Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
26 februari 2016 3 minuten leestijd
Wetenschap

Bij pancreaskanker overleg met specialistisch centrum

Plaats een reactie

Patiënten met niet-gemetastaseerd pancreaskanker worden vaker geopereerd als de diagnose en stadiëring in een gespecialiseerd centrum plaatsvinden. Dit blijkt uit onderzoek van de Dutch Pancreatic Cancer Group (DPCG) onder leiding van oncologisch chirurg Ignace de Hingh (Catharina Ziekenhuis Eindhoven), dat verscheen in British Journal of Surgery.

Curatief operatief ingrijpen bij alvleesklierkanker vindt sinds enige jaren plaats in gespecialiseerde centra, die minstens 20 resecties per jaar verrichten. Met gegevens van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) wilde De Hingh en zijn team nagaan of het voor de behandeling uitmaakt waar de diagnose wordt gesteld: in een ‘pancreascentrum’ of elders. Dat blijkt inderdaad het geval: het percentage in opzet curatieve resecties is in ieder geval aanzienlijk hoger bij deze groep (43 versus 25%). Er is ook sprake van een hogere vijfjaarsoverleving, hoewel deze nog steeds laag is: 8,7 versus 5,7 procent. De Hingh nuanceert: ‘Als je naar overleving per centrum kijkt, dan worden de cijfers heel erg verstoord door de prognose van de patiënten die niet geopereerd kunnen worden – wat helaas nog steeds het vaakst voorkomt.’  

De patiënten die wel geopereerd worden, hebben een betere kans, aldus de chirurg. ‘Het hangt van het histologisch subtype af, maar grosso modo kun je stellen dat zij tenminste twee keer langer overleven dan mensen die niet geopereerd worden. Verder is de kans na de operatie op vijfjaarsoverleving 10 tot 20 procent; terwijl dat voor de patiënten met pancreascarcinoom die niet geopereerd kunnen worden, vrijwel nihil is.’

Cruciale vraag is dan of alle patiënten bij de eerste symptomen naar een gespecialiseerd centrum moeten. ‘Dat is nog niet aan de orde’, antwoordt De Hingh. ‘Maar overleg met een specialistisch centrum lijkt meerwaarde te hebben, zoals met het online expert-panel dat momenteel door de DPCG wordt opgezet. Daarnaast is in het Catharina Ziekenhuis elke donderdag een video-conferentie met een pancreasteam, bestaande uit een gespecialiseerde chirurg, radioloog, medisch oncoloog en radiotherapeut, waarbij alle ziekenhuizen in de omgeving hun patiënten inbrengen. Op die manier kunnen laagdrempelig patiënten die elders zijn gediagnosticeerd, worden beoordeeld om te bepalen of ze in aanmerking komen voor een operatie. Bijkomend voordeel is dat ook in de verwijzende ziekenhuizen de kennis over de behandelingsmogelijkheden toeneemt.’

In de publicatie wordt erop gewezen dat bij meer operaties in een centrum, niet alleen de chirurgische vaardigheden verbeteren; ook de radiologische stadiëring wint aan precisie. De Hingh en zijn groep vermoeden dat ook de ervaring van het multidisciplinaire team van groot belang is en het verschil tussen wel- of niet-gespecialiseerde centra kan verklaren. In de niet-gespecialiseerde centra kan een ‘meer nihilistische’ houding ten opzicht van opereren bestaan, vooral bij oudere patiënten. Patiënten boven de 70 of 80 hebben wel een hogere kans op postoperatieve morbiditeit en mortaliteit, maar hun kans op overleven verbetert wél door een operatie.

De Hingh constateert momenteel ‘een enorme spreiding’ in de manier van behandelen van deze patiënten. ‘Worden patiënten met uitzaaiingen behandeld met chemotherapie? Krijgen ze na de operatie aanvullende chemotherapie? Daar zitten grote verschillen in, zo blijkt uit verkennend onderzoek.’ Er zit veel onderzoek in het vat, zo meldt hij. ‘Vanuit de DPCG lopen momenteel minstens tien studies – dat is overigens een extra argument voor overleg met specialistische centra. Want voor wie niet dagelijks met deze ziekte te maken heeft, is het nagenoeg ondoenlijk dat allemaal goed bij te houden.’
Het aantal geopereerde patiënten, weet hij, is de laatste tien jaar met ruim 50 procent toegenomen. ‘Dat komt door betere operatieve technieken, betere anesthesiologische technieken, en door voorbehandeling met chemotherapie. Het blijft een uitermate somber ziektebeeld, maar langzaam maar zeker neemt het aantal patiënten dat een genezende operatie kan krijgen toe.’

Sophie Broersen
Henk Maassen

BJS, 2015. Doi: 10.1002/bjs.9951

© Shutterstock
© Shutterstock

Lees ook:

Wetenschap kanker zorgconcentratie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.