Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Achter het nieuws

Beroepsgeheim onder druk bij fraude-onderzoek

Plaats een reactie

Achter het nieuws

Soms belemmert het beroepsgeheim onderzoek naar fraude of strafbare feiten. De KNMG heeft een uitweg uit dit dilemma bedacht, waarbij een onafhankelijke deskundige arts een cruciale rol speelt.

Privacy versus beroepsgeheim

In 2012 onderzochten gezondheidsjuristen van het Erasmus MC, onder leiding van hoogleraar Martin Buijsen, de mogelijkheden en knelpunten om het beroepsgeheim te doorbreken. Buijsen is het niet eens met de KNMG over de waarborging van het beroepsgeheim in dit convenant: ‘Er zijn veel waarborgen ingebouwd, en de privacy is gewaarborgd, omdat de herleidbare gegevens zijn verwijderd. Maar zodra je gegevens verstrekt uit een medisch dossier aan een derde die niet betrokken is bij de behandeling, is dat een doorbreking van het beroepsgeheim. Als je dat doet omdat er grotere gezondheidsbelangen op het spel staan, zoals een gevaarlijke uitbraak van een besmettelijk ziekte, is dat toegestaan. Maar in dit geval gaat het om financiële belangen. Ik begrijp wel dat de druk op de KNMG vanuit de overheid groot is, dat het moeilijk is om andere maatschappelijke belangen buiten de deur te houden. Deze ODA is een pragmatische oplossing, maar principieel sta ik er niet achter. Als de beroepsgroep niet meer staat voor het beroepsgeheim, wie dan wel?’




Een vrouw komt bij de politie en legt een enorme stapel medische dossiers op tafel. Ze werkt in de praktijk bij een psychiater, van wie zij het sterke vermoeden heeft dat hij de boel flest. Dat hij, samen met anderen, stelselmatig, moedwillig foute diagnoses stelt, om daar op slinkse wijze geld mee te verdienen. De politie kan niets met de dossiers. Want ze mag daar, net zomin als de officier van justitie, niet in kijken. Daar is toestemming van de rechter voor nodig. Deze casus is echt gebeurd, in de beruchte Marque-zaak, waarbij grootschalige pgb- en uitkeringsfraude door psychiaters en niet-artsen plaatsvond. Uit de bestuurlijke rapportage over de zaak blijkt dat het onderzoeksteam niet zomaar toegang krijgt van de rechter om de dossiers in te zien ‘vanwege de aard van de dossiers (medisch) en het feit dat er dossiers tussen kunnen zitten die geen onderdeel uitmaken van het strafbare feit.’ De rechercheurs mogen alleen in dossiers kijken waar zij specifiek om vragen. Lastig, want zonder in de dossiers te kijken, weten ze niet bij welke patiënten sprake is van strafbare feiten. De politie vraagt de vrouw vervolgens of zij namen kan noemen van patiënten van wie zij zeker weet dat bij hen gefraudeerd is. Ze noemt er een aantal, en die mogen vervolgens worden ingezien. Als ze geen namen had onthouden, was de zaak daar gestopt. Nu kunnen politie en openbaar ministerie (OM) verder, en komt het tot een strafzaak. Die is, ruim vijf jaar verder, nog niet afgerond.

De zaak illustreert hoe moeizaam strafzaken kunnen lopen waarbij politie en justitie informatie uit medische dossiers nodig hebben. Zij zien het medisch beroepsgeheim als een belemmerende factor bij opsporing en vervolging, en roepen om oplossingen. Daarover onderhandelen de overheid, in de vorm van onder meer het ministerie van VWS, en de beroepsgroep, vertegenwoordigd door de KNMG, nu al jaren. Vraag is of er moet worden getornd aan het beroepsgeheim, wat het zou opleveren, en hoe dat dan vorm moet krijgen.

Een deel van het probleem is nu opgelost. Een compromis. De KNMG heeft samen met het ministerie van VWS, het OM, de FIOD en de Inspectie SZW een convenant gesloten waarin staat hoe deze partijen gaan samenwerken bij het vermoeden van financiële fraude in de zorg. Zaken waarbij het vermoeden bestaat dat een arts omvangrijke fraude heeft gepleegd. De KNMG gaat onafhankelijke, deskundige artsen (ODA’s) opleiden, die dan kunnen worden ingezet. Zij mogen onder strikte voorwaarden dossiers inzien en relevante, geanonimiseerde gegevens aan de officier van justitie doorgeven.

René Héman, voorzitter van de KNMG, is tevreden met het convenant: ‘Het is van groot belang om de relatie tussen de patiënt en de arts veilig te houden. Tegelijk moet opsporing van fraude met zorggeld mogelijk zijn, zeker in de uitzonderlijke en onacceptabele situatie van omvangrijke fraude. Het convenant maakt opsporing mogelijk op een manier die de inbreuk op het beroepsgeheim tot het minimum beperkt. Zo komen geen gegevens van patiënten op straat.’

Over wat voor soort zaken hebben we het?

Aart Hendriks, coördinator gezondheidsrecht KNMG: ‘Over vermoedens van fraude gepleegd door een arts, of in ieder geval: waarbij dossiers betrokken zijn, waarvan artsen de primaire geheimhoudingsplichtigen zijn. Het kan dus ook om instellingen gaan. Het moet gaan om stelselmatig, onjuist en onrechtmatig handelen.’

Hoe vaak komt dat voor?

René Héman, voorzitter KNMG: ‘Onlangs stond in de NRC dat er in 2015 voor 500 miljoen euro verkeerd gedeclareerd was bij zorgverzekeraars. In slechts 2 procent zou het om fraude gaan.’

Hendriks: ‘In de andere gevallen gaat het om zaken die via het bestuursrecht worden afgehandeld. Daar zijn ODA’s niet voor nodig.’

Wie gaan dat werk doen?

Hendriks: ‘We willen tien artsen van verschillende achtergronden werven, die onder meer een Verklaring Omtrent Gedrag moeten tonen. Zij krijgen een korte cursus waarin ze meer zullen leren over bijvoorbeeld beroepsgeheim en verslaglegging. Zij gaan op eigen titel werken, maar de KNMG faciliteert, als een soort uitzendbureau.’

Wanneer worden deze artsen ingeschakeld?

Hendriks: ‘Niet te snel. In lijn met de Hoge Raad stelt de KNMG dat er pas sprake is van fraude in de zorg bij opzettelijk en structureel onjuist handelen. De andere partijen wilden liefst meer mogelijkheden om een ODA in te zetten via een ruimere definitie van fraude, maar de KNMG heeft zich daar vanuit oogpunt van beroepsgeheim met succes tegen verzet. Afgesproken is dat als bij FIOD, iSZW of OM signalen binnenkomen van fraude, een onafhankelijke jurist bepaalt of er genoeg reden is om de ODA in te schakelen. Zo ja, dan gaat die de dossiers inzien, en schiften wat wel en niet onder beroepsgeheim valt en of gedeclareerde behandelingen overeenkomen met wat hierover in de dossiers staat. Daarna anonimiseert hij of zij de gegevens, zodat ze voor de partijen die er daarna mee aan de slag gaan, niet te herleiden zijn tot patiënten. Een verslag gaat vervolgens naar de officier van justitie.’

Maar hoe komen ze aan die dossiers?

Hendriks: ‘Er is voorzien in twee routes. Of de betrokken arts of instelling werkt vrijwillig mee en geeft de dossiers ter inzage mee aan het OM. Of zonder medewerking, maar dan moet een jurist beoordelen of de signalen sterk genoeg zijn. Daarnaast blijft de mogelijkheid bestaan dat een rechter afdwingt dat de dossiers bij het OM komen. De ODA moet op het kabinet van het OM zijn werk doen.’

Waar komen die signalen vandaan?

Héman: ‘Dat weten wij niet. Maar het OM noemde het voorbeeld van een patiënt die zelf met zijn dossier aankomt.’

Om hoeveel zaken zal het gaan?

Hendriks: ‘Dat is nattevingerwerk. Er is gesproken van zes zaken in het eerste jaar. Maar één zaak kan heel veel werk betekenen, het kan in theorie om heel veel dossiers gaan.’

Een jaar geleden was er veel ophef over een plan van drie ministeries dat er een meldplicht zou moeten komen voor artsen die fraude door uitkeringsgerechtigden vermoeden. Hoe staat het met dat plan?

Hendriks: ‘Daarover is het nu stil. Wij zijn in ieder geval van mening dat een meldplicht in het kader van de sociale zekerheid niet thuishoort in het convenant.’

Sophie Broersen

s.broersen@medischcontact.nl

@medischcontact

Beeld: Hollandse Hoogte
Beeld: Hollandse Hoogte

Lees ook:

print dit artikel
Achter het nieuws
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties