Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht

Bewustzijn buiten het lichaam

2 reacties

Op zoek naar een duiding van bijnadoodervaringen

Voor uittredingen hebben de geleerden (nog) geen deugdelijke verklaring. Is het een illusie, hangt het samen met zuurstoftekort of worden conflicterende prikkels onjuist geïnterpreteerd? En is bewustzijn eigenlijk wel een product van de hersenen?

beeld: istockphoto, getty images, steve michiels

Vraag het een willekeurige voorbijganger: waar zetelt uw ik? Het antwoord zal een wijzend gebaar zijn: in zijn lichaam of, misschien, in zijn hoofd. Maar er zijn omstandigheden waarin dat niet zo is. Bijvoorbeeld in het volgende experiment. Een proefpersoon zit op een stoel. Hij krijgt een soort virtual-realitybril op zijn hoofd voorzien van twee videoschermpjes. De beelden op die schermpjes komen van twee videocamera’s, naast elkaar opgesteld achter de proefpersoon. Zo kijkt hij naar zijn eigen rug, alsof hij achter zichzelf zit. Een proefleider raakt hem vervolgens aan met een stok op de borst en tegelijkertijd maakt hij met een andere stok prikbewegingen in het virtuele lichaam voor het oog van de camera. Een illusie is het gevolg: de proefpersoon heeft de merkwaardige sensatie dat hij even buiten zijn lichaam is.


Een onschuldig fenomeen vergeleken met wat de Amerikaanse Pam Reynolds overkwam. Zij onderging in 1991 een zware hersenoperatie vanwege een aneurysma. Tijdens de operatie trad een hartstilstand op. Twee keer trad ze uit haar lichaam. Ondanks het feit dat haar ogen waren afgeplakt, dat er luid klikkende apparaatjes in haar oren waren gestopt en dat ze onder narcose was geweest, kon Reynolds tot verbazing van de artsen tamelijk nauwkeurig verslag doen van de operatie.


Cardioloog Pim van Lommel meent dat het virtual-reality-experiment (dat in augustus in Science werd gepubliceerd) inderdaad louter een illusie oproept. Maar de ervaring van Reynolds is volgens hem een voorbeeld van een authentieke bijnadoodervaring (BDE), waarbij iemand werkelijk uit zijn lichaam treedt. Vrijwel niemand ontkent nog het bestaan van dergelijke fenomenen. Maar de meningen lopen uiteen over wat ze precies zijn. Een illusie (als in het virtual-reality-experiment) of is de geest echt buiten het lichaam?

Tunnel


Enige jaren geleden verwierf Van Lommel internationale faam met het eerste prospectieve, gecontroleerde onderzoek naar het verschijnsel BDE, waarvan hij de resultaten in The Lancet publiceerde (zie ook MC 25/2002: 980-3). Hij definieerde daarin een BDE als de herinnering aan alle indrukken opgedaan tijdens een speciale staat van bewustzijn. Een toestand gekenmerkt door onder meer het besef dood te zijn of te gaan, plezierige en vredige gevoelens, het zien van een tunnel, een ervaring van licht, een uittredingservaring, een levenspanorama of levensschouw (het leven trekt als een film voorbij), de ontmoeting met overleden familieleden en vrienden, de terugkeer naar het eigen lichaam. Belangrijk is ook dat de meeste patiënten na deze wonderlijke en ingrijpende ervaring (of aspecten daarvan) een radicaal andere kijk op het leven hadden gekregen. Zo waren ze emotioneel kwetsbaarder en kenden ze niet langer angst voor de dood.


Van Lommel schreef er onlangs een boek over: Eindeloos bewustzijn. Volgens hem heeft ongeveer 4 procent van de westerse populatie wel eens een ervaring van uittreding uit het lichaam gehad. Van alle patiënten die een hartstilstand overleven zelfs ongeveer 18 procent.


Een BDE met uittreding kan zich voordoen in medisch zeer kritieke situaties: behalve na een hartstilstand, ook na bijna verdrinking, hersenbeschadiging door beroerte of hersenbloeding, of elektrocutie door blikseminslag bijvoorbeeld. Maar vrijwel alle onderzoekers zijn het erover eens dat dit geen voorwaarde is. Je hoeft niet op de drempel van de dood te staan. Ook tijdens existentiële crises, gedurende meditatie, na het slikken van geestverruimende middelen of vlak voordat ze in slaap vielen, hebben mensen buitenlichamelijke ervaringen gemeld.

Zuurstofgebrek


Sommige onderzoekers denken dat zulke ervaringen ‘gewoon’ het product zijn van de hersenen. Zuurstofgebrek zou de oorzaak zijn. Andere onderzoekers zien dat radicaal anders. De Amerikaanse psychiater Bruce Greyson bijvoorbeeld. Veel mensen die een BDE hebben gehad spreken volgens hem van heldere waarnemingen en heldere gedachtevorming. Ze leggen bovendien herinneringen vast op een moment dat het brein niet in staat is tot enige gecoördineerde activiteit. De bestaande neurofysiologische modellen kunnen BDE’s daarom alleen verklaren als men aan deze empirische feiten voorbijgaat. Greyson en zijn medestanders houden daarom de mogelijkheid open dat bewustzijn niet het product is van de hersenen, althans niet in de gangbare zin.


Ook Pim van Lommel gelooft niet dat zuurstoftekort BDE’s kan verklaren. Hij legt uit: ‘Bij een inspanningstest bij een patiënt met angina pectoris zie je dat de hartspier stilstaat door zuurstoftekort. De functie van de spiercellen verdwijnt tijdelijk, maar de cellen zijn niet dood. Staak je de test dan gaat het hart weer pompen. Met hersencellen is dat niet anders, maar je hebt maar vijf tot tien minuten om te reanimeren. Als je langer wacht, treedt celdood op en wordt de in principe nog herstelbare fase van uitval irreversibel. Lichaamsreflexen en hersenstamreflexen zijn uitgevallen, ademhaling ook, het EEG is al na ongeveer 15 seconden vlak. Dus als er ergens in diepere lagen van de hersenen nog activiteit is, dan is dat niet de neurale activiteit die volgens de huidige inzichten van de neurowetenschap nodig is om wakend bewustzijn te ervaren. Bovendien, dat BDE’s ook worden gemeld in situaties waarbij de hersenen niet zijn beschadigd, maakt zuurstoftekort als verklaring nog minder waarschijnlijk.’


De van oorsprong Australische anesthesioloog Gerald Woerlee, verbonden aan het Rijnland Ziekenhuis in Leiderdorp, volgt het onderzoek naar BDE’s al jaren. Hij is zeer sceptisch over Van Lommels uitleg. ‘Het is toponderzoek dat Van Lommel destijds heeft gepubliceerd,’ zegt hij, ‘maar ik ben het volstrekt oneens met zijn interpretatie van de waarnemingen.’ Hij legt uit waarom: ‘Het doel van hartmassage is de pompactie van het hart op gang te brengen, dus een mate van herstel van doorbloeding van de organen. De mate van die doorbloeding wisselt: er is onderzoek waaruit blijkt dat ze bij ongeveer 20 procent van alle reanimaties voldoende is om bewustzijn op te wekken. Dat komt mooi overeen met die 18 procent die een BDE krijgt. (Feiten en meningen bij deze bevindingen vindt u bij dit artikel op

www.medischcontact.nl

, red.) Een hartstilstand doet zich voor in enkele fracties van een seconde. Patiënten die wegzakken als gevolg van een hartstilstand vallen in een zwart gat of zien een duistere tunnel met licht. Deze ervaring heeft te maken met retinacirculatie. De retina verbruikt meer zuurstof dan de hersenen. Vlak voordat iemand het bewustzijn verliest, treedt daarom retinafalen op. De macula kent de hoogste bloedcirculatie en is het best bestand tegen zuurstoftekort, de periferie het minst: ergo, de patiënt krijgt een soort tunnelvisie. De beweging in de tunnel is het gevolg van proprioceptieve activatie. De patiënt vertoont hypoxische trekkingen en er wordt aan hem getrokken en geduwd: de hersenen interpreteren dat, foutief, als beweging van het lichaam. Wat veel mensen niet weten: onder narcose kun je potentialen meten van alle zintuigen. Die zijn dus actief.’

Chirurgische boor
Het geval-Pam Reynolds is goed te verklaren, volgens Woerlee: ‘Er bestaat een beschrijving van haar ervaringen door de cardioloog Michael Sabom. Het is een betrouwbaar en secuur verslag, maar wederom ben ik het niet eens met de interpretatie. Tijdens het lichten van de schedel werd Reynolds wakker en zweefde boven haar lichaam. Onder narcose kunnen trillingen van het lichaam (door een chirurgische boor bijvoorbeeld) activatie van spierspoelen veroorzaken, daardoor kan het bewustzijn stijgen en kan een patiënt wakker worden. Dat is uitgebreid onderzocht bij honden. Dat kan in combinatie met de anesthesiemiddelen illusoire beelden oproepen. Reynolds is op de operatiekamer ingeleid en in slaap gebracht. Dus wist ze hoe het er daar uitzag. Dat ze mensen hoorde spreken, is helemaal niet raar. Ook als u uw MP3-speler in hebt, kunt u nog mensen horen spreken.’

Bloedsomloop


Maar wat zweefde er boven haar lichaam, Reynolds of haar bewustzijn, vraagt Van Lommel. ‘Ze kreeg een hartstilstand. Nogmaals: dan is het EEG na 15 seconden vlak, de hersenfuncties zijn dus meetbaar uitgevallen. Hoe kan de hersenschors dan beweging van het lichaam registreren en interpreteren?’ Levensvatbaarheid of herstelmogelijkheid van cellen is wat anders dan het ervaren van bewustzijn tijdens uitwendige hartmassage, stelt hij. ‘Dat is niet mogelijk, nooit aangetoond en nooit beschreven. Bewustzijn komt pas terug indien er succesvolle defibrillatie heeft plaatsgevonden. En de tijd tussen het herstel van de bloedsomloop na een geslaagde reanimatie en het herstel van bewustzijn loopt uiteen van vijf minuten tot 72 uur, met een gemiddelde tijd van zes uur.’


Toch houdt ook de prominente Zwitserse neurowetenschapper Olaf Blanke (universiteit van Lausanne) het erop dat een mislukte integratie of foutieve interpretatie van conflicterende visuele, tactiele of proprioceptieve prikkels kan leiden tot de sensatie dat je buiten je lichaam bent. Het in Science gepresenteerde virtual-reality-experiment laat dat volgens Blanke mooi zien. ‘Kennelijk bestaan er in de hersenen onafhankelijke representaties van de plaats waar ik mezelf zie en de plaats waar ik mezelf voel. Als die twee ervaringen niet correleren, kan een illusie het gevolg zijn. Dergelijke illusies kunnen ons dus iets vertellen over het functioneren van de hersenen en de manier waarop ze een coherent zelfgevoel en lichaamsbeeld oproepen.’


Blanke en zijn team hebben inmiddels een paar cruciale hersengebieden geïdentificeerd die zijn betrokken bij die integratie en die bij disfunctioneren of stimulatie ‘uittredingen’ kunnen veroorzaken. Zoals een gebiedje op de grens van de temporaal en de pariëtaal kwab (angular-supramarginale gyrus junction) en de premotorschors. Enige jaren geleden ontdekte Blanke dat hij bij stimulatie van het eerstgenoemde hersengebiedje tijdens een operatie bij een vrouw met ernstige epilepsie een acute uittredingservaring kon oproepen. Blanke is de eerste om toe te geven dat niet alle elementen aanwezig waren van een ‘echte’ BDE. Maar hij vindt dat niet gek: ‘Kennelijk gaat het bij uittredingen om zeer variabele ervaringen; er zijn misschien wel tien verschillende typen. Die verschillen zijn interessant: ze zijn aanwijzingen voor de mogelijkheid dat steeds iets andere hersenmechanismen betrokken zijn bij het ontstaan ervan.’

Illusies


Van Lommel ziet dat volstrekt anders. ‘Tijdens een BDE is er maar sprake van één type: een echte uittreding met waarneming vanuit een positie buiten en boven het lichaam, en die waarneming is verifieerbaar. Door over verschillende typen te praten, maak je de definitie onzuiver en onwetenschappelijk. Blanke riep bij de epilepsiepatiënte een incomplete uittreding op; ze rapporteerde bovendien een misvormd beeld van haar onderbenen. In een latere studie beschreef hij drie patiënten die na stimulatie van het grensgebied van de temporale en pariëtale kwab een onvolledige uittreding meldden. Dus geen waarneming vanaf het plafond van zichzelf of de omgeving. En hij beschreef vier patiënten met een zogeheten autoscopie, waarbij ze een dubbel van zichzelf zien vanuit de positie van hun eigen lichaam. Maar uittredingen zoals bij een BDE heeft hij nooit weten op te wekken. Het zijn en blijven, zoals Blanke terecht zegt, illusies. Je ziet ook niet de persoonlijke veranderingen die wij bij patiënten hebben vastgesteld: nieuw levensinzicht, verminderde angst voor de dood, verhoogde intuïtieve gevoeligheid.’


Dat laatste is volgens Woerlee goed te verklaren. ‘De patiënten die aan die experimenten meededen, waren zich bewust van het feit dat ze in hun hersenen werden geprikkeld, dat schept heel andere verwachtingen en maakt een uittreding veel minder ingrijpend dan wanneer je op de rand van de dood hebt gezweefd.’


Maar volgens Van Lommel treden die veranderingen ook op bij mensen die een BDE hadden tijdens depressie, isolatie of meditatie. ‘En dan ben je niet op de rand van de dood geweest.’

Verborgen tekens


Een ander waarmerk van een ‘echte’ uittreding is dat patiënten verifieerbare uitspraken doen over wat ze hebben waargenomen. Ook daarvan was in deze gevallen geen sprake, meent Van Lommel. Blanke zegt dat hij zijn patiënten er niet naar heeft gevraagd. Volgens hem is er ‘tot op heden nog nooit op een ondubbelzinnige en wetenschappelijk reproduceerbare manier aangetoond dat mensen tijdens een uittreding betrouwbare en controleerbare waarnemingen rapporteerden van bijvoorbeeld verborgen tekens, die ze alleen in die toestand konden zien’. Zo had psychiater Bruce Greyson in één van zijn onderzoeken een at random bewegend computerscherm in de OK opgesteld: het is door geen van de patiënten met een BDE opgemerkt.


Van Lommel: ‘Ik denk dat er geen aandacht is voor zo’n computerscherm, men kijkt vooral naar zichzelf. Onderzoekers zijn nu bezig tekentjes aan te brengen op het hoofd van patiënten, in de hoop dat ze die zien en rapporteren.’

Computer


Van Lommel vindt casussen zoals het geval-Reynolds zo overtuigend, dat er wat hem betreft geen andere conclusie mogelijk is: het brein ontvangt bewustzijn, maar produceert het niet. ‘Het enige dat we zeker weten is dat er correlaties bestaan tussen hersenactiviteit en bewustzijn of de opslag van herinneringen. Vergelijk het met een computer: die is onmisbaar om toegang te krijgen tot miljoenen websites. Maar die sites zitten niet in de computer.’ Volgens Van Lommel bevinden mensen zich tijdens een BDE in een dimensie waarin tijd en afstand geen rol spelen. Omdat je volgens de wetten van de klassieke natuurkunde niet op twee plaatsen tegelijk kunt zijn, verwijst hij naar inzichten uit de quantumfysica die een dergelijke merkwaardige toestand wel toestaat. ‘Niet om bewustzijn te verklaren. Dat doe ik niet. Ik zie het als een parallel.’ Voor hem is bewustzijn primair: ‘Alles komt daaruit voort.’


Woerlee reageert opnieuw zeer sceptisch. Dat er een soort mind-stuff zou bestaan los van de hersenen, die materiële processen in gang zet, wil er bij hem niet in. ‘Ik begrijp niet hoe bewustzijn tot stand komt, buitengewoon geleerde mensen evenmin. Maar je moet niet iets wonderlijks als verklaring opvoeren voor wat al wonderlijk is. Dat wordt het wonder boven wonder.’


Olaf Blanke kan zich daarin wel vinden. ‘Ik ben geen filosoof, maar ik zeg: hoe kun je nu zeker weten dat hersenmechanismen deze verschijnselen niet kunnen verklaren.’ Volgens hem is het onverstandig te grijpen naar verklarende mechanismen die we niet goed kennen of begrijpen. ‘Het is veel beter aansluiting te zoeken bij bestaande neurocognitieve verklaringsmodellen en dan te bezien hoever we komen.’


Maar juist die modellen voldoen niet, vindt Pim van Lommel. Wetenschap bedrijven staat voor hem gelijk ‘aan vragen stellen met een open geest’. Dat maakt de cardioloog naar eigen zeggen nog niet tot ‘een zwever’. Wel betekent het volgens hem dat onderzoekers zich indien nodig buiten de gevestigde denkramen moeten wagen. En dat is geen gemakkelijke opgave: ‘Einstein zei al dat vooroordelen lastiger zijn te splitsen dan atomen.’  

Klik hier voor de pdf van dit artikel.

Hieronder vindt u boeken en site-tips en verderop een uitdieping van de discussie tussen Woerlee en Van Lommel:

A. Boeken:

1.Pim van Lommel, Eindeloos bewustzijn, Ten Have, 2007
Een eerder artikel over BDE’s en het onderzoek van Van Lommel c.s. verscheen in MC nr. 25 - 21 juni 2002

2. G. Woerlee, Mortal Minds: The Biology Of Near Death Experiences, De Tijdstroom, 2003

3. J.A. den Boer, Neurofilosofie, Boom, 2003
De Groningse psychiater Den Boer schreef het beste Nederlandse boek over alle moderne, gangbare en minder gangbare theorieën over lichaam, geest en bewustzijn.

4. Ilja Maso, Onsterfelijkheid, Ten Have, 2007
Een manmoedige poging van de filosoof Maso om het dualisme (geest en lichaam zijn verschillende entiteiten) weer kracht bij te zetten.

B. Websites:

www.tudelft.nl/live/pagina.jsp?id=6ed27e1a-c0af-4ae5-9eaa-0c77158a6b53&lang=nl
Klik op Het bewustzijn: hier vindt u de live-registratie van een college van Victor Lamme (hoogleraar cognitieve neurowetenschap aan de UvA) over de neurale correlaten van het bewustzijn

http://consc.net/chalmers


Dit is de beste, meest omvattende website over alles wat met bewustzijn, lichaam en geest te maken heeft. Hij is van de Amerikaanse, nu in Australië docerende filosoof David Chalmers. Zijn eigen ideeën over bewustzijn worden overigens niet altijd even goed begrepen, zo blijkt: Van Lommel legt hem bijvoorbeeld anders uit dan Maso of Den Boer.

www.mortalminds.woerlee.org


Website van anesthesioloog G. Woerlee

http://lnco.epfl.ch/


Website van Olaf Blanke’s onderzoeksteam

C. Toelichting van G. Woerlee:

Bij 20 procent van alle patiënten is tijdens reanimatie bewustzijn op te wekken. Dit getal is gebaseerd op een berekening van hoeveel mensen een hersendoorbloeding hebben die potentieel bewustzijn zou kunnen ondersteunen.
De redenering is als volgt:

1. Minimale hersendoorbloeding waarbij bewustzijn mogelijk is, is ongeveer 17,5 ml/100 gm/min (gemeten in vrijwilligers die werden hypotensief gemaakt totdat hersenischemie optrad): zie Finnerty, F.A., Witkin, L., Fazekas, J.F., (1954), Cerebral hemodynamics during cerebral ischemia induced by acute hypotension. Journal of Clinical Investigation, 33: 1227-1332.

2. Dit komt overeen met een cardiac output in een gemiddeld volwassen van ongeveer 2 l/min., welke ondersteund wordt door onderzoek van cardiac output meet-technieken die aantonen dat bewustzijn mogelijk is met cardiac output van ongeveer 1,7 l/min: zie Yung, G.L., Fedullo, P.F., Kinninger, K., et al., (2004), Comparison of Impedance Cardiography to Direct Fick and Thermodilution Cardiac Output Determination in Pulmonary Arterial Hypertension. CHF, 10 (supplement 2): 7-10. // Hoeper, M.M., Maier, R., Tongers, J., et. al., (1999), Determination of Cardiac Output by the Fick Method, Thermodilution, and Acetylene Rebreathing in Pulmonary Hypertension. American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine, 160: 535-541.

3. Er is weinig onderzoek naar de efficiëntie van cardiac output gegenereerd door externe hartmassage, maar analyse van deze schaarse gegevens toont aan dat bij deze cardiac output niveau’s worden gemeten in ongeveer 20% van mensen die externe hartmassage ondergaan: zie volgende referenties voor echte metingen van cardiac output in mensen tijdens externe hartmassage: Christensen, S.F., Stadeager, C., Siemkowicz, E., (1990), Estimation of cerebral blood flow during cardiopulmonary resuscitation in humans. Resuscitation, 19: 115-123. // Del Guercio, L.R.M., Coomaraswamy, R.P., State, D., (1963), Cardiac output and other hemodynamic variables during external cardiac massage in man. New England Journal of Medicine, 269: 1398-1404. // Del Guercio, L.R.M., Feins, N.R., Cohn, J.D., et al., (1965), Comparison of blood flow during external and internal cardiac massage in man. Circulation, 31: 171-180.



D. Reactie van P. van Lommel op deze redenering

:

1. Het artikel uit 1954 (!) van Finnery gaat over mensen die hypotensief werden gemaakt door medicatie, waarbij bewustzijn aanwezig bleef, hetgeen toch principieel wat anders is dan bewustzijn ervaren tijdens een hartstilstand, waarbij zelden de reanimatie binnen enkele seconden wordt gestart. In onze studie werden ook BDE’s gemeld door mensen die op straat of thuis waren gereanimeerd, dus bij initiëel inadequate hartmassage.

2. De artikelen van Yung uit 2004 en Hoeper uit 1999 betreffen de techniek en betrouwbaarheid van verschillende methoden van meting van de cardiac output bij patiënten met pulmonale hypertensie, ook bij terminaal hartfalen, maar dat heeft niets te maken met de cardiac output die mogelijk is  tijdens uitwendige hartmassage bij patiënten met een hartstilstand.
Ik heb wel in mijn boek verwezen naar wat er bekend is van output tijdens een reanimatie, met literatuurverwijzingen.( blz 157/158).

3. Het artikel uit 1965 uit Circulation van Guercio betreft vergelijkingen bij 11 patiënten bij wie met inwendige  (open chest massage!) betere cardiac output werd aangetoond dan bij uitwendige massage, maar dat is uiteraard bekend, en zegt niets over het wel of niet ervaren van bewustzijn tijden uitwendige hartmassage.

Slotsom:
Er bestaat geen wetenschappelijke reden om met enige zekerheid op basis van bestaande literatuur aan te nemen dat er voldoende cardiac output bestaat tijdens uitwendige hartmassage om een verhoogd en zeer helder bewustzijn te kunnen ervaren tijdens een hartstilstand, hetgeen ook blijkt uit het klinische beeld van de uitval van bewustzijn, de uitval van lichaams- en hersenstamreflexen, en de uitval van de ademhaling. Dit beeldt herstelt zich NOOIT zonder defibrillatie.

Zie daartoe verder:


A. The Pathophysiology of Ischemic Injury

by Mike Darwin, BioPreservation, Inc. (1995)


Citaat daaruit:


Normal cerebral blood flow (CBF) in man is typically in the range of 45-50 ml/min/100g between a mean arterial pressure (MAP) of 60 and 130 mmHg [20]. When CBF falls below 20 to 30 ml/min/100g, marked disturbances in brain metabolism begin to occur, such as water and electrolyte shifts and regional areas of the cerebral cortex experience failed perfusion [21]. At blood flow rates below 10 ml/min/100g, sudden depolarization of the neurons occurs with rapid loss of intracellular potassium to the extracellular space [22].          [Dat is het verdwijnen van de actiepotentiaal]


The Mean Arterial Pressure (MAP) necessary for cerebral viability following extended resuscitation efforts in dogs has been found to be above 40 mm Hg [23]. It has been speculated that a minimum MAP of 45 to 50 mm Hg is required to preserve cerebral viability in man [24].  ( Let wel: Viability is heel wat anders dan bewustzijn. Er is geen  onderzoek bekend waaruit blijkt dat uitwendige hartmassage bij ongeveer 20 procent van alle reanimaties voldoende is om bewustzijn op te wekken!)


Unfortunately, as is now well documented, conventional CC-CPR is generally incapable of consistently delivering MAPs much above 30 mm Hg in man [25,26]. A clinical evaluation of manual and mechanical CPR (using a pneumatically driven chest compressor and ventilator [!!]) demonstrated that only 3 of 15 acute cardiac arrest patients presenting for emergency room resuscitation had MAPs above 40 mm Hg [27].


It should be emphasized that these studies evaluated a highly selected patient population, where the underlying cause of cardiac arrest was primary cardiac failure without other organ system failure, dehydration, sepsis, or pulmonary hypoxia as an underlying cause.


Even in the patient experiencing optimum machine-delivered [!!] CPR, lung compliance and blood gases tend to deteriorate rapidly during CPR, perhaps as a result of pulmonary edema secondary to high intrathoracic venous pressures [28].


Within 20 seconds of interruption of blood flow to the mammalian brain under conditions of normothermia, the EEG disappears, probably as a result of the failure of high-energy metabolism. Within 5 minutes, high-energy phosphate levels have virtually disappeared (ATP depletion) [33] and profound disturbances in cell electrolyte balance start to occur: potassium begins to leak rapidly from the intracellular compartment and sodium and calcium begin to enter the cells [34]. Sodium influx results in a marked increase in cellular water content, particularly in the astrocytes [35].


The loss of cellular high-energy compounds during ischemia causing the loss of the Na+ -- K+ gradient, virtually eliminates three of the four mechanisms of cellular calcium homeostasis. This, in turn, causes a massive and rapid influx of calcium into the cell.


During reperfusion and re-oxygenation, significantly increased levels of several free-radical species that degrade cell and capillary membranes have been postulated: 1) O2-, OH-, and free lipid radicals (FLRs). O2- may be formed by the previously described actions of XO and/or by release from neutrophils which have been activated by leukotrienes (see discussion below of the role of leukocytes in ischemia-reperfusion injury).

As the foregoing has hopefully made clear, neuronal ischemic changes occur rapidly with significant structural changes being observed over a time-course of minutes rather than hours. The significance of these changes in terms of damage to identity-critical structures (i.e., those encoding memory and personality) is not currently known since we do not yet understand how memory is encoded, or more generally, which brain structures (gross or ultrastructural) are critical to mentation.

20) Dearden NM. Ischaemic brain. The Lancet 1985: August 3: 255.


21) Ibid.


22) Hertz L. Features of astrocyte function apparently involved in the response of central nervous tissue to ischemia-hypoxia. J Cereb Blood Flow Metab 1981;1:143-53.


23) McDonald JL. Systolic and mean arterial pressure during manual and mechanical CPR in humans. Annal Emerg Med 1982;11:292-295.


24) Ibid.


25) Tatsura A, Kentara D, Tsukahara I, et al. Cerebral blood flow during conventional, new and open chest cardiopulmonary resuscitation in dogs. Resuscitation 1984;12:147-154.


26) Del Guercio LRM, Feins NR, Cohn JD, et al. A comparison of blood flow during external and internal cardiac massage in man. Circulation 1965;Suppl 1:171-80.


27) McDonald JL. Systolic and mean arterial pressure during manual and mechanical CPR in humans. Annal Emerg Med 1982;11:292-295.


28) Ornato JP, Bryson BL, Donovan PJ, et al. Measurement of ventilation during cardiopulmonary resuscitation. Crit Care Med 1983;11:79-82.


33) Siesjo BK. Cell damage in the brain: a speculative synthesis. J Cereb Blood Flow Metab 1981;1:155-85.


34) Heuser D, Guggenberger H. Ionic changes in brain ischemia and alterations produced by drugs. Br J Anesth 1985;57:23.


35) Hertz L. Features of astrocyte function apparently involved in the response of central nervous tissue to ischemia-hypoxia. J Cereb Blood Flow Metab 1981;1:143-53.



B. Critical Care Medicine

. 23(3):498-503, March 1995.


Boczar, Michael E. DO; Howard, Mark A. DO; Rivers, Emanuel P. MD FCCP, MPH; Martin, Gerard B. MD FACEP; Horst, H. Mathilda MD FCCM; Lewandowski, Christopher MD; Tomlanovich, Michael C. MD; Nowak, Richard M. MD FACEP


Abstract:


Objective: To compare the hemodynamics of closed-chest cardiac massage vs. open-chest cardiac massage in patients resuscitated from cardiac arrest that occurred outside of the hospital.


Design: Prospective, non-outcome, case series.


Setting: Large urban emergency department.


Patients: Ten adult, normothermic, nontraumatic, out-of-hospital, cardiac arrest patients who failed advanced cardiac life support (ACLS) therapy.


Interventions: Patients presenting to the hospital in cardiac arrest were managed according to the ACLS protocol at the clinician's discretion. Proximal aortic and central venous pressure catheters were placed to measure arteriovenous compression- and relaxation-phase pressure gradients. After 5 mins of baseline measurements during closed-chest cardiac massage, patients underwent a left lateral thoracotomy, and open-chest cardiac massage was performed for 5 mins.


Measurements and Main Results: The mean coronary perfusion pressure and compression-phase pressure gradients were 7.3 +/- 5.7 and 6.2 +/- 5.4 mm Hg, respectively, during closed-chest cardiac massage, while increasing to 32.6 +/- 17.8 and 32.6 +/- 29.9 mm Hg, respectively, during open-chest cardiac massage. The differences between both measurements were statistically significant (p < .05).


Conclusions: Open-chest cardiac massage is superior to closed-chest cardiac massage in providing relaxation-phase and compression-phase pressure gradients during cardiac arrest in patients failing current ACLS protocols. During open-chest cardiac massage, all patients exceeded the minimum coronary perfusion pressure of 15 mm Hg, which is recommended to obtain a return of spontaneous circulation. Further outcome studies are needed to determine the time-liness and appropriate indications for open-chest cardiac massage.

print dit artikel
hersenen
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Original Jordans, http://timewarp.jp/wp-content/cache/blogs/top5, uedoyxgit@gmail.com 12-11-2014 00:00

    "Hi, Now i am often the digi end user. Exactly why the extension advertising solely legitimate until finally 31st aug? Have you considered to people who else neglect this particular opportunity?
    Original Jordans http://timewarp.jp/wp-content/cache/blogs/top5retro.php"

  • WoW Hunter Blog, http://www.d3cup.com/guides, jgsuto@gmail.com 12-11-2014 00:00

    ""Coming back again to music following 20 months or even a lot of in the future, It again struck me which tend to be not purchasing for vouchers somewhat today, Rather they now are paying a lot of time getting referrals in addition to social systems, Dolby statements. "Well, You'll be able to enliven a younger group, I must touch base in a fabulous fairly plan. Feel rather than variety develop a social cell tower socialize positioned throughout curiosity about my songs?.
    WoW Hunter Blog http://www.d3cup.com/guides"

 
Akkoord Cookievoorkeuren aanpassen

Medisch Contact gebruikt cookies en scripts om uw gebruik van onze website geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en op uw profiel afgestemde advertenties kunnen tonen. Ook gebruiken we cookies en scripts om integratie met social media (Twitter, Facebook, LinkedIn, etc.) mogelijk te maken. Meer informatie vindt u in onze cookieverklaring en in onze Privacyverklaring