de bedrijfsarts gauw klaar: geen ziekte als verklaring voor de gezondheidsklachten... dan ook geen ziekte zijn als verklaring voor het verzuim. Het arbeidsverzuim wordt dan door iets anders verklaard. Maar het is NIET aan de bedrijfsarts om daar uitsluitsel over te geven.

    Dus: samenwerking tussen behandelaren en keuringsartsen rond SOLK is... UITGESLOTEN."