Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Nieuws

‘Artsen verwijzen naar België voor late zwangerschapsafbreking’

Plaats een reactie

In 2015 hebben artsen geen meldingen gedaan bij de commissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen. Wél kreeg de commissie signalen dat vrouwen voor late zwangerschapsafbrekingen worden doorverwezen naar België.

Daarmee blijft het totaalaantal meldingen sinds de oprichting van de commissie in 2007 staan op zeventien voor late zwangerschapsafbrekingen (na 24 weken, wegens ernstige foetale afwijkingen) en één melding van levensbeëindiging van een pasgeborene. Al langere tijd wordt aangenomen dat er minder meldingen worden gedaan dan reëel is.

Per 1 februari 2016 is de regeling late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen aangepast, omdat enkele punten onduidelijk waren. Ook genoot de regeling wat betreft levensbeëindiging van pasgeborenen weinig vertrouwen onder artsen. Dat leidde ertoe dat niet alle gevallen van late zwangerschapsafbreking en met name levensbeëindiging van pasgeborenen werden gemeld, zo schrijft de commissie in het jaarverslag.

‘Er zijn signalen bekend dat bij een late zwangerschapsafbreking vanuit Nederland wordt doorverwezen naar België, zo licht secretaris van de commissie mr. Suzy van Leeuwen toe. ‘Over hoe vaak dat gebeurt, zijn geen exacte cijfers bekend. Dat het gebeurt, heeft te maken met een ingewikkelde en tijdrovende meldingsprocedure. Artsen zijn ook huiverig omdat het Openbaar Ministerie bij late zwangerschapsafbreking categorie 2 en levensbeëindiging bij pasgeborenen een eindoordeel geeft of de arts heeft voldaan aan alle zorgvuldigheidseisen. En die juridische toets is voor veel artsen onduidelijk.’

Volgens Van Leeuwen is de commissie sinds de aanpassing van de regeling achter de schermen druk bezig met het geven van voorlichting aan gynaecologen, neonatologen en kinderartsen over de nieuwe regeling om duidelijkheid, transparantie en vertrouwen in de meldingsprocedure te vergroten en daarmee de meldingsbereidheid. Van Leeuwen: ‘Ik durf zo niet te zeggen of dat effect heeft. Er zijn dit jaar wél een paar meldingen binnengekomen, waarover ik inhoudelijk geen toelichting kan geven. Op zich zijn alle betrokken artsen het er over eens dat de casuïstiek inzichtelijk moet worden gemaakt, omdat het moeilijke materie is en iedereen daarvan kan leren hoe om te gaan met zulke beslissingen. Maar het kost tijd om vertrouwen op te bouwen.’

In 2015 kreeg de commissie een vraag van het Openbaar Ministerie om een deskundigenoordeel over het overlijden van een pasgeborene in 2011. De vader van de baby, die op in november 2011 werd geboren en twee weken later overleed, deed aangifte tegen de arts die bij de behandeling betrokken was. Volgens de vader werd het leven van de baby beëindigd door het toedienen van een overdosis morfine en midazolam. De commissie kwam op basis van het medisch en verpleegkundig dossier van de baby en toelichtingen van betrokken artsen tot het oordeel dat de betrokken artsen conform de professionele standaard handelden.

Lees ook:

print dit artikel
Nieuws levensbeëindiging abortus
  • Simone Paauw

    Simone Paauw (1978) werkt sinds april 2008 als journalist en webredacteur bij Medisch Contact. Ze interviewt het liefst de ‘gewone’ arts met een bijzonder verhaal en neemt graag een kijkje in de praktijk.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 
Akkoord Cookievoorkeuren aanpassen

Medisch Contact gebruikt cookies en scripts om uw gebruik van onze website geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en op uw profiel afgestemde advertenties kunnen tonen. Ook gebruiken we cookies en scripts om integratie met social media (Twitter, Facebook, LinkedIn, etc.) mogelijk te maken. Meer informatie vindt u in onze cookieverklaring en in onze Privacyverklaring