Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Achter het nieuws

Bekostiging ggz gaat op de schop

‘We willen de administratieve lasten zoveel mogelijk beperken’

Plaats een reactie
Getty Images
Getty Images

Per 1 januari 2022 gaan psychiaters en andere zorgverleners in de ggz anders declareren.
Vier vragen over ‘zorgprestaties’ en ‘zorgclusters’.

Vanaf 1 januari 2022 wordt de ggz op een nieuwe manier gefinancierd. Het oude dbc-model maakt dan plaats voor een nieuw ‘zorgprestatiemodel’. De NZa maakte onlangs bekend hoe dat in elkaar zit. De bekostiging van een ggz-behandeling zal vanaf 2022 zo goed als geheel afhankelijk zijn van vier factoren: de mate van expertise van de behandelaar (bijvoorbeeld psycholoog of psychiater), of het diagnostiek of behandeling betreft, duur van die behandeling en behandelsetting.

Wat gaat er precies veranderen?

Het idee is dat deze ‘zorg­prestaties’ de daadwerkelijk geleverde zorg weerspiegelen. Dat moet zowel zorgaanbieders en zorgverzekeraars als patiënten een veel beter inzicht geven in de declaraties, en verder onder meer leiden tot prijzen die aansluiten bij de geleverde behandeling, en tot vereenvoudiging van de administratie. Een van de andere gevolgen is dat qua financiering het onderscheid tussen basis-ggz en gespecialiseerde ggz komt te vervallen. Beide kennen nu nog een apart financieringssysteem: de gespecialiseerde ggz werkt met dbc’s, de basis-ggz niet, daar rekent men af aan de hand van declarabele prestaties. Psychiater Carla Hagestein, als NVvP-bestuurslid nauw betrokken bij de totstandkoming van het nieuwe systeem: ‘Met het zorgprestatiemodel is de wijze van declareren straks hetzelfde, dit geldt ook voor de forensische psychiatrie.’

De NZa vindt dat dbc’s in de ggz niet aansluiten bij de geleverde zorg en dat ze te weinig rekening houden met de situatie waarin zorg is geleverd, zoals ambulant, klinisch, of hoog-specialistisch. Bovendien genereren ze financiële prikkels die de zorgkosten opdrijven.

Overigens kende de ggz al een ander type dbc’s dan de rest van de zorg. Hagestein: ‘Al bij de invoering van de dbc’s zijn we met een zogeheten minutenregistratie gaan werken, omdat het niet mogelijk bleek een prijs voor bijvoorbeeld de behandeling van depressie af te spreken. Zoals je in de chirurgie wel een soort gemiddelde prijs voor de operatie van een blindedarm kunt bepalen.’

Op het eerste gezicht zou je zeggen: kies dan voor een simpel ‘uurtje factuurtje’? Maar dat is geen goed idee, aldus Hagestein, ‘want we willen de administratieve lasten voor de behandelaar juist zoveel mogelijk beperken. In het nieuwe systeem hoef je dan ook geen indirecte tijd meer te declareren, terwijl je in het dbc-systeem elke minuut moet bijhouden – dus ook als je de huisarts belt, een brief schrijft of een collega belt. Straks hoef je alleen je consult te registreren. De rekening wordt dan opgemaakt op basis van onder meer de setting waarin je werkt. Werk je bijvoorbeeld met complexe patiënten in een complexe omgeving waarin veel verschillende behandelaren actief zijn, dan ben je waarschijnlijk meer indirecte tijd kwijt. Dat is dan al verdisconteerd in de prijs.’

Het lijkt een beetje op de manier van werken voordat er dbc’s waren

Eigenlijk bestaat het systeem uit twee delen: de zorgprestaties en zogeheten zorgclusters. Hoe zit dat?

Als gezegd: setting, type behandelaar, behandeling of diagnostiek, en duur van de behandeling bepalen in principe de prijs. Alleen: type zorgvraag en bijbehorende zorgzwaarte spelen de komende twee jaar nog geen rol. Dat komt pas aan de orde in 2024 als die in een ‘zorgcluster’ verder zijn uitgewerkt. Met het ‘kale’ zorgprestatiemodel is lastig te beoordelen of geleverde zorg ook de benodigde zorg was. Het zorgprestatiemodel normeert namelijk niet naar zorginhoud, zoals dat heet. Die moeten de betrokken veldpartijen de komende twee jaar vaststellen. Hagestein: ‘We gaan dus vanaf komend jaar declareren volgens dat zorgprestatiemodel, maar financiële afspraken op basis van zorgclusters volgen pas later. Ik geef toe: dit is ingewikkeld. Want voorlopig krijg je dus facturen op basis van het aantal consulten, zonder dat er nu al bulkafspraken worden gemaakt met de betrokken instelling over, bijvoorbeeld, het aantal depressies dat je kunt behandelen voor een gegeven bedrag. Het lijkt dus een beetje op de manier van werken voordat er dbc’s waren, toen we simpelweg onze verrichtingen declareerden.’

Die zorgzwaarte typeren zal nog een hele klus zijn. Aanvankelijk was het idee om eerst dit voor elkaar te hebben alvorens het zorgprestatiemodel in te voeren. Maar een pilot wees uit dat het allemaal nog niet betrouwbaar en valide was. Vandaar dat voor de omgekeerde weg is gekozen. Ziekte­verloop in de psychiatrie blijkt nu eenmaal moeilijk te voorspellen, nog moeilijker dan elders in de geneeskunde. Soms is bijvoorbeeld een depressie in een beperkt aantal consulten te behandelen, in andere gevallen is een klinisch traject van meerdere jaren noodzakelijk. Er is met andere woorden geen duidelijke relatie tussen de diagnose ‘depressie’ en de kosten van een behandeling, vandaar ook dat ander type dbc’s in de ggz. Toch is het oogmerk om daar met het zorgclustermodel meer grip op te krijgen. Hagestein denkt dat het mogelijk is, maar het kost tijd. ‘We kijken naar het verhaal van de patiënt, naar symptomen, of hij al dan niet suïcidaal is, een verslaving heeft, somatische comorbiditeit, sociale en financiële omstandigheden en heel belangrijk: of hij recentelijk een gedwongen opname heeft gehad. Want de beste voorspeller van de toekomst is wat er gebeurde in het recente verleden.’

Hoe pakt het nieuwe systeem financieel uit?

Nu is de betaling van elke dbc-minuut hetzelfde, of je nu psycholoog of psychiater bent. Straks krijgt de psychiater meer betaald en dat is ook reëel, zegt Hagestein. Volgens een ‘impact­analyse’ door de NZa gaan onder anderen psychiaters die werken in een zelfstandig gevestigde praktijk erop vooruit. Staatssecretaris Blokhuis heeft al laten weten dat wat hem betreft in het nieuwe systeem zelfstandig gevestigde psychiaters voor dat tarief alleen patiënten moeten behandelen die ook daadwerkelijk een psychiater en geen ander type zorgverlener nodig hebben. Psychiaters zouden niet langer betrekkelijk eenvoudige geestelijke gezondheidszorg moeten leveren. Hagestein heeft zich daaraan gestoord: ‘Dat vinden wij als NVvP ook, maar zonder onderbouwing impliceren dat dit nu niet gebeurt, vinden we nogal kort door de bocht. We hebben geen aanwijzingen dat dit zich op grote schaal voordoet. Waar wij ons meer zorgen over maken zijn instellingen die aan cherrypicking doen en alle gecompliceerde patiënten doorsturen naar andere delen van de ggz. Ook dat wordt in het nieuwe systeem gelukkig minder aantrekkelijk. We zijn daarom blij dat er wordt betaald naar type behandelaar. Je haalt zo de prikkel weg om veel goedkope basispsychologen in te zetten.’ Dat zal er ook voor zorgen dat, volgens Hagestein, de zorg voor patiënten met ernstige psychiatrische aandoeningen (de ‘EPA-patiënten’) beter gewaarborgd is.

Hoe gaat het nu verder?

Gedurende de resterende maanden van 2021 moeten epd’s worden aangepast, de organisatie moet worden voorbereid en zorgverleners en -medewerkers moeten worden opgeleid via webinars en andere bijeenkomsten. Volgens Carla Hagestein zijn nog veel psychiaters niet of nauwelijks op de hoogte van de aanstaande veranderingen. En van degenen die dat wel zijn, hebben sommigen een ‘eerst zien dan geloven’-attitude. Dat moet snel veranderen. Ook moeten er nog tal van bestuurlijke afspraken worden gemaakt om het zorgprestatiemodel in de praktijk zo goed mogelijk te laten functioneren. Ze gaan onder meer over beroepen in de ggz, verwijsregels, zorgvraagtypering, verantwoording en controle en gepast gebruik. Die veldafspraken moeten deze zomer gereed zijn.

Meer info

Website Zorgprestatiemodel FZ & GGZ

Rijksoverheid | Ex ante beleidsevaluatie Zorgprestatiemodel ggz en fz - Definitieve rapportage

Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) | Zorgprestatiemodel klaar voor gebruik!

Lees meer
Achter het nieuws ggz
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.