Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Maarten de Boo Job Gilhuis
22 januari 2014 5 minuten leestijd
opinie

Artsen moeten zich niet lenen voor asielbeleid

5 reacties

OPINIE

Artsen die medische beslissingen moeten nemen over asielzoekers, doen dat zonder onafhankelijk onderzoek over het thuisland. Psychiater Maarten de Boo en neuroloog Job Gilhuis vinden dat niet kunnen en roepen de KNMG op actie te ondernemen.

Een arts hoort, vanuit het belang van de patiënt, in staat te zijn de informatie waarop hij adviezen en besluiten baseert, goed te beoordelen. Is het een dubbelblind onderzoek geweest waarop wordt gevaren, is er alleen anekdotisch bewijs in de vorm van casuïstiek, et cetera? Maar dat blijkt niet te gelden voor de vier artsen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), die adviseren over de vraag of een asielzoeker in aanmerking komt voor verblijf in Nederland op medische gronden, of terug kan naar zijn eigen land. Zij – preciezer gezegd, artsen van het Bureau Medische Advisering van de IND, oftewel BMA-artsen – krijgen hun informatie van de IND. Deze informatie wordt door hen niet getoetst. Evenmin doen zij eigen onafhankelijk onderzoek naar de behandelmogelijkheden in het land van herkomst. Vervolgens krijgt diezelfde IND een ‘onafhankelijk’ advies van de artsen. De uiteindelijke beslissing wordt genomen door een ambtenaar van de IND op grond van – u raadt het al – het advies van deze artsen.

Gemarteld
Belangrijk criterium voor het al dan niet verlenen van een verblijfsvergunning is of de mogelijkheid bestaat van behandeling in het thuisland. BMA-artsen gaan ervan uit dat als er ergens in het land van herkomst behandeling mogelijk is, een patiënt terug kan. Taal en afstand spelen geen rol. Een gevluchte Tibetaan die door de Chinese autoriteiten is gemarteld, wordt dus geacht zich in Peking te laten behandelen voor de gevolgen hiervan.1 Dat hij de taal niet spreekt, ter plaatse geen familie heeft en dat zijn posttraumatische stressstoornis zal verergeren, hoeft niet te worden meegenomen in hun overweging. Zij maken immers geen beleid, zoals twee BMA-artsen het zeiden in een recent interview in Medisch Contact (MC 46/2013: 2380). De twee, die anoniem willen blijven, geven toe dat ze de informatie die zij aangereikt krijgen niet toetsen en dat zij zich niet verantwoordelijk voelen voor de consequenties van hun ‘advies’. Ze checken dan ook nooit hoe het een patiënt na terugkeer verder vergaat.2

Een ander belangrijk beoordelingscriterium is het begrip ‘medische noodsituatie’. Dat betekent dat er, om in aanmerking te komen voor verblijf op medische gronden, binnen drie maanden een levensbedreigende situatie moet ontstaan. Dat deze definitie de zorgvuldigheid onder druk zet spreekt voor zich. Zo mag bijvoorbeeld een patiënt met een maligniteit, die waarschijnlijk niet binnen drie maanden zal overlijden, op deze gronden worden uitgezet, ongeacht of hij wel of niet behandeld kan worden in zijn eigen land.

Asielzoekers zelf worden niet meer uitgenodigd voor onderzoek. Onze patiënten hebben in elk geval nog nooit een BMA-arts gezien of gesproken. In hun contacten met collega’s verschuilen deze artsen zich achter hun anonimiteit. Hun brieven worden ondertekend met de namen van alle vier BMA-artsen. Zou u zich kunnen voorstellen dat verzekerings- of bedrijfsartsen zo zouden werken?

Aantoonbaar onjuist
In de twee gevallen dat wij met de BMA-collega’s te maken hadden, was de informatie die zij kregen aangereikt aantoonbaar onjuist. Slechts door een eenvoudige zoekopdracht op een internetzoekmachine naar het opgegeven adres waar de behandeling zou plaatsvinden, te bellen met een collega ter plaatse of te informeren bij het Rode Kruis van het betreffende land, bleek dat daar in beide gevallen geen behandeling mogelijk was. Echter, deze informatie werd door de BMA-artsen terzijde geschoven zonder verdere argumentatie. Hun eigen informatiebronnen bleven tot onze verbazing geheim. Richtlijnen van het UNHCR of het Rode Kruis werden genegeerd, zonder opgaaf van redenen.

In een persoonlijk gesprek met collega X van de BMA bleek dat zijn medische kennis ernstige hiaten vertoonde. Dit werd nog storender toen deze basisarts alles wat wij naar voren brachten simpelweg pareerde met: ‘Dat zegt u.’ Toen ik dezelfde collega uitlegde dat deze man geen kans van leven had als hij zou worden teruggestuurd naar Afghanistan, was zijn reactie: ‘Daar heb ik niets mee te maken, ik heb mij aan de regels te houden.’3

Ondanks een lange reeks tuchtzaken en een zeer kritisch rapport van de IGZ en de KNMG hebben er geen wezenlijke veranderingen plaatsgevonden.4 5 De KNMG zou artsen moeten verbieden zich voor dit soort praktijken te lenen. Alleen artsen die losstaan van de politieke machinerie om zoveel mogelijk mensen uit te zetten, zouden moeten adviseren. Asielzoekers hebben, net als andere bewoners van Nederland, recht op medische behandeling, onafhankelijk en met aandacht voor mens en omgeving.


KNMG: BMA-artsen gaan niet over asielaanvraag

De KNMG is zich terdege bewust van het medisch-ethisch spanningsveld waarbinnen BMA-artsen opereren. De KNMG wil echter benadrukken dat BMA-artsen niet een oordeel geven over de vraag of een vreemdeling daadwerkelijk terug kan naar het land van herkomst. Dit is ter beoordeling van de IND en de vreemdelingenrechter. Toegankelijkheid van zorg en de veiligheid in het land van herkomst zijn belangrijke aspecten in de asielaanvraag, maar zijn geen kwesties waarover aan de BMA-artsen advies wordt gevraagd. Het valt deze artsen dan ook niet aan te rekenen dat zij hierover geen advies uitbrengen. Het is aan de asielzoeker en diens rechtsbijstand om deze aspecten in de procedure bij de IND in te brengen.

De KNMG heeft de afgelopen maanden contact gehad met het BMA en de IND over de werkwijze van BMA-artsen. De KNMG kan zich niet vinden in de conclusie dat de manier van werken van BMA-artsen zich vanuit medisch-ethisch perspectief niet zou verdragen met de artseneed.


Maarten de Boo, psychiater, Reinier de Graaf Groep, Delft

dr. Job Gilhuis, neuroloog, Reinier de Graaf Groep, Delft


contact: gilhuis@rdgg.nl; cc: redactie@medischcontact.nl


Geen belangenverstrengeling gemeld.



Voetnoten

1. Crul BVM, Rijksen WP. Tsjetsjeen met PTSS naar Moskou. Medisch Contact, 2010;15:682-4.
2. Broersen S. IND-artsen: ’Wij maken geen beleid’. Medisch Contact, 2013;46:2080-3.
3. Gilhuis HJ, Bloemen EJJM, de Boo M, Legemaate J. Medische advisering in vreemdelingenzaken onder de professionele maat. Medisch Contact 2010;48:2596-8.
4. Inspectie voor de Gezondheidszorg. Medische advisering in het kader van het vreemdelingenbeleid door BMA. Den Haag: IGZ;2006.
5. Commissie medische zorg voor (dreigend) uitgeprocedeerde asielzoekers en illegale vreemdelingen. Rapport ‘Arts en Vreemdeling’. Utrecht: KNMG, LHV, Orde van Medisch Specialisten, NVvP, Pharos; 2007.

Lees ook

<b>Download dit artikel (PDF)</b>
KNMG opinie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • , , 07-02-2014 00:00

    "Hoewel de KNMG toegeeft dat er medisch-ethische problemen zijn met het werk van de BMA-artsen, is haar standpunt zuiver juridisch.
    De KNMG gaat niet in op het feit dat de BMA-artsen niet onafhankelijk opereren. Nu wordt het oordeel van de BMA-artsen bepaald door de informatie die zij krijgen aangereikt van de IND, welke in onze twee casus aantoonbaar onjuist was. Dit zelfde punt wordt bevestigd door de specialisten die werden geïnterviewd voor de tv-reportage “Ziek en uitgezet” van Zembla in januari 2011. Door deze onjuiste informatie konden de BMA-artsen het advies geven dat uitzetten van de desbetreffende zieke asielzoekers geen problemen zou opleveren. Juridisch mag dat dan waterdicht zijn, ethisch is het allerminst. Door de beperkte, en ons inziens onjuiste, opvatting omtrent de medische verantwoordelijkheid bij de BMA-artsen vindt er een vorm van legitimatie voor het beleid plaats. Van de KNMG mag worden verwacht dat zij de medisch-ethische kant van de geneeskunde in Nederland verdedigt en dat zij oordeelt naar de geest van de wet. In de huidige situatie wordt er geoordeeld naar de letter van de wet, wat enigszins merkwaardig is voor een medische organisatie.

    Als artsen niet volgens hun beroepscode werken of in een omgeving moeten functioneren waarin zij niet de noodzakelijke onafhankelijkheid kunnen waarborgen, moeten zij uit dit gebied geweerd worden of zichzelf terugtrekken. Tenzij deze onafhankelijkheid is gewaarborgd dienen artsen buiten politiek gevoelige kwesties te blijven en mogen zij geen medische legitimering geven voor politiek controversiële beslissingen.

    dr. Job Gilhuis, neuroloog, Reinier de Graaf Groep, Delft
    Maarten de Boo, psychiater, Reinier de Graaf Groep, Delft
    "

  • , , 05-02-2014 00:00

    "‘De KNMG wil benadrukken dat BMA-artsen geen oordeel geven over de vraag of een vreemdeling daadwerkelijk terug kan naar het land van herkomst.’
    Zo reageert ‘de’ KNMG op het artikel van De Boo en Gilhuis (MC 04/2014: 154). Zij betogen, dat ‘alleen artsen die los staan van de politieke machinerie, die als doel heeft zoveel mogelijk mensen uit te zetten, aan de IND advies zouden moeten geven’. Aan een advies, dat rekening houdt met de rechten op menswaardige behandeling, heeft de IND geen behoefte. De IND wordt door een politiek systeem aangestuurd, dat berust op de angst voor de aanzuigende werking van een menswaardig asielbeleid.
    De IND hanteert een opmerkelijke strategie om ook moeilijk uitzetbare asielzoekers te kunnen terugsturen. Allereerst worden een aantal door de IND vastgestelde vragen aan een BMA-arts voorgelegd. Vervolgens verandert de IND deze medische casus in een juridische casus, omdat de IND verantwoordelijkheid is voor het beleid dat idealiter leidt tot uitzetting van de vreemdeling. Als de asielzoeker financiële ondersteuning voor juridische bijstand krijgt, is een kostbaar juridisch steekspel een alternatief voor de voorgenomen uitzetting.
    Behandelend artsen van de asielzoeker kunnen desgevraagd schriftelijke informatie opsturen naar het BMA. Het BMA heeft hiërarchisch een bepalende rol: de BMA-arts bepaalt of nader overleg met behandelaars zinvol is en geeft schriftelijke informatie aan de IND. De BMA-arts heeft veel minder kennis van en ervaring met de asielzoeker dan de behandelaars.
    De ‘politieke machinerie’ leidt tot deze procedure, waarbij de asielzoeker van een mens met rechten en belangen tot casus wordt: hier werken de BMA-artsen aan mee.
    De ethische vraag of een BMA- arts volgens onze beroepscode wel of niet mag meewerken aan deze standaardprocedure van de IND is door de KNMG met een dubbele ontkenning bevestigd.

    Riewert van Doesburgh, huisarts, Hilversum
    "

  • J.B. Vosters, arts M&amp;G, AMERSFOORT 28-01-2014 00:00

    "IND Artsen moeten zich juist inzetten voor een humaan asielbeleid!
    In Medisch Contact van 23 januari 2014 geven een psychiater en een neuroloog aan dat IND artsen niet kunnen beoordelen of een asielzoeker met medische problematiek uitgezet kan worden, omdat in het land van herkomst de mogelijkheden in de regel onvoldoende bekend zijn om de toegang tot noodzakelijke zorg daar te garanderen. Zij concluderen vervolgens dat artsen zich niet moeten lenen voor asielbeleid. Zij gaan in hun conclusie echter te ver. Artsen zijn perdefinitie onafhankelijk en zij die sociaal geneeskundig werk doen dienen juist invloed op dat beleid uit te oefenen. Waar kan dat niet beter dan binnen de IND: wegkijken is geen optie zoals de anonieme collegae in MC 46/2013 eerder bepleitten. Het is eerder de vraag of de uitvoering van inhumaan beleid nog wel ethisch verantwoord is. Ethisch handelen is handelen met in acht neming van de gevolgen. In de artseneed staat dat de arts het belang van de patiënt voorop stelt. Het heeft er alle schijn van dat dat hier niet gebeurt.
    Er is echter meer aan de hand:
    - hanteren de IND artsen de KNMG richtljnen inzake het omgaan met medische gegevens?
    - wie ziet er op toe dat er een behoorlijke overdracht komt? Als de IND arts dat niet doet, wie dan wel?
    - als maximale invloed op het beleid is uitgeoefend en dit beleid schaadt de patiënt zou de Geneeskundige Inspectie dan niet nog vaker een tuchtzaak moeten aanspannen en de KNMG een nog steviger advies moeten uitbrengen?
    - de artsen van de IND wordt verweten te weinig kennis te bezitten. Welke kwaliteitseisen worden gesteld en hoeveel van de in dienst zijnde en ingehuurde artsen voldoen aan de eisen die de beroepsgroep (welke?) heeft gesteld? Kenmerkend voor een sociaal geneeskundige is dat die bij uitstek juist wél met de omgeving rekening houdt.
    - hoe kunnen die artsen de kwaliteit van hun advisering verbeteren als er geen terugkoppeling plaatvindt zoals in MC46/2013 gesteld?
    "

  • J.J.B. Ebben, bedrijfsarts n.p., HELMOND 24-01-2014 00:00

    "De politieke tirade van collegae de Boo en Gilhuis tegen (het werk van) de artsen van het BMA behoeft naar mijn mening enige nuancering.
    Allereerst het hoge aantal klachten bij de tuchtcolleges. De vreemdeling die in Nederland asiel aanvraagt heeft inderdaad terecht recht op goede medische zorg. Maar de asielzoeker heeft uiteraard veel meer rechten, onder andere ook het recht op goede juridische bijstand.
    Wanneer vaak pas na jaren blijkt dat geen asiel wordt verleend, blijft alleen het beroep op ik meen artikel 64 van de vreemdelingenwet mogelijk. Dit artikel houdt kort gezegd in dat vreemdelingen die om medisc
    he redenen niet kunnen reizen of in het land van herkomst niet behandeld kunnen worden, in Nederland mogen blijven. Indien het beroep op artikel 64 niet gehonoreerd wordt is de laatste mogelijkheid het indienen van een tuchtklacht door de vreemdeling en zijn advocaat. Omdat er voor de asielzoeker veel op het spel staat, zal er dus volop van deze gelegenheid gebruik gemaakt worden en zegt het aantal tuchtklachten dus weinig of niets over de kwaliteit van werken van de BMA artsen.
    Een van de auteurs geeft aan dat hij aan een arts van het BMA heeft “uitgelegd” dat een patiënt ” geen kans van leven” heeft in Afghanistan. Zo zonder nadere aanduiding waar het over gaat en waarop het dan is gebaseerd is dit een suggestieve uitspraak. Bovendien lijkt het er sterk op dat de behandelaar hier een verklaring aflegt over zijn eigen patiënt.
    Tenslotte ben ik het eens met de zienswijze van de behandelaars (voorbeeld van de Tibetaan) dat het niet spreken van de taal een belemmering vormt voor de behandeling van met name psychische klachten. Maar dat houdt dan tevens in dat ook bij de effectiviteit van psychotherapie in Nederland bij vreemdelingen, die de taal niet machtig zijn en gebruik moeten maken van tolken, de nodige vraagtekens gezet kunnen worden.
    "

  • Jos Rensing, huisarts, den Haag 24-01-2014 00:00

    "De reactie van de KNMG op de Boo en Gilhuis is glashelder: de BMA-artsen wordt niet gevraagd naar een oordeel over de staat van de gezondheidszorg in de rest van de wereld. Zij hoeven en dienen daarover dan ook geen oordeel te geven. Het moge duidelijk zijn dat het niveau van de gezondheidzorg in Nederland superieur is in vergelijking met die in de meeste andere landen in de wereld,. Dat feit is ten principale niet relevant bij de beoordeling van een verblijfs-status van iemand.
    Het artikel van de Boo en Gilhuis is suggestief en beledigend jegens de BMA artsen. Na de corrigerende reactie van de KNMG past het hen zich hiervoor te excuseren bij de BMA-artsen."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.