Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Sytske van der Meer
26 januari 2018 6 minuten leestijd
levenseinde

Artsen verwijzen te snel naar Levenseindekliniek

Onterechte huiver voor relatief eenvoudige euthanasieaanvragen

15 reacties
getty images
getty images

Het gebeurt nogal eens dat artsen een euthanasieaanvraag duiden als ‘voltooid leven’, terwijl het om stapeling van ouderdomsklachten gaat. Uit drempelvrees verwijzen zij naar de Levenseindekliniek, wat voor deze categorie meestal niet nodig is, maar wel de wachtlijst daar onnodig lang maakt.

Het aantal aanmeldingen bij de Levenseindekliniek groeit zo hard, dat de stichting voor 2018 dubbel zoveel ambulante teams nodig heeft. In 2016 ging het om 1796 aanvragen, waarvan 24 procent stapeling van ouderdomsklachten. In de eerste helft van 2017 waren dat er rond 1250, waarvan inmiddels een derde stapeling van ouderdomsklachten betrof. Dit terwijl de Levenseindekliniek zich liever wil richten op complexe euthanasieverzoeken. Mensen met een dergelijk verzoek moeten nu langer wachten tot hun aanvraag in behandeling kan worden genomen.

Als we bij de artsen van betreffende patiënten informeren waarom zij niet bereid zijn een euthanasietraject met deze mensen in te gaan, is vaak het antwoord: ‘Ik sta helemaal niet afwijzend tegenover euthanasie, maar dit is voor mij een brug te ver.’ Er lijkt dus drempelvrees te bestaan voor relatief eenvoudige euthanasieaanvragen.

Casus 1

Mevrouw A is 97 jaar oud als ze aangemeld wordt bij de Levenseindekliniek door haar dochter. Ze wil euthanasie in verband met een stapeling van ouderdomsklachten. De eigen huisarts wil de euthanasie niet doen, omdat hij haar lijden ‘niet invoelbaar genoeg vindt’.

Mevrouw is al 37 jaar weduwe en iedereen in haar omgeving van haar generatie is overleden, haar laatste zus een paar weken geleden. Ze heeft een goed contact met haar zoon en schoondochter, haar dochter en kleindochter, die zo vaak mogelijk op bezoek komen. Ze vertelt op humoristische, heldere en duidelijke wijze dat ze het liefst zo snel mogelijk wil overlijden; eigenlijk wilde ze de afgelopen vijf jaar echt al niet meer leven. Ze is bijna blind door maculadegeneratie, bijna doof, heeft reuma en ernstige artrose, blaas- en darmproblemen. Misschien wel haar grootste probleem is de extreme vermoeidheid: ze vertelt dat ze er soms een halfuur tegenaan zit te hikken als ze van haar stoel naar haar bed moet zien te komen. Ze komt alleen nog van haar kamer af om de krant op te halen aan het eind van de gang. Met de lift durft ze niet naar beneden, omdat ze zo slecht ziet.

We hebben drie langdurige gesprekken met mevrouw A. Als we haar, na het bezoek van de SCEN-arts en een telefonisch multidisciplinair overleg met de Levenseindekliniek, vertellen dat wij haar de gevraagde euthanasie gaan verlenen is ze dolblij.

Drie maanden nadat haar dochter haar heeft aangemeld, overlijdt ze door het innemen van een dodelijk drankje, dat ze zonder enige aarzeling opdrinkt in het bijzijn van haar naasten.

Het oordeel van de Toetsingscommissie: er is gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen.

Casus 2

Mevrouw B is 91 jaar oud als haar dochter haar aanmeldt bij de Levenseindekliniek. Mevrouw woont zelfstandig samen met haar echtgenoot, eveneens ouder dan 90 jaar. Ze is bijna blind en bijna doof, extreem vermoeid, heeft erg veel last van pijnlijke voeten en is vaak duizelig waardoor ze bang is om te vallen, wat al meerdere keren is gebeurd. Ze ligt vrijwel de hele dag in bed.

Haar huisarts vindt haar verzoek om levensbeëindiging invoelbaar, maar ze heeft deze praktijk net overgenomen en nadat ze er lang over nagedacht heeft en er meerdere keren over heeft gesproken met mevrouw en haar naasten, heeft ze besloten dat dit niet de eerste euthanasie in haar pasgestarte praktijk moet zijn. Ze heeft wel alvast een ouderenpsychiater om een consultatie gevraagd in verband met een depressie in het verleden (mevrouw gebruikt al vele jaren antidepressiva) en een nog steeds aanwezige angststoornis. Deze psychiater schrijft in haar verslag dat er weinig mogelijkheden zijn om de situatie van mevrouw te verbeteren. Een lagere dosering citalopram en alprazolam zou de vermoeidheid en duizeligheid kunnen verminderen, maar de depressieve en angstklachten doen toenemen.

Het team van de Levenseindekliniek spreekt driemaal uitgebreid met mevrouw, haar echtgenoot en drie kinderen. Zij weet ons al snel te overtuigen van de ondraaglijkheid en uitzichtloosheid van haar lijden. Na bezoek van de SCEN-arts en een telefonisch multidisciplinair overleg met de Levenseindekliniek overlijdt mevrouw door euthanasie, exact drie maanden na de aanmelding. Het oordeel van de Toetsingscommissie is: zorgvuldig.

Er zijn weinig mogelijkheden om de situatie te verbeteren

Casus 3

De heer C, 95 jaar, wordt bij de Levenseindekliniek aangemeld door zijn zoon. Hij is bijna blind en vrijwel doof, extreem vermoeid en benauwd door hartfalen. Hij heeft een verblijfskatheter vanwege urineretentie, die hem veel last bezorgt. Hij heeft regelmatig urineweginfecties waardoor hij meerdere keren in een delier is geraakt, wat gepaard ging met angst en verwardheid. Na elk delier werd hij cognitief een stukje slechter. Een halfjaar geleden is zijn echtgenote, die dement was, overleden. Hij heeft een geadopteerde zoon die vlakbij woont en dagelijks op bezoek komt.

Hij kan geen sociale contacten meer aangaan door zijn slechte gehoor en slechte visus. Hij zit het grootste deel van de dag op zijn kamer te wachten tot zijn zoon langskomt.

Zijn huisarts, die al meerdere malen euthanasie heeft gepleegd, vindt het verzoek van de heer C te complex.

Tijdens de eerste twee gesprekken die wij met hem voeren, wordt het ons niet volledig duidelijk of hij een actuele doodswens heeft. Hij wil graag overlijden, maar wordt een beetje kribbig van ‘alle gedoe eromheen’. Bovendien heeft zijn zoon de neiging om antwoord te geven in de plaats van zijn vader. Het derde gesprek voeren wij zonder zijn zoon, maar wel met een verpleegkundige van zijn afdeling, die hij vertrouwt. Na dat gesprek zijn wij ervan overtuigd dat het een vrijwillig en weloverwogen verzoek betreft. Tijdens het vierde gesprek, waarbij zoon en schoondochter aanwezig zijn, wordt dat nogmaals bevestigd.

De SCEN-arts spreekt hem alleen in het bijzijn van de verpleegkundige en is er eveneens van overtuigd dat zijn verzoek aan de wettelijke criteria voldoet. Na het multidisciplinaire overleg met de Levenseindekliniek overlijdt de heer C door euthanasie, zes weken na aanmelding. De euthanasie wordt door de Toetsingscommissie als zorgvuldig beoordeeld.

Sociaal isolement

Beschreven zijn de eerste drie patiënten die ik euthanasie heb verleend in mijn functie als arts voor de Levenseindekliniek. Alle drie hadden ze een zodanige stapeling van klachten en beperkingen dat ze in een sociaal isolement geraakt waren en er niets meer was wat hun leven nog enigszins de moeite waard kon maken.

Euthanasie bij stapeling van ouderdomsklachten hoort bij de eigen huisarts thuis

Onderzoeker en docent ethiek Els van Wijngaarden laat in haar boek Voltooid leven. Over leven en willen sterven zien dat in alle verhalen van de door haar geïnterviewde personen de volgende vijf thema’s een rol spelen:

•Een diep gevoel van existentiële eenzaamheid.

•Het gevoel er niet meer toe te doen.

•Een groeiend onvermogen om zich te uiten op een wijze die kenmerkend voor de persoon was.

•Geestelijke en lichamelijke moeheid van het leven.

•Een innerlijke afkeer en weerzin ten aanzien van (gevreesde) afhankelijkheid.

Bij alle patiënten die ik tot nu toe gesproken en geholpen heb, spelen al deze factoren een rol en is er sprake van meer dan voldoende medische grondslag. Bij een aantal patiënten wijst ons onderzoek uit dat het leven nog wel de moeite waard blijkt, en hebben we de zorg weer aan de eigen huisarts kunnen overdragen.

Drempelvrees overwinnen

De enorme terughoudendheid om het verzoek om levensbeëindiging bij ouderen te honoreren heeft vaak als reden dat het verzoek ten onrechte wordt gekenmerkt als een verzoek bij voltooid leven, ondanks dat er meer dan voldoende medische grondslag is.

Bij de Levenseindekliniek zijn wij van mening dat een verzoek om levensbeëindiging bij ouderen met stapeling van ouderdomsklachten niet meer tot de complexe euthanasie behoort en dus bij de eigen arts thuishoort. Dat wil uiteraard niet zeggen dat wij het niet meer doen, maar wij hopen de toenemende vraag te kunnen beperken. De Levenseindekliniek heeft een expertisecentrum: expertisecentrumeuthansie.nl. Hier kunnen artsen met al hun vragen over euthanasie terecht. En consulenten euthanasie kunnen artsen helpen hun drempelvrees te overwinnen, door middel van begeleiding en advies.

auteur

Sytske van der Meer SCEN-arts, arts Levenseindekliniek

Geen belangenverstrengeling gemeld door de auteur.

contact

sytske.vandermeer@gmail.com

cc: redactie@medischcontact.nl


download dit artikel in pdf

print dit artikel
euthanasie levenseinde levenseindekliniek ouderen voltooid leven
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • dr. R. van Westrhenen, Psychiater & klinisch Farmacoloog, Amsterdam 20-02-2018 13:47

    "Met veel genoegen lees ik altijd Medisch Contact. Graag wil ik u wijzen op een onjuistheid in dit artikel over Euthanasie, casus 2, p. 21 ..’een lagere dosering citalopram en alprazolam zou de vermoeidheid en duizeligheid kunnen verminderen, maar de depressieve en angstklachten doen toenemen.’
    Dit is precies andersom en ik denk dat dit een vergissing is van uw kant. Citalopram kan depressieve klachten en angst doen afnemen, alprazolam dempt angst en deze middelen kunnen vermoeidheid en duizeligheid helaas doen toenemen.
    In deze tijd waarin er veel discussie is over psychotrope medicatie zou ik het als lid zeer op prijs stellen als u een erratum plaatst zodat er niet nog meer misverstanden ontstaan."

  • Sytske van der Meer, SCEN-arts, arts Levenseindekliniek, Enschede 30-01-2018 12:22

    "Inderdaad doet de term “eenvoudige euthanasie” geen enkel recht aan de casus die ik beschrijf in mijn artikel. Deze woordkeus was niet handig en ik betreur het zeer dat hierdoor mijn doel: duidelijk maken dat angst voor de toetsingscommissie in dit soort casus onterecht is, ondersneeuwt.
    Volgens mij wordt door de beschrijving van de drie patiënten duidelijk dat hun lijden ernstig en uitzichtloos is, en dat dat op grond is van medische aandoeningen en niet op grond van “voltooid leven problematiek”. De term “voltooid leven” of “klaar met leven” schept onnodige verwarring en onzekerheid.
    Wij respecteren en begrijpen de bezwaren van de huisarts die verwijst naar de levenseindekliniek, willen niemand onder druk zetten, doen dat in de praktijk ook niet. Wij vinden niet dat, als een euthanasieverzoek voldoet aan de wettelijke criteria, u dat verzoek dan ook per definitie “zomaar moet honoreren”. Maar niemand vraagt ook “zomaar” om euthanasie. Aan het verzoek zijn soms jaren voorafgegaan van geleidelijke achteruitgang en steeds meer kwaliteit van leven inleveren. En de eigen huisarts heeft dat proces meestal meegemaakt, kent deze persoon als iemand die de regie over zijn leven had en die nu volledig kwijt is. Wij moeten deze persoon nog leren kennen en dat kost tijd. Tijdens het traject dat wij met de patiënt doormaken hebben wij doorgaans uitstekend contact met de eigen huisarts, en werken ook met hem samen. En soms komen wij samen met de patiënt tot de conclusie dat hij toch nog wel verder kan en geven wij de zorg terug.
    De vraag om euthanasie bij stapeling van ouderdomsaandoeningen is de laatste jaren enorm toegenomen en zal alleen nog maar verder toenemen. De levenseindekliniek kan deze toename niet als enige oplossen. Dit artikel was een poging om samen met u een oplossing voor dit probleem te zoeken, niet om u ergens van te beschuldigen of iets van u te eisen, integendeel."

  • KNMG, , Utrecht 29-01-2018 14:49

    "In reactie op Steven Pleiter (reactie 27-1): niet de kop van het artikel in Medisch Contact, maar onze moeite in het algemeen met de term ‘relatief eenvoudige euthanasie’ vormde de aanleiding voor de column van René Héman. Deze term wordt ook in de publieke media gebruikt en schept, mogelijk onbedoeld, een beeld dat er ‘eenvoudige’ euthanasieverzoeken zijn. Een beeld dat in onze ogen al helemaal niet past bij de situatie waar Van der Meer in haar artikel op doelt: de stapeling van ouderdomsklachten. Daarom pleiten wij ervoor deze onderscheidende term te vermijden. Los daarvan streven de Levenseindekliniek en de KNMG beiden naar hetzelfde: euthanasie liefst laten plaatsvinden in de vertrouwde behandelrelatie – al is dat nu eenmaal niet altijd mogelijk."

  • Michiel Marlet, arts, Warnsveld 29-01-2018 10:37

    "Collega van der Meer vindt tijdens haar onderzoek bij een aantal van haar euthanasie vragende patiënten dat het leven nog wel de moeite waard is. Zij heeft de zorg weer overgedragen aan de huisarts. Diezelfde ervaring heb ik ook. Het samen met de patiënt doornemen van het levensverhaal en van daaruit inventariseren van het lijden, geeft nog al eens mogelijkheden om het lijden te verlichten. Zelden zijn het medische interventies die het lijden kunnen verzachten en het leven weer leefbaar maken, meestal gaat het om sociale interventies! Een euthanasieverzoek zie ik, als ex huisarts en ex SCEN arts, als een hulpvraag met een vraag achter de vraag. Uitgebreid onderzoek in een samenwerking van huisarts en POHGGZ kunnen veel (oud) leed opleveren en de leefbare alternatieven voor euthanasie aan het licht brengen. "

  • martijn termaat, huisarts, groningen 28-01-2018 22:39

    "
    Zoals al eerder in commentaren genoemd wordt in het artikel volledig voorbij gegaan aan andere aspecten dan de wettelijke kaders, die maken dat wij soms wel en soms niet kunnen en willen voldoen aan een euthanasiewens van een patiënt
    .
    Voor mij is stapeling van ouderdomsklachten iets wat bij het leven hoort. Iets waar ik mijn patiënt zeker in wil bijstaan, maar niet in de vorm van euthanasie, hoezeer dat wettelijk ook zou mogen. Deze grens, die voor mij persoonlijk zo bestaat, is niet hard en mogelijk dat ik ooit een patiënt tref waarbij ik deze grens over ga.

    Helaas heb ook ik een negatieve ervaring met de levenseindekliniek gehad. Een patiënt die ik weloverwogen euthanasie weigerde heeft via de kliniek wel euthanasie gekregen. De betreffende arts vond het nodig ons en de familie mee te geven niet te begrijpen waarom de eigen huisarts dat niet heeft willen doen.

    Er lijkt een kloof te ontstaan tussen artsen die euthanasie normaal en haast onvermijdbaar vinden als het kan en mag en artsen die niet alleen wet- en regelgeving laten meespelen, maar ook andere overwegingen. Ik hoop dat we respect voor elkaars omgaan met het nooit eenvoudige en altijd emotionele onderwerp euthanasie zullen blijven houden.





    "

 
Akkoord Cookievoorkeuren aanpassen

Medisch Contact gebruikt cookies en scripts om uw gebruik van onze website geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en op uw profiel afgestemde advertenties kunnen tonen. Ook gebruiken we cookies en scripts om integratie met social media (Twitter, Facebook, LinkedIn, etc.) mogelijk te maken. Meer informatie vindt u in onze cookieverklaring en in onze Privacyverklaring