Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
geschiedenis

Bekommerde dokters met kijk op de zaak

Hoogleraar medische geschiedenis Mart Van Lieburg over KNMG-kopstukken

Plaats een reactie
Herman Engbers | HH
Herman Engbers | HH

Een hoogleraar medische geschiedenis komt in zijn loopbaan nogal eens gepassioneerde artsen tegen. Om daar een selectie in aan te brengen valt niet mee. Aan de hand van de geschiedenis van de KNMG doet Mart van Lieburg een poging.

Wie zijn de dokters met passie van de afgelopen anderhalve eeuw? Hoogleraar medische geschiedenis Mart van Lieburg heeft in zijn loopbaan duizenden levensverhalen van gedreven dokters voorbij zien komen. Maar passie vindt hij toch een lastig begrip. Hij denkt bij dat woord aan artsen die naar de tropen gaan. Of aan een dokter die om zeven uur ’s ochtends al op de fiets zit om zijn ronde te doen. Liever vervangt Van Lieburg passie door het begrip bekommernis: ‘Dan wordt het voor mij concreter. Op een gegeven moment gaat een arts zich bekommeren om iets dat speelt. En omdat hij zich erin vastbijt, komt zo iemand in de geschiedenis van de KNMG bovendrijven, als voorzitter bijvoorbeeld’, zegt Van Lieburg. Tenminste, als de bekommernis gepaard gaat met visie en als die overdraagbaar is, waardoor de arts er anderen mee inspireert.

Rondtrekkende chirurgijns

Inspirerend waren de grondvesters van de NMG – tot 1949 was de KNMG nog niet koninklijk – zeker, aldus Van Lieburg. Zo was daar Gustaaf Voorhelm Schneevoogt, geneesheer in het Buitengasthuis in Amsterdam. Voorhelm Schneevoogt behoort tot de eersten die de idealen eenheid van stand, eenheid van opleiding en de eenheid van wetenschap omarmen, de doelen bij de oprichting van de NMG. Vóór 1850 vormen medici een bont gezelschap uiteenlopend van wetenschappers aan de universiteit tot rondtrekkende chirurgijns. De door Voorhelm Schneevoogt nagestreefde eenheid van de medische stand wordt in 1865 bereikt met de wet van Thorbecke waarin de artsentitel wordt vastgelegd. Als die eenheid er eenmaal is, vraagt dat nieuwe woordvoerders om ook die andere idealen gestalte te geven, vertelt Van Lieburg. Dat doet Johannes Nicolaas Ramaer, eerst als secretaris en vanaf 1870 als voorzitter van de NMG. ‘Hij is een eloquente, gepassioneerde verdediger van het aanbrengen van eenheid in de opleiding en in de medische wetenschap’, aldus Van Lieburg. Na hem komt Barend Stokvis. Hij neemt het stokje over van Ramaer en is net zo’n groot redenaar. Hij probeert wetenschappelijke secties van de NMG van de grond te krijgen. ‘Dat lukt hem niet. Ze kregen geen sprekers en er kwamen ook te weinig artsen luisteren op de wetenschappelijke bijeenkomsten. Daarom richt hij zelf een ander instituut voor wetenschap op, het Nederlandsch Genees- en Natuurkundig Congres, en wordt er voor­zitter van’, aldus Van Lieburg. Hierdoor gaat de band tussen de universitaire wetenschapsbeoefening en de NMG verloren. De vraag dringt zich in die tijd op welke doelstellingen dan overblijven voor de artsenorganisatie.

Vóór 1850 vormen medici een bont gezelschap

IJdel en onvruchtbaar

De Amsterdamse huisarts Mari Willem Pijnappel weet raad. In 1900 spreekt deze kersverse voorzitter de algemene ledenvergadering toe. Hij gooit de knuppel in het hoenderhok door te stellen dat er nog steeds hoge sterfte is en artsen toch eigenlijk geen deuk in een pakje boter slaan: ‘Gij verheft u op uwe wetenschap, maar zij is ijdel en onvruchtbaar en tot niets in staat; (…) uw zieken genezen slechts in schijn en het volk gaat achteruit en zijn kracht bestaat niet’, zegt hij in zijn voorzittersrede. De ondertoon is dat artsen zich blindstaren op wetenschappelijke vooruitgang. ‘Je kunt stellen dat Pijnappel een wissel omgooit’, zegt Van Lieburg. Via sociale maatregelen wil Pijnappel de gezondheidszorg bevorderen. Dat past goed bij de wetgeving van die tijd. Rond 1900 komen de gezondheidswet, de woningwet en de veiligheidswet. De overheid exploreert het sociale terrein. De Gezondheidsraad wordt in het leven geroepen en gaat adviezen geven. Van Lieburg: ‘Dan wordt duidelijk dat de NMG niet echt meekomt. De Gezondheidsraad geeft adviezen, maar wat is de rol van de NMG?’

Getty Images
Getty Images

Kastevorming

De artsenorganisatie is die eerste bijna drie decennia druk met de strijd – ‘nou ja, die is nog steeds niet helemaal over’ – over de verdeling van de macht tussen specialisten en huisartsen binnen de NMG, aldus Van Lieburg. Twee kno-artsen, eerst Abraham Sikkel en daarna Hendrik Burger, loodsen de KNMG daar doorheen. In die turbulente jaren worden aparte clubs opgericht, of treden groepen juist uit, zijn er stakingen en is er kastevorming. Binnen de NMG ontstaan in die jaren de Huisartsen Organisatie (HO) en de Specialisten Organisatie (SO), voorlopers van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en de Federatie Medisch Specialisten (FMS).
In de jaren dertig komt de boel tot rust. ‘De zaak is niet echt geregeld, maar het kan ermee door’, zegt Van Lieburg. Huisartsen en specialisten hebben hun eigen commissies en hun vertegenwoordiging in het NMG-bestuur. ‘Tot eind van de oorlog volgt dan wat ik maar noem de “ethische fase”. De rol van de huisarts krijgt meer profiel, medische ethiek wordt een onderwerp. In de jaren dertig spelen de hogere idealen van dokters’, aldus Van Lieburg. De artsen die in de oorlog een heldenrol vervulden, zoals verzetsartsen Jean Jacques Brutel de la Rivière en Marcus Jacobus Taalman Kip, mogen met wisselend succes na de oorlog het roer overnemen.

In 1958 doet de eerste vrouwelijke voorzitter haar intrede

Vrouwelijke voorzitter

Een belangrijke man in de jaren vijftig is Lambert Hulst, hoogleraar interne in Utrecht. Hij wordt niet veel meer genoemd, zegt Van Lieburg, maar hij is de man die na de oorlog te maken krijgt met de LSV (nu FMS) en de LHV. De verbanden van specialisten en huisartsen die lang commissies binnen de NMG waren, worden dan toch zelfstandige clubs. ‘Hulst lukte het om hen bij elkaar te praten en binnen het KNMG-verband te laten optreden. Hulst is ook de man die internationaal gaat kijken. Het geeft allerlei impulsen als bekend wordt hoe de gezondheidszorg is geregeld in de VS en Engeland.’ De eerste vrouwelijke voorzitter doet in 1958 haar intrede in het bestuur: Jo van den Blink-Rolder. In 1996 volgt Joke Lanphen.
In de jaren zestig zijn er de kritische artsen. Op vergaderingen komen zij met lange haren en noemen het artsenbolwerk aristocratisch en elitair. Midden jaren zeventig wordt de KNMG geconfronteerd met de eerste echte bezuinigingen in de gezondheidszorg. ‘De blik was in de eerste jaren intraprofessioneel gericht, na de oorlog internationaal en dan komt de overheid ineens met een grote klap binnen met de Structuurnota van staatssecretaris Hendriks. Daarop volgen allerlei maatregelen zoals beddenreductie. Dan is het schrikken voor de KNMG. Die wordt eigenlijk op de achtergrond gedrukt. Ze mag haar bijdrage geven, maar de sleutelrol heeft ze niet meer. En als ik het goed zie, komt de autonomie nu – bijna vijftig jaar later – pas langzaam weer terug. Het gesprek met de overheid raakt nu hersteld’, zegt Van Lieburg.
De bezuinigingen eisen ook hun tol van de saamhorigheid van de verschillende disciplines in de artsenstand. ‘Het begon flink te knetteren met de LSV die uit de KNMG wilde en zelf haar belangen wilde behartigen. Willem Cense bracht – vanuit zijn huisartsenpraktijk op Urk – rust in de tent. Hij heeft het in de jaren tachtig te midden van de stampij vier periodes volgehouden, werd dus ook steeds herkozen. Ik denk dat Cense met gezond verstand en veel tact in feite de zaak op de rails heeft gezet richting de federatie, zoals we die nu kennen.’

lees ook

download het artikel (pdf)
geschiedenis
  • Eva Nyst

    Eva Nyst (1973) is journalist bij Medisch Contact en heeft als aandachtsgebieden veiligheid, recht, ethiek en preventie.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.