Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Ian Leistikow Arjan Driesprong
20 augustus 2019 7 minuten leestijd
tuchtrecht

Artsen die door de inspectie worden aangeklaagd – feiten en cijfers

Deze overwegingen hanteert de IGJ om een tuchtklacht in te dienen

2 reacties
Getty Images
Getty Images

Onder artsen bestaat nogal eens de indruk dat de inspectie te pas en te onpas een tuchtklacht indient. Dat blijkt echter nogal mee te vallen, laat de inspectie zien.

Voor veel zorgverleners is het onduidelijk hoe de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) tot haar besluit komt om een zorgverlener voor de tuchtrechter te dagen. Uit vragen aan de IGJ tijdens presentaties, gesprekken met zorgverleners, en artikelen – zoals die in Medisch Contact (MC 05/2018: 18) –, blijkt dat hierover misverstanden bestaan. Daarom willen we inzicht geven in de beweegredenen van de IGJ en handvatten geven om de kans op tuchtzaken te verkleinen.

Drie gronden

Er zijn drie gronden voor de IGJ om een tuchtzaak in te dienen:

  • het corrigeren van een individuele zorgverlener om patiënten/cliënten te beschermen tegen herhaling van ongewenst handelen;
  • het breed onder de aandacht van zorgverleners brengen van een juiste handelswijze;
  • het vernieuwen of verbeteren van een norm doordat de uitspraak van de tuchtrechter een (nadere) invulling aan de geldende wet- en regelgeving geeft.

Het tuchtcollege toetst een klacht aan twee ‘tuchtnormen’ uit de Wet BIG. De eerste tuchtnorm gaat over het tekortschieten ten opzichte van een patiënt en/of familie, zoals het onvoldoende informeren over een behandeling of het schenden van het beroepsgeheim. De tweede tuchtnorm gaat over ongepast handelen van een zorgverlener buiten de directe patiëntenzorg, zoals crimineel gedrag of het beschadigen van het vertrouwen in de beroepsgroep.

De cijfers

In 2017 waren er ongeveer 350 duizend BIG-geregistreerden, waartegen landelijk 1677 tuchtzaken zijn aangespannen. Vijftien hiervan waren vanuit de IGJ, wat iets minder is dan de voorgaande jaren (zie tabel). In 2018 heeft de IGJ ook vijftien zaken aangespannen, terwijl dat er landelijk 1780 waren.

Van de vijftien casussen die de IGJ in 2017 aan de tuchtrechter voorlegde, waren er tien naar aanleiding van seksueel grensoverschrijdend gedrag (sgog). Verder was er één naar aanleiding van een strafrechtelijke veroordeling en vier vanwege medisch handelen. Van deze vier betrof het eenmaal een medisch specialist, tweemaal een basisarts en eenmaal een verpleegkundige. In het kader staan de geanonimiseerde casussen van de tuchtzaken uit 2017 waar artsen bij betrokken waren. Dit geeft een indruk van het type gedrag dat de IGJ als tuchtwaardig beschouwt. 2018 geeft een vergelijkbaar beeld.

De IGJ legt dus niet veel zaken aan de tuchtrechter voor. Onder sommige zorgverleners leeft het beeld dat de IGJ veel tuchtzaken start naar aanleiding van een calamiteit. In de afgelopen acht jaar waren er 78 tuchtzaken vanwege een calamiteit. Per jaar worden ongeveer tweeduizend calamiteiten aan de IGJ gemeld, dus de afgelopen acht jaar is de IGJ gemiddeld bij één op de tweehonderd calamiteitenmeldingen een tuchtzaak gestart. In 2017 waren er twee medisch-inhoudelijke gevallen waarbij een tuchtzaak volgde op een melding uit het ziekenhuis.

Onpartijdige toezichthouder

Of de IGJ een kwestie aanhangig maakt, hangt af van:

  • de aard en mate van het verwijtbaar handelen;
  • of de zorgverlener zoiets eerder heeft gedaan;
  • de kans op herhaling;
  • de mate waarin de zorgverlener zich open, transparant en toetsbaar opstelt;
  • het risico voor de patiënt/cliënt;
  • de aanwezigheid van een duidelijke norm;
  • schadelijkheid van het gedrag in het vertrouwen in de beroepsgroep;
  • mate van nalevingsniveau binnen de beroepsgroep.

Bij het ontwikkelen van haar toezichtstrategie betrekt de IGJ de perspectieven van de patiënt, de professional, de politiek en het algemene publiek. Alle vier moeten er vertrouwen in kunnen hebben dat de IGJ als onpartijdige toezichthouder het belang van goede zorg voor ogen houdt.

Dat de arts een fout maakt is niet tuchtwaardig

Geen misbruik

Voor de patiënt betekent dat onder meer dat zorgverleners geen misbruik maken van de kwetsbaarheid van patiënten, en zich open en toetsbaar opstellen als zij betrokken zijn bij ongewenste uitkomsten. De meeste patiënten realiseren zich, net als de IGJ, dat zorgverleners fouten kunnen maken.1 Als een zorgverlener grensoverschrijdend gedrag vertoont, niet wil of kan leren van een fout, of als een beroepsgroep onvoldoende invulling geeft aan de eigen normen, treedt de IGJ op, bijvoorbeeld door het indienen van een tuchtzaak. Dat de arts een fout maakt is niet tuchtwaardig. Maar wel dat de arts hierover niet open is naar de patiënt en de fout probeert te verbergen. Dit suggereert dat de arts niet kan of wil leren (zie casus 1 in het kader).

Vanuit het perspectief van de zorgverlener is het belangrijk om te weten waar de grens ligt tussen acceptabel en onacceptabel gedrag. Voor seksueel gedrag is die lijn kraakhelder: het mag niet, het mag nooit. Casus 5 (zie kader) is een voorbeeld van de ‘tweede tuchtnorm’. Het handelen van deze zorgverlener kan het vertrouwen in de beroepsgroep beschadigen.

De IGJ kijkt vooral naar het bredere plaatje

De angst voor tuchtzaken bij zorgverleners komt meestal voort uit onzekerheid over hoe het medisch handelen wordt beoordeeld na een ongewenste uitkomst. De IGJ kijkt vooral naar het bredere plaatje en niet zozeer naar een enkele ernstige gebeurtenis. In casus 2 en 3 gaat het er niet om dat er wel of geen calamiteit is opgetreden, maar om de bevinding dat de artsen zich structureel buiten hun eigen competentie hebben begeven.

Tuchtzaken uit 2017 waar artsen bij betrokken zijn

1 Een medisch specialist had diagnostische bevindingen en de vertraging in follow-up niet met de hoofdbehandelaar, in de vakgroep of met collega’s in het ziekenhuis besproken.

De arts heeft ten onrechte geen VIM-melding/melding van een calamiteit gedaan na het constateren van het delay. De arts heeft het patiëntendossier achteraf aangevuld en gewijzigd zonder daarover transparant te zijn.

2 Een basisarts is ernstig tekortgeschoten in zorg voor minderjarige patiënten. De arts heeft op verschillende aspecten niet gehandeld conform de professionele standaard. Zo heeft de arts onvoldoende voorlichting gegeven, in twee gevallen de ingreep niet lege artis uitgevoerd, niet de juiste hygiënevereisten in acht genomen, geen dossier bijgehouden en onvoldoende nazorg geboden.

3 Een basisarts begaf zich op het terrein van de huisartsgeneeskundige zorg. De arts verleende zorg die niet voldeed aan de daarvoor geldende normen en volgde amper geaccrediteerde bij- en nascholing. Ook de continuïteit van de niet-spoed- en spoedzorg bleek niet goed geborgd, er was geen adequate informatie-uitwisseling tussen de basisarts, de eigen huisarts van patiënten en andere behandelaren en de dossiervoering van de basisarts voldeed niet.

4 Een specialist is een persoonlijke en seksuele relatie met een patiënt aangegaan gedurende de behandelrelatie. Hij heeft nagelaten informatie over door hem geleverde zorg over te dragen aan de behandelaren van patiënt.

5 Een arts gaf hoge doseringen opiaten aan (later overleden) sekspartner. Twee van de drie door de arts verstrekte doseringen heeft hij intraveneus toegediend. De sekspartner is diezelfde nacht, enige tijd na het toedienen van de laatste dosis, overleden terwijl de arts naar aanleiding van signalen waaruit hij had kunnen en moeten opmaken dat het niet goed ging met de sekspartner, niet heeft besloten te stoppen en of hulp in te roepen.

6 Een huisarts heeft seksueel grensoverschrijdend gehandeld door een niet geïndiceerd onderzoek van de mammae en een niet geïndiceerd vaginaal toucher uit te voeren en patiënte met ontbloot bovenlijf voor een spiegel te onderzoeken. Zonder een duidelijke indicatie nam hij na het consult telefonisch contact op met patiënte met de vraag of zij nog behoefte had aan contact met een arts en hij desgewenst bij patiënte nog op huisbezoek zou kunnen komen. De arts persisteert in zijn overtuiging dat hij de juiste onderzoeken heeft gedaan en deze volgens de geldende beroepsnormen heeft verricht.

Morele steun

Dat een tuchtzaak veel impact heeft op zorgverleners, is bekend bij de IGJ. Daarom is morele ondersteuning vanuit de eigen organisatie, bijvoorbeeld in de vorm van ‘peer support’, tijdens en na een tuchtprocedure erg belangrijk. Dit kan helpen voorkomen dat de betrokken zorgverlener defensieve zorg gaat leveren of psychische klachten krijgt die ten koste gaan van de zorgverlener en de verleende zorg. Eerder publiceerde de IGJ al haar standpunt over het belang van een rechtvaardige cultuur, ‘Just Culture’, bij het beoordelen van zorgverleners die betrokken raken bij ongewenste uitkomsten. Recentelijk heeft de IGJ opdracht gegeven tot onderzoek naar haar eigen rol in het bevorderen van een rechtvaardige cultuur. De IGJ is zelf ook een lerende organisatie en beziet steeds of het tuchtrecht altijd de meest geëigende manier is om normen voor professioneel handelen duidelijker te maken of aan te scherpen – juist vanwege de enorme impact op de betrokken professional. Mogelijk kunnen in sommige gevallen andere wegen, zoals via de wetenschappelijke vereniging, effectiever en rechtvaardiger zijn.

Zichtbaar en vertrouwenwekkend

De politiek en het publiek verwachten een IGJ die stevig optreedt bij ongewenste gebeurtenissen in de zorg. Tuchtrecht is hiervoor een zichtbaar en vertrouwenwekkend instrument. Desondanks ziet de IGJ ook in ‘high profile’-casuïstiek af van tuchtrecht als zij niet denkt daarmee een van de eerdergenoemde drie doelen te bereiken.

De belangen van patiënt, professional, politiek en publiek zijn niet altijd hetzelfde en verschuiven ook in de loop van de tijd. Dat vergt van de IGJ sensitiviteit en maatwerk.

Wat kan de lezer hier morgen mee? Ten eerste: zich realiseren dat veel angsten van zorgverleners voor tuchtzaken door de IGJ onterecht zijn. Ten tweede: dat het collegiaal is om elkaar aan te spreken op onverantwoord of onacceptabel gedrag, voordat het leidt tot schade aan de patiënt. Dit behoort tot goed hulpverlenerschap. Je beschermt daarmee de patiënt tegen vermijdbaar leed en de collega tegen een vermijdbare tuchtzaak. Ten derde dat de beroepsgroep er baat bij heeft om proactief de eigen normen te ontwikkelen en onderhouden, en dit niet aan het tuchtrecht over te laten.

Menselijke fout

Tot slot: de IGJ zal altijd streng optreden tegen onacceptabel gedrag, zoals geweld in de zorgrelatie. Daar is ook geen discussie over. Er ontstaat onrust onder zorgverleners als zij menen dat een menselijke fout kan leiden tot een tuchtzaak tegen hen. De IGJ realiseert zich dat goede zorgverleners fouten maken. Het maken van een fout is op zichzelf niet tuchtwaardig, hoe dramatisch de uitkomst ook moge zijn. De IGJ kijkt naar hoe de zorgverlener handelde rondom de fout, of de juiste handelswijze voldoende bekend is en of een normstellende tuchtuitspraak kan bijdragen aan betere zorg in de toekomst. Eenvoudiger gesteld: waar zorgverleners professioneel handelen, ook als het misgaat, en beroepsgroepen hun verantwoordelijkheid nemen voor heldere en toepasbare normen, kan de IGJ op afstand blijven.


voetnoot

1. Onder ‘fout’ verstaan we het niet uitvoeren van een geplande actie (fout in de uitvoering) of het toepassen van een verkeerd plan om het doel te bereiken (fout in de planning). (ref: Wagner C. Wal G van der. Voor een goed begrip. Medisch Contact 2005; 47: 1888-91)


Download dit artikel (PDF)

tuchtrecht inspectie IGJ
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • winnand arents, medisch adviseur , BEEK-UBBERGEN 19-08-2019 21:57

    "
    De IGJ heeft vaak verkeerd streng opgetreden tegen onacceptabel gedrag van de zorg. Denk maar aan huisarts Tuitjenhorn, die tot zelfmoord werd gedreven. En is IGJ wel bewust dat medisch ongewenste gebeurtenissen het meeste voorkomt in de controlerende zorg bij verzekeringsartsen/bedrijfartsen/ en medisch adviseurs, die onder zware druk van politiek en publieke sector hun medische werkzaamheden steeds meer moeten overhevelen naar verpleegkundigen en managers? Zo laat de overheidsinstantie CBR bij medische keuringen rijvaardigheid de onder strikt medisch geheim online gestelde ziektevragen eerst afzondelijk beoordelen door haar verpleegkundigen, die dan vervolgens zelf beslissen of er een medische indicatie aanwezig is voor een lichamelijk onderzoek door een onafhankelijk keurend arts en dat uiteindelijk geheel onverantwoord ook de verpleegkundige de medische rijvaardigheid van keurling beoordeelt. Zo zijn dit jaar verpleegkundigen in Groningen op de stoel van de UWV artsen gaan zitten om een medisch eindoordeel te stellen waardoor duizenden keurlingen ten onrechte arbeidsongeschikt werden verklaard. Zo gaat minister Koolmees op advies van zijn eigen ministerie SZW, waar ex-GAK topmanagers sinds de jaren negentig een topfunctie bekleden als UWV-adviseur, talloze medische handelingen van een UWV arts als deeltaak overhevelen naar verpleegkundigen of managers. Erg vreemd, want juist deze ex-GAK top werd eind jaren negentig door het ministerie SZW beschuldigd van loonfraude met GAK-artsensalarissen. Is het IGJ wel bekend dat juist onder druk van politiek en publieke sector in de controlerende zorg de meest ernstige fouten worden gemaakt, wat weer een enorme impact heeft toename verkeersslachtoffers (CBR) of toename van ziekte of dood bij verkeerde beoordeling arbeidsongeschiktheid (UWV).
    Het wordt tijd dat omgekeerd onze artsenvereniging KNMG, met de eeuwen oude eed van Hippocratus hoog in de vaandel gehouden , de politiek en publieke sector onder druk gaat zetten."

  • Merhai, Anesthesioloog, medisch manager, Lelystad 19-08-2019 18:27

    "Ik geef u mijn eerste reactie op dit “ eigen straatje schoonvegen” artikel.
    Mijn probleem is niet dat de IGJ een klacht indient. Maar ligt meer in het voortraject. Regelmatig blijkt dat ze zich niet goed voorbereid hebben en dusdanig disproportioneel reageren dat ze dokters onherstelbaar beschadigen. En achteraf excuses maken doen ze ruimhartig maar dan is de schade al aangericht.
    Dus doe goed vooronderzoek, verdiep je in de literatuur, verschuil je niet achter “ regels uit het veld” of normen die dubieus tot stand zijn gekomen , werk mee in het veld en kom dan met een ferme reactie.
    En wat mij betreft klaag je dan vaker dokters en de keten waarbinnen ze werken aan. Want 15 is toch erg weinig en dat baseer ik op eigen waarneming. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.